
De belangrijkste
principes met betrekking tot het tewerkstellen van buitenlandse werknemers in
België
Via:
www2.vlaanderen.be/ned/sites/werk/mig_principes.htm
Buitenlandse
werknemer:
-
met 'buitenlandse' wordt bedoeld: niet Belg
-
met 'werknemer' wordt bedoeld: al wie onder het gezag
-
van een ander persoon arbeid verricht.
Vallen dus
niet onder de toepassing van deze wetgeving: alle buitenlanders die in België
een zelfstandige activiteit uitoefenen.
Een werkgever
die een buitenlandse werknemer op Belgisch grondgebied wil tewerkstellen moet
voorafgaand over een arbeidsvergunning beschikken. Dit is een document waarin
aan de werkgever de toelating wordt gegeven om een welbepaalde werknemer van
vreemde nationaliteit tewerk te stellen en dit voor een welbepaalde periode op
een welbepaalde plaats. De arbeidsvergunning wordt toegekend voor maximum
twaalf maanden, maar is in de regel verlengbaar.
Een
buitenlandse werknemer die in België arbeid in loondienst wil verrichten moet
voorafgaand over een arbeidskaart beschikken. Er bestaan twee types van
arbeidskaarten:
1.De arbeidskaart A geeft aan een vreemde
werknemer de toelating om gelijk welk beroep in loondienst uit te oefenen bij
om het even welke werkgever en dit voor een onbeperkte duur.
2.De arbeidskaart B geeft aan een vreemde
werknemer de toelating om gedurende een welbepaalde periode (meestal 12 maanden) voor een welbepaalde
werkgever een beroep in loondienst uit te oefenen op een welbepaalde plaats.
De
arbeidsvergunning mag niet worden toegekend indien de buitenlandse werknemer
België reeds zou zijn binnengekomen om er te werken, vooraleer zijn toekomstige
werkgever de arbeidsvergunning heeft bekomen.
Enkele uitzonderingen op deze
principes
In een aantal
gevallen is de werkgever vrijgesteld van een arbeidsvergunning en de werknemer
vrijgesteld van een arbeidskaart.
In een aantal
andere gevallen mag de buitenlandse werknemer toch reeds België zijn
binnengekomen vooraleer zijn toekomstige werkgever reeds over een
arbeidsvergunning beschikt.
Federale
reglementering
De
regelgeving zelf (zijnde het opstellen van wetten en reglementen) inzake de
tewerkstelling van buitenlandse werknemers behoort tot de bevoegdheid van de
federale wetgever.
De uitvoering
van deze regelgeving werd evenwel ingevolge de bijzondere wet van 8 augustus
1980 tot hervorming van de instellingen toegekend aan de Gewesten. Dit
impliceert dat arbeidskaarten en -vergunningen worden aangevraagd bij en
afgeleverd door de bevoegde administraties van de betreffende Gewesten.
Voor de
arbeidskaart A is de woonplaats van de werknemer bepalend voor de administratie
die bevoegd is. Voor de arbeidskaart B is de plaats van tewerkstelling
bepalend.
Procedure tot het
bekomen van arbeidskaart A:
Een
arbeidskaart A is een document waarin de bevoegde Gewestminister bevestigt dat:
de
betrokken buitenlandse werknemer (houder van deze kaart)
om
het even welk beroep in loondienst mag uitoefenen,
bij
om het even welke werkgever.
De
kaart wordt toegekend voor een periode van onbepaalde duur.
Een werkgever
die een vreemde werknemer in het bezit van een arbeidskaart A wenst tewerk te
stellen behoeft geen arbeidsvergunning aan te vragen of te bekomen. Hij kan betrokken
werknemer onmiddellijk in dienst nemen en tewerkstellen.
Een
werkgever die een buitenlandse werknemer (die niet behoort tot één van de
vrijgestelde categorieën of niet in het bezit is van een arbeidskaart A) wil
tewerkstellen moet voorafgaand een arbeidsvergunning bekomen. Dit is een
document dat wordt afgeleverd door de bevoegde Gewestelijke administratie,
waarin
aan de
werkgever de toelating wordt gegeven om een welbepaalde werknemer van vreemde
nationaliteit tewerk te stellen en dit voor een welbepaalde periode op een
welbepaalde plaats. De arbeidsvergunning wordt toegekend voor maximum twaalf
maanden, maar is in de regel verlengbaar.
