Het Eeuwig Evangelie – Bijgeschrift
De Draagster van de Canon
Lokogamen
1. Dit dan is het heilige boek door engelen gegeven tot
draagster en zwaard van de canon. Zij is dan niet zelf de canon, maar de
bewaakster van de canon, de tweede, die de zuivere is. En zo draagt zij dan het
zwaard om de oude canon te doorspietsen. Amen Metensia
Eminius. Hij die komt kome
spoedig.
2. Zo is zij dan als een muur opgesteld rondom de canon, de
zuivere. Amen Metensia Eminius,
kom spoedig. Zij draagt het mes des Heeren. Zo is dan
de Lokogamen opgesteld door engelen als de omhulster
van de canon. En ik zag haar een kind baren, en het kind groeide op in de
wildernis, tussen de slangen. En het kind leerde de boog des Heeren te gebruiken, en de Heere
gaf hem grote macht. En ziet, hij was als rechter aangesteld over de dieren des
velds, en mat hun tijden uit. En de Heere gaf hem de macht over dood en leven. En hij maakte
het boek des Heeren groot, het boek dat de parel in
zich droeg. En hij groeide op voor de Heere als een
reus. En hij gaf zijn moeder eer, en werd een groot
strijder des Heeren. Zo zijn dan de lokogamen de sieraden des Heeren.
3. En ik zag hem opstaan als een
held, neervellende grote reuzen. En die reuzen vreesden hem, omdat zij tegen de
Heere hadden gezondigd en hij als hun rechter was
opgesteld. En zo oordeelde hij op een dag de levenden en de doden, en ook de
lijdenden. En hij bracht de schapen van het veld naar de wildernis, waar hij
hen scheerde voor hun wol, en ook oordeelde hij hen. En hij droeg de bokken der
duisternis tot het altaar. Maak daarom de lokogamen
niet kwaad, want ziet, zij zijn wreed, en dragen de wreedheid des Heeren in zich. De lokogamen dan
zijn de sieraden des kruizes, en zij staan aan de weg
om voorbijgangers te bespotten.
4. Diep in de wildernissen hebben zij hun hutten van vlees.
Weet dat zij bloeddorstig zijn, want zij dragen de wraak des Heeren in hun binnenste. Oh pelgrims van het woord des Heeren die tot de lokogamen genaderd
zijn : Volgt u alleen een vertaling van het Woord des Heeren, of volgt u de zuivere grondtekst. Want vele lieden
hebben het Woord des Heeren vertaald om hun eigen
lusten daarin weer te geven. Houd uzelf daarom dicht
bij de grondtekst opdat uw ziel niet zal afdwalen. Wie heeft u dan betoverd en
Christus als gekruisigd afgeschilderd ? Werd zijn ziel
dan niet verscheurd en gebroken ? Zo is God in de
grondtekst elohim wat goden betekent. En gij dient deze goden te kennen om zalig te worden. Ook is elohim vrouwelijk, dus waarom zijn
sommigen ertoe gekomen alleen het mannelijke te aanbidden.
5. Alleen door de Lokogamen komt gij tot God. Kunt gij met de lokogamen worstelen en overwinnen ? Zij zijn dan de delen
van de ziel van Christus toen Hij uiteen werd gescheurd. Kunt gij langs deze woedende delen van Christus komen ? Ziet, zij
zijn als wilden.
