Hoofdstuk 1 1 Dit zijn de daverende avonturen van de snurfen en hun kuren Ze werden door Cécémel jarenlang geterroriseerd maar in die tijd hebben ze één ding zeker geleerd: 5 Al was Cécémel schijnbaar sterk en groot, hij was een ferme dommekloot om snurfen te vangen heeft hij vele pogingen ondernomen doch is steeds van een kale reis thuisgekomen Slechts één succesje maakte de snurfen beroerd: 10 Cécémel had recent SCHRIJFSNURF ontvoerd! Deze was inspierasie aan't zoeken in het bos en de valse Cécémel sloeg erop los. Eens verdoofd stopte hij de snurf in een zak en bracht hem naar zijn bungalow met een rood dak. 15 Mongsnurf en Vetsnurf die hem vergezelden waren dezelfden die vlug naar 't dorpje snelden, O, grote Janetsnurf, EEN RAMP IS GESCHIED! Schrijfsnurf is ontvoerd en hem terughalen... dat durven wij niet! Janetsnurf riep sebiet de grote raad bijeen 20 en sloeg met een hamer op zijn dikke teen. Dat was het teken, zo zeggen de ouden dat alle snurfen hun tetter moesten houden. Na veel overleg besloot de raad dat men best schrijfsnurf terughalen gaat. 25 Zo vertrokken Vetsnurf, Mongsnurf, Janetsnurf, Loopsnurf en Achterkomsnurf op pad terwijl menig snurf in 't lokale kerkje bad dat de dappere snurfen zouden blijven leven En Snurfin had de patroelje boterhammen meegegeven. 30 Zo trokken de vijf snurfen door het bos Tot ze 's avonds aankwamen bij de rivier van Luizige Os. De dappere Loopsnurf zei: Hier overnachten is iets wat ik wel durf! en Wacht op mij! zei Achterkomsnurf. Hun toten begonnen te gapen 35 dus gingen ze maar snel gaan slapen. Hoofdstuk 2 s'Morgens vroeg kraaide de haan Janetsnurf was al opgestaan. Hij maakte koffie voor hen vijf, want Snurfin had dat meegegeven, het aardig wijf. 40 Vetsnurf en Mongsnurf stonden op en Loopsnurf had zeer in zijn kop. Want hij had gisteren tijdens het vele lopen doorgaans van zijn voorraad jenever gezopen. Hij had pijn in zijn haar 45 Maar de rest benijdde hem alleen maar. Zij waren namelijk vergeten alcohol mee te nemen dus begonnen ze allemaal te flemen. Maar Loopsnurf gaf hen geen druppel en sloeg hen neer met zijn knuppel. 50 Toen trok Vetsnurf zijn wijde kleren uit, want hij wilde zich baden, de perluit. Janetsnurf, Mongsnurf en de rest volgden hem in't water maar algauw baden ze tot de heilige pater want de angst maakte hen bijna debiel 55 voor hen verscheen.... een KORKODIL!!! het dier slokte hen naar binnen toe en Mongsnurf riep: Nou moe! Gelukkig maar dat iedereen het overleefde hoewel elkeen over zijn hele lichaam beefde. 60 Schrijfsnurf zat gevangen, de tijd drong dit kon niet beletten dat iedereen een liedje zong. Het is heilige wet zo staat het in hun ziel te zingen in de maag van een korkodil. Toen hadden ze hun heilige plicht vervuld 65 en Vetsnurf had al lekker gesmuld Want de maag lag vol met overgebleven brol van opgegeten ruitersnurfen en hun knol. (Het was geen gekte maar de drang naar vet die Vetsnurf tot kannibalisme had aangezet.) 