Tewerkstelling van vreemdelingen in België 


Tewerkstelling van vreemdelingen in België

 

 

 

 

Tewerkstelling van vreemdelingen in BelgiëTewerkstelling van vreemdelingen in België

 

 

 

De belangrijkste principes met betrekking tot het tewerkstellen van buitenlandse werknemers in België

Via: www2.vlaanderen.be/ned/sites/werk/mig_principes.htm

 

Buitenlandse werknemer:

- met 'buitenlandse' wordt bedoeld: niet Belg

- met 'werknemer' wordt bedoeld: al wie onder het gezag

- van een ander persoon arbeid verricht.

 

Vallen dus niet onder de toepassing van deze wetgeving: alle buitenlanders die in België een zelfstandige activiteit uitoefenen.

 

Een werkgever die een buitenlandse werknemer op Belgisch grondgebied wil tewerkstellen moet voorafgaand over een arbeidsvergunning beschikken. Dit is een document waarin aan de werkgever de toelating wordt gegeven om een welbepaalde werknemer van vreemde nationaliteit tewerk te stellen en dit voor een welbepaalde periode op een welbepaalde plaats. De arbeidsvergunning wordt toegekend voor maximum twaalf maanden, maar is in de regel verlengbaar.

 

Een buitenlandse werknemer die in België arbeid in loondienst wil verrichten moet voorafgaand over een arbeidskaart beschikken. Er bestaan twee types van arbeidskaarten:

 

1.De arbeidskaart A geeft aan een vreemde werknemer de toelating om gelijk welk beroep in loondienst uit te oefenen bij om het even welke werkgever en dit voor een onbeperkte duur.

2.De arbeidskaart B geeft aan een vreemde werknemer de toelating om gedurende een welbepaalde periode  (meestal 12 maanden) voor een welbepaalde werkgever een beroep in loondienst uit te oefenen op een welbepaalde plaats.

 

De arbeidsvergunning mag niet worden toegekend indien de buitenlandse werknemer België reeds zou zijn binnengekomen om er te werken, vooraleer zijn toekomstige werkgever de arbeidsvergunning heeft bekomen.

 

 

 

   Enkele uitzonderingen op deze principes     

 

 

In een aantal gevallen is de werkgever vrijgesteld van een arbeidsvergunning en de werknemer vrijgesteld van een arbeidskaart.

 

In een aantal andere gevallen mag de buitenlandse werknemer toch reeds België zijn binnengekomen vooraleer zijn toekomstige werkgever reeds over een arbeidsvergunning beschikt.

 

 


 

Tewerkstelling van vreemdelingen in België 


Federale reglementering                    

 

 

Tewerkstelling van vreemdelingen in BelgiëDe regelgeving zelf (zijnde het opstellen van wetten en reglementen) inzake de tewerkstelling van buitenlandse werknemers behoort tot de bevoegdheid van de federale wetgever.

 

De uitvoering van deze regelgeving werd evenwel ingevolge de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming van de instellingen toegekend aan de Gewesten. Dit impliceert dat arbeidskaarten en -vergunningen worden aangevraagd bij en afgeleverd door de bevoegde administraties van de betreffende Gewesten.

 

Voor de arbeidskaart A is de woonplaats van de werknemer bepalend voor de administratie die bevoegd is. Voor de arbeidskaart B is de plaats van tewerkstelling bepalend.

 

 

 

Procedure tot het bekomen van arbeidskaart A:

 

 

Een arbeidskaart A is een document waarin de bevoegde Gewestminister bevestigt dat:

de betrokken buitenlandse werknemer (houder van deze kaart)

om het even welk beroep in loondienst mag uitoefenen,

bij om het even welke werkgever.

 

De kaart wordt toegekend voor een periode van onbepaalde duur.

 

Een werkgever die een vreemde werknemer in het bezit van een arbeidskaart A wenst tewerk te stellen behoeft geen arbeidsvergunning aan te vragen of te bekomen. Hij kan betrokken werknemer onmiddellijk in dienst nemen en tewerkstellen.

 

 

 

Procedure tot het bekomen van arbeidsvergunning en een arbeidskaart B: algemeen

 

Een werkgever die een buitenlandse werknemer (die niet behoort tot één van de vrijgestelde categorieën of niet in het bezit is van een arbeidskaart A) wil tewerkstellen moet voorafgaand een arbeidsvergunning bekomen. Dit is een document dat wordt afgeleverd door de bevoegde Gewestelijke administratie, waarin

aan de werkgever de toelating wordt gegeven om een welbepaalde werknemer van vreemde nationaliteit tewerk te stellen en dit voor een welbepaalde periode op een welbepaalde plaats. De arbeidsvergunning wordt toegekend voor maximum twaalf maanden, maar is in de regel verlengbaar.