Een
buitenlandse werknemer die in België arbeid in loondienst wil verrichten (en
die niet behoort tot één van de vrijgestelde categorieën of in het bezit is van
een arbeidskaart A) moet voorafgaand over een arbeidskaart B beschikken. De
arbeidskaart B geeft aan een vreemde werknemer de toelating om gedurende een
welbepaalde periode (meestal 12 maanden) voor één welbepaalde werkgever een
beroep in loondienst uit te oefenen op een welbepaalde plaats.
Het
toekennen van de arbeidsvergunning aan de werkgever heeft automatisch tot
gevolg dat aan de betrokken werknemer de arbeidskaart B wordt toegekend.
Vrijgestelde
categorieën
1.De
werkgever behoeft geen arbeidsvergunning indien:
de vreemde
werknemer vrijgesteld is (zie punt 2) van de verplichting tot het bekomen van
een arbeidskaart; de vreemde werknemer
beschikt over een arbeidskaart A;
In
alle andere gevallen moet de werkgever voorafgaand een arbeidsvergunning
bekomen.
2.De meest
voorkomende gevallen waarin een werknemer vrijgesteld is van een arbeidskaart
zijn:
de
vreemde werknemer bezit de nationaliteit van één van de lidstaten van de
Europese Economische ruimte ;
de vreemde
werknemer is de echtgenoot of bloedverwant van een onderdaan van één van de
lidstaten van de Europese Economische ruimte mits zij samen in België gevestigd
zijn;
de
vreemde werknemer beschikt over een vestigingsvergunning (= een
identiteitskaart voor vreemdelingen, de zogenaamde "gele"
identiteitskaart );
de
vreemde werknemer is een in België erkende vluchteling is;
de vreemde
werknemer werd gemachtigd tot een verblijf voor een onbeperkte tijd ingevolge
de toepassing van de wet van 22 december 1999 betreffende de regularisatie van
het verblijf van bepaalde categorieën van vreemdelingen verblijvend op het
grondgebied van het Rijk of ingevolge artikel 9, derde lid van de verblijfswet
van 15 december 1980;
Naast
voormelde vrijstellingen zijn er in artikel 2 van het KB van 9 juni 1999 nog
enkele andere, minder vaak voorkomende, vrijstellingen opgenomen die hetzij
zeer specifieke beroepen betreffen zoals bv de bedienaars van de erkende
erediensten, hetzij betrekking hebben op buitenlandse werknemers die
tewerkgesteld zijn bij een buitenlandse werkgever, maar die voor de uitvoering
van hun werk tijdelijk in België moeten verblijven zoals b.v. de journalisten
die uitsluitend verbonden zijn aan een in het buitenland gevestigd
persagentschap; piloten, matrozen, vrachtwagenbestuurders die werken voor
buitenlandse werkgevers mits hun verblijf in België geen drie opeenvolgende
maanden overschrijdt; …
Procedure tot het
bekomen van arbeidsvergunning & -kaart B:
Hernieuwing van de arbeidsvergunning en de arbeidskaart B
De
meeste arbeidsovereenkomsten worden gesloten voor een periode van meer dan één
jaar of worden verlengd.
Arbeidsvergunningen
en arbeidskaarten B kunnen echter maar worden toegekend voor een maximumduur
van 12 maanden. Voor contracten van langere duur zal er dus telkens een
hernieuwing moeten worden aangevraagd.
De
hernieuwing wordt in principe toegekend onder dezelfde voorwaarden als deze
waaronder de eerste aanvraag werd goedgekeurd. Voor sommige categorieën bestaan
er evenwel beperkingen inzake de duur,
![]()
BV:
Au pairs en
stagiairs kunnen worden verlengd voor zover de eerste vergunning geen 12
maanden betrof, en voor zover de totale duur (hernieuwing inbegrepen) de 12
maanden niet overschrijdt.
Aan
de categorie van de hooggeschoolden kan een hernieuwing worden toegekend indien
de totale duur van hun
tewerkstelling geen vier jaar overschrijdt.
De hernieuwingaanvraag wie, wat, waar
en wanneer?
Wie? Deze aanvraag moet worden ingediend door de werkgever.
Wat?
Voor een
hernieuwing wordt hetzelfde type aanvraagformulier gebruikt als voor een eerste
aanvraag. Naast het aanvraagformulier dient ook nog een inlichtingenblad te
worden toegevoegd.
In sommige
gevallen zullen de migratiediensten de werkgever en/of de werknemer bijkomend
verzoeken om het bewijs te leveren dat zij in de afgelopen periode alle
reglementaire en contractuele verplichtingen hebben nageleefd (o.m. op vlak van
verloning, RSZ, fiscaliteit,?).