70 Geen tijd te verliezen, we moeten hier uit! riep Janetsnurf en Mongsnurf at een beschuit. Deze lag niet in de maag van de korkodil zo even, maar Snurfin had dat ook meegegeven. In het pikdonker trok Janetsnurf aan zijn baard 75 en zei: "We moeten naar het beest zijn staart! Dat is," zo zei hij bedeesd, "De enige manier om te ontsnappen uit dit beest!" Ze vertrokken en Loopsnurf zei: "Dat is iets wat ik wel durf." en "Wacht op mij!" riep Achterkomsnurf. 80 Eens in de staart sneed Loopsnurf een vierkant uit het vel en eindelijk zagen ze het zonlicht en 't was fel. Janetsnurf zei: "Van dit vel maak ik een sjakosj voor de Snurfin omdat ik haar stiekem erg bemin!" Loopsnurf riep snel Als je dat eens durft! 85 Snurfin is van mij, jij kale knurft! Loopsnurf trok snel zijn knuppel en er spetterde menig bloeddruppel. Vetsnurf en Mongsnurf gingen verder, Mongsnurf at een beschuit, en "Wacht op mij!" riep Achterkomsnurf heel luid. 90 Janetsnurf en Loopsnurf volgden, helemaal onder het bloed de rest achterna, nieuwe avonturen tegemoet. Hoofdstuk 3 De snurfjes wandelden een uur of drie en Loopsnurf kreeg pijn aan zijn knie. Vetsnurf begon zich moe te voelen 95 en Mongsnurf zijn maag begon te woelen. Janetsnurf trok Loopsnurf bij zijn oor en vroeg snel: "Hoe ver is't nog naar Cécémel?" Loopsnurf keek op zijn horloge: "Nog vijf dagen, hooguit." "Nee," zei Janetsnurf, "We geraken niet vooruit!" 100 Zijn woorden kregen geen tijd om te bezinken want Vetsnurf had iets zien blinken! Bij een boom, driehonderd meter verder Ja, wat rijmt er in godsnaam op verder? Janetsnurf zei, hoewel iedereen was moe: 105 "Komaan, we hollen ernaartoe!" Loopsnurf zei: "Dat is iets wat ik wel durf!" en "Wacht op mij!" riep Achterkomsnurf Janetsnurf riep uit: "Nou, nou, wij boffen! Een oorlogsvliegtuig, van de moffen!" 110 "Ja," zei Vetsnurf nog even, "een rooie FOKKER D7!" Mongsnurf sprong achter het stuur, Janetsnurf, Vetsnurf en Mongsnurf volgden, heel secuur. "We vertrekken!" riep Snurf mong. 115 "Wacht op mij!" rolde het over Achterkomsnurfs tong. "Oei, we hebben geen benzine!" Bedachten ze alle vijf. Maar gelukkig had Snurfin er meegegeven, het aardig wijf. De schroef begon rond zijn as te glijden en de FOKKER begon traag vooruit te rijden. 120 Ze behaalden een duizelingwekkende snelheid, 't is geen klucht Mongsnurf trok op en ze zoefden verticaal door de lucht. Eens hoog genoeg ging Mongsnurf horizontaal hangen (Vetsnurf had in de vlucht een wilde eend gevangen) Ze braadden de eend en schonken champagne in, 125 U raadt het al, meegegeven door Snurfin. Na een uur vliegen zei Loopsnurf: " 't is erg! Kijk voor ons! een BERG!" Janetsnurf zei: "Ik zal niet liegen, Maar we moeten ballast uitwerpen, of we zullen ertegen vliegen!" 130 Het hielp enorm wat ze toen deden ze gooiden namelijk Vetsnurf naar beneden. Ze ontweken de berg, hun geluk kon niet op Maar o wee, hun benzine was op! 't Was van angst dat elkeen in zijn broekske kakte 135 want ze stormden af op een watervlakte. Mongsnurf kon nog mooi op het water landen, maar te ruw, want iedereen kreeg watertanden. Ze stonden daar ferm te blinken, want de FOKKER was snel aan't zinken. 