DE WERKZAME BESTANDDELEN VAN GENEESKRACHTIGE KRUIDEN

anorganische stoffen

Vluchtige of etherische oli�n

Alkaloiden

Antraglycosiden

Bitterstoffen

Cumarinen

Vette oli�n

Flavono�den

Looistoffen

Hartglycosiden

Saponinen

Slijmstoffen

anorganische stoffen

De werkzame bestanddelen van de geneeskruiden zijn vooral organische verbindingen.
Slechts enkele anorganische stoffen zijn bekend om hun therapeutische werking:

Kiezelzuur (de werking is omstreden) met als vertegenwoordigers: hennepnetel, varkensgras, paardestaart.... , jodium in zeewier (fucus) en kalium (diuretische werking) in asperge. (de werking is omstreden) met als vertegenwoordigers: hennepnetel, varkensgras, paardestaart.... , jodium in zeewier (fucus) en kalium (diuretische werking) in asperge.

Meestal is een kruid gekend wegens de werking van ��n belangrijke stof: de primaire stof.
De geneeskrachtige werking van een kruid is meestal het gevolg van een samenwerking tussen de primaire stof en andere werkzame stoffen ( de secundaire) deze kunnen de werking van de primaire stoffen afzwakken of versterken.
Zo kan het aftreksel van de hele plant ten opzichte van de ge�soleerde werkzame stof doeltreffender of zwakker zijn.

Vluchtige of etherische oli�n

Stoffen (vaak terpenen) met een grote vluchtigheid en meestal aangename geur. Ze zijn overwegend vloeibaar en 'olieachtig'( laten op papier geen blijvende vlek achter).

Rijk aan etherische oli�n zijn de families van de schermbloemen, lipbloemen, wijnruit en dennen.

Therapeutische toepassingen:

Mosterdolie, terpentijnolie, rozemarijnolie e.a. hebben een prikkelende werking op de huid wat leidt tot een verbeterde doorbloeding met roodheid en gevoel van warmte, maar ze kunnen ook aanleiding geven tot ontstekingen en blaarvorming.
Daarnaast zijn een reeks dieptewerkingen mogelijk op de inwendige organen, zoals verbetering van de ademhaling of versterking en versnelling van de activiteit van het hart.
Ze worden in smeersels (zalven, balsem) tegen reumatische ziekten en zenuwpijnen gebruikt. Ook als inhalatiemiddel bij hoest( eucalyptusolie en olie van de bergden). Venkel-, anijs- en tijmolie worden na het innemen gedeeltelijk via de longen weer uitgescheiden en ontplooien daar hun antiseptische werking.
De antiseptische werking vindt ook toepassing in vele mondverzorgingsartikelen (salie, menthol uit pepermunt, thymol uit tijm).
Benzylmosterdolie uit oost-indische kers, een plantaardig anti-bioticum, wordt gebruikt als kruid of als ge�soleerde stof, bij infecties van de lucht- en de urinewegen.

Een groot aantal keukenkruiden wordt wegens het gehalte aan vluchtige olie gebruikt om de eetlust op te wekken en om de spijsvertering te bevorderen. Door prikkeling van de reuk- en smaakzenuwen en het maagslijmvlies, wordt de secretie van speeksel en maagsap gestimuleerd. Als er naast de vluchtige oli�n ook nog bitterstoffen voorkomen, betitelt men deze kruiden ook als Aromatica amara (bijvoet,oranjeschil, kalmoes).

Het bestrijden van winderigheid door sommige oli�n (Carmina-tiva) zou berusten op krampverminderende eigenschappen en een bepaalde ontsmettende werking in de darmen.
Tot deze kruiden behoren o.a. venkel, koriander, karwij, knoflook en kamille.