Waar?
De procedure
in geval van hernieuwing is dezelfde als bij de eerste aanvraag. De aanvragen
moeten dus ingediend worden bij de VDAB-diensten van de plaats van
tewerkstelling.
Wanneer?
De aanvraag
moet uiterlijk één maand voor het verstrijken van de geldigheid van de lopende
arbeidsvergunning en arbeidskaart B worden ingediend.
Het is van
het allergrootste belang dat deze hernieuwingaanvraag tijdig gebeurt. Immers de
geldigheidsduur van de verblijfsvergunning is meestal rechtstreeks afhankelijk
van de geldigheidsduur van de arbeidskaart B. Dit impliceert dat de betrokken
vreemde werknemer zijn recht op verblijf zal verliezen indien de
arbeidsvergunning en de arbeidskaart B (die gelijktijdig met de vergunning
wordt toegekend) niet tijdig worden hernieuwd. Aan de betrokkene zal dan ook
een uitwijzingsbevel worden betekend, en hij zal het land moeten verlaten.
Hoe verloopt de procedure verder?
De procedure kent in
principe hetzelfde verloop als bij de eerste aanvraag.
Aan de
werkgever en/of de werknemer kan door de migratiediensten gevraagd worden het
bewijs te leveren dat de wettelijke en contractuele verplichtingen op basis
waarvan de eerste vergunning werd toegekend, wel degelijk werden nageleefd. In
de meeste gevallen kan dit worden aangetoond door het voorleggen van sociale
en/of fiscale documenten en attesten zoals loonfiches, RSZ of
belastingsattesten, enz.
Vooral bij de
categorieën waar de hoogte van het loon mede bepalend is voor de toekenning van
de vergunning (zoals BV voor de categorieën van de hooggeschoolden,
leidinggevenden, beroepssportlui enz?) wordt dit bewijs systematisch gevraagd.
Het is gebruikelijk dat bij dergelijke hernieuwingaanvragen de loonstaten
worden opgevraagd. De meeste werkgevers die vertrouwd zijn met de manier van
werken bij de migratiediensten voegen spontaan deze stukken (loonstaten) toe
aan het dossier, van bij de indiening van de hernieuwingaanvraag bij de VDAB.
Hierdoor kan de aanvraag uiteraard sneller worden afgehandeld, dan wanneer deze
stukken nog bijkomende dienen opgevraagd na ontvangst van het dossier door de
dienst migratie.
De voorlopige
toelating:
Aan
kandidaat-vluchtelingen, personen die een aanvraag tot regularisatie van hun
verblijf hebben ingediend en aan slachtoffers van mensenhandel kunnen onder
bepaalde voorwaarden een toelating tot tewerkstelling worden verleend.
Vermits deze
personen slechts over een voorlopig verblijfsstatuut beschikken in afwachting
van een uitspraak over hun asielaanvraag of regularisatieaanvraag, zal ook de
toelating tot tewerkstelling steeds een voorlopig karakter hebben. De
geldigheid van deze toelating vervalt van rechtswege van zodra er een
beslissing (zowel positief als negatief) wordt genomen omtrent hun asiel- of
regularisatieaanvraag. Indien de beslissing positief is dan worden zij van
rechtswege vrijgesteld van iedere verdere procedure inzake arbeidskaarten en
vergunningen. Zij kunnen verder worden tewerkgesteld zonder bijkomende
administratieve verplichtingen. Is de beslissing negatief dan moet de
tewerkstelling onmiddellijk worden beëindigd.
De voorlopige
toelating: Personen die een aanvraag tot regularisatie van hun verblijf hebben
ingediend
Bijlage:
tekst omzendbrieven van minister Onkelinx d.d. 6 april 2000 (Belgisch
Staatsblad d.d. 15.04.2000) en 6
februari 2001 (Belgisch Staatsblad d.d. 24.02.2001)
Wie komt in
aanmerking?
De
buitenlandse onderdanen die een aanvraag tot regularisatie van het verblijf
hebben ingediend op grond van de wet van 22 december 1999 betreffende de
regularisatie van het verblijf van bepaalde categorieën van vreemdelingen
verblijvend op het grondgebied van het rijk
De buitenlandse onderdanen die vóór 10 januari 2000 een aanvraag tot
regularisatie hebben ingediend gebaseerd op artikel 9, 3° lid van de
verblijfswetgeving van 15 december 1980, en waarin nog geen beslissing is
genomen in toepassing van de omzendbrief van 15 december 1998 (betreffende de toepassing van dit artikel
9, 3° lid).