 

Een buitenlandse werknemer die in België arbeid in loondienst wil verrichten (en die niet behoort tot één van de vrijgestelde categorieën of in het bezit is van een arbeidskaart A) moet voorafgaand over een arbeidskaart B beschikken. De arbeidskaart B geeft aan een vreemde werknemer de toelating om gedurende een welbepaalde periode (meestal 12 maanden) voor één welbepaalde werkgever een beroep in loondienst uit te oefenen op een welbepaalde plaats.

 

Het toekennen van de arbeidsvergunning aan de werkgever heeft automatisch tot gevolg dat aan de betrokken werknemer de arbeidskaart B wordt toegekend.

 

Tewerkstelling van vreemdelingen in BelgiëVrijgestelde categorieën

 

1.De werkgever behoeft geen arbeidsvergunning indien:

 

de vreemde werknemer vrijgesteld is (zie punt 2) van de verplichting tot het bekomen van een arbeidskaart;  de vreemde werknemer beschikt over een arbeidskaart A;

 

In alle andere gevallen moet de werkgever voorafgaand een arbeidsvergunning bekomen.

 

2.De meest voorkomende gevallen waarin een werknemer vrijgesteld is van een arbeidskaart zijn:

 

de vreemde werknemer bezit de nationaliteit van één van de lidstaten van de Europese Economische ruimte ;

de vreemde werknemer is de echtgenoot of bloedverwant van een onderdaan van één van de lidstaten van de Europese Economische ruimte mits zij samen in België gevestigd zijn;

de vreemde werknemer beschikt over een vestigingsvergunning (= een identiteitskaart voor vreemdelingen, de zogenaamde "gele" identiteitskaart );

de vreemde werknemer is een in België erkende vluchteling is;

de vreemde werknemer werd gemachtigd tot een verblijf voor een onbeperkte tijd ingevolge de toepassing van de wet van 22 december 1999 betreffende de regularisatie van het verblijf van bepaalde categorieën van vreemdelingen verblijvend op het grondgebied van het Rijk of ingevolge artikel 9, derde lid van de verblijfswet van 15 december 1980;

 

Naast voormelde vrijstellingen zijn er in artikel 2 van het KB van 9 juni 1999 nog enkele andere, minder vaak voorkomende, vrijstellingen opgenomen die hetzij zeer specifieke beroepen betreffen zoals bv de bedienaars van de erkende erediensten, hetzij betrekking hebben op buitenlandse werknemers die tewerkgesteld zijn bij een buitenlandse werkgever, maar die voor de uitvoering van hun werk tijdelijk in België moeten verblijven zoals b.v. de journalisten die uitsluitend verbonden zijn aan een in het buitenland gevestigd persagentschap; piloten, matrozen, vrachtwagenbestuurders die werken voor buitenlandse werkgevers mits hun verblijf in België geen drie opeenvolgende maanden overschrijdt; …

 

 

 

Procedure tot het bekomen van arbeidsvergunning & -kaart B:

 

                    Hernieuwing van de arbeidsvergunning en de arbeidskaart B

 

De meeste arbeidsovereenkomsten worden gesloten voor een periode van meer dan één jaar of worden verlengd.

Arbeidsvergunningen en arbeidskaarten B kunnen echter maar worden toegekend voor een maximumduur van 12 maanden. Voor contracten van langere duur zal er dus telkens een hernieuwing moeten worden aangevraagd.

 

De hernieuwing wordt in principe toegekend onder dezelfde voorwaarden als deze waaronder de eerste aanvraag werd goedgekeurd. Voor sommige categorieën bestaan er evenwel beperkingen inzake de duur,

Tewerkstelling van vreemdelingen in België
 


BV:

 

Au pairs en stagiairs kunnen worden verlengd voor zover de eerste vergunning geen 12 maanden betrof, en voor zover de totale duur (hernieuwing inbegrepen) de 12 maanden niet overschrijdt.

Aan de categorie van de hooggeschoolden kan een hernieuwing worden toegekend indien de totale          duur van hun tewerkstelling geen vier jaar overschrijdt.

 

 

Tewerkstelling van vreemdelingen in BelgiëDe hernieuwingaanvraag wie, wat, waar en wanneer?

 

                         Wie? Deze aanvraag moet worden ingediend door de werkgever.

 

                         Wat?

 

Voor een hernieuwing wordt hetzelfde type aanvraagformulier gebruikt als voor een eerste aanvraag. Naast het aanvraagformulier dient ook nog een inlichtingenblad te worden toegevoegd.