De verscheuring van
het Verstand
6. En ik zag lichten vallen op het
verstand van Christus toen Hij in het dodenrijk was om het te verscheuren. En
de lichten waren als bloeddorstige roofdieren. En het verstand van Christus
droeg de naam Debich, en toen zij verscheurd was, was
zij Na’in, dronkenschap, en Nergun, bloeddorst. En ik
zag Christus vele krijgsgevangenen omhoog nemen, en ook Na’in en Nergun werden verscheurd, en zij werden genoemd
: de lokogamen. En ik zag vele verborgen en
verloren lokogamen, en zij droegen het bloed van
Christus. En ik zag het bloed van Christus door ringen vloeien, en vele
roofgeesten van de oude canon werden door Christus omhoog genomen, en zie, hij
hing ze op. En het andere deel van zijn ziel was de Haftlich,
de sexualiteit, en ook deze werd verscheurd, en de
afzonderlijke delen waren angst en depressie. En angst werd
verscheurd en werd gevoel en wreedheid, en depressie werd verscheurd en werd spot
en pijn. En ook zij werden verscheurd, en zij werden genoemd
: de lokogamen. En ik zag vele verborgen en
verloren lokogamen, en zij droegen het bloed van
Christus. En ik zag de lokogamen die de
wonderschoonste verhalen vertelden die sinds de
grondlegging der wereld verborgen waren gebleven. En ik zag een geest genaamd
schaamte die veel macht verloor en begon te smelten. En het bloed van de
wildernis begon te vloeien, en de wildernis begon te bloeien, maar daar omheen
begon een nog grotere wildernis te groeien. En ziet, deze wildernis was droog
en dor. En zie, de buitenste wildernissen waren duister en diep, en zij werden genoemd : de alverzoening der lokogamen. En ik zag de verborgen en verloren lokogamen uit hun holen komen en zij omsingelden de grote stad,
Babylon. En zij riepen de namen van hen die zich in
de stad bevonden, en zij maakten van de stad een wildernis. En in de dieptes
van de stad vonden zij terug dat wat verloren was.
7. En ik hoorde een bazuin klinken, en de stemmen van de lokogamen begonnen voort te komen, en ik zag zeven stemmen.
En ik hoorde een stem zeggen : Kom. En ook een andere
stem sprak : Kom. En toen de
eerste stem der lokogamen sprak zag ik de Risgamen, de Geest van Christus, aan het kruis verbroken
worden, en zij werd tot sieraden, die der bedieningen. En
toen hoorde ik de tweede stem der lokogamen
spreken, en ik zag de Beker van Christus aan het kruis verbroken worden, de Talgamen, en ziet, het werd tot sieraden, die der
sacramenten. En ik hoorde de derde stem der lokogamen
spreken, en ik zag de delen van de verscheurde Risgamen : de criptiek en het orakel. En ook deze delen waren verscheurd.
De criptiek was verscheurd in twee delen
: gebondenheid en slavernij. En ook deze delen werden verder verscheurd,
en ik zag de verborgen en verloren risgamen. Ook het
orakel was verscheurd in twee delen : vuur en ijs, en
ook deze delen werden verder verscheurd. Het vuur tot woede en macht, en later
werden die delen ook verscheurd. En ik zag de Beker van Christus in twee delen
verscheurd, genaamd strijd en arena. En strijd werd
verder verscheurd in lamheid en kracht, en arena werd verscheurd in verslinding
en wacht. En ik hoorde een vierde stem van de lokogamen
spreken, en ik zag verslinding en wacht verder verscheurd worden. En zij werden
talgamen genoemd, en ik zag vele verborgen en
verloren talgamen, en zij omsingelden de grote stad.
En met Babylon gebeurde wat met Sodom
en Gomorah gebeurde. En dit werd de alverzoening van risgamen en talgamen genoemd. En ik hoorde een vijfde stem der lokogamen spreken. En ik zag dat grote botten werden
gebroken, en van de delen werden sieraden gemaakt. Toen de zesde stem der lokogamen sprak zag ik het vlees van Christus verbroken
worden. En aan het kruis werden de stukken verdeeld, en dit waren de namen der stukken : illusie en visioen. En illusie werd verscheurd in
groei en wortel, en groei werd verscheurd in grootheid, en wortel werd
verscheurd in licht. En visioen werd verscheurd in reuk in smaak. En reuk werd
verscheurd in aantal, en aantal in groen. En smaak werd verscheurd in binnenste
en controle, en controle werd verscheurd in traan. En bij het horen van de
zevende stem werden de delen verder verscheurd, en zij werden genoemd inaputen, sieraden des doods. Daarna zag ik de wapenrusting
van Christus aan het kruis doorboort worden en verbroken, en de delen werden sorsollen genoemd, sieraden van de hel. Daarna zag ik het
Bloed van Christus verstrooid worden. En ik hoorde een stem zeggen : Kom, en
een andere stem sprak : Kom hogerop, en ik zag de sieraden van de armoe, en zij waren het verstrooide bloed van Christus, de Tokon. En ik hoorde het geluid als van duizend stemmen, en
ik keek achterom en zag velen ontwaken, en zij kwamen voort uit het stof. En
zij droegen messen. En zij werden gedoopt in een rivier des doods, en ik zag
een man opstaan die een jong schaap als een lam op
zijn schouders droeg. En de man werd groot voor het aangezicht
des Heeren, en droeg de wol der wildernis, en leerde
met de boog des Heeren te schieten. En hij had het
merkteken van de boog op zijn arm.
