De huidige aanbevelingen van de Hoge Gezondheidsraad voor het aandeel koolhydraten, vetten, eiwitten en alcohol

 

Home

 

De spreiding van de nutriënten die energie aanbrengen, is veelal gevat tussen een boven- en ondergrens. In sommige gevallen is er geen ondergrens. Dit houdt in dat we over geen aanwijzing beschikken dat de opname van het betreffende nutriënt noodzakelijk zou zijn en dat een geringe opname geen aanleiding moet geven tot bezorgdheid.

Opgepast: deze aanbevelingen zijn opgesteld voor populaties en zijn niet gericht op het individu. Meer specifieke aanbevelingen zijn nog niet mogelijk.

Eiwitten

·     ongeveer 10% van de totale energiebehoefte

Totaal vet

·     bovengrens: 30% van de totale energiebehoefte

Indien alle bronnen van vet in de voeding in aanmerking komen, zal een reductie van de totale vetopname tot 30% van de totale energieopname, ook helpen de opname van verzadigde vetzuren te verminderen. Momenteel zijn onvoldoende gegevens beschikbaar om een ondergrens te definiëren.

Verzadigde vetzuren

- opname niet noodzakelijk
- bovengrens: 10% van de totale energiebehoefte

Sommige verzadigde vetzuren verhogen het bloedcholesterol: zowel de totale als de LDL(= slechte)-cholesterol. (LDL: Low Density Lipoprotein)

Meervoudig onverzadigde vetzuren
(= PUFA: Poly-unsaturated Fatty Acids)

- ondergrens: 3% van de totale energiebehoefte
- bovengrens: 7% van de totale energiebehoefte

Enkelvoudig onverzadigde vetzuren

- geen bijzondere aanbevelingen

Mono-onverzadigde vetzuren, frequent gebruikt in het Mediterrane dieet, kunnen nuttig zijn bij de preventie van hart-en vaatziekten.

Cholesterol

- opname niet noodzakelijk
- bovengrens: 300 mg/dag

Het menselijk lichaam kan de hoeveelheid cholesterol, nodig voor de normale behoeften van cellen en metabolisme, zelf synthetiseren.

Totale koolhydraten

·     ondergrens: 55% van de totale energiebehoefte

Voedingsvezels

- uitgedrukt als niet-zetmeel polymere koolhydraten
(NSP: Non-Starch Polysaccharides):

· ondergrens: 9 g/1000 kcal/dag
· bovengrens: 13 g/1000 kcal/dag

- uitgedrukt als totale voedingsvezel:

· ondergrens: 15 g/1000 kcal/dag
· bovengrens: 22 g/1000 kcal/dag

Alcohol

De aanbevolen energiebehoefte veronderstelt 0% alcoholopname. Voor België is de uitdaging de gemiddelde consumptiehoeveelheid bij drinkers terug te brengen tot 4% van de totale energiebehoefte.

Water

Volwassenen hebben, in normale omstandigheden, een wateraanvoer van 2,5 liter per dag nodig (daarbij inbegrepen het water uit het voedsel) om de waterbalans in evenwicht te houden. Het volstaat dus in ons gematigd klimaat, 1,5 liter water per dag te drinken.

Bron: Voedingsaanbevelingen van de Hoge Gezondheidsraad

 

Basaal metabolisme

Het basaal metabolisme van een individu kan gezien worden als het energieverbruik dat nodig is om de basis lichaamsfuncties in stand te houden. Zo zal een volwassen individu elke minuut ongeveer 1,1 kcal verbranden om zijn lichaamsfuncties in stand te houden.
Het basale metabolisme wordt gemeten bij complete rust en varieert van persoon tot persoon, zowel binnen een bepaalde populatiegroep als tussen populatiegroepen. Baby's en kinderen hebben voor hun grootte een proportioneel hoog metabolisme door hun snelle groei en ontwikkeling. Mannen hebben over het algemeen een hoger basaal metabolisme dan vrouwen daar zij over het algemeen ook meer spieren hebben. Daar de spiermassa bij het vorderen van de leeftijd afneemt, daalt ook het basale metabolisme met de leeftijd.

 

Energieverbuik

Ter illustratie wordt hier het energieverbruik van een 25-jarige man van 65 kg bij het uitoefenen van verschillende activiteiten weergegeven:

Activiteit

kJ/min

kcal/min

Zitten

6

1,4

Staan

7

1,7

Wassen/aankleden

15

3,5

Traag wandelen

13

3,0

Doorstappen

21

5,0

Trappen lopen

38

9,0

Joggen, fietsen

21-30

5,0-7,4

Voetballen, cross-country

> 30

>7,5

 

Voeding als bron van energie en voedingsstoffen

Onze voeding is afkomstig van plantaardige en dierlijke oorsprong. De meeste van onze voedingsmiddelen echter zijn complexe producten en bestaan uit een mengeling van verschillende componenten. Zo zijn de macronutriënten (eiwitten, vetten, koolhydraten en alcohol) een bron van energie en bouwstoffen, noodzakelijk voor de groei en het onderhoud van ons lichaam. De micronutriënten (vitamines, mineralen en spoorelementen) zijn noodzakelijk voor het goed functioneren van onze lichaamsprocessen. Ook andere stoffen zonder nutritionele waarde (voedingsvezels, antioxidanten, …) zijn noodzakelijk om ons in een optimale gezondheid te houden. Onze voeding is ook onze bron van vocht, zonder het welke leven niet mogelijk zou zijn. En tenslotte bevatten onze voedingsmiddelen eveneens talrijke stoffen die de textuur, kleur, smaak, geur, … bepalen en op die wijze eten tot een waar genot maken.

Om gezond te blijven heeft ons lichaam meer dan 40 verschillende voedingsstoffen nodig.

Van sommige van deze voedingsstoffen hebben we grote hoeveelheden nodig. Deze voedingsstoffen noemen we de macronutriënten. Tot de macronutriënten behoren de eiwitten, de vetten en de koolhydraten.

De micronutriënten zijn deze voedingsstoffen die ons lichaam slechts in kleine hoeveelheden nodig heeft zoals vitamines, mineralen en spoorelementen.

Energie

Energie is de kracht gebruikt om te werken of om warmte of licht te produceren. Energie kan niet vernietigd worden, maar het kan omgezet worden van de ene vorm naar een andere vorm. Zo wordt de energie aanwezig in de chemische verbindingen in kolen bij verbranding omgezet tot warmte en licht. En de energie die in onze voeding aanwezig is, wordt omgezet in warmte en activiteit voor onze levensprocessen en de werking van het lichaam.

Van waar is energie afkomstig?
Energie komt van de zon (zonne-energie). Levende planten zijn in staat om zonne-energie om te zetten in chemische energie door een proces dat we de fotosynthese noemen. Deze chemische energie wordt aangewend om andere stoffen zoals koolhydraten, vetten en eiwitten aan te maken. Deze koolhydraten, vetten en eiwitten zijn op hun beurt energieleveranciers.

