| Adriaan Morriën | ||||||||||||||||||||||||
| Kussen vrij van dwang en licht door wat is afgelegd, waarin mijn jeugd wordt voortgezet en overgevleugeld door een man. |
||||||||||||||||||||||||
| Jij hebt mij engelachtig opgedragen aan andere aardsheid dan die van het beest, zonder verraad te plegen aan je leest. Je geur werd groter voor mij dan hij was geweest. Je huid wist antwoord op mijn liefste vragen. |
||||||||||||||||||||||||
| Kinderspel Kinderen spelen met onzichtbare dingen. Zij gaan met minder dan een schaduw om. Wat voor ons stom is heeft voor hen geluid. Waar wij niets zien zien zij de mooiste ogen. |
||||||||||||||||||||||||
| Verlangen De ziel, te teder vaak voorde gedachte die in ontzaglijke verbeelding zweeft; voelt zich verwant aan water, wind en nachten, aan al wat overweldigt en schijnbaar niet leeft. |
||||||||||||||||||||||||
| Lente Ik zie het zonlicht in de bomen beven, ik hoor de zachte wind en tast ontzet langs de te tere nerven van mijn leven. |
||||||||||||||||||||||||
| Invocatio Je hand is warm, je grote ogen glanzen. Je hebt te lang van jou en mij gedroomd dan dat je weigeren zou hoewel je schroomt. Ik voel je lichaam van verwachting dansen. |
||||||||||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||||||||
| Zij is zo waard te worden toegesproken met woorden die jij nooit nog hebt gezegd maar die in't ritselen van de lente zijn ontloken, waarin de meidoorn alle zoetheid legt. Nimmer tevoren kwam je't lieve leven zo vriendelijk en zo eenvoudig voor en speet je het zo lang alleen te zijn gebleven zonder die hand, die mond, dat luisterend oor. |
||||||||||||||||||||||||
| Jij hebt mijn dierlijkheid nadenkend gemaakt, zodat ik als mijn dubbelganger kon leven en zo leefde ik ook langer en dieper dan ik voor jou had geleefd, als een enkeling verstrikt in't eigen vlees. | ||||||||||||||||||||||||
| Contact Een eenvoudige aanraking kan al dodelijk zijn: een voet vol pezen, kronkelende tenen, de toegang tot een boezem door een moedervlek verduisterd, een elleboog die rood is van het leunen. Wie kan verdragen dat hij iemand ziet en wie bezwijkt niet als zijn blik verzinkt in het verslindend gat van een pupil? |
||||||||||||||||||||||||
| Opstanding Ik sta in jou op van de dood nog bij mijn leven en mijn leven na de dood begint terstond als aandeel aan jouw mond en schat. En jij, vermoedend buiten elk besef, trots op je tegenstrijdigheid en innig tot het uiterste bereid, verlegt de ijle grenzen van de wet. |
||||||||||||||||||||||||
| Home | ||||||||||||||||||||||||
| Scorpio79be's M pagina | ||||||||||||||||||||||||