Balans in beweging – Nagy 

 

 

 

 

 

 


Contextuele therapie: dynamisch verband tussen persoon en zijn of haar belangrijke relaties.

 

Veelzijdig gerichte partijdigheid (multidirected partiality)  = het aan de kant kunnen staan van de belangen van ieder afzonderlijk, te allen tijde de richtlijn van de contextuele therapie.

 

Nagy onderscheidt vier dimensies in de relationele werkelijkheid van iedere persoon:

-         dimensie van de feiten: gebaseerd op de invloed die uitgaat van bv genetische wortels, lichamelijke gesteldheid, erfelijke eigenschappen, belangrijke gebeurtenissen als scheiding, adoptie, invaliditeit, werkeloosheid

-         dimensie van de psychologie: basale behoeften, afweermechanismen, fantasieen, dromen etc., gebaseerd op de beschrijving van wat zich in een individu afspeelt aan behoeften en motivaties

-         dimensie van de transacties: patronen van waarneembaar gedrag en communicatie tussen personen. Structuren, subsystemen, regels, rolverdeling etc.

-         dimensie van de relationele ethiek: rechtvaardigheid van de relatie, balans van verworven verdiensten. Loyaliteit, betrouwbaarheid en gerichtigde aanspraken. Hier wordt een verbinding gelegd tussen invloed van vorige generaties en wijze waarop het individu deze gebruikt en de daaruit voortkomende invloed op komende generaties.

 

Deze laatste dimensie is volgens Nagy de belangrijkste.

 

 

1. Een inleidend gesprek

 

Beinvloeding:

-         tijdens studie aan univarisiteit (Boedapest, 1945) beinvloed door Kalman Gyarfas, georienteerd op relaties tussen mensen. Heeft onder zijn leiding gewerkt in het staatspsychiatrisch instituut van Illinois.

-         Martin Buber, de dialoog dat het fundament vormt van alle menselijke relaties, de relatie is onmisbaar voor het individuele zelf. Nagy gelooft dat succes in therapie uiteindelijk afhangt van het opwekken en in gang zetten van een werkelijke dialoog, waarin de persoon als individu betrokken is. Benadering van Nagy gaat verder: intergenerationele relaties in het kader van de dialoog, komt bij Buber niet voor. Nagy is meer door Buber beinvloed dan door welke ander persoon ook.

-         Freud, psychodynamisch denkkader en vele varianten hierop zoals de object-relatie theorie van Fairbairn.

 

In 1958 introduceerde Nagy na een tijdlang intensieve individuele therapie gedaan te hebben, in alle gevallen gezinstherapie, hij was ervan overtuigd dat het een meer effectieve methode van behandelen was en minder kostbaar. Dit op grond van ervaringen en van in de loop der tijd gegroeide overtuigingen.

In het therapeutisch contract werd het gezin als geheel beschouwd en gezien, de therapie beinvloedt ook andere levens dan alleen dat van de client. Gaat hierin dus verder dan de systeemtheorie, het is een verdieping hiervan.

 

Nagy ziet de individu ook als een systeemniveau, het ik is een totaliteit (existentieel en psychologisch). Relaties bestaan uit meervoudige individuele velden,.

Dus er is:

-         enkelvoudig individueel perspectief

-         systeem-perspectief

-         meervoudig individueel perspectief

 

Ethiek = rechtvaardigheid, overstijgt het niveau van macht, de verwachting van gelijkwaardige terugbetaling als basis voor betrouwbare relatie. Is van toepasing in relatie waarin betrokkenen op voet van gelijkheid staan.

 

Assymetrische relatie = waar de een afhankelijk is van de ander, ouder/kind, kind/zieke ouder.  Geen gelijkwaardigheid in terugbetaling maar de ethiek bepaalt de relatie hier, het zorg dragen voor.

š     in gezinsrelaties is het van essentieel belang aan te geven wat de ethiek is van de assymetrische relaties zodat er een onderscheid gemaakt kan worden tussen bv zakelijke relaties en relatie tussen gelijkwaardige personen.

 

Waarden-renaissance = het verdienen van gerechtigde aanspraken (entitlement) en de betekenis hiervan voor alle menselijke verhoudingen binnen een groep.

