Fan fiction
The quiet surviver. Geschreven door GabbysHOPE vertaald door mij (sanne)
inleiding:
"Waarom moeder!? waarom!?"schreeuwde ze terwijl de hete wind van de lava haar naar beneden trok. Ze was aan het vallen en kon er niets aan doen. Haar armen bewoog ze wild om zich heen, om maar iets vast te pakken waaraan ze kon blijven hangen. Niets. Haar gedachten waren niet bij haar moeder, of haar taken voor haar vader, en zelfs niet bij zichzelf. Alleen over de val. Haar armen raakte iets waardoor ze in een andere richten viel. Ze kon haar moeders lichaam zien vallen in de lucht boven haar. Daarna verdween haar moeder uit het zicht terwijl ze zich omdraaide om de lava onder haar te zien. Ze gilde nog een keer heel hard, de schreeuw echode na in haar hoofd waardoor ze zich nog slechter voelde. Nee! Dit kon niet gebeuren! Ze was hope! De dochter de dochter van de god van al het slechte en het vuur,Dahak. Opeens kwam er een grote vlam naar boven die haar naar beneden trok. Ze probeerde zichzelf naar de zijkant te slingeren maar tevergeefs. Alles wat ze kon doen was schreeuwen terwijl het vuur over haar lichaam kwam.
Hoofdstuk 1
Een hypnosered gevoel van warmte overspoelde Hope terwijl ze over het pure vuur dreef. Haar huid voelde de vlamen terwijl ze zich over haar lichaam versprijden en toch voelt ze geen gevoel van branden. Ze nam een langzame diepe zucht, en ze werd gegroed door de geur van as. In haar gedachte glimlachte ze want ze kende die geur maar al te goed. Dit was de geur van haar vader. Van Dahak zelf! Dahak was de god van al het vuur. Zijn krachten waren veel sterker dan alleen in de gedachten van de stervelingen. Geen sterbeling zou dit ook kunnen bevatten. Dahak vergelijken met een simpel kampvuur zou een grote fout zijn. Het veraste haar dat ze nog niet dood was. Ze was tenslote sterveling. Ze was de dochter van een resechte sterveling, een schrijvende amazone genaamd Gabrielle. Haar gedachte kwamen terug bij de realiteit terwijl ze haar ogen opend. Ze was in de stilte omringt door de mooie lava. Kleuren die ze nooit had gezien omringde haar. De lava leefde, het vuur leefde! Het was een eindeloze oceaan van vuur en gesmolte lava. Alle creature leefde hier; van legers van de vuur goden tot demonen en verloren demonen. Ze wist dat de lava werd gedacht als een grotere vorm van leven. Het was erg makkelijk voor een sterveling net als haarzelf om hier de controle te verliezen. Een verandering in de stroming zorgde dat ze haar hoofd erbij hield. Een gevoel kwam over haar heen. Ze kon het voelen. Ze wist dat een ander leven contact met haar maken en was vertrouwd. "vader!" dacht ze hardop. Dit is natuurlijk was ze het na-leven noemen." "nee, mijn dochter. Het is veel meer dan zo een kleine defenitie. Jij leeft. Ik was het die je hierheen leide. Om je te redden." Hope glimlachte toen ze dat hoorde."Dank je vader" "Je bent bestemt om terug te keren naar de wereld van de stervelingen en daar je werk voort te zetten. Je kindje is veilig. Ik heb dat opgemerkt. Als het kind geboren is en zijn zussen of broers zullen mijn krachten over de wereld heersen. Ik zal verder komen dan deze beperkte wereld. " "Ja vader." dat was alles dat ze vond dat er gezecht moest worden. Hope kon voelen dat ze werd opgetilt door de oceaan van vlammen. Haar gedachten kwamen terecht in een plek die greece genaamd word. Terwijl ze haar activiteiten daar aan het overdenken was, Ze kon voelen dat haar vader haar daar al naartoe had gebracht. Een vlam bracht haar naar boven aan de kant waar ze eerder was gevallen. Ze was voorzichtig neergezet op de koude stenen vloer. Daarna gingen de vlammen weer terug en lieten Hope alleen. Hope trilde. De lucht was zo koud vergeleken met de warmte van het vuur. Ze opende haar ogen en ging staan. Ze keek om zich heen. Ze zag alles zoals ze het zich herinnerde. Ze zag dat er wel een paar dingen weggehaald waren. Als ze tijd had moest ze dit maar eens gaan uitzoeken! Niemand was er behalve Hope. Ares was nergens te bekenen. Hier werd ze een beetje boos van. Hij was door haar gekozen. Ze schude haar hoofd en vond het jammer. Hoe kon ze meer van hem verwachten. Hij had haar zien vallen en had natuurlijk gedacht dat ze dood was. Maar dat was niet belangrijk. Hij zal snel genoeg terug komen als hij zich realiseerd dat ze nog leeft. Ze stond en bekeek zichzelf. Ze leek precies op haar moeder: blond haar, groene ogen, een simpel bruin rokje en een groen topje. Hope haalde de viezigheid en as van haar gezicht en liep zo goed als het kon naar de uitgang. Ze ging weg maar wachte toch nog even. Haar handen gingen naar haar maag terwijl een beweging voelde. Hope glimlachte. Haar zoon zal snel op de wereld komen. Ze liep naar buiten naar het zonlicht en ging naar de plek waar haar vader had gezecht. Haar vader had maar een woord gezecht die ze gelijk snapte: "Poteidaia".
