Gorkimeisje Daar wandel ik nog eens tussen de mensen, nu er maar liefst twee festivals zijn in mijn straat. Helemaal in vorm ben ik niet, maar niet van te zuipen hoor. Ik heb immers de hele voorbije nacht moeten opblijven voor mijn vakantiejob. Mijn reputatie van oppervarken is allang naar de vaantjes. Mij een beetje met mijn eigen zaken bemoeiend kom ik langs een groepje jonge giecheltrutjes. Ik ga een beetje uit de weg, om me niet te veel op te dringen. Ze zijn dolenthousiast bezig hun eerste sigaret te roken, kan ik uit het gesnavel opmaken. Ach, zo heb ik er in Gent ook eens een groepje gezien. Ik kan me nauwelijks meer herinneren wanneer ik precies gestopt ben met roken, laat staan wanneer ik begonnen ben. Maar laat dit alles niets afdoen aan mijn tocht. Blijkbaar zijn de middeleeuwse tolmuren vandaag overvloedig heringevoerd, want aan de markt moet ik al betalen om aan de overkant te raken. Ik pingel mijn geld neer en krijg een kaartje, dat ik prompt weer moet inleveren om van een dikkerd zo’n papieren dingetje rond mijn pols te krijgen. Ik schenk nauwelijks aandacht aan het optreden of de jonge bakvissen en oude zakken die op de markt staan te kijken. Achteraan loop ik voorbij een brandweerwagen, god weet wat die hier komen doen, en stap weer de omheining buiten. Onderweg bieden een paar brutale jochies me voor de grap een drankbonnetje aan voor het dubbele van de prijs. Eindelijk stap ik de weide op en haal weer mijn centen boven om toegang te krijgen. De tentjes en caravans zijn her en der rondgestrooid. Ach, en daar raak ik aan de praat met een groepje jonge knullen, een kerel en een drietal meisjes. Ze vragen me of één van hen een vlecht zou moeten kiezen of zulke rastaslingers. Weet ik veel. Ik betaal hen allen een pint en neem zelf een gulzige slok. De namiddagzon brandt ongenadig op mijn zwarte jas. Ik vraag hen terloops of ze vanavond naar het evenement op de markt gaan. De Kreuners komen, denk ik, en Gorki en zo. Gorki gewoon! Roept het vlecht-of-rasta-meisje verwonderd uit. De anderen hebben niet bijster veel zin om te gaan, maar het kind is laaiend enthousiast. Het staat waarschijnlijk al vast dat ze gaat vanavond. Het gesnater komt tot een einde en ik moet alweer afscheid nemen. Ik drentel weer over de markt en kijk af en toe naar de piepjonge onschuldige jeugd op het plein. De sfeer zit er blijkbaar al goed in. Veel is er niet gebeurd. Wat gepraat en in de zon gezeten. Er zijn indertijd woeligere periodes geweest. Als ik de voordeur open denk ik eventjes aan het Gorkimeisje, alvorens haar waarschijnlijk weer voor altijd te vergeten. Wat een mooie invloed heb ik toch voor eventjes gehad op iemands leven, zeg ik tegen mezelf. Onmiddellijk besef ik hoe belachelijk dat klonk.