140 Ze trokken een vleugel af en hadden een vlot. Janetsnurf zuchtte: "Wat wordt ons lot?" Niet getalmd, de drie sprongen erop. "Wacht op mij!" Weergalmde het uit Achterkomsnurfs kop. Janetsnurf trok wijs aan zijn baard 145 "We hebben zeker een dag lopen bespaard!" Loopsnurf nam zijn jenever en dronk zich een kater. Ze dobberden daar, op het eindeloze water. Hoofdstuk 4 Mongsnurf vroeg ietwat verlegen: "Kunnen we ons nog voortbewegen?" 150 Janetsnurf moest bekennen: "Nee!" "Wacht!!" riep Loopsnurf, "Ik heb een idee!!! Heeft er iemand toevallig een grote erdjoen?" "Ik, maar die mag je niet zien, perverse kalkoen!" "Maar Janetsnurf, jij debiele banaan! 155 Ik bedoel een echte ui, GEEN geslachtsorgaan! Komaan," aldus Loopsnurf, "wie heeft er een ajuin?" "Hier," zei Mongsnurf, "maar hij stinkt en is bruin! Hij heeft," Mongsnurf was de schimmel eraf aan't vegen, "te lang in het water gelegen." 160 Loopsnurf at de erdjoen en zei, (door te praten) "Pas op, ik moet een murre laten!" Als een hoeverkraft schoot het vlot vooruit "Wel, wel" zei Janetsnurf, "ge zijt ne perluit" "Land!" Iedereen zei Loopsnurf dank 165 hoewel, het grootste nadeel was de verschrikkelijke stank. Ze gingen aan land, en zo was 't bedoeld, net op tijd, want Loopsnurfs darmen waren net leeggespoeld. Mongsnurf zag in de verte een lichtje branden dus liepen ze er naar toe, weg van de stranden. 170 Het was een hut; de snurfen klopten op hun kinnen dus zei Janetsnurf: "Kom, we zijn snel naar binnen!" Loopsnurf zei: "Dat is iets wat ik wel durf!" en "Wacht op mij!!!" riep Achterkomsnurf. Ze deden de deur open en schrokken zich een ever: 175 in een hoek lag een reuzegrote fles JENEVER! Iedereen stormde af op deze lekkernij, maar Loopsnurf riep: "die fles is voor mij!" Hij haalde zijn knuppel op de proppen en sloeg de andere snurfen op hun domme koppen. 180 "Wacht!" riep de jenever, nog voor Loopsnurf hem had veroverd, "Ik ben een PRINS, maar Cécémel heeft mij betoverd! Jullie moeten die boze knurft snel verslaan, dan neem ik mijn oude gedaante weer aan." Loopsnurf riep uit: "Luister toch niet naar die debiele smurk!" 185 Terwijl hij dat zei verwijderde hij vol goesting de kurk. Maar Janetsnurf hield Loopsnurf tegen; "We moeten de fles helpen", zei hij genegen. "Ja", zei Mongsnurf tegen de jenever (hij krabde aan zijn vel) "Wij moeten toevallig ook langs Cécémel!" 190 Ze sloten de deur en gingen verder lopen maar Loopsnurf had stiekem een slokje gezopen. Achterkomsnurf herhaalde zijn zo welbekende zin en Janetsnurf en Loopsnurf droomden van Snurfin Mongsnurf spitste zijn oog en schreeuwde op zijn gemak: 195 "Kijk daar, verdikke, de bungalow met het rood dak!" "Geen twijfel mogelijk," redeneerde Janetsnurf snel; "drie kilometer verder daar woont CECEMEL!!!! Hoofdstuk 5 Inderdaad, in die bungalow met het rood dak Daar woonde Cécémel, de vuile zak. 200 De muren waren grijs en kaal en koud en de vloer die lag vol met zout. In de gordijnen woonde menig vlo en NIRVANA lag op de stereo. In een hoek pruttelde een ketel, heel heet 205 die de hele kamer stinken deed. Kloterig, koud en kil, hier woonde CECEMEL! Die