Wie dient waar de
aanvraag in?
De werkgevers
die deze personen wensen tewerk te stellen dienen de aanvraag in bij de lokale
VDAB-diensten die bevoegd zijn voor de plaats waar de tewerkstelling zal
gebeuren
Welke documenten
dient het aanvraagdossier te bevatten?
Een door de
werkgever volledig in te vullen en te ondertekenen aanvraagformulier om
arbeidsvergunning voor de tewerkstelling van een buitenlandse werknemer
(formulieren te bekomen bij de VDAB). De handtekening van de werkgever moet bij
de eerste aanvraag worden gelegaliseerd door de burgemeester. Bij eventuele
volgende aanvragen kan worden verwezen naar de legalisatie in het eerste aanvraagdossier.
Een kopie van
een geschreven arbeidsovereenkomst conform de wet van 3 juli 1978 betreffende
de arbeidsovereenkomsten.
Een kopie van
het ontvangstbewijs van de indiening van een aanvraag tot regularisatie van het
verblijf of, bij gebrek daaraan, een getuigschrift vaststellend dat een
dergelijke aanvraag werd ingediend.
Hoe verloopt de
procedure verder?
In
toepassing van de omzendbrief van 6 februari 2001 levert de VDAB een document
af aan de aanvrager waarin vastgesteld wordt of de aanvraag alle vereiste
stukken bevat. Indien uit dit document blijkt de het dossier volledig is, dan
kan de betrokken werknemer onmiddellijk worden tewerkgesteld.
De dossiers
die volledig zijn worden door de VDAB overgemaakt aan de migratiediensten van
het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. De bevoegde ambtenaren van de
migratiedienst beslissen namens de Vlaamse minister over de ingediende
aanvragen.
Welke beslissingen
kunnen worden genomen?
Positieve
beslissing: indien de aanvraag beantwoordt aan alle ter zake geldende
voorwaarden wordt een voorlopige arbeidsvergunning toegekend. Deze vergunning
zal in tweevoud worden overgemaakt aan de werkgever die bij de ontvangst één
exemplaar aan de werknemer dient te overhandigen.
De werkgever
dient trouwens de migratiedienst onmiddellijk in kennis te stellen van iedere
voortijdige beëindiging van de tewerkstelling, ongeacht de reden van deze
beëindiging.
Negatieve
beslissing: indien de aanvraag niet voldoet aan alle ter zake geldende
voorwaarden wordt een beslissing van niet ontvankelijkheid genomen. Deze
beslissing vermeldt:
1.de
redenen van niet ontvankelijkheid
2.de
mogelijkheid om via de VDAB een nieuwe aanvraag in te dienen van zodra de
aanvrager beschikt over nieuwe elementen waaruit blijkt dat de aanvraag wel zou
voldoen aan de gestelde voorwaarden.
3.Deze
beslissing van niet ontvankelijkheid wordt verstuurd naar de werkgever die de
aanvraag heeft ingediend.
Zonder
voorwerp: Indien de tewerkstellingsperiode waarvoor een voorlopige
toelating wordt gevraagd reeds zou zijn verstreken op het ogenblik dat het
dossier door de migratiedienst kan worden behandeld dan zal worden beslist om
het dossier wonder voorwerp te plaatsen.
Geen
beslissing: Indien door de migratiedienst geen negatieve beslissing
werd genomen binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de datum van
indiening van een volledige aanvraag, dan wordt de arbeidsvergunning geacht als
zijnde toegekend.
Bij positieve beslissing: geldigheid van de toegekende vergunning
Ingangsdatum :(Ten
vroegste) de dag waarop de beslissing wordt genomen. De tewerkstelling mag
evenwel reeds aanvangen van zodra de werkgever een document van de VDAB heeft
ontvangen waaruit blijkt dat de ingediende aanvraag alle vereiste stukken
bevat.
Duurtijd :
Tot en met de vooropgestelde einddatum van de arbeidsovereenkomst evenwel
beperkt tot maximum twaalf maanden. De voorlopige arbeidsvergunning kan worden
hernieuwd voor zover voldaan blijft aan alle voorwaarden; hiertoe dient een
nieuwe aanvraag te worden ingediend volgens dezelfde procedure als hiervoor
beschreven.
