In de eerste plaats betreft het een uitwerking van een preventie- en sensibiliseringscampagne rond een welbepaald maatschappelijk thema of problematiek. De uitwerking is een groepsgebeuren, waarbij elk lid van de groep evenveel inspanningen dient op te brengen tot het voltooien van de missie. Het resultaat van dit onderdeel konden de medestudenten en de praktijklectoren aanschouwen tijdens de presentatie van de preventiecampagne.
Naast dit groepsluik van de opdracht, bestaat er een individueel luik. Ieder groepslid dient inzicht te verwerven in de materie waarover de preventie- en sensibiliseringscampagne handelt.
Als thema voor de uitwerking van een sensibilisering- en preventiecampagne kozen mijn groepsleden en ikzelf voor �Mobbing� of pesten op de werkvloer.
Concreet zal de lezer in dit werk een weerslag vinden van de individuele kennisverwerving inzake pesten op het werk. Waarbij mijn aandacht uiteraard uitging naar het thema zelf. Vervolgens ging ik na welk de mogelijke rol en functie van een maatschappelijk assistent kan inhouden aangaande het thema. Na deze uitwijding bespreek ik enkele knelpunten (mijns inziens) aangaande de thematiek. Ten laatste zal ik, waar dit mogelijk leek, ook enkele oplossingsalternatieven proberen te formuleren.
Ik wens de lezer nog mee te delen dat ik het geen simpele opdracht vond om in ongeveer 10 bladzijden een allesomvattende uitwijding omtrent mobbing te geven. Ik hoop dat ik de diverse facetten tot zijn recht heb laten komen.
Mobbing is een term waarmee pesten op werk wordt aangeduid. Mobbing of pesten op het werk kan omschreven worden als psychologische intimidatie. Hiermee wordt aangetoond dat pesterijen een enorme psychologische impact kunnen hebben bij slachtoffers ervan.
Wat mobbing of psychologische intimidatie juist is, wordt treffend weergegeven in het wetsvoorstel (d.d. 28/04/2000) betreffende de psychologische intimidatie door het opzettelijk verzieken van de arbeidsomstandigheden, ingediend door Mahoux Philippe (PS) en Vanlerberghe Myriam (SP).
Deze personen verstaan onder psychologische intimidatie
Door het voorgaande beland ik automatisch bij het profiel van het slachtoffer. Is het mogelijk om een schets van enkele persoonlijkheidskenmerken te geven, waardoor we reeds voor het ontstaan van pesterijen op het werk een slachtoffer kunnen aanduiden? Om eerlijk te zijn bestaat er mijns inziens niet zoiets als h�t profiel van het slachtoffer. Iedereen kan slachtoffer worden van pesterijen. Zo merkte ik (aan de hand van een literatuurstudie) op dat zowel personen met een knap uiterlijk, als intellectuele personen, als assertieve personen, als communicatief vaardige personen, als personen met een laag zelfbeeld ten prooi kunnen vallen aan pestkoppen.
In de samenleving wordt er vanuit gegaan dat enkel zij die weinig vrienden hebben, zij die onzeker zijn over zichzelf, zij die anders zijn, enz. slachtoffer worden. In realiteit is dit dus niet zo en hierdoor kan ik stellen dat onze samenleving uitgaat van stereotiepen. Dit kan voor een slachtoffer (die assertief is of een mooi uiterlijk heeft of �) betekenen dat zij op weinig steun kunnen rekenen vanuit hun omgeving wanneer zij met hun verhaal naar buiten komen.
Het profiel van een pester kan ik gemakkelijker beschrijven. Bij mobbingsituaties op het werk blijkt de pestkop meestal een man te zijn. De pester staat niet alleen maar kan rekenen op ondersteuning vanwege een groepje meelopers. Deze meelopers moedigen de pestkop aan door bijvoorbeeld te lachen wanneer de pestkop het slachtoffer belachelijk maakt of door fysiek aan de kant van de pestkop te gaan staan (dit is dan een non-verbale manier om steun te betuigen).
Concreet kunnen pesterijen allerhande vormen aannemen. Als belangrijkste onthoud ik de volgende vormen :
Pesterijen op het werk ontstaan om diverse redenen, zoals:
De gevolgen van pesterijen op het werk kunnen desastreus zijn voor het slachtoffer als voor het bedrijf.
Slachtoffers ervaren allerhande psychologische gevolgen van pesterijen op het werk. Deze psychologische gevolgen hebben niet enkel een weerslag op het leven van het slachtoffer maar zullen ook een verandering inhouden voor de gezinsleden en vrienden van slachtoffers.