 

In sommige gevallen zullen de migratiediensten de werkgever en/of de werknemer bijkomend verzoeken om het bewijs te leveren dat zij in de afgelopen periode alle reglementaire en contractuele verplichtingen hebben nageleefd (o.m. op vlak van verloning, RSZ, fiscaliteit,?).

 

                         Waar?

 

De procedure in geval van hernieuwing is dezelfde als bij de eerste aanvraag. De aanvragen moeten dus ingediend worden bij de VDAB-diensten van de plaats van tewerkstelling.

 

                         Wanneer?

 

De aanvraag moet uiterlijk één maand voor het verstrijken van de geldigheid van de lopende arbeidsvergunning en arbeidskaart B worden ingediend.

 

Het is van het allergrootste belang dat deze hernieuwingaanvraag tijdig gebeurt. Immers de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning is meestal rechtstreeks afhankelijk van de geldigheidsduur van de arbeidskaart B. Dit impliceert dat de betrokken vreemde werknemer zijn recht op verblijf zal verliezen indien de arbeidsvergunning en de arbeidskaart B (die gelijktijdig met de vergunning wordt toegekend) niet tijdig worden hernieuwd. Aan de betrokkene zal dan ook een uitwijzingsbevel worden betekend, en hij zal het land moeten verlaten.

 

                    Hoe verloopt de procedure verder?

 

                         De procedure kent in principe hetzelfde verloop als bij de eerste aanvraag.

 

Aan de werkgever en/of de werknemer kan door de migratiediensten gevraagd worden het bewijs te leveren dat de wettelijke en contractuele verplichtingen op basis waarvan de eerste vergunning werd toegekend, wel degelijk werden nageleefd. In de meeste gevallen kan dit worden aangetoond door het voorleggen van sociale en/of fiscale documenten en attesten zoals loonfiches, RSZ of belastingsattesten, enz.

 

Vooral bij de categorieën waar de hoogte van het loon mede bepalend is voor de toekenning van de vergunning (zoals BV voor de categorieën van de hooggeschoolden, leidinggevenden, beroepssportlui enz?) wordt dit bewijs systematisch gevraagd. Het is gebruikelijk dat bij dergelijke hernieuwingaanvragen de loonstaten worden opgevraagd. De meeste werkgevers die vertrouwd zijn met de manier van werken bij de migratiediensten voegen spontaan deze stukken (loonstaten) toe aan het dossier, van bij de indiening van de hernieuwingaanvraag bij de VDAB. Hierdoor kan de aanvraag uiteraard sneller worden afgehandeld, dan wanneer deze stukken nog bijkomende dienen opgevraagd na ontvangst van het dossier door de dienst migratie.

 

 

 

 

 

 

Tewerkstelling van vreemdelingen in België 

 


De voorlopige toelating:

 

Tewerkstelling van vreemdelingen in BelgiëAan kandidaat-vluchtelingen, personen die een aanvraag tot regularisatie van hun verblijf hebben ingediend en aan slachtoffers van mensenhandel kunnen onder bepaalde voorwaarden een toelating tot tewerkstelling worden verleend.

 

Vermits deze personen slechts over een voorlopig verblijfsstatuut beschikken in afwachting van een uitspraak over hun asielaanvraag of regularisatieaanvraag, zal ook de toelating tot tewerkstelling steeds een voorlopig karakter hebben. De geldigheid van deze toelating vervalt van rechtswege van zodra er een beslissing (zowel positief als negatief) wordt genomen omtrent hun asiel- of regularisatieaanvraag. Indien de beslissing positief is dan worden zij van rechtswege vrijgesteld van iedere verdere procedure inzake arbeidskaarten en vergunningen. Zij kunnen verder worden tewerkgesteld zonder bijkomende administratieve verplichtingen. Is de beslissing negatief dan moet de tewerkstelling onmiddellijk worden beëindigd.

 

 

 

 

 

De voorlopige toelating: Personen die een aanvraag tot regularisatie van hun verblijf hebben ingediend

Bijlage: tekst omzendbrieven van minister Onkelinx d.d. 6 april 2000 (Belgisch Staatsblad d.d. 15.04.2000)  en 6 februari 2001 (Belgisch Staatsblad d.d. 24.02.2001)

 

Wie komt in aanmerking?

 

De buitenlandse onderdanen die een aanvraag tot regularisatie van het verblijf hebben ingediend op grond van de wet van 22 december 1999 betreffende de regularisatie van het verblijf van bepaalde categorieën van vreemdelingen verblijvend op het grondgebied van het rijk  De buitenlandse onderdanen die vóór 10 januari 2000 een aanvraag tot regularisatie hebben ingediend gebaseerd op artikel 9, 3° lid van de verblijfswetgeving van 15 december 1980, en waarin nog geen beslissing is genomen in toepassing van de omzendbrief van 15 december 1998  (betreffende de toepassing van dit artikel 9, 3° lid).

