|
Rogier van der Tholen - Vier natte poten (SF verhaal) |
04/09/1995.
Aantal woorden: 1202.
VIER NATTE POTEN
Met een snelheid nabij die van het licht schoot Asteroïde 78B door een deel
van het heelal dat later 'Melkweg' genoemd zou worden.
Asteroïde 78B was door de Polakken omgebouwd tot ruimteschip en aan de
oppervlakte werd het terrein van de asteroïde voor het grootste deel bedekt
door staal en titaan om de stroomlijn van het 'schip' te verbeteren. Aan de
achterkant van het projectiel was een felle uitlaatvlam te zien, veroorzaakt
door de Steekoog-aandrijving die de Polakken al sinds vele eeuwen bezaten.
Kotrol-man Glindoor van de Derde Tremen zat ontspannen op zijn matras in een
grote zaal, die bekend stond als de Kotrol-kamer, oftewel de controlekamer.
Vanaf de derde verdieping van de Kotrol-kamer kon hij het geheel beter overzien,
vandaar dat hij daarnaar was overgeplaatst door de Hoogste Tremen. Die kans had
hij natuurlijk met beide handen aangepakt.
Hij was, samen met zijn collega's in dit schip, al vele eeuwen onderweg, op
expeditie naar nieuw voedsel, aangezien zich daar thuis te weinig van bevond.
Ook hadden ze werkkrachten, zeg gerust slaven, nodig voor het domme werk op hun
thuisplaneet Polak-K.
Hij had vernomen dat tijdens hun reis de vraag naar voedsel afgenomen was door
betere landbouwmethoden, maar slaven werden steeds meer nodig. Sterke slaven,
die zwaar werk konden verrichten zonder daarbij teveel na te hoeven denken,
waren erg zeldzaam onder de Polakken. Vandaar hun zoektocht naar domme krachten.
Volgens een Bavill-man van de Tweede Tremen was er hier ergens een planeet met
veel grote, sterke wezens die niet al te veel dachten. Ze leken veel op draken,
en in feite waren ze dat ook. Deze Bavill-man zelf noemde ze daarom maar Draken
en velen deden dat met hem.
Fantastisch: wezens als Draken meenemen terug naar Polak-K, vele eeuwen hier
vandaan. Hoe lang leefden die Draken eigenlijk? Konden ze intelligent gemaakt
worden?
Zijn gedachten werden onderbroken door een snerpstem van de monitor:
"Attentie, attentie. Planeet BXT-95 binnen deceleratie-afstand. Begin
remprocedure Twee-Alpha. Herhaal: begin remprocedure Twee-Alpha."
Glindoor duwde een forse versnellingspook naar achteren, terwijl hij met tien
vingers aan de knopjes erop drukte en draaide. Deceleratie was in geprogrammeerd
en doorgegeven aan de Bavill-sectie van de Derde Tremen. Twee-Alpha-coördinaten
waren genoteerd. En hij had nog meer dingen gedaan die voor hem zo erg routine
waren dat hij er nooit meer bij nadacht.
De planeet BXT-95 werd door hem en zijn collega's meestal Drakenland genoemd.
Maar officieel was die naam nog niet erkend bij de Bavill-secties. Maar
Bavill-mannen waren meestal niet zo blij met vernieuwingsvoorstellen. Drakenland
was een waterrijke planeet, vergeleken bij Polak-K. Er waren slechts twee
continenten met daar omheen nog enkele kleine eilandjes, die te verwaarlozen
waren. Dat maakte alles wat makkelijker.
De atmosfeer zat propvol met wolken, zoveel dat er niet doorheen gekeken kon
worden. Ze zaten propvol met een vloeibare stof, wat achteraf water bleek. Dat
was vreemd. Hij had uitgerekend wat een regenbui van die wolken voor gevolgen
zou hebben; hij rilde ervan. En er was daar al zoveel water.
Bavill-man Banduur van de Derde Tremen kwam naar hem toe rennen. "Minder
die deceleratie maar met dertig procent. Misschien zijn je die waterwolken in de
atmosfeer van BXT-95 wel opgevallen. Als er regen uit die wolken komt, dan is de
Tremen nog niet jarig. Ik eis dat we er over hoogstens een kwartier zijn, en wel
op 180/230, begrepen?"
"Helemaal, Bavill. Landing op 180/230 binnen... dertien minuten vieren
veertig seconden tweeëndertig honderdsten. Hoe weten we waar we de Draken
kunnen vinden, Bavill?"