8. En ik zag een groot leger oprijzen tegen het oude Rome om
deze stad te omsingelen. En ik zag verschrikkelijke insecten de oude stad
binnengaan om deze kaal te vreten. Daarna zag ik het leger optrekken naar het
oude Jeruzalem, en zij was als een korenveld, rijp om geoogst te worden. En een
nieuw Jeruzalem daalde uit de hemel neer om het oude
te verslinden. En ik zag grote mannen opkomen die in
hun armen merktekens hadden van het laatste oordeel. En Assur
was niet meer, en Egypte was als een zucht. En ook kwam het oordeel tot de
tafel van Moab, en ziet, zij was niet meer. En in die
dagen bevolkten grote spinnen de aarde, en zij brachten vliegen voort. En er
was een man met het hart als van een ekster en een meeuw, en hij bespeelde vele
instrumenten, en zijn naam werd groot op de aarde. En ik zag een ster vallen op
de aarde om de wateren te bezoedelen, en ziet, de
bomen van het oude Rome werden bloed, en ook haar bouwwerken. En ik zag de man
tot het oude Rome komen en zie, zij was niet meer.
9. En door de alverzoeningen der lokogamen, risgamen en talgamen hebben wij ook hoop op de alverzoening
van het bloed van Christus. Is dat niet de burcht Perlottia ? Want door de risgamen wordt het bloed van Christus gedronken, en door de
talgamen heeft het zijn werkingen. Weest dan aan nek, handen en voeten gebonden, opdat gij in kunt gaan.
10. En ik zag een rode troon als van bloed, met daaromheen
vierentwintig lokogamen. Ook stonden er vier dieren
voor de troon waaronder een kip en een paradijsvogel. En ik zag de Beker van
Christus, de Talgamen, verzegeld met zeven zegels. En
ik hoorde een stem zeggende : Opent nu de zegels die
het bloed van Christus achterhouden. En ik zag een van de dieren naar voren
komen, en het dier was van voren en achteren vol van ogen. En
toen het dier het eerste zegel had losgekauwd
zag ik een groene haan, en die haan kreeg grote macht. En de haan sprak : Laten we ons een stad op aarde bouwen en een grote
naam, opdat onze stem ter hemel reikt. Maar zonder mensenhanden werd het dier
weggenomen, en ik hoorde een groot geween. En toen
kwam het tweede dier naar voren, en zie, het had neuzen van voren en achteren,
en het droeg vele stemmen. En ik hoorde een van de stemmen zeggen
: Kom, want het uur is gekomen. En ik zag dat het dier het tweede zegel
begon los te kauwen, en een krachtige wervelwind begon te waaien. En ik zag een
stad vol katten, en deze katten veranderden in vrouwen, en zij kregen grote
macht. En zie, de laatste vijf zegels waren zwart, en de laatste twee dieren
begonnen de zegels los te kauwen, en ik zag een leger van paarden. En de
paarden kregen grote macht, en zij braken los uit hun banden. En achter hen
liep een schare van wilden, en zij riepen boos tot de hemelen. En ik zag veel
bloed vloeien. En een van de zegels begon zich groot te maken en kreeg opnieuw
grote macht, groter dan de eerste macht. En ik hoorde veel geween en vele
stemmen. En ik zag een groene paradijsvogel verschijnen en daarna een gele, en
het zegel begon velen op aarde te binden. En ik hoorde een stem zeggen : Nu is het genoeg. En ik zag temidden van de dieren
een bloedende bok die geslacht was, en zie, de bok betrad de rode troon die van
bloed was, en de bok kreeg grote macht.