 

Wie dient waar de aanvraag in?

 

De werkgevers die deze personen wensen tewerk te stellen dienen de aanvraag in bij de lokale VDAB-diensten die bevoegd zijn voor de plaats waar de tewerkstelling zal gebeuren

 

Welke documenten dient het aanvraagdossier te bevatten?

 

Een door de werkgever volledig in te vullen en te ondertekenen aanvraagformulier om arbeidsvergunning voor de tewerkstelling van een buitenlandse werknemer (formulieren te bekomen bij de VDAB). De handtekening van de werkgever moet bij de eerste aanvraag worden gelegaliseerd door de burgemeester. Bij eventuele volgende aanvragen kan worden verwezen naar de legalisatie in het eerste aanvraagdossier.

Een kopie van een geschreven arbeidsovereenkomst conform de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.

Een kopie van het ontvangstbewijs van de indiening van een aanvraag tot regularisatie van het verblijf of, bij gebrek daaraan, een getuigschrift vaststellend dat een dergelijke aanvraag werd ingediend.      

 

Hoe verloopt de procedure verder?

 

Tewerkstelling van vreemdelingen in BelgiëIn toepassing van de omzendbrief van 6 februari 2001 levert de VDAB een document af aan de aanvrager waarin vastgesteld wordt of de aanvraag alle vereiste stukken bevat. Indien uit dit document blijkt de het dossier volledig is, dan kan de betrokken werknemer onmiddellijk worden tewerkgesteld.

 

De dossiers die volledig zijn worden door de VDAB overgemaakt aan de migratiediensten van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. De bevoegde ambtenaren van de migratiedienst beslissen namens de Vlaamse minister over de ingediende aanvragen.

 

Welke beslissingen kunnen worden genomen?

 

Positieve beslissing: indien de aanvraag beantwoordt aan alle ter zake geldende voorwaarden wordt een voorlopige arbeidsvergunning toegekend. Deze vergunning zal in tweevoud worden overgemaakt aan de werkgever die bij de ontvangst één exemplaar aan de werknemer dient te overhandigen.

 

De werkgever dient trouwens de migratiedienst onmiddellijk in kennis te stellen van iedere voortijdige beëindiging van de tewerkstelling, ongeacht de reden van deze beëindiging.

 

Negatieve beslissing: indien de aanvraag niet voldoet aan alle ter zake geldende voorwaarden wordt een beslissing van niet ontvankelijkheid genomen. Deze beslissing vermeldt:

 

1.de redenen van niet ontvankelijkheid

2.de mogelijkheid om via de VDAB een nieuwe aanvraag in te dienen van zodra de aanvrager beschikt over nieuwe elementen waaruit blijkt dat de aanvraag wel zou voldoen aan de gestelde voorwaarden.

3.Deze beslissing van niet ontvankelijkheid wordt verstuurd naar de werkgever die de aanvraag heeft ingediend.

Tewerkstelling van vreemdelingen in België 


Zonder voorwerp: Indien de tewerkstellingsperiode waarvoor een voorlopige toelating wordt gevraagd reeds zou zijn verstreken op het ogenblik dat het dossier door de migratiedienst kan worden behandeld dan zal worden beslist om het dossier wonder voorwerp te plaatsen.

 

Geen beslissing: Indien door de migratiedienst geen negatieve beslissing werd genomen binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de datum van indiening van een volledige aanvraag, dan wordt de arbeidsvergunning geacht als zijnde toegekend.

 

Bij positieve beslissing: geldigheid van de toegekende vergunning

 

Ingangsdatum :(Ten vroegste) de dag waarop de beslissing wordt genomen. De tewerkstelling mag evenwel reeds aanvangen van zodra de werkgever een document van de VDAB heeft ontvangen waaruit blijkt dat de ingediende aanvraag alle vereiste stukken bevat.

 

Duurtijd : Tot en met de vooropgestelde einddatum van de arbeidsovereenkomst evenwel beperkt tot maximum twaalf maanden. De voorlopige arbeidsvergunning kan worden hernieuwd voor zover voldaan blijft aan alle voorwaarden; hiertoe dient een nieuwe aanvraag te worden ingediend volgens dezelfde procedure als hiervoor beschreven.

