Zoals ik elders al aangaf, laaide in de voorbije jaren in Belgi� de discussie rond een herori�ntering van de huidige gerechtelijke reactie op jeugddelinquentie op. Hierbij kwam de uiteindelijke keuze te liggen tussen enerzijds een herstelrecht en anderzijds een strafrecht als model.
Toenmalig Vlaams Minister Luc Martens geeft treffend de discussie weer, namelijk �Enerzijds is er protest rond de bevoogdende benadering van het onverantwoorde kind. Anderzijds zijn er uitspraken die verwijzen naar een te zachte, te weinig effectieve reactie op jeugddelinquentie�.
Professor Walgrave zegt hierbij �In Belgi� staat het systeem van jeugdbescherming en vooral het systeem ten opzichte van delinquenten, voorlopig onder zware druk. ( ) De fundamentele discussie betreft de vraag of we dat educatieve, beschermende of rehabilitatieve aspect kunnen handhaven ten aanzien van delinquenten . Volgens professor Walgrave kan in dat verband drie soorten bedenkingen geuit worden. �Ten eerste zegt men dat het puur beschermende, pedagogische hulpverlenen ten aanzien van bepaalde soorten delinquenten niet geloofwaardig is. Ten tweede beweert men dat al die behandelende en hulpverlenende programma�s geen eclatant succes kennen als men evaluatiestudies ervan bekijkt. ( ) Ten derde kijkt dit systeem naar de persoon van de dader in plaats van naar de daad. Dit heeft tot gevolg dat een aantal rechtswaarborgen van deze delinquenten dikwijls in het gedrang komen.�
Dient bij de herori�ntering van ons jeugdrecht alle positieve elementen aan het bestaande jeugdbeschermingsrecht overboord gegooid te worden? Of kan er een compromis op tafel gelegd worden waarbij uitgegaan wordt van enerzijds een jeugdrecht, voor de reactie ten aanzien van de huidige minderjarigen in een problematische opvoedingssituaties, en anderzijds een apart jeugdrecht, voor de reactie op de huidige minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit pleegden? (Zoals de opdeling voor volwassenen: burgerlijk recht en strafrecht.) Steeds meer wordt van overheidswege beseft dat er een nieuw kader dient gecre�erd te worden voor de gerechtelijke hulpverlening aan niet-delinquente minderjarigen en steeds meer wordt van overheidswege beseft dat het maatregelenrecht tegenover delinquente minderjarigen zijn beste dag gehad heeft.
Het probleem met het strafrechtmodel als reactie op delinquente minderjarigen is dat de minderjarige als een meerderjarige zou behandeld worden en dat er uitgegaan wordt van het onderscheidingsvermogen van de dader. Dit lijkt mij bij minderjarigen enkel vanaf een bepaalde leeftijd verantwoord.
Bij een sanctiemodel wordt er enkel rekening gehouden met het gepleegde feit en dit vormt meteen de afbakening van het optreden van de rechter. Ik denk dat dit gevolgen inhoudt voor minderjarigen die voor de eerste keer een als misdrijf omschreven feit plegen. Bijvoorbeeld kan het dan voorvallen dat minderjarige die reeds vele malen een delict pleegden een even zware of even milde straf krijgen opgelegd als minderjarigen die de eerste maal een delict pleegden. �Is dit rechtvaardig?�, stel ik me als vraag.
Bij het herstelrechtmodel zal de maatschappelijke reactie op delinquente minderjarigen bestaan onder de vorm van herstel van het delict vanwege de minderjarige dader ten aanzien van het slachtoffer en ook ten aanzien van de gemeenschap / maatschappij.
Het werd reeds bekend dat herstelrecht gaan oplossing biedt bij delinquenten met een psychiatrische stoornis. Om deze reden kan dit model niet voor iedereen gehanteerd worden.
Volgens mij staan de beleidsmakers voor een uitdaging. Ofwel het herstelrechtmodel hanteren voor de grootste groep van delinquenten en een aangepaste gerechtelijke reactie uitwerken voor minderjarigen die omwille van psychiatrische redenen delinquente feiten plegen. Ofwel alle positieve elementen van het herstelrechtelijke model in de vuilbak gooien en een geheel ander model hanteren als toekomstige gerechtelijke reactie op delinquentie.
