En plots zag hij de appel liggen! Zijn blik viel op de rode zonneplek en plots bevroren zijn ogen. "Dat is de blos op de wangen van mijn geliefde! Jij misdadige appel, jij hebt mijn meisje opgeslokt en nu loop je ongegeneerd met haar ravissante blos te pronken! Moordenaar! Moordenaar!" Onder deze woorden haalde hij een enorme fruitbijl tevoorschijn. "Sterf, moordenaar van mijn oogappel!" En in vier stukken sloeg hij het geklokhuisde stuk fruit, dat prompt bloed en tranen weende. Ontzet viel hij op zijn knieën. "Neeeee mijn geliefde! Jij verkleedde je in een appel om mij te bekoren! Nu heb ik je gedood! Moordenaar! Moordenaar! Sterf, moordenaar van mijn oogappel!" En onder deze woorden kliefde hij de fruitbijl met een krachtige zwaai in zijn hoofd. Jeroen Pollentier 8 - 10 - 2001