aap met zijn scheve lebbertoot wenste alle snurfen dood. 210 Helaas had hij nu Schrijfsnurf gevangen! Ocharme, het snurfje zou hangen!!! Eerst bracht Cécémel water aan de kook, een brandstapel prepareerde hij ook. Een galgje werd opgesteld, Cécémel was ne lepen, 215 en hij had al zijn bijlen geslepen! "Eerst hak ik je handjes af, (Schrijfsnurf bad) en dan draai ik deze stylo in je gat! Je beentjes verbrand ik in deze kokende ketel, en dan hang je aan deze galgenschetel. 220 Eens je zo dood bent als drie velobanden, zal ik je op deze stapel verbranden!!!" Schrijfsnurf die opgesloten was in een kooi, met alleen wat water en wat hooi, smeekte Cécémel hem te laten leven. 225 Deze lachte slechts eens even. "Domme snurf , jij zult hangen want al mijn pogingen om snurfen te vangen zijn uitgedraaid op blauwe plekken en zere voeten, getverdekke, voor die mislukkingen zul JIJ boeten!" 230 Schrijfsnurf, die niet wist dat men onderweg was om hem te bevrijden, dacht nog steeds dat hij verschrikkelijk zou moeten lijden. Hangend in zijn kooi, bevend als een buk schreef hij zijn testament; in rijm natuurlijk. "Alles voor Snurfin 235 Omdat ik haar stiekem erg bemin!" Verder kwam hij niet, want de kat van Cécémel, de vieze, vuile, vettige, domme ARZAËL, was plotsklaps op de kooi gesprongen, en vloeken rolden over schrijfsnurfs' tongen. 240 Hij had maar één tong, dat weet ik ook wel Maar 't moet rijmen, De Snurfen en Cécémel. Water waterde door de waterleidingen, Cécémel was bezig met zijn voorbereidingen. Schrijfsnurf maalde niet meer om zijn lever. 245 en dronk liters en liters van zijn voorraad jenever. Hoofdstuk 6 Toen schrok Cécémel, met zijn domme kop, van zijn werk toch eventjes op. Bij het raam hoorde hij geritsel. " 't is verzekers een wienerschnitzel." 250 Dat was wat Cécémel zegde terwijl hij al zijn folterbrol gereedlegde. Maar Schrijfsnurf, niet verlicht maar wel verduisterd, had eveneens zeer goed geluisterd. Hij had ook etwuk bij het raam gehoord! 255 En de boer hij ploegde voort. Cécémel begon van schrik zichzelf te verven! Want het raam vloog plotseling aan scherven! Aan een touw zwierde elke snurf zich naar het interieur! Sierlijk, lenig, snel en efficiënt als een ingenieur! 260 Ze gooiden de stylo in Cécémels ogen! en Mongsnurf had het kokend water opgezogen! Dat spoog hij in de tovenaar zijn gezicht! en Loopsnurf had de bijlen op Cécémels dingen gericht! Deze gooide hij en Cécémel werd EUNUCH! 265 De valsaard schreeuwde want het deed geen deug (d)! Janetsnurf greep de vingers van de knurft zijn hand! Duwde ze op de stapel en ze waren verbrand! Ze gooiden eveneens een muis door het raam: zwiep! ARZAËL sprong erachter! (van't elfde verdiep) 270 Cécémel was nu blind, verbrand en gecastreerd! Maar hij had zijn lesje nog niet geleerd! Achterkomsnurf hing hem aan de galg, 't is wreed! de eerste keer in het verhaal dat hij iets nuttigs deed! Arzaël is nu potting, Cécémel is dood, 275 Kreten kwamen uit Schrijfsnurfs toot. Deze hing namelijk nog altijd aan't plafond, in zijn kooi, wat hij niet prettig vond. Het sleuteltje