Bij de gedachtewisseling tussen professor Walgrave en de commissie ad hoc stelde Walgrave:
Herstelrecht is dus schadegericht en slachtoffergericht en kan toegepast worden ook wanneer er geen dader werd gevat. Het beschermingsmodel en het strafrechtmodel daarentegen kan enkel toegepast worden wanneer er een dader gevat is daar deze modellen gericht zijn op de dader. Dus pas wanneer de dader gevat is kan deze behandeld, geholpen of gestraft worden. Het slachtoffer blijft bij deze modellen in de kou staan.
Bij herstelrecht bestaat het gerechtelijke optreden ten aanzien van een misdadiger niet in de eerste plaats uit het behandelen of straffen maar moet er voor gezorgd worden dat de misdadiger bijdraagt tot het herstel van de schade.
Is deze vorm van recht effici�nt? Uit binnenlands onderzoek kunnen we op dit gebied weinig conclusies afleiden daar er praktisch geen onderzoek naar werd verricht en bovendien zijn de herstelbemiddelingsprojecten nog niet lang genoeg actief. Buitenlands onderzoek toont aan dat dader-slachtofferbemiddeling en gemeenschapsdienst goed werken, zowel voor de slachtoffers, de veiligheid als de daders en de recidive ligt heel wat lager dan na straffen of behandelingsprogramma�s. De Werkgroep Hervorming Jeugdbescherming deed een vergelijkend onderzoek naar de resultaten van gemeenschapdiensten en kwam tot de constatatie dat Belgi� bij de beste van de wereld behoort op het vlak van recidive. In bepaalde leeftijdscategorie�n bedraagt de recidive vrijwel de helft, als we het vergelijken met een gewone heropvoedingsmaatregel in het kader van de jeugdbescherming.
Het voorstel van de Werkgroep Hervorming Jeugdbescherming bestaat uit twee luiken namelijk voor de parketten en voor de jeugdrechtbanken. Bij deze uitwijding wil ik me toespitsen op de jeugdrechtbank, daar dit voor mijn thema het meest aangewezen is en daar dit voorstel volgens mij haalbaar is als de beleidsmensen dit voorstel zouden willen doorvoeren.
In het voorstel van de Werkgroep Hervorming Jeugdbescherming beschikt de jeugdrechter over diverse vormen van reageren op jeugddelinquentie. Wanneer op parketniveau de dader-slachtofferbemiddeling mislukte, kan de jeugdrechter alsnog trachten de bemiddeling op gang te brengen. Deze bemiddeling kan de jeugdrechter niet verplicht stellen maar enkel voorstellen, daar zoals Walgrave het aanhaalde �Een dader-slachtofferbemiddeling verplichten lijkt me bijna een contradictio in terminis, zeker ten aanzien van het slachtoffer. De mensen moeten echt wel willen.�
Bij het voorstel tot een jeugdsanctierecht kan de jeugdrechter als tweede soort reactie kiezen voor het opleggen van diverse sancties. Als eerste sanctie is er dan de herstelberisping. Walgrave legt uit wat dit inhoudt: �Dat houdt in dat men niet zozeer dreigt met een straf, maar de minderjarige wijst op de schadelijke gevolgen van zijn daden of wijst op wat hij op het spel zet.�
Hierbij of hiernaast kan de jeugdrechter de minderjarige delinquent verplichten tot het volgen van een vorming omtrent slachtoffers.