Verval
van de geldigheid : De geldigheid van de voorlopige
toelating vervalt automatisch van zodra er een beslissing werd genomen met
betrekking tot de regularisatieaanvraag van het verblijf. Is deze beslissing
positief dan kan de betrokkene verder blijven werken en worden werkgever en
werknemer vrijgesteld van iedere bijkomende administratieve verplichting in het
kader van de wetgeving met betrekking tot de tewerkstelling van buitenlandse
werknemers; m.a.w. voor de personen wiens verblijf definitief werd
geregulariseerd geldt er vanaf het moment van de regularisatie een volledige
vrijstelling van de procedure tot het bekomen van een arbeidsvergunning of een
arbeidskaart. Indien de aanvraag tot regularisatie evenwel geweigerd wordt, dan
dient de tewerkstelling onmiddellijk te worden beëindigd.
Voormelde
categorieën van buitenlandse onderdanen komen ook in aanmerking voor een
tewerkstelling in de tuinbouwsector als seizoenarbeider. Hiertoe dienen de
werkgevers dezelfde procedure te volgen als deze die werd vastgelegd bij
omzendbrief van 1 juli 1994 (BS 14/07/94).
De enige
wijziging betreft uiteraard het verblijfsdocument van de werknemer. In de
plaats van een gelijkvormig verklaarde kopie van de verblijfstitel en van het
attest van ontvankelijkheid van de asielaanvraag dient nu een kopie van het
ontvangstbewijs van de indiening van een aanvraag tot regularisatie van het verblijf
aan het aanvraagdossier te worden toegevoegd.
Evenmin
dient een recent inlichtingenblad bij de aanvraag te worden toegevoegd.
De voorlopige
toelating: Kandidaat vluchtelingen:
Kandidaat-vluchtelingen
die geen aanvraag tot regularisatie van hun verblijf hebben ingediend in de zin
zoals bepaald in de omzendbrief van 6 april 1999 van minister Onkelinx, kunnen
in aanmerking komen indien zij beantwoorden aan de voorwaarden bepaald in de
omzendbrief van 26 april 1994 van minister Smet (gewijzigd bij omzendbrief van
1 juli 1994 voor wat betreft de tewerkstelling in de tuinbouwsector).
1.Kandidaat-vluchtelingen
die vóór 1 oktober 1993 een asielaanvraag hebben ingediend voor zover hen nog
geen uitvoerbare beslissing om het grondgebied te verlaten werd betekend. In de
meeste gevallen betreft het hier kandidaat-vluchtelingen die reeds in het bezit
zijn van een uitwijzingsbevel "bijlage 25bis" of "bijlage
26bis". Om in aanmerking te kunnen komen zullen deze kandidaat-vluchtelingen
het bewijs moeten leveren dat dit uitwijzingsbevel rechtsgeldig werd verlengd,
ten minste tot op de dag van indiening van de aanvraag tot tewerkstelling.
2.Kandidaat-vluchtelingen
die na 30 september 1993 een asielaanvraag indienden voor zover de aanvraag werd
ontvankelijk verklaard. De kandidaat-vluchteling dient dit te bewijzen door het
voorleggen van :
een attest
van ontvankelijkheid van de asielaanvraag afgegeven door het Ministerie van
Binnenlandse Zaken (dit is een type brief van het Ministerie van Binnenlandse
Zaken - Dienst Vreemdelingenzaken "mededeling ten behoeve van de
gewestelijke tewerkstellingsdiensten)
de inschrijving in de gemeente (= een attest van immatriculatie) of een
recent attest van een erkend opvangcentrum
een bijlage 25 of een bijlage 26.
De werkgevers
die deze personen wensen tewerk te stellen dienen de aanvraag in bij de lokale
VDAB-diensten die bevoegd zijn voor de plaats waar de tewerkstelling zal
plaatsvinden.
1.Een door de
werkgever in te vullen aanvraagformulier "Aanvraag tot tewerkstelling van
een vreemde werknemer" (type-formulier te bekomen bij de VDAB). Indien het
de eerste keer is dat hij een dergelijke aanvraag indient, dan moet hij zijn
handtekening laten legaliseren door de burgemeester van zijn woonplaats. Bij
eventuele volgende aanvragen kan worden verwezen naar de legalisatie in het
eerste aanvraagdossier.
2.Een
geneeskundig getuigschrift (type-formulier te bekomen bij de VDAB) waarin de
arbeidsgeschiktheid van de betrokken werknemer wordt bevestigd. Dit
getuigschrift moet enkel worden toegevoegd indien de werknemer nog geen twee
jaar wettig in België verblijft en er voor de eerste keer zal worden
tewerkgesteld.
3.Een kopie
van een geschreven arbeidsovereenkomst conform de wet van 3 juli 1978
betreffende de arbeidsovereenkomsten.