Dieren zijn niet in staat om de zonne-energie rechtstreeks om te zetten, maar ze zijn wel in staat om de chemische energie aanwezig in planten of in andere dieren te gebruiken. Dieren kunnen koolhydraten, vetten, eiwitten en alcohol verbranden (oxideren) om energie te produceren. Bij deze verbranding wordt naast energie ook koolstofdioxide en water geproduceerd. Deze energie is noodzakelijk voor:

·     Het onderhouden van de lichaamsfuncties (ademen, het hart kloppend houden, de temperatuurregeling van het lichaam en alle andere functies die het lichaam levend houden).

·     Voor actieve bewegingen (spiercontracties)

·     Voor de groei en het herstel van weefsels

Hoe meet men energie?
Energie kan gemeten worden in joules of in calorieën.

Een joule (J) kan gedefinieerd worden als de energie nodig om een gewicht van 1 kilogram (kg) over een afstand van 1 meter (m) te verplaatsen met een kracht van 1 newton (N).

Een calorie (cal) kan gedefinieerd worden als de energie nodig om 1 gram (g) water op te warmen van 14,5 graden Celsius tot !15,5 graden Celsius. Een calorie is equivalent aan 4.184 joule.

Energie in de voeding
De energie uit de voeding wordt geleverd door de aanwezige hoeveelheden koolhydraat, vet, eiwit en alcohol. De energie-inhoud van deze verschillende componenten is verschillend:

·     1 gram koolhydraat (suiker of zetmeel) levert 17 kJ ( = 4 kcal)

·     1 gram eiwit levert 17 kJ ( = 4 kcal)

·     1 gram vet levert 37 kJ ( = 9 kcal)

·     1 gram alcohol levert 29 kJ ( = 7 kcal)

De energie-inhoud van bepaalde voedingsmiddelen en dranken is afhankelijk van de aanwezige hoeveelheid vet, koolhydraat, eiwit en alcohol.

Hoeveel energie heeft een persoon nodig?
De energie die een bepaald individu nodig heeft is afhankelijk van zijn
basaal metabolisme en van zijn niveau van activiteit. Een derde van de totale energiebehoefte van een individu is voor rekening van het basaal metabolisme. Het energieverbruik is ook afhankelijk van het gewicht: hoe actiever en hoe zwaarder het individu, hoe groter het energieverbruik.

Energie-evenwicht
Energie afkomstig uit de voeding wordt in het lichaam opgeslagen als vet in vetweefsel. In geval het dieet meer energie aanbrengt dan nodig volgens het basaal metabolisme en de activiteitsgraad, wordt het teveel aan energie opgeslagen als vet en zal het individu in gewicht toenemen.

Is de soort energiebron belangrijk?
De bron van energie in het dieet is van belang. De huidige aanbevelingen van de Hoge Gezondheidsraad voor het aandeel koolhydraten, vetten, eiwitten en alcohol zijn
hier te vinden.

Koolhydraten

Koolhydraten zijn samen met vetten de belangrijkste energiebronnen van onze voeding. Een gram koolhydraat bevat 4 kcal (=17kJ). De koolhydraten worden onderverdeeld in drie groepen:

·     Monosacchariden: De monosacchariden zijn de eenvoudigste koolhydraatmoleculen. De meest voorkomende monosacchariden zijn glucose (druivensuiker), fructose (vruchtensuiker) en galactose.

·     Disacchariden: De disacchariden zijn opgebouwd uit twee monosaccharide moleculen. Tot de groep van de disacchariden behoren oa: sucrose (suiker) (glucose & fructose), lactose (melksuiker) (glucose & galactose) en maltose (moutsuiker)(glucose & glucose).

·     Polysacchariden: De polysacchariden (ook gekend onder de term complexe koolhydraten) zijn samengesteld uit meerdere monosaccharide moleculen (meestal glucose). Voorbeelden van polysacchariden zijn zetmeel en glycogeen.

 

Vetten

Vetten zijn een geconcentreerde bron van energie. 1 gram vet levert het lichaam 9 kcal ( = 37 kJ). Vetten zijn samengesteld uit glycerol en vetzuren. Vetzuren zijn een aaneenschakeling van koolstofatomen met aan de ene zijde van de koolstofketen een methylgroep (CH3) en aan de andere zijde een zuurgroep (COOH).

Indien het vetzuur een maximaal aantal waterstofatomen (H) bevat dan spreekt men van een verzadigd vetzuur.

Indien echter sommige van de waterstofatomen ontbreken en vervangen zijn door een dubbele binding dan spreekt men van een onverzadigd vetzuur. In het geval slechts één dubbele binding aanwezig is spreekt men van een enkelvoudig of mono-onverzadigd vetzuur. Poly-onverzadigde vetzuren (ook gekend onder de term meervoudig onverzadigde vetzuren) bevatten meerdere dubbele bindingen.

Bij poly-onverzadigde vetzuren kunnen de resterende waterstofatomen op verschillende plaatsen aanwezig zijn. Afhankelijk van de plaats van de waterstofatomen spreekt men van cis of trans poly-onverzadigde vetzuren.


Het soort vet is afhankelijk van de types vetzuren waaruit de triglyceriden zijn opgebouwd. Alle vetten bevatten zowel verzadigde als onverzadigde vetzuren. Men spreekt van verzadigde en onverzadigde vetten in functie van het aandeel van verzadigde en onverzadigde vetzuren in het vet. Zo wordt boter geklasseerd als verzadigd vet omdat het meer verzadigde dan onverzadigde vetzuren bevat. De meeste plantaardige oliën worden omschreven als onverzadigde vetten omdat ze rijk zijn aan enkelvoudig of meervoudig onverzadigde vetzuren.

Als ruwe richtlijn kan men stellen dat verzadigde vetten bij kamertemperatuur gestold (vast) zijn en hoofdzakelijk van dierlijke oorsprong zijn. Plantaardige vetten zijn meestal onverzadigd en zijn vloeibaar bij kamertemperatuur. Grote uitzonderingen op deze regel zijn palmolie en kokosolie die een hoog percentage verzadigde vetzuren bevatten.

Essentiële vetzuren
Essentiële vetzuren zijn vetzuren die niet (voldoende) door het lichaam kunnen aangemaakt worden en die via de voeding dienen opgenomen te worden.
3-vetzuren (oa: -linoleenzuur, eicosapentaeen (EPA) zuur en docosahexaeen zuur (DHA)) en 6-vetzuren (linolzuur en arachidonzuur) zijn essentiële vetzuren. 3-vetzuren kunnen gesynthetiseerd worden door chloroplasten in plankton en planten.
De voornaamste bronnen van
3-vetzuren zijn:

·     vette vis

·     groene groentes

·     noten

·     vlaszaad

·     lijnzaad

·     walnootolie

·     sojabonen

·     schelpdieren

Mensen kunnen EPA en DHA uit a-linolzuur vormen. Vooral EPA en DHA hebben een belangrijk effect op de menselijke gezondheid (bloeddruk, cholesterolgehalte, ontstekingsziektes).