11. In de dieptes van Acha zag ik
de lokogamen verzegeld, de draagsters van het Bloed
van Christus. En ik zag velen wenen omdat niemand deze zegels kon openen. En ik
zag een man met benen als van bot, en hij was als een haan, als een half
skelet. En hij legde zijn handen op de zegels en smolt hen. En ik zag de zegels
vluchten naar de lagere werelden, samen met de verbroken zegels van de talgamen. En vele heuvelen smolten en vluchtten voor het aangezicht des Heeren. Maar na
twee dagen waren de zegels die de lokogamen hadden verzegeld
terug. En een man op een paard en een man op een rund kwamen tot de zegels, en
de zegels werden bij name genoemd, en zij werden verbroken, maar weer waren zij
na twee dagen terug. En ook zag ik de zegels van de risgamen,
die als katten waren, en de risgamen waren als
botten. Plotseling zag ik een bliksemflits vanuit de hemelen komen, en de risgamen gingen recht overeind staan, maar na twee dagen
zakten zij weer in. En ik zag het bloed van Christus door witte tabletten
stromen, en ook deze tabletten waren verzegeld. En de zegels waren als ijzeren
kettingen, en sommige zegels waren als wit leer. En de zegels hadden ogen als
juwelen. En plotseling zag ik een rode bliksem uit de hemel vallen, en vele
paarden stonden op, maar na twee dagen zakten ze weer neer. En ik zag het leer
dik worden en taai, en het was als een slavenmarkt, als een circus en een
kermis. En ik zag lichten verschijnen en ik zag een boek groot worden voor het aangezicht des Heeren. En ik
hoorde een stem zeggende : ‘Kom hogerop.’ En ik zag de
markt des Heeren. En ik zag dat er moest betaald
worden met bloed, zweet en tranen, en dat er vele buizen gevuld moesten worden
voordat een deur zich opende.
Tokon
1. De Tokon is het bloed van
Christus en het bloed der lokogamen en zo mede-draagster van de canon. En ik zag hoe er geofferd
moest worden, en de Heere sprak :
Laat de tempel bekleed zijn met bloed. En ik zag het licht van het bloed, en
zij bracht nieuwe visioenen. En deze visioenen waren eeuwig. En ik zag vele
wachters op de muren, en zij verkondigden de leer van het bloed van Christus.
En ik zag een harp waar pijlen uitkwamen en een fluit waar bloed uitstroomde.
En de pijlen en het bloed vulden het land. En ik zag paarden met ruiters, en
zij waren op weg naar de eeuwige stad. Maar zij werden niet toegelaten, en er
werd gesproken : Laat eerst het bloed tot aan de
toppen der muren stijgen. En de paarden met de ruiters gingen uit, en zij
weenden en werden vervuld met angst. En zij zeiden :
wij willen liever werken en zo het zweet tot aan de toppen der muren laten
stijgen dan dat wij bloed vergieten. En de Heere zag
hun liefde en zegende hen, en liet hen binnen in de stad, want zij hadden wijs
gehandeld. En zo waren er ook enkelen komende vanuit het oosten, en ziet, zij
vergoten wel bloed, maar het bloed kwam maar tot aan hun heupen, en zij gingen
in het bloed ten onder. En ik zag de Heere zitten op
zijn troon in al zijn heerlijkheid, en de wateren
werden bloed, zoals hij in zijn woord had aangekondigd. En ook de bomen werden
bloed, en het gehele land. En zo was er dan een grote schare die tot de stad
des Heeren kwam, maar de Heere
opende voor hen niet. En de Heere sprak deze woorden
: Ga het land in en werk, opdat de zegelen van de stad
verbroken worden. Maar ziet, het waren allen bloedvergieters,
en de zegen des Heeren rustte niet op hen. En de Heere goot zijn zweet uit op de aarde, en het bloed begon
te branden. En er waren enige lieden die de Heere
volgden, en ziet, zij werden gewassen door zijn zweet, en door het zweet wat
zij met tranen voortbrachten, en de zegen en de vleugelen des Heeren rustte op hen. En zij hadden een geheime opdracht om
het woord des Heeren te vervullen, en zij kregen
rijkelijk toegang tot de stad. En ik zag de naam van de Heere
groot worden, en de Heere zocht vele knechten uit, en
zij gingen uit in de wildernis in het laatste der dagen. En zij vonden een
schelp met geluiden, en aldus was de schreeuw van het bloed des Heeren. En het was een krachtig verbond dat sprak, en zij
brachten grote troost aan de Heere. En de Heere sprak : Laat uw oorlog dan
in de geest zijn, en in het spel des kruizes. En de Heere nam een stok en een touw, en brak het, zeggende : Zo
zal ik op een dag doen met de zegelen van de tokon. En ziet, de delen van de gebroken stok en het
gebroken touw werden als slangen. En er kwam vuur uit hen, maar de Heere bedekte hen met leer. En de Heere
verbrak vele banden. En een groot schip kwam aan de horizon, en bloed kwam
voort uit haar, en de Heere begon te spreken. Aldus
was het sprekende bloed.