3 alternatieven:

-         egocentriciteit

-         nobel altruisme (zichzelf ontkennend)

-         winst voor jezelf via een werkelijk zorgdragen voor een ander, dient het belang van de persoon zelf => motiverende kracht

 

Nagy beschouwt het denkbeeld van rechtvaardigheid als de stuwkracht van relaties.

Rechtvaardigheid, loyaliteit en vertrouwen staan in nauw verband met elkaar; de betrouwbare persoon heeft recht verworven (entitlement) in de relatie => recht op loyaliteit en geeft tegelijkertijd zelf zorg aan zijn ouders omdat zij dat recht verworven hebben, loyaliteit aan hen omdat ze in het verleden veel voor hem hebben gedaan.

 

 

2. Loyaliteit

 

Het gaat hier om een ‘zijns’ loyaliteit, de wortels hiervan gaan terug tot existentiele, assymmetrische ouder-kind banden. Door geboorte is ieder mens in een niet te ontkennen, onomkeerbare verhouding met zijn ouders gekomen. Basis ligt in erfelijke verwantschap, het gezamenlijk hebben van erfgoed van verworvenheden en lasten van vorige generaties en de verwachtingen en ongeschreven wetten binnen familieverbanden.

Dit alles vormt een onvervangbare band tussen mensen, bestand tegen fysieke en geografische scheiding maar is ook bepalend voor mate waarin nakomelingen zich vrij kunnen voelen andere relaties aan te gaan die buiten die sfeer liggen.

 

Mensen blijven loyaal aan het oorspronkelijke gezin. Primaire loyaliteitsband tussen ouder en kind (beschikbaar zijn en in staat zijn te kunnen geven) is van invloed op de houding ten opzicht van de wereld buiten gezin van herkomst.

 

Loyaliteit is de fundamentele kracht bij de vorming van het individu.

Loyaliteit is fundamenteel gebonden aan het feit dat ieder mens uit zijn ouders is ontstaan en voor de ouders, dat er kinderen zijn die uit hen geboren zijn. In deze relatie begint de mens als een totaal afhankelijk wezen.

Existentiele verplichting aan moeder (zwangerschap + geboorte), vader heeft in dit opzicht een achterstand.

 

Loyaliteit komt tot uitdrukking in relationeel-ethische context.

 

Verticale loyaliteit: tussen elkaar opvolgende generaties, onomkeerbare relatie ouder-kind.

Horizontale loyaliteit: tussen alle overige relaties (broers, zussen, vrienden, relaties), hier staan de betrokkenen op voet van gelijkheid waarbij wederzijdse verplichtingen en rechten ontstaan. Zijn niet onomkeerbaar, kunnen worden verbroken.

 

Als verticale en horizontale loyaliteit elkaar kruisen: keuze, bewust of onbewust kiezen voor een bepaalde relatie (bv ouders of partner) => prioriteitskeuze.

Loyaliteit vindt hier plaats op grond van wederzijdse rechtvaardigheid van de relatie, niet op basis van machtsverhouding maar door daarin verworven verdiensten.

 

Bewegende balans: verticale en horizontale loyaliteitslijnen zullen elkaar blijven kruisen. Nieuwe relaties die men kies brengen ook nieuwe verwachtingen en verplichtingen. Het aangaan van een relatie kent twee verticale en horizontale loyaliteiten. => zoeken naar evenwicht om openlijk loyaal te kunnen zijn.

Verticale lijnen kunnen hierbij vrijwel niet worden verbroken, vermeden, ontkend of beschadigd, dit beschadigt de nieuwe relaties ernstig.

 

Loyaliteitsconflicten: als men niet openlijk loyaal kan zijn aan de oorsprong kan hierdoor een levenbenemende situatie ontstaan (bv gevolg: verlating van de partner).

 

Onzichtbare loyaliteiten ontstaan wanneer men niet openlijk loyaal mag zijn naar de oorsprong. Deze zijn beklemmend en beinvloeden de gekozen relatie.

 

Het loslaten van exclusiviteit van het gezin van herkomst en het opbouwen van relaties, vriendschappen en huwelijken, vereist een basisvertrouwen van waaruit nieuwe rechten, verwachtingen en verplichtingen vorm kunnen aannemen.

In sommige gezinnen is iedere beweging naar autonomie van het kind een deloyaliteit.