Enkele geneeskruiden bevatten etherische oli�n, die door prikkeling van de nieren de urine-uitscheiding vermeerderen. Bij overdosering kan dit echter tot beschadiging van de nieren leiden, zoals b.v. bij lavas, peterseliezaad of jeneverbessen. Verder dienen vluchtige oli�n tot verbetering van geur en smaak van voedingsmiddelen en medicijnen.

TOP

Alkaloiden

Alkaloiden zijn stikstofhoudende organische verbindingen met een basisch karakter. Ze oefenen sterke fysiologische werking uit op mens en dier, ze behoren voor een deel tot de sterkste vergiften die we kennen. Vaak zijn slechts enkele milligrammen voldoende voor gevaarlijke vergiftigingen met zelfs dodelijke afloop. In de juiste dosering zijn ze daarentegen goede geneesmiddelen. Alkaloidhoudende geneeskruiden en daaruit vervaardigde preparaten zijn meestal uitsluitend op recept verkrijgbaar.

De meeste alkaloiden hebben als chemische basisstructuur steeds een bepaald aminozuur: lysine, ornithine, histidine, fenylalanine of tryptofaan.

De namen van de alkaloiden worden gewoonlijk afgeleid van de geslachts- of soortnaam van de plant, waaruit ze voor het eerst ge�soleerd zijn, b.v. nicotine uit Nicotiana, atropine uit Atropa e.d., of vaak ook naar hun farmacologische werking (morfine). Families die rijk zijn aan alkaloiden zijn: Ranonkelfamilie (b.v. monnikskap, ridderspoor), Leliefamilie (herfsttijloos, nieswortel), Papaverfamilie (stinkende gouwe, slaapbol) en de Nachtschadenfamilie (bilzenkruid, doornappel, wolfskers).

TOP

Antraglycosiden

Kruiden met antraglycosiden zijn veel toegepaste laxeermiddelen. Antron (of verwante stoffen als emodine) stimuleert de peristaltiek van de dikke darm en verhoogt de secretie van de slijmklieren.
Van de inheemse, resp. in onze streken gekweekte planten bevatten o.a. vuilboom, krulzuring, wegedoorn, rabarber en veldzuring antraglycosiden.

Planten met antrachinonkleurstoffen hadden vroeger een economische betekenis, zoals b.v. meekrapwortel, die alizarine leverde. Boekweit en sint-Janskruid bevatten fotosensibiliserende antraverbindingen, resp. fagopyrine en hypericine.

TOP

Bitterstoffen

Er bestaan een groot aantal zeer bitter smakende planten. Chemisch zijn ze meestal afgeleid van terpenen. Hun therapeutische berust op de vergroting van de maagsapsecretie, de verhoging van de zuurtegraad van het maagsap, de produktie van speeksel en gal, daardoor worden eetlust en spijsvertering gestimuleerd en rottingsprocessen voorkomen of gestopt.
Dankzij een betere vertering van de eiwitten zijn het versterkende middelen.
De kruidenpreparaten worden best een half uur voor de maaltijd ingenomen.
Men vindt deze bitterstoffen vooral in: gentiaanwortel, gezegende distel, duizendguldenkruid en alsem.

TOP

Cumarinen

Cumarine is de geurende stof van lievevrouwebedstro en reukgras. Deze stof komt pas tijdens het drogen vrij.

Langdurig verblijf in sterk geurend hooi of een overmatig gebruik van cumarinehoudende dranken (bowl van lievevrouwebedstro), leidt tot hoofdpijn en versuftheid. Cumarinebevattende kruiden, waartoe ook honingklaver (Herba Meliloti) behoort, worden nog maar zelden medicinaal gebruikt. Decumarol, een bloedstollingsremmer, wordt in schimmelende honingklaver gevormd en kan vergiftiging van het vee veroorzaken. Synthetische derivaten worden bij de behandeling van trombose en als bestrijdingsmiddel tegen ratten en muizen toegepast.