hing hoog aan de muur, "Ik zal erachter klimmen, maar ce sera dűr!" 280 Dit gezegd hebbende klauterde Loopsnurf naar boven. Ondertussen zocht de rest in alle schoven tussen allerlei persoonlijke zaken, om een fles jenever buit te maken. Loopsnurf was al een halve meter hoog, 285 toen Mongsnurf eventjes spoog. Een speels briesje kwam echter binnengevlogen, greep de fluim en smeet het in Loopsnurfs ogen. Deze verschoot ferm en viel plotsklaps naar beneden! De rest durfde niet kijken maar begon aan hun gebeden. 290 Gelukkig viel hij op enkele van wijlen Cécémels vesten, hoedanook was hij een kwartiertje buiten westen. Hoofdstuk 7 "Bende zwijnen!" riep Janetsnurf zuur. En op zijn beurt klauterde hij langs de muur. "Eureka!!!" klonk het uit Mongsnurf en Achterkomsnurfs monden, 295 want die hadden in de kasten net een fles jenever gevonden! Stikjaloers was Janetsnurf tevergeefs aan het hopen, maar toen hij halverwege was, was alles al leeggezopen... Toen hij reeds drie meter had geklommen als een keutel Bereikte Janetsnurf hijgend de felbegeerde sleutel. 300 Deze nam hij en sprong weer naar beneden, maar had Loopsnurf niet vermeden. Deze was net weer bij bewustzijn gekomen en schudde zijn darmen, maar Janetsnurf viel op hem en algauw lag hij weer in Morfeus' armen. Daarna ging Mongsnurf op Achterkomsnurf staan, 305 op Mongsnurf klom Janetsnurf, lenig als een banaan. Hij rekte zich uit want Schrijfsnurfs kooi moest open, Maar Mongsnurf had teveel Jenever gezopen. Hij liet een lange, enorme, daverende puf, Janetsnurf viel op de grond en lag suf. 310 "Wat zijn jullie een stel onhandige fopspenen!" Mongsnurf zocht een plank en een paar stenen. Daarmede maakte hij een springplank en schootzichzelf naar boven, en bevrijdde schrijfsnurf, die het nog altijd niet kon geloven. Daarna verlieten de vijf snurfen snel 315 de vuile bungalow van Cécémel. Loopsnurf zei: "Dat is iets wat ik wel durf!" "Wacht op mij!" riep Achterkomsnurf. Schrijfsnurf vroeg bezorgd: "Hoe is't nog met Snurfin? Je moet weten dat ik haar stiekem erg bemin!" 320 Dat had hij niet mogen zeggen, de debiele koek, want Loopsnurf haalde zijn knuppel uit zijn broek, (Niet verkeerd opvatten a.u.b.) Janetsnurf stroopte zijn mouwen op en allebei motten ze op Schrijfsnurfs kop. "Zeg dat nog eens als je durft! 325 Snurfin is van mij! Schurftige knurft!" Janetsnurf voegde daarbij: "Snurfin is voor mij! Ik ben het slimst en het knapst! en ik loop altijd het rapst!" 330 "Jazendoet!" viel Loopsnurf hem in de rede! En schopte deze op een plaats van lichte zede. "IK loop hier het rapst, jij vuile mong! Ik win elk jaar de Snurfenmarathon!" Mongsnurf nam snel deel aan het gevecht, 335 Hoewel hij niet met Snurfin wilde, niet echt. Hij was namelijk homofiel, Wat pertanks niet direct opviel. "Op jou kloppen is iets wat ik wel durf!" "Wacht op mij!" riep Achterkomsnurf. 