 

Home

 

Eiwitten

Een derde belangrijke groep van macronutriënten zijn de eiwitten. Eiwitten zijn energieleveranciers, maar hun belangrijkste rol is de aanbreng van aminozuren die de groei bevorderen (bij kinderen) en die noodzakelijk zijn om lichaamsweefsels te herstellen. 1g eiwit levert 4kCal (= 17kJ).

Eiwitten zijn opgebouwd uit aminozuren. Aminozuren zijn stoffen die opgebouwd zijn uit koolstof (C), zuurstof (O), stikstof (N) en die occasioneel ook zwavelmoleculen (S) kunnen bevatten.

R staat voor de restgroep en is verschillend voor elk aminozuur. Plantaardig en dierlijk eiwit bestaat uit een twintigtal verschillende aminozuren. De aminogroep van een aminozuur kan zich binden aan de zuurgroep van een ander aminozuur met een peptidebinding. Een typisch eiwit bevat 500 of meer aminozuren. Niet alleen de aaneenschakeling van aminozuren, maar ook de ruimtelijke structuur van het eiwit is bepalend voor zijn functie.

Onze spijsvertering zorgt ervoor dat het eiwit afgebroken wordt tot de individuele aminozuren. Deze aminozuren worden geabsorbeerd door het lichaam en worden gebruikt om nieuwe eiwitten in het lichaam aan te maken. Ons lichaam is in staat om sommige aminozuren zelf aan te maken vertrekkende van andere aminozuren. Het lichaam kan echter niet alle nodige aminozuren aanmaken, zodat een bepaald aantal (8) aminozuren via de voeding moet worden aangebracht.De 8 essentiële aminozuren zijn:

·     leucine

·     isoleucine

·     valine

·     teonine

·     methionine

·     fenylalanine

·     tryptofaan

·     lysine

Bij kinderen zou het lichaam ook niet in staat zijn om het aminozuur histidine in voldoende mate aan te maken.
Alle dierlijke en plantaardige cellen bevatten eiwitten. Naast de hoeveelheid eiwit is de kwaliteit van het eiwit van belang. Eiwitten die een hoog gehalte essentiële aminozuren bevatten hebben een hoge biologische waarde (kwaliteit). Algemeen hebben dierlijke eiwitten een hogere biologische waarde dan plantaardige eiwitten. Een uitzondering op deze regel is het soja-eiwit dat een hoge biologische waarde heeft.

Water

Opname van voldoende water is levensnoodzakelijk. Een individu kan gedurende een 50-tal dagen overleven zonder eten, maar kan slechts enkele dagen overleven zonder water.

Het menselijk lichaam bestaat hoofdzakelijk uit water (ongeveer 60% van het lichaamsgewicht is water). Alle biologische reacties vinden plaats in ons lichaamsvocht. De osmotische druk en de concentratie aan opgeloste moleculen en elektrolyten moet relatief constant blijven voor een optimaal functioneren van het lichaam. Afwijkingen in deze concentraties moeten gecorrigeerd worden door te drinken, door de productie van urine of door te zweten.

In onze noordelijke landen hebben we dagelijks ongeveer 2 liter vocht nodig. Bij hoge temperaturen of bij zware fysieke inspanningen hebben we nog meer vocht nodig. Het nodige vocht is hoofdzakelijk afkomstig van wat we drinken.

Alcohol

Alcohol (ethanol) is een substantie samengesteld uit koolstof (C), waterstof (H) en zuurstof (O). Het wordt geproduceerd bij de fermentatie van suikers door gisten. Tijdens het fermentatieproces voeden de gisten zich met suiker en produceren ze alcohol en gas (CO2) als bijproduct.
De energie inhoud van alcohol is hoger dan de energie inhoud van suikers. 1 gram alcohol levert 7 kcal (= 29 kJ).

Na de opname wordt alcohol snel geabsorbeerd (uit maag en darm) en verspreid over het lichaam (inclusief de hersenen). Vooraleer alcohol kan afgebroken worden in de lever stijgt het alcoholgehalte in het bloed. Deze stijging veroorzaakt een vermindering van het redeneervermogen en een verstoring van de coördinatie en de motoriek. Als het alcoholgehalte in het bloed stijgt tot 100 mg alcohol per 100 ml bloed zullen intoxicatieverschijnselen optreden. De snelheid waarmee alcohol kan worden afgebroken is afhankelijk van de leeftijd, het geslacht, het lichaamsgewicht en de grootte van de lever

Vitamines

Vitamines zijn complexe organische stoffen die we nodig hebben voor de regeling van biologische processen in het lichaam. Algemeen volstaat de opname van enkele milligrammen (mg) of microgrammen (mg) per dag. Vitamines zijn uiterst noodzakelijk voor een goede gezondheid. Vitamines (met uitzondering van vitamine D) kunnen niet door ons lichaam worden aangemaakt en dienen dus via de voeding opgenomen te worden. In totaal zijn er 13 vitamines bekend.

De functies van vitamines in ons lichaam variëren. Soms zijn ze actief als co-factoren bij enzymatische reacties, soms zijn het antioxidanten en vitamine D is een prehormoon.

Wanneer het lichaam niet over voldoende vitamines beschikt ontstaan er ziekteverschijnselen die gedeeltelijk kunnen verdwijnen als het gebrek is opgelost. Tekorten aan vitamines zijn vaak echter niet duidelijk, maar eerder sluimerend. Pas in een laat stadium word je echt ziek. Hoeveel vitamines je nodig hebt wordt door verschillende factoren bepaald. Zwangerschap en bepaalde ziektes verhogen de behoefte aan bepaalde vitamines, terwijl sommige medicijnen de werking van vitamines kunnen onderdrukken.

Men kan echter ook teveel vitaminen opnemen. In dat geval treden vergiftigingsverschijnselen op. Een vitaminevergiftiging komt vrijwel alleen voor bij vetoplosbare vitaminen, daar die moeilijker uitgescheiden worden. Een teveel aan water oplosbare vitaminen plast men in normale omstandigheden weer uit.

