College systeemtherapie

 

Systeemtherapie kent verschillende stromingen.

doel:

-          kijken naar samenhang tussen systemen (alles maakt deel uit van systeem)

-          streven naar evenwicht

-          therapie heeft invloed op alle systemen van de cliënt.

 

Systeemtherapie kijkt niet naar intrapsychische modellen (Freud, Gestallt, Behaviorisme etc.)

maar werkt interpsychisch, houdt rekening met de ‘buitenwacht’, alle systemen rondom de cliënt en deze met de cliënt in verband brengen.

 

Van intrapsychisch naar interpsychisch:

-          context speelt altijd een rol!

 

Alles is een open systeem en een systeem maakt altijd deel uit van andere systemen (ook het lichaam is een systeem). Een gesloten systeem bestaat alleen in scheikunde: op alles komt altijd hetzelfde uit.

 

Van welke systemen maak je zelf deel uit?

-          relatie

-          gezin

-          studiegroep

-          Nederlandse samenleving

-          flatgebouw

-          familie

etc.

 

kortom, alle relaties om je heen zijn systemen op zich.

 

Systeemtherapeut schuift dat systeem naar voren dat niet goed loopt, maar kijkt daarbij ook naar alle andere systemen. Gevolg:

-          veel informatie

-          laat cliënt zelf dingen op een rijtje zetten => rust scheppen in chaos

-          vragen naar gavegebieden = systemen die wel goed lopen, worden vaak vergeten als iets niet meer goed gaat.

 

Systeemtherapie ziet mens als open systeem waarin relaties centraal staan en beïnvloeden.

Context = omgeving van systeem voor zover dit het systeem beïnvloedt.

Systemen worden ook beïnvloed door situaties.

Cliënt wordt ook beïnvloed door therapeut (al door de functie).

 

-          Therapeut gaat niet alleen in op wat er binnenin de cliënt gebeurt, maar ook wat hij laat zien aan de buitenwereld. Bij iedere situatie zijn er dingen van buitenaf die de cliënt voelt, vaak onbewust.

-          Therapeut probeert de kijk van cliënten op deze situaties te veranderen => andere zienswijze => kost veel uitleg, geduld en creativiteit van de therapeut.

 

Feedback:

a.        erkenning -> notitie + ja

b.       verwerping -> notitie + nee

c.        negatie = geen reactie

 

Therapeutische situatie feedback:

a.        cliënt krijgt rust en wordt gehoord

b.       knabbelen aan de waarheid van de cliënt => boosheid, ja maar…=> eigenwaarde cliënt daalt

c.        cliënt heeft geen idee of je het hebt gehoord, voelt zichzelf alsof hij net zo goed niet kan bestaan.


 

5 onbewezen maar als grondslag aanvaarde stelling, gebouwd op ervaring (oftewel: empirische stellingen)

 

1.        Je kunt niet NIET beïnvloeden, je kunt niet NIET beïnvloed worden. (alle gedrag is communicatie). De betekenis die de ander aan jouw gedrag geeft, kun je niet weten en heb je niet in de hand. Beïnvloeding vindt gelijktijdig plaats.
De systeemtherapeut kijkt circulair, hoe beïnvloeden mensen elkaar, continue wisselwerking.
Cliënten leggen lineaire verbanden: a -
à b, b -à a. => uitleg aan cliënt is noodzakelijk!

2.        Digitale en analoge taal.
Woorden (inhoud) is slechts 25% van de boodschap, lichaamstaal, houding, intonatie etc. = 75%.

3.        Interpunctie (waarheidsstelling), wat je bedoelt is niet perse de waarheid voor de ander. Dit komt door het plaatsen van leestekens.
– jouw waarheid is niet DE waarheid
– jouw waarheid bestaat niet
– waarheid is subjectief
Belangrijk is dat de therapeut niet meegaat in de waarheid van de cliënt, maar deze kritisch bevraagt.

4.        Inhouds- en betrekkingsnivo.
Als ik iets zeg, zeg ik iets over hoe ik wil dat de ander mij ziet en met mij omgaat => alles wat je zegt heeft twee boodschappen.
Inhoudelijk = taal, woorden.
Betrekkingsniveau = tussen de regels door, binnenkantinfo.

In een relatie bestaan GEEN neutrale boodschappen, alles heeft een onderliggende boodschap. Niet zozeer over hoe de relatie IS, maar hoe deze wordt GEWENST.

5.        Wie heeft het voor het zeggen, wie laat het voor het zeggen hebben?
In relaties is dit meestal verdeeld, bv financiën, kinderen, dit kan verschuiven, vaak na onderhandeling. Herkenbare relatiepatronen.

 

Contextuele therapie = intergenerationele gezinstherapie

 

Ivan Nagy [notsj].

Kijken naar familieverbanden, kernbegrip = loyaliteit

-          steeds minder nadruk op pathologie, die is er wel, maar er is meer

-          opsporen hulpbronnen binnen de familie

-          mobiliseren van vertrouwen

-          akties ondernemen om familieverbintenissen te herstellen.

 

Therapeut = meerzijdige partijdigheid, alle systemen worden aangeraakt. Loyaliteit naar alle gezinsleden!

 

Nagy hecht veel belang aan onderlinge relaties en toekomstige generaties (als je een steen op de weg laat liggen, struikelt je kind er later over).

 

4 dimensies

1.        feiten: echtscheiding, ziekte, sociale demografie, cultuur etc.

2.        intrapsychisch: hoe verwerken mensen hun feiten, behoeften, motivaties, gevolgen voor persoonlijke ontwikkeling etc.

3.        interpsychisch: onderlinge beïnvloedingen en invloed binnen <-> buiten

4.        relationeel ethisch, loyaliteit, vertrouwen, dialoog, rechtvaardigheid = samenhang van rechten en plichten, balans tussen geven en nemen, niet normerend, wezenlijke rechtvaardigheid.


 

Tussen ouders + kinderen -> existentiële loyaliteit: ‘ zijns’ loyaliteit, verticaal = bestaansrecht.

Relatie ouder – kind kan nooit worden verbroken, wel ontkend.

 

Bij adoptie:

-          existentiële loyaliteit naar biologische ouders

-          verworven loyaliteit naar pleegouders

 

Als je niet open mag zijn in je loyaliteit (bv als je partners je ouders niet mag en je geen ruzie wilt) => verborgen loyaliteit. Werkt altijd destructief! (in bovenstaand geval voor je relatie)

 

Verticale loyaliteit stort in als horizontale loyaliteit er niet mag zijn => loyaliteitsconflict op breekpunt.

 

Gespleten loyaliteit door tegenstrijdige eisen aan kind dat mag loyaal mag zijn aan 1 ouder, ten koste van de ander. Wordt verscheurd.

 

Parentificatie = omdraaien rol van ouders en kind, bv zorgende rol. Moet erkend worden door ouders mag niet te lang duren (dan is het geen parentificatie). Wel bij bv klagen tegen je kind over seksuele relatie met de partner.

 

Destructief recht = onbewust doorgeven van wat jou is aangedaan en terughalen van wat jou is ontnomen.

 

 

Terug naar website

 

 

 

 

 

 

Hosted by www.Geocities.ws

1