![]() |
||||||||||||
| Lofzang aan het schip | ||||||||||||
| Deze schuit, die jullie zien, vreemdelingen, Zegt dat hij de snelste van de schepen was, En dat geen dobberend schip hem in zijn vaart Voorbij kon gaan, of er nu met riemen Gevlogen moest worden, of met zeilen. En hij ontkent dat dit van de dreigende Adriatische De kusten ontkennen of de Cycladische eilanden En het nobele Rhodos en het huiveringwekkende Thraci� De Propontis of de golving van de woeste Zwarte Zee, Waar deze latere schuit eens was Een bladerrijk bos; want op de kam van de Cytorus Bracht zijn gebladerte vaak suizend gesmoezel voort. Amastrische Zee en buxusleverende Cytorus, Jullie waren en zijn het bekendst daarmee Zegt de schuit: van het allereerste begin Stond hij zegt hij op jouw top, Dompelde hij zijn riemen in jouw water, En vandaar over alle teugelloze zee�n Bracht hij zijn meester, of nu links of rechts De wind hem tartte of Jupiter van beide kanten tegelijk Een gunstige wind op de schoten blies; En dat geen enkele smeekbede aan de kustgoden Door hem is gedaan, terwijl hij kwam van de zee De eerste helemaal naar dit heldere meer. Maar dat deze dingen vroeger waren: nu wordt hij verborgen Oud in rust en wijdt zich aan u De tweelingbroer Castor en de tweelingbroer van Castor |
||||||||||||
| Phaselus ille | ||||||||||||
| Phaselus ille, quem videtis, hospites ait fuisse navium celerrimus, neque ullus natantis impetum trabis nequisse praeterire, sive palmulis opus foret volare sive linteo. Et hoc negat minacis hadriatici negare litus insulasve Cycladas Rhodumque nobilem horridamqueThraciam Propontid Phaselus ille, quem videtis, hospites, a trucemve Ponticum sinum, ubi iste post phaselus ante afuit comata silva; namCyrotio iniugo loquente saepe sibilum edidit coma. Amastri Pontica et Cytore buxifer, tibi haec fuisse et esse cognitissima ait phaselus, ultima ex origine tuo stetisse dicit in cacumine, tuo imbuisse palmulas in aequore, et inde tot per impotentia freta erum tulisse, laeva sive dextera vocaret aura, sive utrumque Iuppiter simul secundus incidisset in pedem; neque ulla vota litoralibus deis sibi esse facta, cum veniret a mari novissimo hunc ad usque limpidum lacum. Sed haec prius fuere; nunc recondita senet quiete sequede dicat tibi, gemelle Castor et gemelle Castoris. |
||||||||||||
![]() |
||||||||||||
![]() |
||||||||||||
| Terug naar lijst Carmina Catulli | ||||||||||||