Bedrijven lijden economisch onder toedoen van een pestsituatie. Sasam (Stichting Anti-Stalking en Anti-Mobbing) gaat ervan uit dat ��n mobbing-slachtoffer ongeveer 10.000 Euro per jaar kost. Waardoor kunnen de kosten zodanig hoog oplopen? Omwille van het productieverlies, het verlies van de goede naam (de reputatie) van het bedrijf, een groot verloop en een hoog ziekteverzuim.
Niet enkel het slachtoffer zal op termijn niet graag naar het werk vertrekken. Ook getuigen (dit zijn niet de meelopers maar zij die zich niet bemoeien met de pestsituatie) zullen met minder plezier naar het werk gaan en voelen zich machteloos. Zij hebben vaker last van gezondheidsklachten. Hoe komt dit dan? Door de verandering van cultuur. M��r en m��r begint het recht van de sterkste te gelden.
De voorstellen die ik hier formuleer maken eigenlijk deel uit van het hoger beschreven uitdragen van een preventiebeleid in een bedrijf.
Vanuit het ministerie voor werkgelegenheid of vanwege de Vlaamse en Waalse ministers ter zake, zou kunnen geopteerd worden om jaarlijks de actieve bevolking in Belgi� te sensibiliseren aangaande mobbing. Volgens mij zou dit best kunnen door middel van een Anti-mobbing dag (naar het idee van de aidsdag, �). Voor de uitwerking van een dergelijke grootschalige campagne zou een maatschappelijk werker ter hand kunnen genomen worden.
Wanneer een anti-mobbingdag een te grote onderneming of uitdaging zou zijn voor de federale, Vlaamse en Waalse ministers ter zake zouden ze misschien kunnen kiezen voor een kleinere sensibiliseringscampagne. Bijvoorbeeld door middel van affiches langs de autosnelweg of posters op grote reclameborden in het straatbeeld.
Een maatschappelijk assistent is door middel van zijn/haar opleiding uiterst geschikt voor de eerste opvang van mobbingslachtoffers. De maatschappelijk assistent kan al zijn/haar vaardigheden toepassen tijdens het luisteren, ondersteunen en doorverwijzen.
Volgens mij is het niet aangewezen om een langdurige begeleiding van mobbingslachtoffers door een maatschappelijk assistent te laten gebeuren. Daar mobbingslachtoffers meestal te kampen hebben met psychologische gevolgen, lijkt het meer aangewezen dat zij intensief zouden begeleid worden door een psycholoog. Een psycholoog beschikt door zijn/haar opleiding over meer specifieke vaardigheden om slachtoffers psychologisch te begeleiden.
Aan de andere kant lijkt het mij wel mogelijk dat een maatschappelijk assistent als bemiddelaar zou fungeren tussen slachtoffer en dader en/of tussen slachtoffer en werkgever. Dit weliswaar mits een specifieke training in bemiddelingspraktijken. Bemiddelen is een aparte methodiek en via onze opleiding hebben wij hier geen ervaring mee.
Een mobbingslachtoffer zou moeten kunnen rekenen op nazorg, wanneer de situatie gestabiliseerd is. Een maatschappelijk assistent vanuit een sociale dienst van een hulpverlenende instantie zou kunnen instaan voor deze nazorg. Dit hoeft volgens mij niet te gebeuren door een psycholoog.
Ik had een gesprek met meneer Van Eyck en mevrouw Lejeune van de sociale dienst van de liberale mutualiteit. Deze maatschappelijk assistenten verlenen de eerste opvang. Zij verzorgen de intake en verwijzen vervolgens door naar een psycholoog of andere instanties. Vanuit een dergelijke sociale dienst zou na het afronden van de begeleiding een evaluatie kunnen plaatsvinden. Indien nodig kunnen zij dan nog extra informatie ter beschikking stellen.
Tot enkele weken geleden zou ik als voornaamste knelpunt aangaande het thema het volgende gesteld hebben, namelijk het ontbreken van een degelijke wetgeving ter zake.
Recent werd de wet aangaande de bescherming van werknemers tegen geweld en tegen morele en seksuele pesterijen (ingediend door de federale minister voor werkgelegenheid en van gelijke kansen, Laurette Onkelinx) een feit.
Vanaf heden kunnen slachtoffers en getuigen van mobbing beschermd worden en rekenen op gerechtelijke genoegdoening.
Een belangrijke vernieuwing, die werd bewerkstelligd door de wet is dat de bewijslast bij de werkgever en de pestkop komt te liggen. Voorheen diende het slachtoffer te bewijzen dat hij gepest werd, dit was een belangrijke reden waardoor slachtoffers meestal het onderspit dolven en op deze manier voor een tweede maal gevictimiseerd werden.
