- Binnen
3 dagen als de horens van de maan naar beneden wijzen..
Wanneer de maan opkomt met een rode kleur regent het de volgende dag..
Wanneer de blaadjes hun rug laten zien..
Als de koeien gaan liggen in de wei..
Wanneer er een cirkel zichtbaar is om de maan.(Tel het aantal sterren in de
ring, en je weet hoeveel dagen het zal regenen.).
Zonsondergang met wolken.
Als de weilanden mistig zijn.
Wanneer de vogels laag bij de grond vliegen.

Het wordt mooi weer als:
- De nevel
optrekt.
- Als je het
geluid van de krekels hoort.
- Als de
nieuwe maan ver in het zuiden opkomt wordt het ongewoon warm.
- Is juni
nat en guur, wordt alles slecht en duur.
Is juni koud en nat, de boer zijn zak is plat.
Juni weer meer droog dan nat, vult de schuur en ook het vat.
- April
met zijn gril, doet wat hij wil.
Donder in april, is wat de landman wil.
Regen in april en wind in mei, maken de boeren blij.

Het wordt een strenge winter als:
Als de maan ver in het noorden opkomt zal het een koude maand worden.
Als de eekhoorn halverwege september al aan zijn wintervoorraad begint.
Wanneer de staart van de eekhoorn dicht en vol behaard is.
Wanneer de eekhoorns hun nesten laag in de bomen bouwen.
Wanneer de vogels meer bessen eten dan normaal
Als de vacht van de dieren dikker en voler is dan normaal.
Als er veel motten in huis zijn.
De mieren hun nesten goed afdekken.
Als de bloesem van de zwarte bessenstruik rijk is.
Als de worteltjes dieper in de grond groeien.
Als de appels vroeg rijp zijn.
Wanneer de bomen nog veel groene bladeren hebben tot laat in de herfst.
Als de bast van de bomen dikker is dan normaal.
Als de bast van de bomen dikker is richting noorden
Als de bomen dichter begroeid zijn met mos dan normaal.
Wanneer de denneappels vroeg hun schubben openen
Als het gras in de zomer donkergroen is.
Nevels in januari opgestaan, brengen een natte lente ons aan.
Januari zonder sneeuw, maar met veel regen, brengt de boer geen zegen.
Geeft januari sneeuw en vorst, vaak de boer veel granen dorst.
- Niets
wordt van de lente verwacht, als februari is te zacht.
Als de noordenwind in korte maand niet blazen wil, zo blaast hij zeker in
april.
Februari is nooit zo goed, of het vriest een voet en het sneeuwt een hoed.
De maand maart heeft venijn in zijn staart.
Lentemaands ruwheid, geeft zomermaands luwheid.
Sneeuw en hagel, regen en wind, daarvan is maart een vrind.