De Weduwe
2. En er was een weduwe op aarde, en zie, zij kreeg grote
bekendheid, en zij zong door het bloed van Christus. De Heere
maakte haar groot op aarde, en velen kwamen door haar tot de Heere. Maar de Heere sprak : dit is een demonisch geslacht, en ik zal veel
verdelgen. Ja, Ik zal als een strijder tegen hen optrekken, want zie, zij zijn
niet in Mijn Woord. En ik zag de Heere komen tot de
oude aarde, en tot haar gezandten, en de Heere sprak : Door zweet zal Ik u
oordelen, niet door bloed. En ik zag het zweet des Heeren,
en het bedekte hen, en op hen werd een nieuwe stad gebouwd. En ik zag visioenen
van bloed, en zie, deze waren eeuwig. En zij waren als de paradox, als dubbele
gezichten en als mozaieken en kransen, en zie, zij
waren als de narren des Heeren. En ik zag hen rijden op hoge paarden.
3. En er was een vrouw genaamd witte weduwe, en ook zij
kreeg grote macht op aarde, en zij voerde strijd tegen de narren des Heeren. En wie wijs is berekene
deze woorden, want ze gaan over een verre geschiedenis. En zo zal er een punt
in de tijd zijn waarin alles geschiedenis is. En ik zag de Heere
de tijd afsluiten als een canon. Zo zal het brood wat u eet geschiedenis zijn,
en het bloed wat u drinkt geschiedenis, en zal niemand nog een stap kunnen
maken. Ziet, alles is dan bevroren, en de vlam zal zijn des Heeren.
Waakt dan, want gij weet de tijd noch het uur waarop
deze dingen zullen geschieden.
4. En ik zag de Heere de canon van
het materiele afsluiten, en de mens werd teruggedreven tot de geest. En aan het
materiele werd niet meer toegevoegd, daar de Heere
het had afgesloten, en ziet, alles was bevroren, en alles werd tot steen, ja,
zelfs de bomen. En zo kon niemand meer van het letterlijke leven. En dit waren
de dagen waarin het duizendjarig rijk aanving. En zie,
het was een rijk van vrede. En de Heere sprak : Heeft
er dan niet genoeg bloed gevloeid ? En de Heere sloot de canon van bloed af, en zo was het duizendjarig rijk als het rijk van zweet, en de dagen van
het paradijs als het rijk van tranen. En zo werd het bloed van Perlottia verzoend, en werd de poort tot de Risgamen geopend, en haar woonplaats de Lapondria.
5. En ik zag vogels als bloedzuigers die de tabletten van
het bloed van Christus bewaakten. En ik zag zakken met geld heen en weer gaan
met ridders met grote pluizige veren op hun helmen die onderhandelden. En ziet,
zij hadden vreemde mertekenen. Zij werden genoemd de
vogels van aldebaran, de kooplieden der aarde. En ik
zag twee zegels als bevroren die de tabletten gesloten hielden, en deze zegels
hadden lange angels. En ik hoorde een stem zeggen :
Kom volg mij. En een deur ging open, en ik zag een lange trap die draaiend naar
beneden uitweek als in een spiraal. En ik zag hoe het licht van beneden afkwam.
En ik liep naar het licht toe, en kwam in een groene tuin terecht, waar vreemde
wortelen groeiden. En er waren hier hazen en konijnen en het licht had een
vreemde geur. En ik zag hoe de wortels van de stenen tabletten vastzaten in het plafond, en een hand nam hen weg. En een
man met een bijl hakte het plafond open, en de stenen tabletten vielen naar
beneden, en zij vielen in vele stukken. En de stukken werden tot sieraden, en
ik zag poorten rondom de tuin opengaan. En ik hoorde een stem zeggen : Kom binnen. En ik liep naar binnen en zag handen
aan een vreemde muur, en ook voeten. En de sieraden in de tuin werden tot
instrumenten. En door een vuur werden de instrumenten aan elkaar verbonden door
vele smeltingen en verhardingen, en ik zag ridders verschijnen en zij hadden
geen hoofden. En ik hoorde een stem zeggen : Breng mij
het zilver en het goud. En de ridders stonden op, en verzamelden schalen met
zilver en goud, en brachten hen door de poorten naar binnen. En een vrouw met een witte zijden doek begon de instrumenten schoon te maken,
en de verbindingen ertussen, en zie, het was als een carousel.