 

Incest en loyaliteit. Parentificatie. Van groot belang loyaliteit van client te respecteren.

 

Grootboek: de balans van rechtvaardigheid door de generaties heen. Iedere generatie geeft aan de volgende generatie door wat van de vorige werd ontvangen. Proces omvat altijd 3 generaties. Wanneer grootouders nog iets hebben uit te zoeken met hun kinderen, worden dus ook de kleinkinderen hierin betrokken => cirkel van destructieve acties, kan alleen verbroken worden wanneer de verbindende wegen worden gezocht.

 

Huwelijk en loyaliteit

Conflicten tussen partners kunnen vaak gaan om verborgen loyaliteiten naar de ouders. Belangrijk is om de loyaliteiten duidelijk te krijgen. Relatie heeft de meeste kans van slagen als loyaliteiten van de ander worden gerespecteerd.

 

Gespleten loyaliteit ontstaat als ouders aan een kind eisen stellen die in conflict met elkaar zijn en waarbij het kind alleen loyaal kan zijn aan 1 ouder ten koste van loyaliteit naar de andere ouder. Bv als moeder en haar ouders zich richten tegen vader en zijn ouders. Het kind kan niet oplossen wie het moet kiezen. Bij een client met gespleten loyaliteit moet gezocht worden naar de moment waarop ouders wel een eenheid vormden, of wanneer het kind daartoe bijdroeg.

 

Legaat (legacy)  = de wijze waarop ieder individu alle geerfde feiten, verworvenheden en lasten voor zichzelf in het levensplan integreert en daarmee een schakel vormt naar de komende generaties.

 

 

3. Het volste recht

 

Betrouwbaarheid

Verdiend Vertrouwen

zijn de hoekstenen voor de contextuele therapie.

 

Aanspraak maken op een verdienste is mogelijk wanneer een faire balans ontstaat door de eigen belangen in het oog te houden en tegelijkertijd oog te hebben voor de belangen van de ander. Vandaaruit kan men recht ontwikkelen op erkenning van de ander = entitlement

Het proces van het verwerven van recht slaat een brug tussen egoisme (ik) en altruisme (de ander).

 

Belangentegenstellingen in gezinnen (relaties) zijn onvermijdelijk.

 

Als men rekening houdt met de belangen van de partner, is men ook gerechtigd om zorg en erkenning van de ander te ontvangen. In symmetrische, horizontale relaties wordt de balans verstoord als de een investeert en de ander neemt.

 

In assymetrische, verticale relaties (ouder-kind) is het balans nooit in evenwicht. Het aanspraak kunnen maken op zorg en geven van zorg, kruisen elkaar op de stijgende en dalende levenslijn van kind en ouder.

 

Natuurrecht / inherent recht is het recht van bv het pasgeboren kind dat niet kan overleven zonder de zorg van ouders terwijl er niets kan worden terugverwacht.

 

Een pasgeboren kind heeft een natuurlijk vertrouwen, ook als de moeder dit niet verdiend. Door het vertrouwen van het kind te respecteren en ervoor te gaan zorgen, ontstaat er verdiend vertrouwen, dankzij het kind.

 

De mate waarin de zorg wordt gegeven of ontvangen moet in overeenstemming zijn met de assymetrie van de relatie. Als ouders zich als kind gedragen en teveel zorg van kinderen vragen en te weinig teruggeven => parentificatie.

 

Gerechtigde aanspraak is gekoppeld aan ons levenslot. Onrechtvaardige levensomstandigheden maken iemand gerechtigd om aanpraak te maken zonder er een verdienste tegenover te hoeven stellen.

 

Recht op wrok / destructie  van het kind dat natuurrecht niet vervuld ziet. Men gaat de mogelijkheid missen om nog vertrouwen te verdienen => roulerende rekening aan het onjuiste adres, niet degene die het kind kwaad hebben gedaan, maar bv de partner krijgt de rekening.

 

 

5. de toekenning in de praktijk

 

Bij het toepassen van de theorie van Nagy gaat het om 3 aspecten:

  1. inzicht in de theorie
  2. een persoonlijk ervaren van draagwijdte van de begrippen
  3. richtlijnen

 

 

 

Terug naar HOMEPAGE

 

HOMEPAGE 

 

Hosted by www.Geocities.ws
GridHoster Web Hosting
1