 

Verval van de geldigheid : De geldigheid van de voorlopige toelating vervalt automatisch van zodra er een beslissing werd genomen met betrekking tot de regularisatieaanvraag van het verblijf. Is deze beslissing positief dan kan de betrokkene verder blijven werken en worden werkgever en werknemer vrijgesteld van iedere bijkomende administratieve verplichting in het kader van de wetgeving met betrekking tot de tewerkstelling van buitenlandse werknemers; m.a.w. voor de personen wiens verblijf definitief werd geregulariseerd geldt er vanaf het moment van de regularisatie een volledige vrijstelling van de procedure tot het bekomen van een arbeidsvergunning of een arbeidskaart. Indien de aanvraag tot regularisatie evenwel geweigerd wordt, dan dient de tewerkstelling onmiddellijk te worden beëindigd.

Tewerkstelling van vreemdelingen in België 

 


Tewerkstellingsmogelijkheden in het kader van seizoens- en gelegenheidswerk

 

Voormelde categorieën van buitenlandse onderdanen komen ook in aanmerking voor een tewerkstelling in de tuinbouwsector als seizoenarbeider. Hiertoe dienen de werkgevers dezelfde procedure te volgen als deze die werd vastgelegd bij omzendbrief van 1 juli 1994 (BS 14/07/94).

 

De enige wijziging betreft uiteraard het verblijfsdocument van de werknemer. In de plaats van een gelijkvormig verklaarde kopie van de verblijfstitel en van het attest van ontvankelijkheid van de asielaanvraag dient nu een kopie van het ontvangstbewijs van de indiening van een aanvraag tot regularisatie van het verblijf aan het aanvraagdossier te worden toegevoegd.

Evenmin dient een recent inlichtingenblad bij de aanvraag te worden toegevoegd.

 

 

 

De voorlopige toelating: Kandidaat vluchtelingen:

 

Kandidaat-vluchtelingen die geen aanvraag tot regularisatie van hun verblijf hebben ingediend in de zin zoals bepaald in de omzendbrief van 6 april 1999 van minister Onkelinx, kunnen in aanmerking komen indien zij beantwoorden aan de voorwaarden bepaald in de omzendbrief van 26 april 1994 van minister Smet (gewijzigd bij omzendbrief van 1 juli 1994 voor wat betreft de tewerkstelling in de tuinbouwsector).

 

         Wie komt in aanmerking

 

1.Kandidaat-vluchtelingen die vóór 1 oktober 1993 een asielaanvraag hebben ingediend voor zover hen nog geen uitvoerbare beslissing om het grondgebied te verlaten werd betekend. In de meeste gevallen betreft het hier kandidaat-vluchtelingen die reeds in het bezit zijn van een uitwijzingsbevel "bijlage 25bis" of "bijlage 26bis". Om in aanmerking te kunnen komen zullen deze kandidaat-vluchtelingen het bewijs moeten leveren dat dit uitwijzingsbevel rechtsgeldig werd verlengd, ten minste tot op de dag van indiening van de aanvraag tot tewerkstelling.

2.Kandidaat-vluchtelingen die na 30 september 1993 een asielaanvraag indienden voor zover de aanvraag werd ontvankelijk verklaard. De kandidaat-vluchteling dient dit te bewijzen door het voorleggen van :

 

een attest van ontvankelijkheid van de asielaanvraag afgegeven door het Ministerie van Binnenlandse Zaken (dit is een type brief van het Ministerie van Binnenlandse Zaken - Dienst Vreemdelingenzaken "mededeling ten behoeve van de gewestelijke tewerkstellingsdiensten)  de inschrijving in de gemeente (= een attest van immatriculatie) of een recent attest van een erkend opvangcentrum  een bijlage 25 of een bijlage 26.

 

Wie dient waar de aanvraag in

 

De werkgevers die deze personen wensen tewerk te stellen dienen de aanvraag in bij de lokale VDAB-diensten die bevoegd zijn voor de plaats waar de tewerkstelling zal plaatsvinden.

 

Welke documenten dient het aanvraagdossier te bevatten

 

1.Een door de werkgever in te vullen aanvraagformulier "Aanvraag tot tewerkstelling van een vreemde werknemer" (type-formulier te bekomen bij de VDAB). Indien het de eerste keer is dat hij een dergelijke aanvraag indient, dan moet hij zijn handtekening laten legaliseren door de burgemeester van zijn woonplaats. Bij eventuele volgende aanvragen kan worden verwezen naar de legalisatie in het eerste aanvraagdossier.

Tewerkstelling van vreemdelingen in België2.Een geneeskundig getuigschrift (type-formulier te bekomen bij de VDAB) waarin de arbeidsgeschiktheid van de betrokken werknemer wordt bevestigd. Dit getuigschrift moet enkel worden toegevoegd indien de werknemer nog geen twee jaar wettig in België verblijft en er voor de eerste keer zal worden tewerkgesteld.

3.Een kopie van een geschreven arbeidsovereenkomst conform de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.

