Crura
Ponticuli
O Colonia, quae cupis ponte ludere
longo,
et salire paratum habes, sed vereris
inepta
crura ponticuli axulis stantis in redivivis,
ne supinus eat cavaque in palude recumbat:
sic tibi bonus ex tua pons libidine fiat,
in quo vel Salisubsali
sacra suscipiantur,
munus hoc mihi maximi da, Colonia,
risus.
Quendam municipem meum de tuo volo
ponte
ire praecipitem in lutum
per caputque pedesque,
verum totius ut lacus putidaeque paludis
lividissima maximeque est profunda vorago.
Insulsissimus est
homo, nec sapit pueri instar
bimuli tremula patris dormientis in ulna.
cui cum sit viridissimo nupta
flore puella
et puella tenellulo delicatior haedo,
adseruanda nigerrimis diligentius vuis,
ludere hanc sinit ut lubet,
nec pili facit uni,
nec se sublevat ex sua parte, sed
velut alnus
in fossa Liguri iacet suppernata securi,
tantundem omnia sentiens quam si
nulla sit usquam;
talis iste meus stupor nil videt, nihil audit,
ipse qui sit, utrum sit an non sit, id quoque nescit.
Nunc eum volo de tuo ponte
mittere pronum,
si pote stolidum
repente excitare veternum,
et supinum animum in gravi derelinquere caeno,
ferream ut soleam tenaci in voragine mula.
Dodelijke Jaloezie

O kolonie die feest op uw lange brug wenst te vieren
en voor dansen gereed bent, maar vreest voor wankele pijlers
van een gammele brug die door louter sloophout gesteund wordt
(want straks zakt hij ineen en stort in de drassige diepte):
u gun ik een geschikte brug die voldoet aan uw wensen,
dat daar voor Salisubsalus riten kunnen verlopen;
maar gun mij dan een taak die mij luid doet lachen, kolonie.
Ik wil graag dat een zeker man uit mijn stad van uw
brugdek
naar beneden stort in de prut van zijn hoofd tot zijn voeten,
maar dan wel waar in uw moeras met zijn stinkende modder
de meest smerige diepe poel drabbigheid is te vinden.
Want die man is een ei: hij heeft het verstand van een jochie
van twee jaar dat in slaap valt in vaders wiegende armen.
Al is hij met een schat getrouwd in de bloei van haar jaren,
met een schat die charmanter is dan het tederste bokje,
dat bewaking veel meer verdient dan de donkerste druiven,
mag zij flirten zoals ze wil: hij maakt zich er niet druk om,
daarvoor komt hij zijn bed niet uit; maar zoals in een greppel
een els, omgehakt met de bijl uit Ligurië, stil ligt
zonder dat hij er meer van merkt dan wanneer hij er niet was,
zo ook, tot mijn verbijstering, ziet en hoort hij er niets van;
wie hij zelf is en of hij leeft of niet leeft weet hij ook niet.
Hem wil ik nu vanaf uw brug laten vallen, voorover:
dan wordt hij misschien plotseling uit zijn slaapziekte wakker,
laat hij die op-zijn-rug-houding in de modderpoel
achter
als een ezel zijn hoefomslag in de zuigende kleigrond.