De familie van de Schermbloemigen en de Wijnruit bevatten furocumarinen , die als fotosensibiliserende stoffen de oorzaak zijn van 'lichtziekte' (weide-dermatitis, zwembad-der-matitis). Na contact met het sap van de betreffende planten (o.a. bereklauw, engelwortel, pastinaak, duizendblad) b.v. door het liggen op versgemaaide weiden, wordt de huid op deze plaatsen overgevoelig voor zonlicht, en dan ontstaan rode plekken op de huid, ontstekingen en soms een algehele malaise. Vlekken in de huid, die na het gebruik van eau de cologne, in het zonlicht optreden, zijn een gevolg van het gehalte aan bergapteen in de bergamotolie. Wegens de giftige bijwerkingen is het niet mogelijk deze algemeen te gebruiken om een bruine huidskleur te krijgen. Wel gebruikt men cumarinen (b.v. aesculine) uit paardekastanje in middelen tegen zonnebrand, omdat ze U.V.-licht van bepaalde golflengte absorberen.

TOP

Vette oli�n

Vette oli�n zijn in de plant voornamelijk te vinden in de zaden en de vruchten. Ze bestaan in hoofdzaak uit glyceriden, esters van glycerol met verschillende vetzuren; oliezuur, linolzuur (onverzadigde vetzuren), palmitine- en stearinezuur (verzadigde vetzuren). Daarnaast komen fosfatiden, fytosterinen en in vet oplosbare vitaminen voor.
Essenti�le vetzuren (vitamine F) kunnen het gehalte aan cholesterol in het bloed kunnen verlagen en werken tegen aderverkalking. Ze komen rijkelijk voor in lijnolie, aardnotenolie, mais- en tarwekiemolie.

TOP

Flavono�den

Flavonen (Latijnse flavus = geel) hebben hun naam te danken aan plantestoffen, die gebruikt werden voor het geel verven van wol en katoen.
Ze komen in zeer veel planten voor, maar hebben zelden een primaire werking. Vooral rutine (b.v. in paardekastanje, wijnruit en boekweit) en hesperidine (in citrusvruchten) zijn medisch interessante stoffen, omdat ze een ziekelijk verhoogde doorlaatbaarheid en breekbaarheid van de capillairen zouden verminderen. Ze worden ook aangeduid als permeabiliteitsfactoren, bioflavonoiden, en vroeger als vitamine P.

Ze worden toegepast in geneesmiddelen bij ziekten, die gepaard gaan met een verminderde weerstand van de capillairen, zoals ziekten van de aderen, aderverkalking, hoge bloeddruk, diabetes, scheurbuik enz.

Invloed op de hartwerking hebben de flavonoiden van wolverlei en meidoorn. Een diuretische werking gaat uit van berkebladeren, guldenroede-soorten, kattedoornwortel, paardestaart e.d. De spasmolytische werking van zoethoutwortel en de invloed op lever en gal van mariadistel en strobloem.worden eveneens aan flavonoiden toegeschreven.

TOP

Looistoffen

Looistoffen zetten de dierlijke huid om in leer. Dit proces berust op het onoplosbaar maken van eiwitdeeltjes in de huid . Therapeutisch verdichten ze huid en slijmvliezen en vormen een beschermend membraan: men noemt ze adstringerend (samentrekkend). Zo verminderen ze wondvocht en pijn, stelpen de capillaire bloedingen, vormen een barri�re tegen de resorptie van giftige afbraakprodukten en het binnendringen van ziektekiemen in de diepere lagen van de wond. Omdat ook de bacteri�n aan de werking bloot staan, hebben de looistoffen een remmende werking op de bacteriegroei of doden ze de bacteri�n. Bereidingen van looistof-houdende kruiden gebruikt men lokaal, voor wondheling, voor genezing van ontstoken slijmvlies in mond- en keelholte, bij aambeien, winterhanden en -voeten en kleine verbrandingen. Inwendig bij maag- en darmcatarre en diarree.