Hoofdstuk 2
Hope liep op het moderige pad voor een aantal uren zonder ook maar iemand te zien. Alleen het ritselen van de bladeren door de herfstige wind en vaak werd ze gegroet door een dier uit het bos. Ze keek naar het pad terwijl ze liep. Het gras begon langzaam het pad over te nemen, iets waaraan je kon zien dat hier niet veel mesen hadden gelopen. Na een tijdje werd ze moe van het reizen en besloot dat het tijd was om iets te gaan eten. Bijna of het een bevel was kwam er een klein bruin met wit konijntje uit het bos gehopt. Het konijntje stopte voor Hope en keek omhoog. Hope keek terug met een koude ijzige blik. Ze had het konijntje in haar macht en die bleef dan ook stokstijf staan. Ze glimlachte. In no time had ze het dier dat ze nodig had. Ze nam de ceremoni�le dolk, die aan haar bruine gewaad vast zat en begon het hulpeloze konijntje klaar te maken voor de maaltijd. Een kleine beweging met haar handen zorgde voor een vuurtje in de avond. De zon ging snel onder. Hope's vuur was alles dat er in de verte te zien was. Ze ging zitten tegen een omgevallen boom en keek hoe de vlammen van haar vuur de lucht in gingen. Ze trok haar cape over zich heen en staarde naar het vuur. Met alleen een simpele gedachte kwamen de vlammen hoger en de nacht leek warmer. Hope relaxte en deed haar ogen dicht. Terwijl ze sliep werd het kampvuur groter dan normaal. Alsof er een grotere kracht over haar waakte.
Hoofdstuk 3
"Kom op Ceredis, we hebben niet heel de dag de tijd," Gareb was gefrusteerd door al de moeite die hij in het trekken van de kar stopte. Hij was een grote stijve man met simpele kleding aan. Zijn half witte broer reisde vaak met hem mee. Ceredis moest de kar duwen terwijl hij trok, maar Ceredis lag steeds achter. De slechte conditie van de weg hielp ook niet echt mee. Garab was in een slecht humeur omdat hij de kar al sinds zonsopgang heeft moeten trekken. De kar was vol met allerlei soorten goederen en spullen: De meeste aangekocht en sommige gestolen. "Ik doe mijn best, Gareb. Echt waar" was het enige antwoordt wat zijn broer gaf. "Nou, probeer het harder. We halen het nooit naar de volgende stad in dit tempo." Ceredis duwde de kar zo goed als hij kon wat zo ver als Gareb het vond niet scheen te helpen. Als zijn broer geen vrouw en kinderen had waar hij voor moest zorgen had hij hem allang achter gelaten. Hij bromde terwijl hij de karverder trok. Verderop kon Gareb zien dat er een vrouw liep aan de zijkant van de weg. Ze liep in de zelfde richting als hun. Terwijl hij verder ging met het trekken van de kar stopte ze en keek naar de 2 mannen. Hij ogen haden een zelfverzekerde blik iets wat je niet vaak zag in een vrouw. Gareb zag niet waarom deze vrouw anders zou zijn. De vrouw stopte liet de mannen de kar voor haar lang trekken voordat ze weer verder liep. Ceredis groete de vrouw uitbundig wat Gareb niet helemaal leuk vond. De vrouw antwoorde de groet zachtjes, ze keek naar de goederen op de wagen terwijl ze allemaal weer begonnen te lopen. Ceredis gedachte waren simpel en direct te snappen. . In no time kwam het gesprek over dat de 2 mannen met hun goedere van dorp naar dorp trekken. Ceredis gaf toe dat ze soms wat meenamen maar alleen op plekken die uitgestorven waren. Lege hutten , grotten en tempels. Ceredis vertelde Hope over een reis naar een tempel van de god van de oorlog toen de kar opeens stopte. Gareb liep naar de achterkant van de kar en keek naar Ceredis voordat hij zich naar Hope richte. "Luister," Wij zitten in de zaken van kopen en verkopen. Wil je iets kopen of niet?" Hope was niet geintreseerd om iets te kopen, alleen in waar sommige goederen van de kar vandaan kwamen. Gareb fronsde. Hij