Verder beschikt de jeugdrechter over de mogelijkheid om de minderjarige een opgeschorte gemeenschapsdienst op te leggen. Hierbij kan de jeugdrechter de gemeenschapsdienst gewoon opleggen of kan hij deze opschorten om de minderjarige onder druk te zetten tot het starten met bemiddeling of het vrijwillig volgen van een welzijns- of vormingsprogramma. Deze gemeenschapsdienst moet in verhouding staan met de ernst van de aangerichte schade en ook met de mentale en andere draagkracht van de minderjarige. De werkgroep opteert ervoor dat de duur van de gemeenschapsdienst bepaald zou worden door de jeugdrechter maar de inhoud van de gemeenschapsdienst zou in samenspraak best bepaald worden door een gespecialiseerde dienst. De werkgroep meent dat op deze manier de pedagogische zin van de maatregel het beste gewaarborgd wordt. Bij de gemeenschapsdienst dient de minderjarige aangesproken te worden op zijn vaardigheden en zijn zelfgevoel.
Ter ondersteuning van de gemeenschapsdienst kan de jeugdrechter ervoor kiezen om de minderjarige te plaatsen in een open instelling. De Werkgroep Hervorming Jeugdbescherming kiest hiervoor daar er milieus zijn waar de minderjarige op onvoldoende steun kan rekenen vanuit zijn natuurlijke omgeving. De werkgroep vindt dat dit soort van plaatsingen maar kan duren zolang de gemeenschapsdienst loopt. Hierbij dient er tijdens het verblijf van de minderjarige in de instelling behandelende, hulpverlenende en vormende programma�s ontwikkeld te worden.
Als oplossing voor heel zware jeugddelinquenten haalde de Werkgroep Hervorming Jeugdbescherming een �uitgebreide jeugdrechtbank� naar boven. Deze zou bestaan uit de gewone jeugdrechtbank en twee bijzitters. Enkel dit soort van jeugdrechtbank zou over de bevoegdheid beschikken om minderjarigen te plaatsen in een gesloten instelling. Binnen de gesloten instelling zou er ook herstelrechtelijk gewerkt dienen te worden. Tevens zouden er pedagogische en heropvoedende programma�s opgezet moeten worden.
Over het voorgaande onderdeel van het voorstel van de Werkgroep Hervorming Jeugdbescherming ontstond onder toedoen van de pers heel wat commotie. Walgrave repliceerde hier als volgt op: �Er wordt gezegd dat het om gevangenissen zou gaan. Dat klopt echter niet. Dit is geen strafrecht, maar herstelrecht. Er wordt geen straf uitgesproken en de jongere wordt niet geplaatst in een instelling omdat hij een delict heeft gepleegd. We willen geen leed toevoegen, wat de elementaire idee is van een straf. Hij wordt geplaatst omdat we bang voor hem zijn.�
Hetgeen mij hierbij opviel is de zin �Er wordt geen straf uitgesproken�� In het huidige jeugdbeschermingsrecht worden er eveneens geen straffen uitgesproken maar maatregelen. In realiteit is voor delinquente minderjarigen een maatregel gelijk aan een straf. Wanneer er een jeugsanctierecht, geschoeid op de leest van een herstelrecht, wordt ingevoerd in Belgi� dan zal dit in het begin veel reorganisatie vragen en enkel op langere termijn zal een delinquente minderjarige zijn maatregel niet langer als een straf aanschouwen. Niet enkel op praktisch gebied dient er een omwenteling plaats te vinden, ook in de denkwereld van velen dient mijn inziens er een aanpassing te volgen.
Wat gebeurt er bij dit jeugdsanctierecht, dat geschoeid is op de principes van een herstelrechtelijke aanpak, wanneer er geen schade is aan derden? Zoals bij het strafrecht als bij het jeugdbeschermingsmodel speelt de samenleving of de maatschappij of de gemeenschap als geheel een rol, hierdoor verword de samenleving tot een derde partij. Wanneer er sprake is van een dader en er is geen feitelijke schade dan is het aan de procureur om te beslissen of hij al dan niet wenst te vervolgen.