Vitamines worden opgedeeld in twee groepen nl.:

·     Vetoplosbare vitaminen: vitamine A, D, E en K

·     Wateroplosbare vitaminen: alle andere vitaminen (B-groep en C)

Vitamine A

Vitamine A (retinol) is noodzakelijk voor de groei en de ontwikkeling. Een tekort aan vitamine A kan zich uiten in een slecht zicht bij schemerdonker en in extreme gevallen in blindheid.
Vitamine A komt voor onder twee verschillende vormen. Als retinol in voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong en als carotenoïden (vb. beta-caroteen) in plantaardige voedingsmiddelen. beta-caroteen kan door het lichaam omgezet worden in retinol (6g beta-caroteen levert 1g retinol).
Te veel vitamine A is toxisch voor de foetus, vandaar dat zwangere vrouwen zich steeds aan de voorgeschreven dosis moeten houden wanneer ze supplementen zouden gebruiken.
De voornaamste bronnen van vitamine A zijn:

·     Lever

·     Volle melk

·     Boter

·     Kaas

Carotenoïden vindt men in:

·     Wortelen

·     Donkergroene bladgroenten

·     Oranjekleurig fruit

Vitamine D

Vitamine D (calciferol) wordt in de lever omgezet tot een actieve vorm en wordt in de nieren omgevormd tot een hormoon dat de absorptie van calcium ter hoogte van de ingewanden controleert. Vitamine D kan aangemaakt worden door de inwerking van ultravioletstralen op de huid. Dit is voor de meeste mensen de voornaamste bron van vitamine D daar weinig voedingsmiddelen vitamine D bevatten.

Een tekort aan vitamine D kan bij kinderen skeletdeformaties veroorzaken en bij volwassenen kan dit de oorzaak zijn van pijn en spierzwakte (osteomalacie)

Vitamine E

Vitamine E is de verzamelnaam van een groep organische verbindingen, tocoferolen genaamd. a-tocoferol is het meest actieve vitamine E. Vitamine E is een antioxidant die de oxidatieve beschadiging van vetten in de celwanden tegengaat.

Vitamine K

Vitamine K is aanwezig in voeding van plantaardige en dierlijke oorsprong. Vitamine K kan ook worden aangemaakt door bacteriën die aanwezig zijn in de darmen. Vitamine K is noodzakelijk voor de bloedstolling.

Vitamine C

Vitamine C (ascorbinezuur) is noodzakelijk voor de vorming van bindweefsel en het bevordert de opname van ijzer afkomstig van plantaardige bronnen.
In stressomstandigheden verbruikt het lichaam meer vitamine C.
Door zijn antioxidatieve werking zou vitamine C ook een beschermende rol kunnen spelen bij bepaalde kankers en hart- en vaatziekten.

B-vitaminen

De wateroplosbare B-vitaminen hebben voornamelijk een functie als co-factor (hulpstof) bij tal van enzymreacties in het koolhydraat-, eiwit- en vetmetabolisme en zijn daarmee onder andere van belang voor het vrijmaken van energie uit de voeding en de vorming van bouwstenen voor lichaamsweefsel. De B-vitamines zijn onderverdeeld in:

·     Vitamine B1
Vitamine B1 (thiamine) is noodzakelijk voor de omzetting van koolhydraten in energie. Een tekort aan vitamine B1 veroorzaakt zenuwaandoeningen (vb. beri-beri). Voornamelijk volle granen, noten en vlees zijn een bron van vitamine B1.

·     Vitamine B2
Vitamine B2 (riboflavine) is noodzakelijk voor de omzetting van koolhydraten, vetten en eiwitten in energie. Melk en zuivelproducten zijn een voorname bron.

·     Niacine of nicotinezuur (soms ook vitamine B3 genoemd)
Niacine of nicotinezuur is aanwezig in de meeste voedingsmiddelen en kan eveneens door het lichaam aangemaakt worden uit tryptofaan (een aminozuur). Niacine speelt een rol bij de regeling van de hoeveelheid bloedlipiden (vetten in het bloed).

·     Pantotheenzuur (soms ook vitamine 5 genoemd)
Pantotheenzuur is een bouwsteen van een van de belangrijkste enzymen, het co-enzym-A. Dit enzym speelt een rol bij de stofwisseling van de koolhydraten. Daarnaast is het betrokken bij de vorming van cholesterol en bepaalde hormonen. Vitamine B5 komt vrijwel in alle voedingsmiddelen voor.

·     Vitamine B6
Vitamine B6 (pyridoxine) speelt een rol de omzetting van proteïnen. Rundvlees, kip en vis zijn rijk aan vitamine B6.

·     Biotine (soms ook vitamine B8 of vitamine H genoemd)
Over biotine is relatief weinig gekend. Het speelt een rol bij de omzetting van aminozuren en vetzuren als bij de vorming van ureum. Vitamine B8 speelt ook een rol bij het gezond houden van huid en haar. Bloemkool, chocolade, eieren, noten en melk zijn leveranciers van vitamine B8.

·     Foliumzuur (soms ook vitamine B9 of vitamine M genoemd)
Foliumzuur is van belang bij de aanmaak van rode bloedcellen. Een tekort aan foliumzuur tijdens de zwangerschap speelt een rol bij de ontwikkeling van neuraalbuis defecten (vb. open rug) bij de foetus.

·     Vitamine B12
Vitamine B12 (cobalamine) is noodzakelijk bij de aanmaak van bloedcellen en zenuwweefsel. Vitamine B12 vindt men enkel in dierlijke producten. Dit kan een probleem zijn voor veganisten, hoewel tekorten zeldzaam zijn.

Biologische beschikbaarheid, absorptie en verlies van vitamines

De biologische beschikbaarheid van vitamines is de beschikbaarheid van het vitamine om geabsorbeerd en omgezet te worden in het lichaam. Deze beschikbaarheid wordt beïnvloed door verschillende factoren. Zo kan de absorptie van vitamine A, D en E gehinderd worden door ijzer, koper en magnesium, terwijl de absorptie van vitamine B12 bevorderd wordt door de aanwezigheid van foliumzuur.
De hoeveelheid van een bepaalde vitamine die door een individu geabsorbeerd wordt is afhankelijk van de nood, de individuele mogelijkheid om nutriënten te absorberen, de beschikbare hoeveelheid en van andere componenten van het dieet.
Sommige vitamines zijn gevoelig voor beschadiging door hitte, licht, oxidatie, enzymen en mineralen. Bepaalde van deze verliezen kunnen optreden tijdens de verwerking, de bereiding en de bewaring van voedingsmiddelen. Om deze verliezen te compenseren worden soms vitamines terug toegevoegd aan bewerkte voedingsmiddelen. Men spreekt dan van "restauratie".

In bepaalde omstandigheden echter, kan de aanbreng van vitaminen, mineralen en spoorelementen via de voeding niet voldoende zijn om te voorzien in de dagelijkse behoefte. Dit is voornamelijk het geval wanneer een hogere nutriëntopname vereist is of wanneer de dagelijkse inname van nutriënten te laag is door een slecht voedingspatroon. Tot de groepen waarvoor de vitaminevoorziening mogelijk aan de marginale kant is behoren onder meer kinderen, zwangere vrouwen en ouderen, maar ook macrobiotisch gevoede kinderen, rokers, mensen met een hoog alcoholgebruik, veganisten en mensen met een slechte eenzijdige eetgewoonte. Een dergelijke marginale vitaminestatus kan men enkel via bloed- en/of urineonderzoek aantonen en kan zich uiten in aspecifieke klachten zoals vermoeidheid en lusteloosheid. In dergelijke gevallen kan het opnemen van "verrijkte" voedingsmiddelen en/of voedingssupplementenhet het tekort aan vitaminen verhelpen.