herkende een verwijd als hij er een hoorde. Hij plaatste zijn hand op de schouder van de jonge vrouw om haar te waarschuwen weg te gaan, als een scherpe pijn in zijn hand zorgt dat hij zijn hand snel weghaalt. Hij trok zijn hand terug en keek ernaar. Het leek alsof het door vuur was gegaan. Hij keek naar de vrouw en hij viel haar aan. Zij deed simpel een stap opzij en liet haar voet staan. Garab verloor zijn balance en viel. Ceredis sprong naar achteren en keek. Geluiden van beweging stopte met een harde gil. Ceredis herkende het geluid van zijn broers stem. Hij deed zijn ogen dicht. Ceredis deed zijn ogen weer open en schreeuwde. Het gezicht van de vrouw was vlakbij de zijne. Hij had haar niet eens dichterbij horen komen. Ze vroeg hem waar die tempel van de god van de oorlog was en hij wees het aan, zijn arm trilde terwijl hij dat deed. Hope glimlachte naar hem. Hij gaf nerveus een glimlach terug. Hope's glimlach werd kouder. Ceredis wist dat dit geen aardige vrouw was.
Hoofdstuk 4
Tijdens de trip naar de Tempel van de god van de oorlog gebeurde er verder niets. Hope verwachte geen verder oponthoud terwijl ze haar weg door de natte velden baanden vlakbij de tempel. Het graan in het veld kwam tot haar middel. Ze was verast dat Ares het goed vond dat dat graan daar groeide, maar snel herinnerde ze zich dat de olympische goden soms wel verdragen sloten. Hier moest ze maar eens over na denken want de goden zullen niet bepaalt blij zijn met de kracht van haar vader op de wereld. De tempel zag eruit zoals ze had verwacht, dreigend en eruitziend als een grote kracht. Grote blokken grijs marmer stonden bij de ingang van de tempel. Op het dak van de tempel waren grote krijgers uitgehakt in een groot gevecht. Ze liep het pad naar de tempel op terwijl ze een paar gouden voorwerpen in haar hand had. Die ze mee had genomen van de ongelukkige dieven. De binnenkant van de tempel maakte al evenveel indruk. Grote wandtapijten, wapens en standbeelden versierde de hoofdhal. Ze liep naar een bronze beeld toe van een romeinse soldaat en bewonderde het vakmanschap. verschijdene geschonken wapens en goude bepaalde het uiterlijk van de grote hal. Gouden bekers en kelken waren gevult met allerlei soorten juwelen. Hope plaatste de pot met goudstukken naast de andere spullen. Daarna keek ze naar de 2 mensen die op een einde van haar af stil tegen elkaar aan het praten waren. Een man en een vrouw die een gesprek hebben. De man had zwarte kleding aan een cape en een kleine kroon. De vrouw was ook in het zwart gekleed en zat op een troon. Ze zat comfortable op de troon zo zag het er tenminste uit. terwijl Hope naar ze toe loopt ziet de vrouw haar. De man draaide zich ook om en keek naar haar. Ze bekeken haar aandachtig. De vrouw stond op uit de troon en verwelkomde Hope. "Je staat in de tempel van een olympische godin, Ik ben discord, godin van de oorlog. " De man naast haar knikte en verwelkomde Hope ook. "Dit is Hades, god van de onderwereld. " Godin van de oorlog? dacht hope hardop. Dan is er geen ares meer? Discord keek naar Hope. "Ares heeft zeus ter schande gebracht en de meeste andere goden ook. Voor redenen die jij vast wel weet! "Jij begrijpt Ares volgens mij goed" zei Hades. "Natuurlijk doet ze dat, antwoorde Discord. "Zij en ares hebben geplant een nieuw goden ras te cre�ren. Ze denken hetzelfde". Hope kon merken aan Discords woorden dat ze zich niet lekker voelde. Ze bekeek Hades voor een paar seconde aandachtig. "Hades god van de Dood" Ze keek diep in zijn ogen. "Ik zie geen enkele reden waarom Ares de enige zou zijn die er beter van word als Dahak op de wereld komt" Hades lachte een beetje naar haar. "Orde is makkelijk te plannen