Looistoffen vindt men bij planten voornamelijk in de schors, en in de wortels, maar ook vruchten en bladeren zijn soms rijk aan looistoffen.
Looistoffen komen voor in de volgende families: Beuken-, Heide-, Rozen-, Ooievaarsbek-, Vlinderbloem- en Wilgenfamilie. Geen looistoffen bevatten b.v. de Kruisbloemen en de Papaverfamilie.

In veel geneeskruiden komen looistoffen voor als primair werkzame stof, zoals b.v. in eikebast, en tormentilwortel. Als begeleiding van andere sterker werkende stoffen dragen ze bij aan het resultaat, zoals in salie of pepermunt, waarin ze o.a. de werking van de vluchtige oli�n ondersteunen. In andere kruiden vertonen ze ongewenste werkingen, zoals in beredruifbladeren, waar ze door het hoge gehalte irritatie van het maag- en darmslijmvlies veroorzaken, met braken tot gevolg.

TOP

Hartglycosiden

De eerste hartglycoside werd ontdekt in vingerhoedskruid Digitalis purpurea, en daarom noemde men de hartglycosiden van andere planten digitalo�den (op digitalis lijkende substanties).
Hun werking bestaat uit het herstel van de contractie van de verzwakte (insuffici�nte) hartspier. De gebruikte doses zijn zeer laag en vertonen die bij een gezonde hartspier nog geen uitwerking. De toxische dosis ligt maar weinig hoger, zodat een voortdurende controle van de pati�nt geboden is.

TOP

Saponinen

Saponinen hebben hun naam te danken aan hun eigenschap om met water te schuimen (sapo = zeep). Chemisch hebben ze met zeep niets uit te staan, het zijn glycosidische plantaardige stoffen.
Saponinen veroorzaken haemolyse, d.w.z. het vrijkomen van de bloedkleurstof hemoglobine uit de rode bloedlichaampjes in het omringende bloedplasma, daarom zijn ze zeer giftig bij injectie in de bloedbaan.

Medicinaal zijn saponinekruiden expectorantia, middelen die het ophoesten bevorderen, hierop berust het gebruik van klimop, sleutelbloem, zeepkruid, zoethout en viooltje. De werking zou berusten op de prikkeling van het maagslijmvlies, en de daarmee reflectorisch verbonden verhoging van de secretie in de bronchi�n. Bovendien wordt het secreet beter vloeibaar, zodat het ophoesten vergemakkelijkt wordt. Ook in het maag-darmkanaal zelf neemt de secretie toe, vanwaar de bloedzuiverende werking (?).
Tenslotte wordt van sommige saponinekruiden beweerd dat ze een urinedrijvende (diuretische) werking hebben (breukkruid, paardestaart).
Het is een bekend feit, dat saponine de resorptie van andere geneeskruiden verbetert en daardoor de werking versterken kan.

TOP

Slijmstoffen

Plantaardige slijmstoffen hebben de eigenschap om met water sterk op te zwellen.
Het zijn niet-homogene mengsels van polysachariden of chemisch daarmee verwante structuren. In de darm veroorzaken ze volumevergroting door hun waterbindend vermogen en stimuleren zo de darmperistaltiek. Slijmstofrijke kruiden, vooral lijnzaad en vlaszaad worden daarom ingenomen als mild laxeermiddel. Bij ontstoken slijmvliezen, van de bovenste luchtwegen en van het maag-darmgebied, verminderen ze de secretie. Voorts verlagen ze de gevoeligheid van smaakpapillen, daarom worden ze aan slecht smakende geneesmiddelen toegevoegd.
Tenslotte zijn slijmstoffen belangrijke hulpmiddelen bij de bereiding van emulsietabletten en voedingsmiddelen (agar-agar). Heemst, hoefblad, kaasjeskruid-soorten en IJslands mos zijn planten met een hoog slijmgehalte.

Hosted by www.Geocities.ws

1 1