"Laat dat maar aan de Hoogste Tremen over, Kotrol. Doe jij je werk nou maar
goed, en snel." Met lange passen beende Banduur weg, naar boven, waar hij
weer adem kon halen.
Op Drakenland, om precies te zijn punt 180/230, stond Glindoor met een
collega op een rots. Achter hem en zijn stond een androïde, die de planeet
bestudeerde en de gegevens voor eeuwig vastlegde.
Glindoor keek vol ontzag naar de groene smurrie, dat oerwoud genoemd werd, en de
blauwe lucht, die zo anders waren dan de kale, gele vlaktes en de rode lucht op
zijn thuisplaneet. Glindoor kon hier niet zonder bescherming staan, het lage
gehalte stikstof en de afwezigheid van koolstofmonoxide zouden voor hem de strop
hebben betekend.
Toch sprak deze planeet Glindoor wel aan: ze was nog relatief jong en ze had
een frisse indruk op hem. Eigenlijk wilde hij hier niet meer weg.
Vanaf de rots, die onderdeel was van een hoge berg, kon Glindoor de drukte
beneden in het dal gadeslaan. Er vlogen kleine verkenningsschepen af en aan,
zich nestelend in het moederschip, Asteroïde 78B, en af en toe vloog er een
grote kruiser voorbij, die de Draken kwam ophalen.
Er was weinig tijd voor formele bezigheden, maar een flitsverkenning van de hele
planeet door supersnelle verkenningstoestellen kon er wel vanaf.
Opeens hoorde hij achter zich, ver het oerwoud in, afgrijselijke kreten van wat
niets anders kon zijn dan een gigantisch monster, een Draak. En het kwam hun
richting op. Zijn collega slaakte een angstkreet en rende naar het toestel.
Tussen de bomen door bewoog een groot monster, met afschrikwekkende slagtanden
en een gepantserde huid, en het kwam naar de rand van de berg draven, waar
Glindoor en zijn metgezellen stonden. Achter hem steeg een kruiser die het beest
moest vangen vanuit het oerwoud boven de bomen, en het wendbare schip gierde het
beest achterna.
Het razende beest zag Glindoor staan en rende op hem af. De androïde versperde
de weg, maar werd genadeloos verpletterd door de horens van het monster. Het
bleef ongestoord op Glindoor afrennen, maar Glindoor bleef ongestoord staan. Hij
concentreerde zich en het wezen bleef op een meter afstand staan, als
gehypnotiseerd Glindoor aangapend.
Onderwerp je, zei Glindoor via zijn gedachten tegen het dier. Blijf rustig staan
en verroer je niet. Wij brengen je naar een veilig oord, we zullen je een
volwaardig leven geven.
Het beest gehoorzaamde en Glindoor kon voelen dat het monster zeer angstig was,
bang voor de dingen die zouden komen, voor het milieu waarin hij leefde, voor de
dood.
Terwijl de 'Draak' in de kruiser werd geleid, keek Glindoor ongerust naar de
hemel, die langzamerhand donkergrijs was geworden. Hij pakte zijn intercom.
"Kotrol Glindoor aan Bavill-man Banduur. Ik kan u melden dat het vangen van
de Draken succesvol verloopt. Daarnet hadden we een incident met een van die
wezens die mij aanviel. Ik heb hem echter onder controle gekregen. Eén
androïde is vernietigd. We komen zo snel mogelijk terug naar onze post. De
meteorologische toestand hier wordt steeds slechter. Verzoek om de vangers terug
te roepen. We zien u terug over tien minuten."
Banduur keek ongerust vanuit zijn post naar de atmosfeer van de planeet.
"Goed werk, Kotrol-man. Het assimilatieplan voor de wezens, die jullie
Draken noemen, is gereed. Ik zal de verkenners ook terugroepen. Over en
uit."
Terug in het moederschip werden de Draken in kooien gestopt en het assimilatieproces kon op ze worden losgelaten. Een uur nadat iedereen weer terug was begonnen de wolkenmassa's boven de planeet te breken en een gigantische hoeveelheid water sloeg neer op de prille Aarde. Glindoor besefte dat ze de Draken misschien wel van de ondergang hadden gered. Misschien een mooi argument voor als de intelligent gemaakte Draken eens in opstand zouden komen.
© Copyright Rogier van der Tholen - 04/09/1995. Alle rechten voorbehouden.