Aldus was de kermis des Heeren. En ik zag de handen
en voeten aan de muren uitgroeien tot wezens. En weer werden er vele zaken
gedaan. En ik zag grote webben verschijnen als mozaieken,
en sommige webben waren gemaakt van botten en graten. En ik hoorde een stem zeggen : Laat nu het licht schijnen.
Risgamen
1. En ik zag een nieuw betaalmiddel opkomen, en het was de
Geest die altijd al een onderpand was geweest. En zie, de Geest van Christus
was in vele stukken verscheurd, de Risgamen. En er
was een groot geween. En de Risgamen werden tot
geldstukken, en ziet, zij was als een veer. En ik zag een groot vuur komen om
de Geest te verslinden, en de Geest werd in vele veren verscheurd, en ik zag
vele verborgen en verloren risgamen, en zie, zij waren
woest.
2. En ik zag de risgamen vluchtten naar hun woonplaats Lapondria,
en zie, deze plaats was woest. En de plaats werd bewaakt door woeste vogels,
die waren als paradijsvogels. En ik zag velen die probeerden
Lapondria binnen te komen, maar zij werden aangevlogen
door de woeste vogels. En deze vogels waren als pauwen in al hun kracht, en
grote vrees viel op hen die het zagen. En deze vogels waren bloeddorstig en
honend, en sommigen droegen helmen. En ik zag Christus zitten op een hoge troon
van parels, en zie, Hij verkoos de risgamen tot een
nieuw betaalmiddel en een nieuw verbond. Zo is dan de uitverkiezing des geestes, de uitverkiezing van Lapondria,
en deze is de enige. En ik zag de risgamen tot de
stad Lapondria toegelaten worden, en zij droegen allemaal
rieten in hun handen. En deze rieten waren zeer scherp en snijdend. En zij
maakten merktekens op de muren, en kwamen volledig in de stad, doordat zij
bedekt waren met het bloed van Perlottia, en haar
merktekens droegen. En zij kwamen tot de hoge troon van Christus die van parels
was, en Christus verzoende hen. Zo gaf de Geest haar veer aan Christus als een
betaling, en zij was welkom in de stad. Zo is het dan :
door de veer betalen wij, door de risgamen. Zo houden
wij ons zuiver. En ik zag hoe Christus de risgamen
tot sieraden reeg, en ziet, zij waren als wonderlijke verhalen, en zij gaven
toegang tot de dieptes der stad. En ik zag een vuur van de sieraden afkomen dat
krachtig genoeg was om het zilver te smelten. En ik zag deuren geopend worden
tot de dieptes der aarde. En ik zag bloedbanden wegsmelten en ziet, zij werden
geofferd. Zo was dan de alverzoening des geestes, en ik zag de Geest als rivieren stromen, tot
overstroming toe. En ik zag de Aflaat des Geestes,
als een hemelse betaling, en de Geest gaf wederom haar veer aan Christus, en
ziet, zij werd gereinigd. En Christus gaf haar een wit boekje van wit leer, en
het leer bond haar. Aldus was de Canon des Geestes en
de gebondenheid. En dit was de enige gebondenheid, door de enige aflaat. En ik
zag hoe Christus Zijn Geest doopte, en ziet, zij werd wedergeboren als een
witte duif van wit vuur. Zo hebben ook wij, door de Aflaat des Geestes, door de Veer van de Geest, deel aan deze dingen.
En ik zag een poort bekleed met wit leer geopend worden, en zie, dit was de
enige poort om de stad binnen te komen. Maar de vogels die op de muren van de
stad stonden waren sluw. En zo zag ik de Risgamen tot
mede-draagster van de canon worden, de tweede, en
zuivere.