Wanneer ik nadenk over slachtoffers, dan ben ik bang dat (ook met aangepaste wetgeving) slachtoffers tijdens een rechtszaak het onderspit zullen delven. Wanneer slachtoffers niet bijgestaan worden door een verdediging vanuit de vakbond of vanwege een gerenommeerd advocatenkantoor dan ben ik bang dat een multiplayer (zoals een bedrijf meestal is) over een betere kwaliteit van verdediging zal beschikken en op deze manier de rechtszaak zal kunnen winnen.
Bedrijven hebben meestal een redelijke spaarpot opzij gezet voor eventuele rechtszaken die tegen hen aangespannen worden.
Slachtoffers kunnen mijns inziens niet rekenen op een groot geldoverschot om hun gerechtelijke kosten te betalen. Hierdoor is het niet ondenkbeeldig dat slachtoffers geconfronteerd worden met een financi�le aderlating wanneer zij zelf dienen op te draaien voor de gerechtelijke kosten.
In realiteit zou het voor mij een mogelijkheid kunnen blijven dat slachtoffers niet gemakkelijk gere�ntegreerd raken nadat zij een pestsituatie bekend maakten.
Bedrijven zijn tot op heden niet bepaald begrijpend en ondersteunend ten opzichte van slachtoffers. Uit onze bezoeken en onze literatuurstudie (waaronder een grote hoeveelheid autobiografische lectuur) bleek dat slachtoffers meestal werden overgeplaatst van dienst of gewoonweg werden ontslagen na het aan de kaak stellen van een pestsituatie.
Om deze reden lijkt het mij belangrijk om als bedrijf een beleid aangaande de globale aanpak van mobbing uit te dragen. Hierbij dient een bedrijf aandacht te hebben voor een vertrouwenspersoon, een klachtencommissie en �procedure, werkoverleg, stimulerend werkklimaat, enz..
Uit getuigenissen bleek soms dat de vertrouwenspersoon of de vakbondsafgevaardigde mee in het complot zaten. Wat moet een slachtoffer aanvangen wanneer de enige persoon die hen dient te helpen (van overheidswege, zoals de preventieadviseur of de vertrouwenspersoon of de bedrijfsarts) eigenlijk deelneemt aan de pesterijen? Ik vrees dat zelfs met aangepaste wetgeving en met een aangepast bedrijfsbeleid, soortgelijke situaties kunnen blijven bestaan.
Slachtoffers kunnen steeds contact opnemen met externe diensten maar het vergt heel wat moed op naar een wildvreemde te stappen en te vertellen dat je gepest wordt. Ik hoop dat slachtoffers in de toekomst steeds zullen opkomen voor hun rechten en dat zij op welwillende hulpverleners vallen.
Hoger vermelde ik reeds dat er volgens mij een uitgebreide sensibiliseringscampagne vanwege het federaal ministerie voor werkgelegenheid zou moeten uitgedragen worden.
Ik had op 22 maart 2002 een telefonisch gesprek met de heer Samson van het federaal ministerie voor werkgelegenheid, dienst voor gelijke kansen.
Ik vroeg aan deze persoon of het ministerie bezig was met het uitwerken van een sensibiliseringscampagne. Hij deelde me mee dat het ministerie enkel een brochure zal uitbrengen om de brede bevolking te sensibiliseren. Deze brochure zou tegen september 2002 moeten verschijnen.
Ik vond het gek dat minister Onkelinx reeds op 12 februari 2001 een wetsvoorstel indiende (dat recent werd goedgekeurd) en dat haar eigen medewerkers gewacht hebben tot de goedkeuring van dit wetsvoorstel vooraleer zij zich zouden bezinnen over een eventuele sensibiliseringscampagne inzake mobbing.
Door middel van dit telefonisch gesprek begon het me te dagen dat het ministerie haar rol vooral van op de zijlijn wil invullen en dus niet actief wenst te gaan sensibiliseren of preventief op te treden.
Meneer Samson deelde me trouwens zelf mee dat het ministerie een kader heeft gecre�erd door middel van de nieuwe wet en dat het niet de taak van het ministerie is om elk bedrijf persoonlijk te controleren of het wel in orde is met de reglementering. Wanneer er vanwege slachtoffers klachten binnen lopen bij het ministerie dan zal de dienst voor gelijke kansen een controleur sturen naar het bedrijf en aangepaste sancties treffen.