Mineralen

Mineralen zijn anorganische substanties die noodzakelijk zijn voor het goed verlopen van de stofwisseling. De meeste komen in hele kleine hoeveelheden voor (4% van ons lichaam bestaat uit mineralen). Mineralen vervullen verschillende functies zoals o.a.:

·     Vorming van beenderen en tanden

·     Essentiële bestanddelen van lichaamsvocht (elektrolyten)

·     Componenten van enzymsystemen, weefsels, hormonen

Sommige mineralen hebben we in grotere hoeveelheden nodig dan andere, deze noemen we de macro-elementen. Tot de macro-elementen behoren:

·     Calcium (Ca)
Calcium is het voornaamste bestanddeel van hydroxyapatite, het voornaamste mineraal in de beenderen en in de tanden. Calcium speelt tevens een rol in talrijke metabole functies zoals de bloedstolling, spiercontracties, de aanmaak van hormonen en de membraandoorlaatbaarheid. De opname en de excretie van calcium worden gecontroleerd door vitamine D. Het calcium aanwezig in plantaardige voedingsmiddelen is vaak niet beschikbaar voor het lichaam omdat het gebonden is door phytaten en oxalaten. Het calcium aanwezig in zuivelproducten is wel goed opneembaar (beschikbaar) voor het lichaam.

·     Chloor (Cl)
Chloor is onder de vorm van HCL een belangrijk deel van maagzuur. Chloor staat eveneens in voor het regelen van de zuurtegraad van het bloed en het op peil houden van het bloedvolume. De belangrijkste bron van Chloor in onze voeding is keukenzout (NaCl).

·     Fosfor (P)
Fosfor is aanwezig in alle dierlijke en plantaardige cellen. In het lichaam is 80% van de hoeveelheid fosfor aanwezig onder de vorm van calciumzouten in het skelet en in de tanden. Fosfor speelt eveneens een rol als co-factor bij bepaalde enzymatische reacties. Fosfor in aanwezig in veel verschillende voedingsmiddelen.

·     Magnesium (Mg)
Magnesium is aanwezig in praktisch alle lichamelijke weefsels inclusief de beenderen. Op celniveau speelt magnesium een rol bij het energietransport. Magnesium is aanwezig in chlorofyl, het groene pigment van planten.

·     Natrium (Na)
Natrium helpt het gehalte lichaamsvocht te regelen en is eveneens betrokken bij het energieverbruik en bij zenuwfuncties. Tijdens grote inspanningen gaan grote hoeveelheden natrium verloren via het zweet. Vochtinname onder de vorm van rehydratiedranken met natrium is dan aangewezen. Het zelfde fenomeen treedt op bij diarree. In dat geval zijn natrium en glucose noodzakelijk voor de darm om vocht terug te kunnen opnemen. De meeste rauwe producten bevatten uiterst weinig natrium. Tijdens het productieproces of tijdens de bereiding of de maaltijd wordt soms zout (NaCl) toegevoegd.

·     Kalium (Ka)
Kalium is aanwezig in lichaamsvocht en is essentieel voor het functioneren van de cellen (inclusief de zenuwcellen). Kalium is voornamelijk aanwezig in groenten en fruit.

·     Zwavel (S)
Zwavel is een bestanddeel van talrijke stoffen die het lichaam gebruikt. Zwavel wordt echter niet rechtstreeks door het lichaam gebruikt. Zwavel komt voor in eiwitten waar het een stabiliserende functie heeft. Zwavel is hoofdzakelijk terug te vinden in eiwitrijke producten.

Andere mineralen, de spoor- of oligo-elementen genaamd, hebben we slechts in zeer kleine hoeveelheden nodig. Niet tegenstaande het feit dat deze spoorelementen slechts in zeer kleine hoeveelheden nodig zijn, zijn ze daarom niet minder belangrijk voor het optimaal functioneren van het lichaam. Tot de spoorelementen rekenen we:

·     Koper (Cu)
Koper is betrokken bij verscheidene enzymreacties en bij de vorming van rode bloedcellen Het is eveneens een onderdeel van het donkere pigment van huid en haar.

·     Jodium (I)
Jodium is noodzakelijk voor de aanmaak van schildklierhormonen. De schildklierhormonen staan in voor de metabolische functies in ons lichaam. Het jodiumgehalte van voedingsmiddelen is afhankelijk van het jodiumgehalte in het milieu (in de grond en het water). De enige bronnen rijk aan jodium zijn zeevruchten. In sommige landen wordt het zout en/of het brood verrijkt met jodium. In België is dit niet het geval ondanks het feit dat de jodiuminname marginaal is.

·     Ijzer (Fe)
IJzer is noodzakelijk bij de aanmaak van haemoglobuline in rode bloedcellen dat instaat voor het transport van zuurstof door het lichaam. IJzer is eveneens een bouwsteen van myoglobuline dat zich in de spieren bevindt. Men vindt ijzer voornamelijk in dierlijke producten, zoals rood vlees. Ook (blad-)groenten bevatten ijzer, maar dat is meestal niet beschikbaar omdat het gebonden is aan andere stoffen. Popeye werd dus niet echt sterk van spinazie!

·     Chroom (Cr)
Chroom speelt een rol bij de goede werking van insuline, het hormoon dat de bloedsuikerspiegel controleert.

·     Mangaan (Mn)
Mangaan heeft een rol bij de werking van verteringsenzymen.

·     Kobalt (Co)
Kobalt is een onderdeel van vitamine B12.

·     Fluor (F)
Fluor ondersteund de mineralisatie van de beenderen en beschermd de tanden tegen bederf (cariës). Fluor is voornamelijk aanwezig in water. Te veel fluor is schadelijk voor de tanden en de beenderen.

·     Zink (Zn)
Zink is een bestanddeel van verschillende enzymen en is nodig voor de groei, het herstel van cellen en voor de regeling van de seksuele maturiteit. Zink, aanwezig in verschillende voedingsmiddelen, maar wordt best geabsorbeerd uit vlees. Het zink aanwezig in plantaardige voedingsmiddelen kan vaak niet door het lichaam worden opgenomen, daar het gebonden is aan fytaten.

·     Tin (Sn)
Tin speelt een rol bij de vorming van eiwitten in het lichaam.

·     Selenium (Se)
Selenium is een component van verschillende enzymen die het lichaam beschermen tegen oxidatie.

·     Silicium (Si)
Silicium is een bestanddeel van de enzymen die instaan voor de vorming van botcomponenten.

·     Vanadium (V)
Vanadium speelt een rol bij de botvorming en bij de opbouw van het gebit.

Bioactieve stoffen

Onze voeding bevat naast de talrijke nutriënten ook veel stoffen met functionele eigenschappen, die eveneens nuttig zijn voor onze gezondheid. Dergelijke stoffen zoals voedingsvezels, antioxidanten, … worden ook in voedingsmiddelen aangetroffen. De voedingswetenschap heeft het afgelopen decennium een grote vooruitgang geboekt bij onderzoek naar dergelijke bioactieve stoffen.