4.Een inlichtingenblad (type-formulier te bekomen bij de VDAB) Op dit formulier dienen de identiteitsgegevens van de vreemde werknemer te worden ingevuld met uitdrukkelijke vermelding van het type verblijfsdocument waarover betrokkene beschikt, de geldigheidsduur ervan en de wettelijke basis waarop het document werd afgeleverd. Dit inlichtingenblad moet worden ondertekend door de werknemer zelf en door de burgemeester van zijn woonplaats, die het document "voor gezien en eensluidend" verklaart.

 

Aan dit inlichtingenblad moet worden toegevoegd:

 

Indien het een asielaanvraag betreft die werd ingediend voor 1 OKTOBER 1993

 

ofwel : een door het gemeentebestuur van de hoofdverblijfplaats van de werknemer gelijkvormig verklaarde kopie van:

- het document "bijlage 25" of "bijlage 26"

- de verblijfstitel (Attest van Immatriculatie of een recent attest van een erkend opvangcentrum) ofwel : een door het gemeentebestuur van de hoofdverblijfplaats van de werknemer gelijkvormig verklaarde kopie van:

- het document bijlage 25bis of 26bis

- het bewijs dat het dringend verzoek tot heronderzoek of het dringend beroep nog in de behandelingsfase verkeert.

 

Indien het een asielaanvraag betreft die werd ingediend na 30 september 1993, een door het gemeentebestuur van de hoofdverblijfplaats van de werknemer gelijkvormig verklaarde kopie van:

Tewerkstelling van vreemdelingen in België 


1.het document "bijlage 25" of "bijlage 26"

2.de verblijfstitel (Attest van Immatriculatie of een recent attest van een erkend opvangcentrum)

3.het attest van ontvankelijkheid van de asielaanvraag afgegeven door het Ministerie van Binnenlandse zaken (dit is een type brief van het Ministerie van Binnenlandse Zaken - Dienst Vreemdelingenzaken "mededeling ten behoeve van de gewestelijke tewerkstellingsdiensten) .

 

Hoe verloopt de procedure verder

 

De dossiers die volledig zijn worden door de VDAB overgemaakt aan de migratiediensten van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. De bevoegde ambtenaren van de migratiedienst beslissen namens de Vlaamse minister over de ingediende aanvragen.

 

Welke beslissingen kunnen worden genomen

 

Positieve beslissing: indien de aanvraag beantwoordt aan alle ter zake geldende voorwaarden wordt een voorlopige arbeidsvergunning toegekend. Deze vergunning zal in tweevoud worden overgemaakt aan de werkgever die bij de ontvangst één exemplaar aan de werknemer dient te overhandigen. De werkgever dient trouwens de migratiedienst onmiddellijk schriftelijk in kennis te stellen van iedere voortijdige beëindiging van de tewerkstelling, ongeacht de reden van deze beëindiging.

 

Negatieve beslissing: indien de aanvraag niet voldoet aan alle ter zake geldende voorwaarden wordt een weigeringsbeslissing genomen.

Deze beslissing vermeldt:

- de redenen van weigering;

- de mogelijkheid om hiertegen beroep aan te tekenen.

Tewerkstelling van vreemdelingen in België 


De weigeringsbeslissing wordt bij aangetekend en gemotiveerd schrijven verstuurd naar de werkgever die de aanvraag heeft ingediend.

 

Bij positieve beslissing: geldigheid van de toegekende vergunning

 

Ingangsdatum : Ten vroegste de begindatum vermeldt op de beslissing. De tewerkstelling mag pas aanvangen van zodra de werkgever de vergunning ook effectief heeft ontvangen. De loutere indiening van de aanvraag geeft dus geen recht op onmiddellijke indiensttreding.

 

Duurtijd : Tot en met de vooropgestelde einddatum van de arbeidsovereenkomst evenwel beperkt tot maximum twaalf maanden. De voorlopige arbeidsvergunning kan worden hernieuwd voor zover voldaan blijft aan alle voorwaarden; hiertoe dient een nieuwe aanvraag te worden ingediend volgens dezelfde procedure als hiervoor beschreven.

 

Verval van de geldigheid : De geldigheid van de voorlopige toelating vervalt automatisch van zodra er een beslissing werd genomen met betrekking tot de regularisatieaanvraag van het verblijf. Is deze beslissing positief dan kan de betrokkene verder blijven werken en worden werkgever en werknemer vrijgesteld van iedere bijkomende administratieve verplichting in het kader van de wetgeving met betrekking tot de tewerkstelling van buitenlandse werknemers; m.a.w. voor de personen wiens verblijf definitief werd geregulariseerd geldt er vanaf het moment van de regularisatie een volledige vrijstelling van de procedure tot het bekomen van een arbeidsvergunning of een arbeidskaart. Indien de aanvraag tot regularisatie evenwel geweigerd wordt, dan dient de tewerkstelling onmiddellijk te worden beëindigd.