maar moeilijk te behouden, hoe dan ook alles komt goed. Je moet gewoon gedult hebben." Hope dacht na over zijn woorden. "tijden veranderen, de nieuwe dingen vervangen de oude. Dat is zo met stervelingen en met goden." "Hades kan er voor kiezen gedult te hebben al hij wil. Maar ik heb deze powers niet gekregen om het van me af te laten nemen," Discord stapte op Hope af. Een oranje vuurbal vormde zich in Discords hand en ze gooide het naar hope. hope's wenkbrauwen fronste. Had ze iets gedaan iets wat Ares zou schade? Ze keek net optijd op uit haar gedachte voor de bal in haar gezicht uit een zou spatten. Hope nam het vuur in zich op. Ineens werd ze kwaad. Ze was geraakt op de plek waar haar kindje was. Hope sprong naar achter zodat ze niet nog zo'n vuurbal naar zich toe zou krijgen. Haar ogen waren gericht op een van de beelden bij discord. Met een kleine gedachte sprong het beeld in stukken. Discord sprong weg. Ze wist dat de scherven voor haar bedoelt waren. Hades draaide zich in de richting van Hope. " Alles stervelijk of anders kan ik de dood in jagen!!" Hope keek naar hem en ging daarna langzaam richting de uitgang. Discord stond op en was bedekt met grijze poeder. Ze keek boos naar Hope terwijl die de tempel uit liep.
Hoofdstuk 5
Hope keek om naar de temple van de oorlog vanuit de verte. Achter de rijdt velden verscheen een kleine grijze schaduw tegen de horizon. Ze vroeg zich af wat er met ares gebeurt was. Was hij bedrogen door iemand genaamd Discord of misschien door de olympische goden. Erg jammer, want hij was de enige van een paar goden die ze voor zich had kunnen winnen. Hij hield van die dingen die al snel handig zouden kunnen zijn voor haar. Er waren natuurlijk andere goden uit andere landen die geintereseerd waren in oorlog en alles wat daarmee te maken had maar Ares had iets interesants in zich, een interesant character. Ze liep verder over de vieze weg, Die in de richting van Poteidaia liep. Hij was een zonnige, warme dag met bijna helemaal geen wind. Het pad voor haar leek omhoog te lopen en daarna naar beneden in iets wat waarschijnlijk een vallei was. Voorbij de heuvels zag hope een dorpje met boerderijen. Er waren meer dan 20 huizen en een paar grotere gebouwen. Ze lachten naar zichzelf, eraan denkend dat ze met deze stervelingen wel even lol kon hebben. Terwijl ze naar het dorpje liep hoorde Hope een geluid in de rijst velden. Ze draaide zich om een keer over de top van de velden, terwijl ze nadacht wat het geluid zou kunnen zijn. Het geluid ging langzaam weg maar Hope vond haar doel. Terwijl ze strak naar het doel keek verdween het rijst rondom. Daaronder was een dun blond meisje. Hope stond stil en keek naar haar. Ze droeg een simpele bruine jurk en haar haren waren bijeen gebonden. Ze lachten en rende snel naar het dorpje. Hope fronsde en liet het kind terug naar haar dorp gaan. Hope kwam aan aan de rand van het dorp en ineens kwam er een scherpe pijnlijke steek in haar buik, en Hope schreeuwde en viel op de gron. Ze had haar hand op buik en was bezorgt over het welzijn van haar babytje. Het voelde of haar kind in het vuur zat maar wist dat dat niet zo was. Een paar dopelingen moeten haar gehoort hebben want 2 mannen en een vrouw kwamen naar haar toe. Hope had er nu even geen zin in om met stervelingen te praten. Ze stond langzaam op en vroeg ze om terug te gaan naar wat ze aan het doen waren. De mannen aarzelde voor een paar seconde. Ze staat nu en lijkt okay dus gingen ze terug. De vrouw bleef en liep met Hope mee. Haar naam was Alyssa. Hope wilde de vrouw net dringend verzoeken terug te gaan toen ze ineens het jonge meisje weer zag. Het kleine meisje rende naar alyssa en lachte, ze