Voedingsvezels

Vezel is de term die gebruikt wordt voor het aanduiden van een mengsel van substanties, meestal complexe koolhydraten, die niet verteerd kunnen worden in de menselijke dunne darm, maar die ter hoogte van de dikke darm door bacteriën gefermenteerd worden. Voorbeelden zijn cellulose en pectine. Lignine, wat geen koolhydraat is, wordt echter ook vaak tot de groep van de vezels gerekend. Inuline is een voedingsvezel uit chichorij. Omwille van het bifidogeen effect ervan (= stimulering van de bifidobacteriën in de darm) worden deze vezels ook wel "prebiotica" genoemd.

Antioxidanten

Antioxidanten zijn een belangrijke groep van bioactieve stoffen. Het zijn stoffen die verhinderen dat vrije zuurstofradicalen in het lichaam schade veroorzaken. Zuurstofradicalen worden tijdens metabolische processen in ons lichaam gevormd en spelen een belangrijke rol in de fysiologie. Ze zijn echter ook zeer reactief en kunnen schade toebrengen aan o.a. erfelijk materiaal (DNA), vetten en eiwitten. Het lichaam beschikt over een beschermend systeem tegen dergelijke schade, waarin ook antioxidanten een rol spelen. Wanneer echter teveel zuurstofradicalen gevormd worden, kan het beschermend systeem de oxidatieve schade niet meer voorkomen, wat het ontstaan van kanker, hart- en vaatziekten, staar en veroudering kan bevorderen.

Andere bioactieve stoffen

Naast antioxidanten zijn er nog verschillende andere bioactieve stoffen geïdentificeerd die werkzaam zouden zijn bij de preventie van chronische ziektes zoals kanker en hart- en vaatziektes. Sommigen zijn actief als antioxidant maar kunnen ook een effect hebben op de bloedstolling en op de verlaging van het serumcholesterolgehalte. Tot de groep van bioactieve stoffen behoren oa.:

·     Carotenoïden

·     Glucosinolaten

·     Fyto-oestrogenen

·     Organosulfiden

·     Terpenoïden

Bioactieve stoffen komen verspreid voor in plantaardige producten. De chemie van bioactieve stoffen in voedingsmiddelen is nog beperkt gekend. Dit maakt dat bijkomend onderzoek nodig is naar de precieze werkingsmechanismen, de precieze inname, de biobeschikbaarheid, het metabolisme en het gezondheidsbeschermende effect van afzonderlijke bioactieve stoffen.

Probiotica
Een andere groep van bestanddelen die men soms aan voedingsmiddelen en in het bijzonder aan verse zuivelproducten toevoegt, zijn probiotica. Hieronder worden zogenaamde "goede" bacteriën verstaan, zoals bifidobacteriën en lactobacillen, die een beschermend effect hebben in de darm doordat ze de groei van "slechte" bacteriën verhinderen.

Voedingsmiddelen op maat

Er bestaan een hele reeks voedingsmiddelen die beantwoorden aan de vraag en de noden van specifieke doelgroepen. Door het groeiende besef bij de consumenten van het bestaan van een relatie tussen de voedingsgewoontes enerzijds en de gezondheid anderzijds, is de vraag naar specifieke producten sterk toegenomen. Zo kan men voedingsmiddelen vinden met een verhoogd gehalte aan vitaminen en mineralen, een verlaagd vet en/of suikergehalte, een verhoogd gehalte aan vezels, een verlaagd zoutgehalte, een verlaagde calorie-inhoud, toegevoegde bioactieve bestanddelen, pre- en probiotica, …

Voedingsmiddelen bestemd voor bijzondere voeding

Voor de meeste gezonde individuen met een gevarieerd en evenwichtig dieet, rijk aan groenten en fruit, is de aanbreng van vitaminen en mineralen voldoende.

In bepaalde omstandigheden echter, kan de aanbreng van vitaminen, mineralen en spoorelementen via de voeding niet voldoende zijn om te voorzien in de dagelijkse behoefte. Dit is voornamelijk het geval wanneer een hogere nutriëntopname vereist is of wanneer de dagelijkse inname van nutriënten te laag is. Tot de groepen waarvoor de vitaminevoorziening mogelijk aan de marginale kant is behoren onder meer bepaalde bevolkingsgroepen, zoals zuigelingen en kinderen, zwangere vrouwen, sporters en personen met een aandoening of ziekte. De voedingsmiddelen die in het bijzonder voor deze groepen worden gemaakt, waaronder zuigelingenvoedingen, baby- en kindervoeding, sportvoeding, dieetvoeding, medische voeding, sondevoeding, etc dienen te voldoen aan een specifieke wetgeving en worden ook wel "voedingsmiddelen bestemd voor bijzondere voeding" genoemd.

Verrijkte voedingsmiddelen en voedingssupplementen

Maar ook voor de normale bevolking kan de aanbreng van vitamines en micro-nutriënten aan de marginale kant zijn. Dit is in het bijzonder zo voor ouderen, maar ook macrobiotisch gevoede kinderen, rokers, mensen met een hoog alcoholgebruik, veganisten en mensen met een slechte eenzijdige eetgewoonte. Een dergelijke marginale vitaminestatus kan men enkel via bloed- en/of urineonderzoek aantonen en kan zich uiten in aspecifieke klachten zoals vermoeidheid en lusteloosheid.

Resultaten van recente studies zouden aangeven dat een opname van bepaalde nutriënten boven de aanbevolen hoeveelheden de kans op bepaalde ziektes zou reduceren. De wetenschappelijke tijdschriften staan de laatste jaren vol van artikels over de mogelijke preventieve werking van bepaalde vitamines bij het ontstaan van kanker en hart- en vaatziekten. Er zijn duidelijke aanwijzingen dat deze vitamines kunnen beschermen tegen bepaalde chronische ziektes. Het duurt echter vaak vele jaren vooraleer een eerste aanwijzing over een gunstig effect kan omgezet worden in een wetenschappelijk bewijs. Het belang van foliumzuur inzake een verminderde kans op neuraalbuisdefecten (open rug) bij de foetus is hiervan een mooi voorbeeld. Pas twintig jaar na de eerste aanwijzigen over dit effect werden campagnes gestart om de bevolking hierover in te lichten.

Om een tekort aan vitaminen en mineralen te verhelpen of om extra vitamines op te nemen kan men beroep doen op voedingsmiddelen verrijkt met vitamines en/of mineralen of op voedingssupplementen.