Walgrave haalt hierbij aan dat �als herstelrecht consequent wordt doorgetrokken, moeten we alle daden decriminaliseren die nu zijn gecriminaliseerd en die geen concrete slachtoffers veroorzaken. Het gebruik van drugs bijvoorbeeld is dan een medisch en eventueel sociaal maar geen strafrechtelijk probleem.�
Naast de positieve gevolgen die een herstelrechtelijke invalshoek kunnen teweegbrengen, brengt een jeugdsanctierecht met zich mee dat er een duidelijkere scheiding komt tussen enerzijds minderjarigen die in een problematische opvoedingssituatie zitten en anderzijds delinquente minderjarigen. Tevens worden minderjarigen aangesproken op hun verantwoordelijkheden en hun plichten.
Tot op de dag van vandaag worden minderjarigen praktisch niet als individuen aanschouwt die beschikken over zowel rechten als plichten en worden ze enkel aanschouwt als onverantwoordelijke wezens die de maatschappij dient te beschermen. Door een dergelijke zienswijze had men jaren geen bezwaar om minderjarigen in een problematische opvoedingssituatie en delinquente minderjarigen onder hetzelfde dak te huisvesten, want beide groepen van minderjarigen dienden beschermt te worden tegen �slechte� invloeden van buitenaf, tegen �verkeerde� normen en waarden, en noem maar op.
Een belangrijk aandachtspunt bij het cre�ren van een jeugdsanctierecht lijkt mij het feit dat er voldoende ruimte gecre�erd dient te worden om minderjarige delinquenten te screenen en te diagnosticeren zodat kan uitgemaakt worden of de minderjarige in kwestie niet beter af is met een hulpverlening op maat. Dit is om te vermijden dat delinquenten met psychiatrische problemen in plaats van geholpen te worden nog meer problemen ervaren. Voor een dader-slachtofferbemiddeling dient de minderjarige over de nodige vaardigheden te beschikken, niet enkel de bemiddelaar dient dit uit te maken maar mensen die hiertoe opgeleid zijn zoals psychologen, psychiaters, dokters, �
Ik denk dat een screening zou moeten plaatsvinden vooraleer een minderjarige die feiten pleegde wordt doorverwezen naar de jeugdrechtbank. Reeds op parketniveau zou moeten uitgemaakt worden of de minderjarige over voldoende onderscheidingsvermogen beschikt, over voldoende psychologische rijpheid, en of de minderjarige niet leidt onder een problematische opvoedingssituatie. Dit mag in mijn ogen niet resulteren in wantoestanden waarbij jongeren te snel en zonder het opmaken van een grondig psychologisch profiel worden doorverwezen naar de psychiatrische hulpverlening. Rechten van minderjarigen mogen hierbij niet in het gedrang komen.
Een jeugdsanctierecht, dat zich laat leiden door herstelrechtelijke principes dient mijn inziens grondig onderbouwt te worden vanuit meerdere beleidsdomeinen dan enkel justitie en welzijn. Uiteindelijk dient er niet enkel gereageerd te worden wanneer er zich feiten voordeden maar dient er ook preventief gewerkt worden. Met preventief werken bedoel ik niet dat er naar predelinquente oorzaken gezocht wordt. Ik bedoel dat er ook andere domeinen zijn zoals onderwijs, werkgelegenheid, huisvesting, enz.. Deze actoren spelen in mijn ogen een belangrijke rol bij het welzijnsgevoel van mensen en bij het veiligheidsgevoel van mensen. Deze domeinen, indien welzijnsbevorderend te werk gegaan wordt, kunnen jongeren heel wat positieve toekomstperspectieven bieden.
Tot op heden blijkt dit echter niet mogelijk te zijn. Zeker wanneer we kijken naar de doelgroep van onze jeugdrechtbanken, merken we steevast op dat deze minderjarigen een moeilijke toegang ondervinden tot belangrijke voorzieningen en kansen.
Ik pleit voor een preventie, die gekenmerkt wordt door het bieden van kansen aan jongeren. En niet voor preventie die ofwel foutief ge�nterpreteerd wordt ofwel misbruikt wordt doordat de hoofddoelstelling van die preventie het verhogen van de veiligheid is. Wanneer doelstellingen voortvloeien uit de angst van mensen en uit een gevoel van onmacht, dan dienen de uitwerkers van een preventieplan bijzonder aandachtig te zijn om niet in de val te lopen.