keek naar hope en daarna weer terug naar Alyssa. Alyssa keek naar het meisje met een lach en bukte zich om haar dochter een knuffel te geven. "Dit is mijn lieve dochter Amber." Zei alyssa trots. Hope keek naar het meisje en voelde zich een beetje eenzaam, denkend aan al die jaren zonder haar moeder. "hallo." zei amber terwijl ze omhoog keek naar Hope. "Ik ben Amber. Ik word een Amazone princess als ik later groot ben. " Alyssa lachte zachtjes. " Tuurlijk amber. Nou ren weg als een echte amazone." " Ja mamma." Amber rende terug naar het dorpje. Alyssa legde uit dat 2 amazones haar family had geholpen met een kapote wagen een paar weken geleden en Amper vond ze geweldig. Ze vond het goed voor een jong meisje om sterk te willen zijn. Hope vond dat ook. Alyssa keek naar haar en vroeg of ze ziek was. Hope legde uit dat ze ieder moment kan bevallen van een baby. Alyssa keek verbaast. "Je lijkt helemaal nog niet zo ver, als je naar je buik kijkt." Hope glimlachte een beetje. "Mijn vader heeft altijd al rare bevallingen gehad." Alyssa glimlachte aardig en vroeg haar of ze in de Bar wilde slapen. Er waren boven een paar kamers. Hope ging mee naar het huisje voor wat water, maar ze wilde een rustigere plek om te bevallen. Een meer prive�n plek. Alyssa snapte dat. Ze stapte een bar binnen waar de eigenaar aan het schoonmaker omdat er waarschijnlijk een gevecht was geweest. Twee tafels waren gebroken en meerdere stoelen waren rond gegooid. De eigenaar zag de twee vrouwen en ging terug naar de bar om drinken voor hen in te schenken. Hope dronk het water snel op en vroeg of er misschien een stal en schuur dichtbij was. Alyssa was een beetje bezorgt dat ze in een schuur zou slapen in haar condities, maar ze dacht dat het toch alleen maar tijdelijk was. Ze beloofde met de dokter van het dorp te praten. Hun doker was een wijze vrouw die graag voor onderdak voor Hope zou willen zorgen als het tijd was. Beide vrouwen gingen een paar minuren later weg om een plekje te vinden waar Hope zou kunnen slapen. Een lokale man ging de bar binnen om iets te drinken. Hij keek rond naar de rotzooi en grinnekte. " Druke nacht Reyn?" Reyn de eigenaar van de bar bromde. "Deze gevechten zorgen ervoor dat ik naar het armenhuis moet." The man knikte sympatique, wijzend naar de fles op de achterste muur. "die man is lekker aan het werk geweest hier. " Reyn pakte de fles. "Nee een vrouw eigenlijk." "Eem vrouw? "Hij geloofde er niets van. Reyn leunde voorover tegen de bar aan en praate tegen hem. "Ja een of andere vrouw." Hij schude zijn hoofd terwijl hij aan haar dacht. "Een krijgster tenminste zo zag ze eruit. Ze had een of andere rare eenzame blik in haar ogen de hele nacht. Net alsof ze haar beste vriend had verloren ofzo. Alles dat ik weet is dat ze hier alleen kapot heeft geslagen. " De man knikte zijn hoofd en luisterde. Hij keek uit het raam naar de broerin Alussa die aan het praten was met een nieuwe vriendin van haar. Reyn keek terug naar de man aan de bar en legde het verder uit. "Ze betaalde voor alles wat kapot was gegaan en daarom liet ik haar slapen in een kamer boven. Ik hoop dat als ze morgen wakker is dat ze een beter humeur heeft en weg gaat. "De eigenaar keek weer uit het raam naar Alyssa en haar aardige lijkende vriendin. Hij glimlachte in zichzelf. "We hebben geen vrouwen zoals hierboven nodig in dit dorpje. Ze geven alleen maar problemen." De man aan de bar knikte en was het er mee eens. Buiten, bedankte Hope Alyssa voor haar voor haar bezorgtheid en liep met haar naar haar huis. Misschien zou ze deze mensen sparen zodat ze voor haar vader konden werken. Ze glimlachte koud toen ze eraan dacht dat allyssa haar mee naar huis nam.