Functionele voeding

Een bijzondere groep binnen de levensmiddelen 'op maat' zijn de zogenaamde functionele voedingsmiddelen ('functional foods'). Het zijn voedingsmiddelen die door hun samenstelling een positief effect kunnen hebben op de fysiologische functies bij de mens en op de gezondheid wanneer ze geconsumeerd worden als onderdeel van de dagelijkse voeding. Een functioneel voedingsmiddel kan een natuurlijk voedingsmiddel zijn, of een voedingsmiddel waaraan een bioactieve component is toegevoegd of waarin de concentratie van een actieve component is verhoogd, of een product waarin een component met een negatief fysiologisch effect is verwijderd. Een aantal van de bioactieve componenten die vandaag reeds aanwezig zijn in functionele voedingsmiddelen zijn o.a.:

·     probiotica
probiotica zijn levende micro-organismen die de maag en dunne darm overleven, en die selectief en gunstig inwerken op de darmflora en/of de darmfunctie. Voorbeelden van probiotica zijn Bifidusbacteriën en Lactobacillus soorten die gebruikt worden in gefermenteerde zuivelproducten.

·     prebiotica
prebiotica zijn bestanddelen (geen micro-organismen!) in de voeding die resistent zijn tegen menselijke verteringsenzymen en die selectief en positief de groei en/of de activiteit van micro-organismen in de dikke darm beïnvloeden. Voorbeelden van prebiotica zijn o.a. inuline, oligofructose, en lactulose.

·     synbiotica
een combinatie van pro- en prebiotica vormen een vrij recente reeks van (functionele) gefermenteerde zuivelproducten. Het prebioticum zou naast de normale prebiotische werking tevens kunnen bijdragen tot het verbeteren van de maag-dunne darm transit van het probioticum.

·     Essentiële vetzuren
Essentiële vetzuren (zoals w3-vetzuren) hebben een belangrijk effect op de menselijke gezondheid (bloeddruk, cholesterolgehalte, ontstekingsziektes). w3-vetzuren kunnen toegevoegd worden aan verschillende voedingsmiddelen oa.:melk, margarine en kaas. Via een speciale voeding voor de kippen wordt het w3-vetzuur gehalte in eieren verhoogd.

·     Planten sterolen en stanolen
Plantensterolen en stanolen hebben een cholesterolverlagende werking en leveren een bijdrage aan de preventie van hart- en vaatziekten. Ze worden o.a. toegevoegd aan smeermargarines.

De voedingswetenschap evolueert van een 'adequate voeding' naar een 'optimale voeding'. Naarmate onze kennis over specifieke componenten van planten en de exacte werking van nutriënten toeneemt, wordt het meer en meer mogelijk om levensmiddelen 'op maat' te maken als antwoord op specifieke behoeften van bepaalde bevolkingsgroepen.

Verrijkte voedingsmiddelen, voedingssupplementen en functionele voedingsmiddelen mogen dan wel recente aanwinsten zijn, die gezondheidsvoordelen leveren, het is evenzeer belangrijk te onderstrepen dat het geen mirakeloplossingen zijn om een ongezonde levenstijl te compenseren. Ze kunnen slechts een positieve bijdrage leveren aan de gezondheid binnen het kader van een gevarieerd voedingspatroon en actieve gezonde levensstijl.

Voedingsaanbevelingen

Onze voedingsbehoeften zijn persoonlijk. Afhankelijk van ons gewicht, onze lengte, ons geslacht en onze fysieke activiteit kunnen onze behoeften aan energie en voedingsstoffen iets meer of minder groot zijn. Een opgroeiende adolescent die aan sport doet, heeft andere noden dan een zwangere vrouw of een oudere man met weinig fysieke activiteit.

Elk individu heeft dus specifieke voedingsbehoeften die in de loop van zijn leven trouwens zullen wijzigen. Toch kan men per bevolkingscategorie gemiddelden bepalen die als referentie dienen om onze eigen specifieke behoeften te berekenen.

Organisaties zoals het Amerikaanse Nutrition Research Council hebben een lange traditie in het opstellen van voedingsaanbevelingen, de zogenaamde RDA's (Recommended daily Allowances; dagelijks aanbevolen hoeveelheden). Ook het Europese Wetenschappelijk Comité voor de Menselijke voeding en de Belgische Nationale Raad voor de voeding hebben dergelijke aanbevelingen opgesteld.

Deze aanbevelingen zijn voedingsadviezen die per bevolkingscategorie in cijfers uitdrukken hoeveel voedingsstoffen een gemiddelde Belg moet opnemen om optimaal te functioneren. Voor eiwitten, koolhydraten, vetten en voedingsvezels worden de behoeftes in gram (g) uitgedrukt, voor de vitamines en mineralen in milligram (mg = 1000 maal kleiner) en microgram (mg = 1000 maal kleiner dan mg). Voor vitamines en mineralen spreken de aanbevelingen van "Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheden" (ADH), die aangeven welke hoeveelheden de meerderheid van de bevolking elke dag nodig heeft. In de etikettering van voedingsmiddelen waaraan nutriënten zijn toegvoegd, staat vaak vermeld hoeveel % van deze ADH het voedingsmiddel aanbrengt. Een kopie van de meest recentste Belgische voedingsaanbevelingen kan u hier vinden.

Het respecteren van de voedingsaanbevelingen mag geen obsessie worden. Maar het staat vast dat systematisch te veel, te weinig of slecht eten een slechte werking van ons lichaam tot gevolg zal hebben. Er bestaat overigens geen enkel product (met uitzondering van moedermelk) dat alle voedingsstoffen in voldoende grote hoeveelheden bevat. Om ons evenwichtig te voeden moeten we variatie in onze dagelijkse voeding aanbrengen.

De socio-culturele en culinaire verschillen in Europa en de rest van de wereld tonen aan dat er vele manieren zijn om te komen tot een uitgebalanceerde en evenwichtige inname van voedingsstoffen en andere voedingscomponenten, in lijn met de locale gewoonten, tradities en beschikbare voedingsmiddelen.

Deze voedingsaanbevelingen zijn in vele landen omgezet en vertaald in voedingsmiddelen. Om ons evenwichtig te voeden moeten we afwisseling aanbrengen in onze dagelijkse voeding. We kiezen voedingsmiddelen uit verschillende voedingsgroepen. De voedingsmiddelen worden ingedeeld in grote groepen, op basis van de belangrijkste voedingsstof(fen) die ze aanbrengen. De grote klassen zijn:

·     De groep van graan- en zetmeelproducten
Deze groep bevat voedingsmiddelen die rijk zijn aan zetmeel. Ze leveren ook eiwitten, vitaminen en mineralen. De "volgraan"-producten zijn een belangrijke bron voor voedingsvezels

·     De groep van groenten en fruit
deze voedingsmiddelen zijn rijk aan water, mineralen, vitamines en vezels. Ze zijn ook rijk aan koolhydraten.

·     De groep van vlees, vis en eieren, …
Deze voedingsmiddelen zijn een bron van eiwitten, vitaminen van de B-reeks en mineralen zoals ijzer. Bepaalde producten uit deze groep bevatten veel vetten.

·     De groep van de zuivelproducten
deze voedingsmiddelen zijn rijk aan eiwitten en calcium. Sommige kazen bevatten ook veel vetten.