Volgens mij zou op termijn het jeugdrecht moeten evolueren naar een herstelgericht jeugdrecht. Ik denk dat het in Belgi� tot op heden onmogelijk is om een puur herstelgericht recht te hanteren. Vele mensen zijn hiervoor nog niet klaar. De strafgerichte reactie is volgens mij zodanig diep ingeburgerd waardoor herstelrecht foutief gehanteerd zou worden. Iemand die vanuit een strafgericht perspectief een herstelbemiddeling zou voorstellen, kan volgens mij de bedoeling ervan foutief interpreteren.
Na 16 mei 2002 (regeringstop die het jeugdrecht moderniseerde) kreeg ik het beangstigende gevoel dat herstelrecht misbruikt (of bewust / onbewust foutief ge�nterpreteerd) wordt in Belgi� om een andere agenda sneller uitgevoerd te krijgen. In het laatavond nieuws op de VRT van 16 mei 2002 hoorde ik minister Verwilghen doodleuk meedelen dat veiligheid het belangrijkste principe bij zijn jeugdrecht is.
Herstelbemiddeling kan als alternatieve maatregel uitgesproken worden naast sancties. De modernisering van de Wet van 1965 houdt in dat er vanaf heden gesproken zou kunnen worden in termen van straffen zoals taakstraffen in plaats van de reeds gekende gemeenschapsdienst. Maar gemeenschapsdienst is een alternatieve sanctie die gestoeld is op de herstelgedachte. Wanneer er in de toekomst in termen van taakstraffen zal gesproken worden, is dit volgens mij het ultieme bewijs dat de overheid enkel uit is op het pijnigen (als tegemoetkoming naar de gemeenschap) van minderjarige daders.
Ik kreeg het gevoel dat herstelbemiddeling in Belgi� verword tot iets waartegen de herstelgerichte beweging juist wilde opkomen. Dit is een zonde voor alle moeite die herstelbemiddelaars reeds verricht hebben.
Aangezien in Belgi� de roep tot de invoering van een nieuw jeugdrecht op 16 mei 2002 nogmaals strandde op een �njet� bij de meerderheid van de regeringsleden en er nogmaals gekozen werd voor een aanpassing van de bestaande wet op de jeugdbescherming. Meen ik te kunnen stellen dat in Belgi� gekozen is voor een middenweg tussen straffen en beschermen.
Het leek voor mij alsof herstelbemiddeling werd voorgesteld als een nieuwe manier van sanctioneren. Ik kan de binnenkant van andere personen niet voor hen invullen. Toch wil ik vermelden dat ik de indruk kreeg dat de regering gekozen heeft om herstelbemiddeling te interpreteren als een manier om als delinquent omschreven jongeren te straffen zonder dat er afgestapt wordt van het beschermingsidee. Dus volgens mij koos de regering voor de herstelgedachte met een enorme vleug strafgedachte en op de achtergrond hiervan een beschermingsgedachte.
Ikzelf denk niet dat herstelbemiddeling mag gebruikt worden als middenweg tussen enerzijds straffen en anderzijds beschermen. Er zou radicaal voor herstelrecht geopteerd moeten worden. Wanneer men dit niet doet, kan het volgens mij niet dat beleidsmensen spreken in termen van herstelrecht. Want ik denk dat zij een andere betekenis verlenen aan het begrip herstelrecht.
Herstelrecht lijkt mij niet meteen mogelijk in Belgi�. Onze maatschappij is volgens mij t� gericht op straffen, waarschijnlijk onder toedoen van onze rooms katholieke herkomst. Eerst dient er gewerkt te worden aan een verandering wat betreft de denkwereld bij velen onder ons. Dit kan niet bewerkstelligt worden vanuit ��n beleidsdomein. Alles zou radicaal herzien moeten worden om te komen tot een herstelrecht in de volle betekenis van het woord.
Onder toedoen van de recente gebeurtenissen, denk dat in Belgi� voor de typische manier van reageren is gekozen, waarbij originele betekenissen van woorden wel eens verloren gaan doorheen de discussie.