4.Een
inlichtingenblad (type-formulier te bekomen bij de VDAB) Op dit formulier
dienen de identiteitsgegevens van de vreemde werknemer te worden ingevuld met
uitdrukkelijke vermelding van het type verblijfsdocument waarover betrokkene
beschikt, de geldigheidsduur ervan en de wettelijke basis waarop het document
werd afgeleverd. Dit inlichtingenblad moet worden ondertekend door de werknemer
zelf en door de burgemeester van zijn woonplaats, die het document "voor
gezien en eensluidend" verklaart.
Aan
dit inlichtingenblad moet worden toegevoegd:
ofwel : een
door het gemeentebestuur van de hoofdverblijfplaats van de werknemer
gelijkvormig verklaarde kopie van:
-
het document "bijlage 25" of "bijlage 26"
- de
verblijfstitel (Attest van Immatriculatie of een recent attest van een erkend
opvangcentrum) ofwel : een door het gemeentebestuur van de hoofdverblijfplaats
van de werknemer gelijkvormig verklaarde kopie van:
-
het document bijlage 25bis of 26bis
- het bewijs
dat het dringend verzoek tot heronderzoek of het dringend beroep nog in de
behandelingsfase verkeert.
Indien het
een asielaanvraag betreft die werd ingediend na 30 september 1993, een door het
gemeentebestuur van de hoofdverblijfplaats van de werknemer gelijkvormig
verklaarde kopie van:
1.het
document "bijlage 25" of "bijlage 26"
2.de
verblijfstitel (Attest van Immatriculatie of een recent attest van een erkend
opvangcentrum)
3.het attest
van ontvankelijkheid van de asielaanvraag afgegeven door het Ministerie van
Binnenlandse zaken (dit is een type brief van het Ministerie van Binnenlandse
Zaken - Dienst Vreemdelingenzaken "mededeling ten behoeve van de
gewestelijke tewerkstellingsdiensten) .
De dossiers
die volledig zijn worden door de VDAB overgemaakt aan de migratiediensten van
het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. De bevoegde ambtenaren van de
migratiedienst beslissen namens de Vlaamse minister over de ingediende
aanvragen.
Welke beslissingen kunnen worden
genomen
Positieve
beslissing: indien de aanvraag beantwoordt aan alle ter zake geldende
voorwaarden wordt een voorlopige arbeidsvergunning toegekend. Deze vergunning
zal in tweevoud worden overgemaakt aan de werkgever die bij de ontvangst één
exemplaar aan de werknemer dient te overhandigen. De werkgever dient trouwens
de migratiedienst onmiddellijk schriftelijk in kennis te stellen van iedere
voortijdige beëindiging van de tewerkstelling, ongeacht de reden van deze
beëindiging.
Negatieve
beslissing: indien de aanvraag niet voldoet aan alle ter zake geldende
voorwaarden wordt een weigeringsbeslissing genomen.
Deze
beslissing vermeldt:
-
de redenen van weigering;
-
de mogelijkheid om hiertegen beroep aan te tekenen.
De weigeringsbeslissing wordt bij
aangetekend en gemotiveerd schrijven verstuurd naar de werkgever die de
aanvraag heeft ingediend.
Bij positieve beslissing: geldigheid
van de toegekende vergunning
Ingangsdatum :
Ten vroegste de begindatum vermeldt op de beslissing. De tewerkstelling mag pas
aanvangen van zodra de werkgever de vergunning ook effectief heeft ontvangen.
De loutere indiening van de aanvraag geeft dus geen recht op onmiddellijke
indiensttreding.
Duurtijd :
Tot en met de vooropgestelde einddatum van de arbeidsovereenkomst evenwel
beperkt tot maximum twaalf maanden. De voorlopige arbeidsvergunning kan worden
hernieuwd voor zover voldaan blijft aan alle voorwaarden; hiertoe dient een
nieuwe aanvraag te worden ingediend volgens dezelfde procedure als hiervoor
beschreven.
Verval van de
geldigheid : De geldigheid van de voorlopige toelating vervalt
automatisch van zodra er een beslissing werd genomen met betrekking tot de
regularisatieaanvraag van het verblijf. Is deze beslissing positief dan kan de
betrokkene verder blijven werken en worden werkgever en werknemer vrijgesteld
van iedere bijkomende administratieve verplichting in het kader van de
wetgeving met betrekking tot de tewerkstelling van buitenlandse werknemers;
m.a.w. voor de personen wiens verblijf definitief werd geregulariseerd geldt er
vanaf het moment van de regularisatie een volledige vrijstelling van de
procedure tot het bekomen van een arbeidsvergunning of een arbeidskaart. Indien
de aanvraag tot regularisatie evenwel geweigerd wordt, dan dient de
tewerkstelling onmiddellijk te worden beëindigd.