·     De groep van de vetstoffen
deze groep omvat de voedingsmiddelen die in hoofdzaak rijk zijn aan vetten en aan in vet oplosbare vitamines (A, D, E).

·     De groep van de dranken
voedingsmiddelen uit deze groep staan in voor de vochtaanbreng.

Om de keuze te vereenvoudigen, wordt vaak gewerkt met verschillende grafische modellen die deze groepen visueel afbeelden. In alle modellen is echter dezelfde boodschap vervat, namelijk dat we om ons evenwichtig te voeden voedingsmiddelen moeten kiezen uit elke groep.

In België worden momenteel nog twee verschillende voorlichtingsmodellen gebruikt om de indeling van de voedingsmiddelen voor te stellen. In het zuiden van het land kiest men voor een rad en in het noorden voor de voedingsdriehoek.

Dergelijke kwantitatieve voorlichtingsmodellen zijn evenwel slechts een vereenvoudiging van de complexe voedingscontext. Zo bestaat inderdaad het gevaar dat deze kwantitatieve voorlichtingsmodellen de samenstelling van een evenwichtig dieet te sterk vereenvoudigen . Sommige voedingsmiddelen kunnen immers in verschillende categorieën thuishoren. Bijvoorbeeld kunnen eiwitrijke groenten (zoals erwten, sojabonen, witte bonen, …) als bron van eiwit geconsumeerd worden ter vervanging van vlees. Ook kaas is een alternatieve eiwitbron. Bovendien worden samengestelde voedingsmiddelen, zoals bereide maaltijden niet in dergelijke voorlichtingsmodellen opgenomen.

De ervaring met de kwantitatieve modellen heeft bovendien geleerd dat deze relatief weinig impact hebben op de voedingsgewoonten. Meer recent verschuift het accent dan ook naar het opstellen van zogenaamde kwalitatieve voedingsaanbevelingen. Dit wordt onder andere geïllustreerd door werk binnen de WHO.

Steeds meer studies wijzen in de richting van het belang van een evenwichtig dieet, dat een grote verscheidenheid aan voedingsmiddelen bevat. Hierbij moet men ervoor zorgen dat het dieet evenwichtig is over een periode van enkele dagen en niet noodzakelijk bij elke maaltijd.

10 tips voor een gezonde levenswijze

Hier volgen 10 universele aanbevelingen voor een gezonde levenswijze:

1.

Eet gevarieerd
Om in goede gezondheid te blijven zijn meer dan 40 verschillende nutriënten noodzakelijk. Geen enkel voedingsmiddel is in staat om al deze nutriënten te leveren. Het huidige aanbod van verschillende levensmiddelen (verse producten en bereide voedingsmiddelen) laat ons toe om een grote variatie aan te brengen in onze voeding.

2.

Baseer uw dieet op koolhydraatrijke producten
De meeste mensen eten te weinig koolhydraatrijke maaltijden zoals brood, rijst, pasta's, granen en aardappelen. Ongeveer de helft van de calorieën in het dieet moet afkomstig zijn van deze voedingsproducten. Probeer volkoren brood en pasta's te consumeren om het vezelgehalte in uw voeding te verhogen.

3.

Eet veel fruit en groenten
De meeste mensen eten te weinig fruit en groenten. Fruit en groenten zijn echter de leveranciers van talrijke beschermende nutriënten. Probeer dagelijks ten minste 5 porties groenten en fruit te eten.

4.

Behoud een gezond lichaamsgewicht
Uw gewicht is afhankelijk van tal van factoren zoals het geslacht, de grootte, de leeftijd en erfelijkheid. Overgewicht doet het risico voor een verschillende ziektes, zoals kanker en hart- en vaatziekten toenemen. Opname van meer calorieën dan nodig resulteert in vetopslag in het lichaam. Fysieke activiteit doet het energieverbruik toenemen. De boodschap bij gewichtstoename is eenvoudig: wordt actiever en eet minder.

5.

Eet gematigde porties, verminder de opname van bepaalde voedingsmiddel, maar elimineer geen voedingsmiddelen
Indien je beperkt tot gematigde porties is het gemakkelijker om alle voedingsmiddelen die je graag hebt te eten, zonder dat bepaalde moeten geëlimineerd worden. Enkele gematigde porties zijn: 100 g vlees, een stuk fruit, een halve kop ongekookte pasta of rijst, 50 ml ijs. Bereide maaltijden zijn handig voor de controle van de porties, vaak vermelden ze bovendien de calorie-inhoud.

6.

Eet regelmatig
Maaltijden overslaan, voornamelijk het ontbijt, kan resulteren in een niet gecontroleerd hongergevoel dat vaak resulteert in overeten. Tussendoortjes tussen de maaltijden zijn in staat het hongergevoel te matigen. Let er echter op dat ook de tussendoortjes gematigd moeten worden en niet als vervanging van de maaltijd gebruikt worden. Vergeet ook niet de tussendoortjes mee te tellen als onderdeel van de totale calorieopname.

7.

Drink voldoende vocht
Volwassenen hebben minstens 1,5 l vocht per dag nodig! Bij warm weer en verhoogde fysieke activiteit heeft men nog meer vocht nodig. Water is uiteraard een goede bron van vocht. Enige variatie in de dranken (fruitsappen, softdrink, thee, koffie, melk, …) is zowel aangenaam als gezond.

8.

Beweeg !
Zoals reeds eerder aangehaald resulteert de opname van te veel calorieën in combinatie met een gebrek aan fysieke activiteit in een gewichtstoename. Matige fysieke activiteit helpt die extra calorieën te verbranden. Bovendien is sport goed voor de bloedcirculatie en voor het algemeen welbehagen van de mens. Gebruik de trap in plaats van de lift. Maak een wandeling tijdens je lunchpauze. Je hoeft echt geen atleet te zijn om in beweging te komen!

9.

Begin nu en verander geleidelijk
Geleidelijke aanpassingen van uw levensstijl zijn eenvoudiger haalbaar dan drastische omwentelingen. Noteer gedurende enkele dagen wat je zoal gegeten hebt. Zijn er genoeg porties fruit en groenten in je dieet? Begin met een extra portie groenten of fruit. Zijn je lievelings voedingsmiddelen rijk aan vet? Elimineer dan deze voedingsmiddelen niet uit je dieet maar beperk de porties of kies alternatieven met een lager vetgehalte. Of begin met de trappen te nemen op het werk.

10.

Onthoud dat er geen "goede" of "slechte" voedingsmiddelen zijn
Er bestaan geen "goede" of "slechte" voedingsmiddelen, er bestaan enkel slechte voedingsgewoontes. Heb geen schuldgevoelend bij het eten van uw lieveling voedingsmiddelen, maar tracht te eten in gematigde portie. Streef naar een evenwichtige en gevarieerde voeding.

 

 

 

Home

 

Scorpio79be’s V pagina

 

 

Hosted by www.Geocities.ws

1