Is het niet de taak van het ministerie om bedrijven actief aan te zetten tot het naleven van de wet? Het ministerie (of haar dienst voor gelijke kansen) kan dit volgens mij doen door steekacties. Bijvoorbeeld elke maand een paar bedrijven gaan controleren. Wanneer bedrijven in orde zijn met de nieuwe reglementering inzake mobbing dan kunnen zij bijvoorbeeld beloond worden door middel van een trofee waarop �anti-mobbingprijs� (of zoiets) staat.
Wanneer van hoger uit (het beleid) niet aangetoond wordt dat zij actief bezig zijn met het voorkomen van ongewenste situaties op de werkvloer, waarom zouden bedrijven (en hun leiders) zich dan aangespoord voelen om zelf actief de problematiek aan te pakken?
Mobbing is een andere term om pesterijen op het werk aan te duiden. Mobbing kan eveneens als psychologische intimidatie omschreven worden. Onder psychologische intimidatie verstaan Mahoux Philippe (PS) en Vanlerberghe Myriam (SP)
Iedereen kan slachtoffer worden van mobbing. Bij de meerderheid van de mobbingsituaties komt ��n slachtoffer tegenover een pester en zijn meelopers te staan.
De pestkop kan uit een heel scala van vormen van pesterijen kiezen om zijn slag te slaan. Hij kan het slachtoffer isoleren, bedreigen, bespotten, de arbeidsomstandigheden onmogelijk maken, en noem maar op.
De gevolgen voor een slachtoffer kunnen dramatisch zijn. Naast het slachtoffer zal zijn/haar omgeving ook lijden onder de pestsituatie op het werk.
De cultuur op het werk zal veranderen naarmate de pestsituatie evolueert. Getuigen van pesterijen gaan niet meer met plezier naar het werk en kunnen gezondheidsklachten krijgen. Het bedrijf zal te kampen krijgen met een groot verloop, productieverlies, een hoog ziekteverzuim en de reputatie van het bedrijf komt op de helling te staan.
Om mobbing tegen te gaan zou een bedrijf een specifiek beleid kunnen voeren inzake preventie van pesten op het werk. Bij de voorbereiding van een preventiebeleid ligt er voor een maatschappelijk assistent een taak weggelegd.
Zonder stimulans vanwege de overheid, met name het federaal ministerie voor werkgelegenheid, lijkt het mogelijk dat bedrijven zich niet geroepen voelen om de nieuwe wetgeving inzake mobbing na te leven. Vanuit het ministerie kan dit tegengegaan worden door zelf een uitgebreide sensibiliseringscampagne te voeren. Tot de doelgroep van deze campagne zouden zowel de bedrijven als de gehele actieve bevolking in Belgi� moeten behoren.
Naar slachtoffers toe kan een maatschappelijk assistent een belangrijke rol op zich nemen, namelijk de eerste opvang verzorgen. Verdere begeleiding lijkt mij het meest aangewezen voor een psycholoog.
EMMERECHTS, S., Mobbing of pesten op het werk. Antwerpen, Manteau, 2001, 158 p..
DE VRIEZE, M., Nooit meer pesten? Vacature, 15/06/2001, 2p. Op internet: www.vacature.com.
FEDERAAL MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID, Belgisch rapport over de kwaliteit van de arbeid. Januari 2002, 30-35 p. Op internet: www.meta.fgov.be.
FNV BONDGENOTEN, �Ik stond erbij en ik keek ernaar� Ongewenst gedrag: wat doen we eraan??? Informatie over ongewenst gedrag op de werkplek en de aanpak ervan. FNV Bondgenoten, 15/10/1999, 4p. Op internet: www.bondgenoten.fnv.nl .
FNV, De 13 meest gestelde vragen over pesten op het werk. FNV, 6p. Op internet: www.fnv.nl .
HUBERT CONSULT, De beleidsmatige aanpak. Hubert Consult, 3p. Op internet: www.hubertconsult.nl .
HUBERT CONSULT, Ongewenste omgangsvormen op het werk. Hubert Consult, 3p. Op internet: www.hubertconsult.nl .
HUBERT CONSULT, Hoofdvormen van ongewenste omgang. Hubert Consult, 2p. Op internet: www.hubertconsult.nl .
MAHOUX, P., VANLERBERGHE, M., Wetsvoorstel betreffende de psychologische intimidatie door het opzettelijk verzieken van de arbeidsomstandigheden. Toelichting. Belgische Senaat, 28/04/2000, 5p. Op internet: www.senaat.be .
LATHOUWERS, B., �Mobbing maakt drie zelfmoordslachtoffers per week�. De Standaard, 18/08/2001, 2p. Op internet: www.destandaard.be .