3. En ik zag de Risgamen, en zij
kreeg toegang tot de schatten der aarde, en ziet, zij was donker. En ik zag Lapondria groot worden op de aarde, en zie, zij was het
centrum van creativiteit. En in haar hadden de heiligen een plaats van rust,
maar zij werden voor enige tijd verscheurd door verwarring. En ik zag enige
heiligen in opstand komen tegen lapondria, en zij
kregen een kleed om te rusten. En na enige tijd van rust balden ze hun vuisten
tegen Lapondria, en Lapondria
bracht hen in ketenen en leidde hen tot de grote burcht. En Lapondria
sprak grote woorden van wijsheid, en ziet, zij werden haar discipelen. Maar Lapondria bespotte hen omdat zij lauw waren, en zij lokte
hen in een valstrik. En aldus was zij de sluwheid des Heeren.
En grote vrees kwam over de menigte. En zij vroegen : wie is zij
? Hoe durft zij zoiets te doen ? En zo vertrok Lapondria van de aarde en liet haar schaduw achter zich, en
zij bracht grote verwarring. En zij omhulde haarzelf
met duisternis, en bedekte haarzelf met stof. En zij maakte een reis tot de
dieptes der aarde, en vond daarin grote schatten. En zij verscheurde het goud
en het zilver, en opende grote poorten. Wie kan haar volgen ?
En zij omhulde haarzelf in wraak en grote wreedheid,
want zelfs haar trouwste volgelingen hadden tegen haar gezondigd. Wee u, oh
aarde, want Lapondria heeft groot gif tegen u bereid.
Weent daarom, oh volk, opdat u kleine genade zult vinden in haar hand, licht
als een veer.
4. En Lapondria groeide op tussen
de apen der aarde, en ziet, zij volgden haar op de voet. En zij bedekte
zichzelf met de slangen der dieptes, en offerde op de hoogtes. Zo werd zij dan
tot de duisternis des Heeren.
Talgamen
1. Zo hebt gij dan in de canon
gelezen dat er geen eeuwige verdoemenis is, en dit hebt gij gelezen in de
tweede canon, de zuivere. Zo loopt dan alle dood op vernietiging uit. Maar ik zeg u : Kent gij de geheimenissen van Radth
? Er zijn dus wel degelijk uitzonderingen op de regel. Hebt gij
dan niet gehoord dat de Heere de vijand heeft gemaakt
voor de vernietiging ? Ja, de Heere zal zijn macht
vernietigen, en zijn zonde, en zal zijn trotse bewustzijn verlagen, en doen
wegzinken in dronkenschap en slaap. Maar na deze dagen zal de Heere hem als in een geheimenis een nieuw bewustzijn geven,
en dit bewustzijn zal groeien tot in alle eeuwigheden. En deze dingen zijn
moeilijk te verstaan, en vele lieden zullen deze dingen verdraaien tot hun
eigen verderf. Kent gij de geheimenissen van de Beker
van Christus ? Ziet, deze zijn heilig, en zoals de tweede canon al had gesproken : de tweede hel zal verschrikkelijker zijn dan de
eerste. Want de eerste hel was verbonden aan een canon die onzuiver en
onwaardig was, en daardoor ongeldig. En velen hebben zich door deze geschriften
laten beangstigen. De tweede hel is echter erger dan de eerste, want alhoewel het oude bewustzijn geheel zal wegzinken, zal er
een nieuw bewustzijn opkomen. Wat dan, is God dan een pijniger ? Absoluut niet. De
Heere Heere is een God van
list en sluwheid, en brengt allereerst slaap en dronkenschap. Zo is Hij dan een
God van genade. Maar Zijn rechtvaardigheid straft de zonde.
2. Wat dan, zullen deze dingen ons dan opnieuw beangstigen ? Volstrekt niet, want gij
die in Hem blijft zijt door het bloed van Christus
zalig verklaard. Alle hel is slechts voor even in het licht van de eeuwigheid,
en weegt niet op tegen de heerlijkheid die ons geopenbaard gaat worden. Wie
zijn dan de vijanden van God ? Zij zijn door hem
gemaakt, en ziet, zij zijn eeuwig. Zo hoeft een kind des Heeren
niet bang te zijn om voor eeuwig te branden. De Beker van Christus heeft het
zelfs niet over gevallen engelen die besproken werden, want zij hebben eerst de
Heere lange tijd gediend, en waren volstrekt geen
vijanden. Maar de Beker heeft het hier over hen die als vijanden zijn gemaakt,
en zij zullen voor eeuwig branden in groeiend
bewustzijn, ja, zelfs in groeiende pijn, omdat de Heere
hen daartoe gemaakt heeft als een voorbeeld.