 

 

De voorlopige toelating: slachtoffers van de mensenhandel in het bezit van een aankomstverklaring:

 

In uitvoering van artikel 37 van het K.B. van 9 juni 1999 kan aan een werkgever een voorlopige arbeidsvergunning worden toegekend voor het tewerkstellen van een persoon die, in het kader van de strijd tegen de mensenhandel, een aankomstverklaring heeft ontvangen overeenkomstig artikel 5 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.

 

Deze voorlopige arbeidsvergunning verliest haar geldigheid wanneer een uitvoerbaar bevel om het grondgebied te verlaten werd betekend overeenkomstig artikel 7 van voormelde wet van 15 december 1980.

 

Het aanvraagdossier en de aanvraagprocedure zijn dezelfde als deze van toepassing voor kandidaat-vluchtelingen. Enkel het document dat aan het inlichtingenblad dient te worden toegevoegd is verschillend. Voor slachtoffers van de mensenhandel dient een document te worden toegevoegd waaruit blijkt dat betrokkene wordt begeleid door een erkend opvangcentrum.

 

 

De voorlopige toelating: tewerkstellingsmogelijkheden in het kader van seizoens- en gelegenheidswerk:

 

Naast de vrijgestelde categorieën, de studenten, en de personen die over een arbeidskaart A beschikken, komen ook de kandidaat vluchtelingen, regularisatieaanvragers en slachtoffers van de mensenhandel in  aanmerking voor een tewerkstelling in de tuinbouwsector binnen het kader van seizoen- en gelegenheidswerk.

 

Voor deze laatste drie categorieën moeten dezelfde procedures worden gevolgd en gelden dezelfde indieningmodaliteiten als deze welke hiervoor werden beschreven voor een gewone tewerkstelling van kandidaat-vluchtelingen of regularisatieaanvragers. In plaats van de klassieke arbeidsovereenkomst zal hier uiteraard een specifieke overeenkomst voor tewerkstelling in seizoens- en gelegenheidswerk moeten worden toegevoegd.

Tewerkstelling van vreemdelingen in België 


Wel dient naast de voormelde documenten ook nog een recto verso kopie van de originele plukkaart te worden toegevoegd. Deze kopie moet op de voor- en achterzijde origineel worden geparafeerd door de werkgever die de aanvraag tot tewerkstelling indient. De werkgever dient uiteraard vooraf zijn naam, adres,

RSZ-nr, datum van inschrijving op de originele plukkaart aan te brengen .

 

De originele plukkaarten kunnen door de werkgevers worden aangevraagd bij:

 

Het Waarborg en Sociaal Fonds voor het Tuinbouwbedrijf

Postbus 213

3000 Leuven

e-mail: [email protected]

Tel.: 016-24.21.81

Fax: 016-24.21.39

 

De duur van een voorlopige toelating binnen het kader van seizoen- en gelegenheidswerk blijft uiteraard beperkt tot de geldigheidsduur van de plukkaart (i.e. in principe tot het einde van het lopende kalenderjaar).

 

 

Procedure tot het bekomen van arbeidsvergunning & -kaart: negatieve beslissing

 

De migratiedienst neemt een negatieve beslissing:

 

indien de buitenlandse werknemer niet beantwoordt aan één van de bijzondere categorieën  (procedure tot het bekomen van arbeidsvergunning & -kaart B) of  indien uit de aanvraag blijkt dat de buitenlandse werknemer geen recht heeft op een arbeidskaart A.

 (procedure tot het bekomen van arbeidskaart A)

 

De administratie zal de werkgever en/of de werknemer (indien deze wettig in België verblijft) van deze weigering in kennis stellen door middel van een aangetekend schrijven waarin de weigeringsbeslissing wordt gemotiveerd. Eén of meer weigeringsmotieven waarom de arbeidskaart niet kan worden toegeken, worden in de brief opgenomen.

 

In deze brief wordt ook gemeld hoe en op welke wijze betrokkene tegen deze weigering kan in beroep gaan.

 

 

Procedure tot het bekomen van arbeidsvergunning & -kaart: beroep

 

Hoe kan ik in beroep gaan tegen een weigeringsbeslissing?

Hoe verloopt de beroepsprocedure?

Wat kan het resultaat zijn van een beroep?

 

De beroepsprocedure tegen een weigeringsbeslissing arbeidskaart A en een weigeringsbeslissing arbeidskaart B verloopt analoog. Zowel werkgever als werknemer (indien hij wettig in België verblijft) kunnen tegen de negatieve beslissing beroep aantekenen. (artikel 10 van de wet van 30 april 1999).