LEYMANN, H., Some historical notes: Research and the term Mobbing. 1p. Op internet: www.leymann.se .
LEYMANN, H., The definition of Mobbing at Workplaces. 1p. Op internet: www.leymann.se .
LEYMANN, H., Conflict: risk for mobbing. 5p. Op internet: www.leymann.se .
LEYMANN, H., Mobbing � its Course Over Time. 2p. Op internet: www.leymann.se .
LEYMANN, H., Why does Mobbing take place? 2p. Op internet: www.leymann.se .
LEYMANN, H., Epidemiological findings. 3p. Op internet: www.leymann.se .
LEYMANN, H., Consequences of mobbing. 2p. Op internet: www.leymann.se .
LEYMANN, H., Measurements against mobbing. 2p. Op internet: www.leymann.se .
LEYMANN, H., How serious are psychological problems after mobbing? 2p. Op internet: www.leymann.se .
LANDSBOND VAN LIBERALE MUTUALITEITEN, De liberale mutualiteiten: partner in de aanpak van pestproblemen. Persbericht, 04/12/2001, 2p. Op internet: www.mut400.be .
ONCKELINX, L., De strijd tegen geweld, pesterijen en ongewenste seksuele intimiteiten op het werk. 31/08/2001, 19p. Op internet:www.meta.fgov.be .
PARLEMENTAIRE HANDELINGEN, Vraag om uitleg van mevrouw Sabine de Bethune aan de vice-eerste minister en minister van Werkgelegenheid en aan de minister van Justitie over �de beleidsmaatregelen tegen mobbing� (nr.2-258). Belgische Senaat, 23/11/2000,3p. Op internet: www.senaat.b e.
PARLEMENTAIRE HANDELINGEN, Mondelinge vraag van mevrouw Jacinta De Roeck aan de vice-eerste minister en minister van Werkgelegenheid over �de mobbing op de werkvloer� (nr.2-360). Belgische Senaat, 26/10/2000, 3p. Op internet: www.senaat.be .
VRAGEN EN ANTWOORDEN, Vraag nr.1424 van mevrouw De Roeck aan Vice-eerste minister en minister van Werkgelegenheid over �Mobbing�. Belgisch voorzitterschap van de Europese Unie. Huishoudelijk reglement van de bedrijven. Sensibiliseringscampagne. Belgische Senaat, 13/07/2001, 3p. Op internet: www.senaat.be .
( ) Agressiebeheersing in psychiatrische ziekenhuizen. PreventActua, nr.2, 13/12/2001, 2 p. Op internet: http://extra.prevent.be .
( ) Bescherming tegen geweld en pesten op het werk binnenkort bij KB geregeld. PreventActua, nr.4, 2001, 2p. Op internet: http://extra.prevent.be .
( ) Wetsontwerp goedgekeurd. PreventActua, nr.15, 2001, 2p. Op internet: http://extra.prevent.be .
( ) KB Franse Gemeenschap over mobbing. PreventActua, nr.14, 23/08/2001, 1p. Op internet: http://extra.prevent.be .
( ) Juridisch bekeken. PreventActua, nr.21, 29/11/2001, 2p. Op internet: http://extra.prevent.be .
( ) Geweld op het werk: strategie�n om ermee om te gaan. Werk & Welzijn, nr.3, 2001, 6 p. Op internet: http://extra.prevent.be .
( ) Ook volwassenen pesten. Werk & Welzijn, nr.1, februari 1999, 5p. Op internet: http://extra.prevent.be .
( ) Mobbing: een arbeidsgeneesheer aan het woord. Werk & Welzijn, nr.2, april 2001, 2p. Op internet: http://extra.prevent.be .
( ) Pesten: een realiteit. Gezond Ondernemen, nr.1, maart 2001, 3p. Op internet: http://extra.prevent.be .
( ) Klacht indienen over pesten, beschermt tegen ontslag. De Standaard, 06/02/2002, 1p. Op internet: www.destandaard.be .
( ) Management zwak, meer getreiter. De Standaard, 19/04/2001, 1p. Op internet: www.destandaard.be .
( ) Kenmerken van pesten op het werk. Vacature, 1p. Op internet: www.vacature.com .
( ) Typisch pestgedrag. Vacature, 1p. Op internet: www.vacature.com .
( ) Evolutie van pestgedrag op het werk. Vacature, 2p. Op internet: www.vacature.com .
( ) Gevolgen van pesten op het werk. Vacature, 1p. Op internet: www.vacature.com .
( ) Wat kan je ertegen doen? Vacature, 2p. Op internet: www.vacature.com .