De voorlopige
toelating: slachtoffers van de mensenhandel in het bezit van een
aankomstverklaring:
In uitvoering
van artikel 37 van het K.B. van 9 juni 1999 kan aan een werkgever een
voorlopige arbeidsvergunning worden toegekend voor het tewerkstellen van een
persoon die, in het kader van de strijd tegen de mensenhandel, een aankomstverklaring
heeft ontvangen overeenkomstig artikel 5 van de wet van 15 december 1980
betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de
verwijdering van vreemdelingen.
Deze
voorlopige arbeidsvergunning verliest haar geldigheid wanneer een uitvoerbaar
bevel om het grondgebied te verlaten werd betekend overeenkomstig artikel 7 van
voormelde wet van 15 december 1980.
Het
aanvraagdossier en de aanvraagprocedure zijn dezelfde als deze van toepassing
voor kandidaat-vluchtelingen. Enkel het document dat aan het inlichtingenblad
dient te worden toegevoegd is verschillend. Voor slachtoffers van de
mensenhandel dient een document te worden toegevoegd waaruit blijkt dat
betrokkene wordt begeleid door een erkend opvangcentrum.
De voorlopige
toelating: tewerkstellingsmogelijkheden in het kader van seizoens- en
gelegenheidswerk:
Naast de
vrijgestelde categorieën, de studenten, en de personen die over een
arbeidskaart A beschikken, komen ook de kandidaat vluchtelingen,
regularisatieaanvragers en slachtoffers van de mensenhandel in aanmerking voor een tewerkstelling in de
tuinbouwsector binnen het kader van seizoen- en gelegenheidswerk.
Voor deze
laatste drie categorieën moeten dezelfde procedures worden gevolgd en gelden
dezelfde indieningmodaliteiten als deze welke hiervoor werden beschreven voor
een gewone tewerkstelling van kandidaat-vluchtelingen of
regularisatieaanvragers. In plaats van de klassieke arbeidsovereenkomst zal
hier uiteraard een specifieke overeenkomst voor tewerkstelling in seizoens- en
gelegenheidswerk moeten worden toegevoegd.
Wel dient
naast de voormelde documenten ook nog een recto verso kopie van de originele
plukkaart te worden toegevoegd. Deze kopie moet op de voor- en achterzijde
origineel worden geparafeerd door de werkgever die de aanvraag tot
tewerkstelling indient. De werkgever dient uiteraard vooraf zijn naam, adres,
RSZ-nr,
datum van inschrijving op de originele plukkaart aan te brengen .
De
originele plukkaarten kunnen door de werkgevers worden aangevraagd bij:
Postbus 213
3000 Leuven
e-mail: [email protected]
Tel.:
016-24.21.81
Fax:
016-24.21.39
De duur van
een voorlopige toelating binnen het kader van seizoen- en gelegenheidswerk blijft
uiteraard beperkt tot de geldigheidsduur van de plukkaart (i.e. in principe tot
het einde van het lopende kalenderjaar).
De
migratiedienst neemt een negatieve beslissing:
indien de
buitenlandse werknemer niet beantwoordt aan één van de bijzondere
categorieën (procedure tot het bekomen
van arbeidsvergunning & -kaart B) of
indien uit de aanvraag blijkt dat de buitenlandse werknemer geen recht
heeft op een arbeidskaart A.
(procedure tot het bekomen van arbeidskaart
A)
De
administratie zal de werkgever en/of de werknemer (indien deze wettig in België
verblijft) van deze weigering in kennis stellen door middel van een aangetekend
schrijven waarin de weigeringsbeslissing wordt gemotiveerd. Eén of meer
weigeringsmotieven waarom de arbeidskaart niet kan worden toegeken, worden in
de brief opgenomen.
In deze brief
wordt ook gemeld hoe en op welke wijze betrokkene tegen deze weigering kan in
beroep gaan.
Hoe
kan ik in beroep gaan tegen een weigeringsbeslissing?
Hoe
verloopt de beroepsprocedure?
Wat
kan het resultaat zijn van een beroep?
De
beroepsprocedure tegen een weigeringsbeslissing arbeidskaart A en een
weigeringsbeslissing arbeidskaart B verloopt analoog. Zowel werkgever als
werknemer (indien hij wettig in België verblijft) kunnen tegen de negatieve
beslissing beroep aantekenen. (artikel 10 van de wet van 30 april 1999).