340 Ze sloegen, hakten en vochten als een zot. Inderdaad, ze amuseerden zich rot! Hoofdstuk 8 Toen gebeurde het dat ze al tesamen bij de hut aan het strand aankwamen. Hier zat nog steeds, dat weet je wel, 345 de fles jenever, betoverd door Cécémel. De twijfel sloeg de snurfen om hun lijfen, Zou de fles altijd een fles moeten blijven? Of zou hij, door de dood van dat Cécémelzwijn, weer een jonge, knappe, debiele prinsenman zijn? 350 De snurfen stelden hun geduld niet langer op de proef en sloegen de deur open met een zoef. Daar stond, potverdorie de prins in volle glorie. Eén gebrekje, potverkak! 355 Zijn linkervoet ontbrak! U herinnert zich wel, 't is te hopen dat Loopsnurf stiekem van de fles had gezopen. Dus goot hij, samen met de jenever, de prins zijn linkervoet naar zijn lever. 360 De vijf snurfen vonden dat kluchtig en lachten voor elf wie er niet mee kon lachen dat was de prins zelf. Hij trok zijn zwaard van zuiver zink roepende: "Jullie hebben mij vermink!!" Val bij deze grove taalfout niet in zwijm 365 maar denk verdomme eens aan dat rijm! Hij zwaaide en sloeg, 't is geen mop; een pluk haar van Schrijfsnurfs kop. Hij zwaaide en sloeg, 't is heus het topje van Janetsnurfs neus. 370 Loopsnurf trok vlug met zijn tanden Het zwaard uit de prins zijn handen. Daarmee zwaaide en sloeg hij, 't is maf, De ondankbare edele zijn kop eraf. Deze lag daar nu zo dood als een kever 375 uit zijn lichaam spoot bloed en natuurlijk jenever. "Wacht!" riep Mongsnurf voor ze de hut hadden verlaten "Remember dat dit dood lijk nog kan baten!" Iedereen trok ogen als soepborden Het lichaam was weer een fles geworden! 380 "Noch Fokker, noch vlot is ons machtig, We varen op die fles!" uitte Janetsnurf krachtig. Iedereen trok de bizarre boot naar het strand Geladen en wel staken ze van land. Loopsnurf zei: "Dat is iets wat ik wel durf!" 385 en "Wacht op mij!" riep Achterkomsnurf. Zo vaarden ze, Loopsnurf met stramme benen, op het water waar ooit de FOKKER in was verdwenen. Hoofdstuk 9 Zo zwalpten ze een uur of twee op deze immense waterzee. 390 Mongsnurf begon te vrezen terwijl zijn haren ten berge rezen. Iedereen kreeg de bibbers in zijn merg! Daar doemde op: EEN IJSBERG!!! Alle snurfen begonnen te roeien 395 tot hun handen ervan gingen gloeien. Om dat ijsgevaar te vermijden, Wie zou hen hiervan bevrijden? Ze besloten om niet te pooien maar om een snurf eraf te gooien 400 "Bij het uitwerpen van ballast, Ontwijken we deze kast!" Zo sprak Janetsnurf majesteus en wreef nog pijnlijk over zijn neus. Maar eer ze besloten hadden wie weg moest 405 raakte hun fles de bevrozen knoest. Deze scheurde de fleswand aan pinnen en liters water stroomden naar binnen! "Geen paniek, wees eens stoere binken! Bovendien, die fles kŕn niet zinken!" 410 Janetsnurf zat echter onzin te praten want even later moesten ze hun boot verlaten. "Wacht even!" wou Schrijfsnurf nog roepen "Er zijn niet genoeg reddingssloepen!" Zo bad elke snurf een Noster Pater 415 en waagde de sprong in 't ijzige water. Net toen iedereen zou gaan verdrinken, had Loopsnurf iets zien blinken!!!!!!!! "Val nu omhoog!" zei Janetsnurf terwijl hij zich schoor "Het is warempel de piercing in VETSNURFS oor!!!" 420 Vetsnurf was nog steeds, na uit de FOKKER te vallen, op het wijde water blijven lallen. Omdat zijn vet wonderwel bleef drijven, bewogen de vijf snurfen hun lijven en kropen op de enorme massa vet. 425 Janetsnurf riep: "We zijn gered!" Zo bleven ze nog drie dagen drijven, De koude sloeg hen om hun lijven! de vierde dag, daarentegen, begon Mongsnurf hysterisch te bewegen. 