3. Zijn deze woorden dan niet wreed en misleidend
? Volstrekt niet. Wat weet gij van de raad des Heeren ? Er is voor een kind des Heeren
en zelfs voor een gevallen engel geen eeuwige verdoemenis, daar de ziel zich
zelf vernietigt door de zonde. Maar er zijn uitzonderingen :
namelijk hen die als de personificaties van zonde zijn gemaakt. Zij zullen
eeuwig branden, en hun oude mens zal vernietigd worden, opdat een nieuwe mens
zal opstaan, namelijk de vernederde mens. En deze vernederde mens zal voor
eeuwig een teken en een waarschuwing moeten zijn, om de heiligen te vervullen
met vrees. Zo hebben dan vele lieden de woorden van de tweede canon als een vrijkaartje
tot zonde genomen, omdat zij belust zijn op de totale vernietiging en zo denken
de eeuwige en altijddurende hel te ontlopen. Zij hebben het Woord misbruikt tot
een eigen valstrik. Hebt gij dan niet de paradox des Heeren gezien in het verschil tussen het Oude en het Nieuwe
Testament ? Zo moet gij dus op uw hoede zijn. Er is
een punt van angst waar u niet aan kunt ontkomen, en wat nodig is een grotere
vreze des Heeren op te wekken dan het eerste. Dit is
namelijk dat zij die door de Heere als vijand zijn
gemaakt zichzelf misleiden en huichelen.
4. Dit dan zijn de woorden van de Beker :
laat de vreze des Heeren het begin zijn van alle
wijsheid. Zij die gezondigd hebben tot de Vader zullen vergeven
worden, en ook zij die tegen de Zoon hebben gezondigd, en zij die tegen de
Heilige Geest hebben gezondigd, en Hem hebben gelasterd. Zelfs zij die
gezondigd hebben tegen het Bloed van Christus zullen vergeving vinden, maar zij
die de Beker van Christus hebben gelasterd door zich eraan te bezondigen hebben
geen vergeving in alle eeuwigheden. Nu niet, en in de toekomende eeuwen niet,
want het zondigen tegen de Beker van Christus is een doodzonde waartegen geen
medicijn bestaat, en waarvan geen omkeer mogelijk is. Maar troost u, geliefden,
want alleen de vijanden van God maken zich hieraan schuldig, en zij zullen tot
verschrikking zijn in alle eeuwigheden. En de rook van hun pijniging zal
opstijgen voor het aangezicht van de Beker, de Geest
en de Zoon. God dan zal zijn vijanden straffen, en ziet, zij zullen tot een
eeuwig schrikbeeld zijn. Waakt dan, want God laat niet met Zich spotten. En zo
is het dan : vreselijk is het om in de handen van de
levende God te vallen. En dan zult gij berouw en
boetvaardigheid zoeken, en het niet vinden. En angst zal u verteren wanneer gij zult bemerken dat u het heilige der heilige Gods hebt
aangeraakt.
5. Troost u geliefden : Er is geen
zonde tegen de Heilige Geest, maar de zonde tegen de Heilige Beker is des te
erger. Zoekt daarom de Heilige Beker in vreze en beven. Weet dan dat het Eeuwig
Evangelie een blijere boodschap is, maar ook een ernstigere en
verschrikkelijkere. De dagen dan zijn kwaad, en als God de zonde niet op die
manier zou straffen, dan zou de zonde nooit overwonnen kunnen worden. Ja, de Heere voert zo eeuwige overwinning over de vijand, en maakt
hem tot een eeuwig schrikbeeld. Zij zullen hun loon niet ontgaan. Daar waar de
eerste hel nog genadig was : de tweede niet meer. Maar
zij die met de Heere zijn hebben niets te vrezen.
6. Alleen door hun eeuwig lijden zullen zij neergehaald
worden, de vijanden van God. En alleen door hun groeiende pijn en bewustzijn
zullen zij loslaten datgene wat zij hebben gestolen. En God zal hen maken tot
een eeuwige afschuw.
7. En als zij u vragen : Is uw God niet wreed
? Dan zult gij antwoorden : God is een paradox.