De minister
kan in een beperkt aantal gevallen, bij gemotiveerde beslissing alsnog een
afwijking toestaan en toch een arbeidsvergunning toekennen indien hiertoe door
de betrokken werkgever gegronde sociale en/of economische redenen worden naar
voor gebracht. (overeenkomstig artikel 38 §2 van het KB van 9 juni 1999)
Wie
kan beroep instellen tegen een weigeringsbeslissing? (artikel 9 en 10 van de
wet van 30 april 1999)
De werkgever
aan wie de arbeidsvergunning werd geweigerd, alsook de werknemer (die ten
gevolge van de weigering van de arbeidsvergunning geen arbeidskaart bekwam)
voor zover hij wettig in België verblijft, kunnen bij een ter post aangetekende
brief beroep instellen bij de bevoegde Gewestminister ( p/a Ministerie van de
Vlaamse Gemeenschap, Administratie Werkgelegenheid, Markiesstraat, 1, 1000
Brussel).
Het beroep
moet worden betekend binnen een maand na kennisgeving van de aangetekende brief
waarbij de beslissing tot weigering werd betekend. Het beroep moet gemotiveerd
zijn en opgesteld in één van de drie landstalen.
Al deze
vormvoorschriften zijn uitdrukkelijk voorzien op straffe van nietigheid. Een
beroep dat bv niet tijdig werd ingediend wordt hoe dan ook nietig verklaard.
Hoe
verloopt de beroepsprocedure verder?
Na ontvangst
van de aangetekende zending wordt het beroepschrift geregistreerd en aan de
beroeper wordt een ontvangstmelding toegestuurd. Indien nodig worden bijkomende
inlichtingen of adviezen ingewonnen bij mogelijk betrokken instanties zoals bv
de dienst Vreemdelingenzaken, de VDAB, rijkswacht, politie, Inspectie Sociale
Wetten, belastingsdiensten, andere inspectiediensten enz… Van zodra alle
gevraagde inlichtingen werden ontvangen, formuleert de Administratie een advies
omtrent het ingediende beroep en stuurt zij het volledige dossier voor beslissing
door naar de bevoegde Gewestminister. Het is deze laatste die uiteindelijk zal
beslissen over de gegrondheid van het beroep.
De minister
kan het beroep aanvaarden en de administratie de opdracht geven alsnog een arbeidsvergunning
af te leveren, of hij kan het beroep verwerpen. Gelet evenwel op het feit dat
de reglementering zeer uitdrukkelijk en limitatief bepaalt in welke gevallen de
minister een afwijking kan toestaan (artikel 38§2 van het KB van 9 juni 1999), is
het aantal positieve beslissingen in beroep dan ook relatief beperkt. Het moet
hierbij steeds gaan om individuele behartenswaardige gevallen en de beroeper
moet gegronde economische en/of sociale redenen naar voor kunnen brengen die
voldoende relevant zijn om een afwijking te kunnen verantwoorden. De minister
zal in ieder geval zijn beslissing moeten motiveren.
Na ontvangst
van de beslissing van de minister brengt de centrale dienst van de
administratie de beroeper schriftelijk (en aangetekend voor wat de negatieve
beslissingen betreft) op de hoogte:
is de
beslissing positief dan zal de lokaal bevoegde migratiedienst de
arbeidsvergunning afleveren; is de
beslissing negatief dan zal de aanvraag definitief worden geweigerd.
De duur van de volledige beroepsprocedure.
De
beroepsprocedure duurt gemiddeld een drietal maanden, te rekenen vanaf de
indiening van het beroepschrift. Deze duur wordt evenwel in sterke mate bepaald
door de snelheid waarmee gevraagde bijkomende inlichtingen en adviezen worden
ontvangen.
Beroep bij de Raad van State:
Tegen de
beslissing in beroep kan de betrokkene binnen de zestig dagen nog een ultiem
beroep instellen bij de Raad van State, Wetenschapsstraat, 33, 1040 Brussel.
Dit beroep zal evenwel nooit handelen over de opportuniteit van de genomen
beslissing. Het kan dan ook enkel betrekking hebben op procedurefouten of
machtsafwending. De procedure bij de Raad van State beneemt momenteel al vlug
meerdere maanden (en soms jaren). Het resultaat van een dergelijk beroep kan
enkel een vernietiging van een genomen beslissing tot gevolg hebben, maar kan
bv nooit de verplichting tot het afleveren van een arbeidsvergunning
impliceren.
Terug naar Startpagina