430 Loopsnurf vroeg "Wat is er aan de hand?" "Kijk daar!" Uitte Mongsnurf, "LAND!!" In de verte kon inderdaad SNURFENLAND waargenomen worden, Iedere snurf had honger en verlangde naar fermgevulde borden! Ze naderden en naderden het strand en het bos 435 en wat later gingen ze op de rivier van Luizige Os. Nadat ze Vetsnurf hadden gereanimeerd, gingen ze aan land, verbouwereerd! Na een dagje lopen, moe maar voldaan, kwamen ze 's avonds in SNURFENDORP aan!!!! Hoofdstuk 10 440 Kijksnurf had hen het eerst waargenomen En liet snel alle andere snurfen komen. Eens in het dorp zelf wachtte de menigte hen op zoveel dat je kon lopen over elkaars kop. Wiskundesnurf, Fysicasnurf, Chemiesnurf en Biologiesnurf, 445 Haarsnurf, Kaalsnurf, Rondsnurf en Vierkantsnurf. Domsnurf, Slimsnurf, Baardsnurf en Snorsnurf, Schietsnurf, Schijtsnurf, Gitaarsnurf en Drumsnurf. Computersnurf, Printersnurf, Bootsnurf en Autosnurf, Velosnurf, Brommersnurf, Tippexsnurf en Fluorsnurf. 450 Slagersnurf, Bakkersnurf, Timmersnurf en Loodgietersnurf, Drinksnurf, Zuipsnurf, Rooksnurf en Spuitsnurf. Fliksnurf, Bandietsnurf, Eetsnurf, Diksnurf met een dubbele kin, en niet te vergeten de bevallende (herstel: bevallige) Snurfin. Deze had graag met Janetsnurf willen trouwen, 455 maar nu was zijn neusje er afgehouwen. Ze dumpte hem, liet hem vallen als een bom Ze keek naar Achterkomsnurf maar die was te dom. Mongsnurf was mooi maar wat debiel. En bovendien was hij homofiel. 460 't Lief van Loopsnurf zou ze nog graag willen zijn, maar helaas, zijn knuppel was te klein. (NU mag je het verkeerd opvatten) Vetsnurf, niet, die was te vet, Maar met Schrijfsnurf wou ze wel naar bed. Zo was er 's avonds een huwelijks- en een welkomstfeest, 465 en iedere snurf mocht eten en zuipen als een beest. Er was Bacardi, bier, wijn, jenever en ander sop Loopsnurf en Janetsnurf joegen een kogel door hun kop. Vooraleer hij het bed ging laten beven, had Schrijfsnurf de hele historie nog opgeschreven. 470 Dit verhaal is voor mijn dappere helden, Mij bevrijden deden ze maar zelden. 't Was voor mij dat ze bij vele gevaren beefden, en helaas dat twee van hen 't niet overleefden. Ik zal nu stoppen met deze historie 475 en mij overgeven aan de volle glorie. Schrijfsnurf MDCCLXXI na Snurfus Ik heb een werk voltooid dat nooit door 's hemels ongenade of vuur vernield kan worden, noch door strijd of vraatzucht van de tijd. Nu mag het uur verschijnen, dat mij slechts mijn lichaam ontnemen zal en mij mijn onvoorspelbaar einde brengt, dan nog stijg ik voor eeuwig met mijn betere deel tot boven de hoge sterren en mijn naam zal onverwoestbaar zijn. En tot in verre landen, waar de drukkunst zal heersen, zal men mij lezen en ik zal door alle eeuwen heen - als dichterswoorden waarheid zingen ---- roemvol blijven leven. 14-01-2000 * 26-02-2000