 

De minister kan in een beperkt aantal gevallen, bij gemotiveerde beslissing alsnog een afwijking toestaan en toch een arbeidsvergunning toekennen indien hiertoe door de betrokken werkgever gegronde sociale en/of economische redenen worden naar voor gebracht. (overeenkomstig artikel 38 §2 van het KB van 9 juni  1999)

Tewerkstelling van vreemdelingen in België 


Wie kan beroep instellen tegen een weigeringsbeslissing? (artikel 9 en 10 van de wet van 30 april 1999)

 

De werkgever aan wie de arbeidsvergunning werd geweigerd, alsook de werknemer (die ten gevolge van de weigering van de arbeidsvergunning geen arbeidskaart bekwam) voor zover hij wettig in België verblijft, kunnen bij een ter post aangetekende brief beroep instellen bij de bevoegde Gewestminister ( p/a Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Administratie Werkgelegenheid, Markiesstraat, 1, 1000 Brussel).

 

Het beroep moet worden betekend binnen een maand na kennisgeving van de aangetekende brief waarbij de beslissing tot weigering werd betekend. Het beroep moet gemotiveerd zijn en opgesteld in één van de drie landstalen.

 

Al deze vormvoorschriften zijn uitdrukkelijk voorzien op straffe van nietigheid. Een beroep dat bv niet tijdig werd ingediend wordt hoe dan ook nietig verklaard.

 

Tewerkstelling van vreemdelingen in BelgiëHoe verloopt de beroepsprocedure verder?

 

Na ontvangst van de aangetekende zending wordt het beroepschrift geregistreerd en aan de beroeper wordt een ontvangstmelding toegestuurd. Indien nodig worden bijkomende inlichtingen of adviezen ingewonnen bij mogelijk betrokken instanties zoals bv de dienst Vreemdelingenzaken, de VDAB, rijkswacht, politie, Inspectie Sociale Wetten, belastingsdiensten, andere inspectiediensten enz… Van zodra alle gevraagde inlichtingen werden ontvangen, formuleert de Administratie een advies omtrent het ingediende beroep en stuurt zij het volledige dossier voor beslissing door naar de bevoegde Gewestminister. Het is deze laatste die uiteindelijk zal beslissen over de gegrondheid van het beroep.

 

Welke beslissing kan de minister nemen?

 

De minister kan het beroep aanvaarden en de administratie de opdracht geven alsnog een arbeidsvergunning af te leveren, of hij kan het beroep verwerpen. Gelet evenwel op het feit dat de reglementering zeer uitdrukkelijk en limitatief bepaalt in welke gevallen de minister een afwijking kan toestaan (artikel 38§2 van het KB van 9 juni 1999), is het aantal positieve beslissingen in beroep dan ook relatief beperkt. Het moet hierbij steeds gaan om individuele behartenswaardige gevallen en de beroeper moet gegronde economische en/of sociale redenen naar voor kunnen brengen die voldoende relevant zijn om een afwijking te kunnen verantwoorden. De minister zal in ieder geval zijn beslissing moeten motiveren.

 

Na ontvangst van de beslissing van de minister brengt de centrale dienst van de administratie de beroeper schriftelijk (en aangetekend voor wat de negatieve beslissingen betreft) op de hoogte:

 

is de beslissing positief dan zal de lokaal bevoegde migratiedienst de arbeidsvergunning afleveren;  is de beslissing negatief dan zal de aanvraag definitief worden geweigerd.

 

De duur van de volledige beroepsprocedure.

 

De beroepsprocedure duurt gemiddeld een drietal maanden, te rekenen vanaf de indiening van het beroepschrift. Deze duur wordt evenwel in sterke mate bepaald door de snelheid waarmee gevraagde bijkomende inlichtingen en adviezen worden ontvangen.

 

 

Beroep bij de Raad van State:

 

Tegen de beslissing in beroep kan de betrokkene binnen de zestig dagen nog een ultiem beroep instellen bij de Raad van State, Wetenschapsstraat, 33, 1040 Brussel. Dit beroep zal evenwel nooit handelen over de opportuniteit van de genomen beslissing. Het kan dan ook enkel betrekking hebben op procedurefouten of machtsafwending. De procedure bij de Raad van State beneemt momenteel al vlug meerdere maanden (en soms jaren). Het resultaat van een dergelijk beroep kan enkel een vernietiging van een genomen beslissing tot gevolg hebben, maar kan bv nooit de verplichting tot het afleveren van een arbeidsvergunning impliceren.

 

 

 

 

 

 

 

 

Terug naar Startpagina 

 

 

 

 


Terug naar Startpagina

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hosted by www.Geocities.ws

1