Hoofdstuk 6
Aaordus maakte een raar geluid terwijl zijn schoen in de modder zakte vlakbij het dorp. Hij was laat in de nacht en doordat hij dronken was leek zijn trip naar huis nog langer dan het al was. Aaordus was moe en niet in een goeie bui. De aankomende storm zorgde er niet voor dat hij zich beter ging voelen. Hij keek omhoog naar de wolken en wist dat hij niet optijd thuis zou zijn voordat het zou gaan regenen. Hij liep weer verder op weg naar huis. In een half uurtjes was hij helemaal doorweekt door de regenbui. De bliksemschichten zieten duidelijk het pas voor hem zien. Aaordus zag dat hij langs het huis van de boerin en weduwe Alyssa. Ineens hoorden hij een klap van het onweer gevolgt door een harde gil. Hij schrok van het geluid. Aaordus stond daar heel stil voor een tijdje, maar hij kon niets horen. De regen stroomde over zijn gezicht en door zijn haar. Aan de donder die van het oosten kwam kon hij zien dat het ergste van de storm nog niet geweest was. De nieuwschierigheid won van hem en hij liep het erf van het huis van Alyssa op. Hij liep voorzichtig naar voren. Een plotselingen klap zorgde ervoor dat zijn aandacht naar een plek rechts van hem ging. Waar de grote rode schuur was. Hij knipperde met zijn ogen en zag een vage schaduw bij het raam. Iemand gebruikte daar een lichtje. Een seconden hoorde hij een gil uit de schuur komen. Hij was geen lange gil of heel hard maar het was iets wat hij nog nooit gehoord had. Hij keek naar rechts en toen naar links, hij was een beetje bang voor wat hij daar zou zien. Aaordus liep zacht en langzaam naar de deur van de schuur en merkte dat die niet op slot was. Hij duwde door een beetje open, net genoeg dat hij er tussendoor kon. Aaordus liep naar binnen met de hooivork in zijn hand. Toen hij halverwegen de schuur was zag hij een tas op de vloer liggen. Het was de medische tas van de dokter Celeme, een vertrouwde vrouw in het dorp. Aaordus fronzde. Celeme's tas en de items die overal op de grond lagen. Het was niets voor haar om zo onvoorzichtig te zijn. Aaordus liep naar voren en knielde, hij had nog steeds de hooivork in zijn hand. Hij strekte zijn hand uit naar de tas maar trok hem toch snel weer terug. Hij werkte lang genoeg op een boerderij om bloed te herkenen. Aaordus stond op en keek om zich heen. Hij ademede steeds sneller. Hij voelde zich alls een persoon die onverwacht in een heel veel problemen was gekomen. Hij keek nog een keer goed om zich heen. Hij kon niets horen behalve de donder. Ineens hoorde hij hooi tegen de grond schrapen links van hem, achter een paar grote balen hooi. Hij concentreerde zich op de plek waar het geluid vandaan kwam. Aaordus was bezorgt over zijn vriendin en daarom besloot hij haar te roepen. "Celeme??" Zijn stem klonk meer bezorgt dan de bedoeling was. Hij deed voorzichtig een stap naar voren, nauwelijks een meter van de hooibalen weg. Hij liep nog een beetje naar voren en stopte ineens, hij ademde heel diep toen hij zag wat er over was van Celeme. Ineens hoorde hij een hard geluid en draaide zich met een ruk om. Het kwam van de voorkant van de schuur. Aaordus z'n ogen waren nu wijd open, en hij zoch naar de persoon of het dier die deze geluiden maakte. En die de dood van Celeme op z'n geweten had. Hij wilde naar de deur van de schuur rennen en blijven rennen tot hij thuis was, maar iets vertelde hem dat hij het niet zou halen naar buiten. Aaordus hielt de hooivork voor zich, en was klaar om te steken naar alles wat bewoog. Hij liep door de schuur en merkte een schaduw achter hem op. Hij zag iets dat leek op een dier. Een dier wat nog steeds op iets aan het kauwen was. Zijn gevechts instincts nam de controle over hem en hij stak met de hooivork naar het dier. Het die was ontzettend snel. Aaordus hoorden zijn scherpe klauwen tegen het hooi aan. Het geluid verplaatste zich erg snel naar de zijkant van de baal hooi. De tijd leek heel langzaam te gaan voor Aaordus. Een licht flits kwam over het grote beest met stekels over zijn hele lichaam. Buiten ging de storm gewoon door. Ineens kwam er weer een harde gil uit de schuur. Het beest had zijn maaltje voor de avond op. Hij legde zijn hoofd neer en wachte tot zijn moeder terug zou komen..
Hoodstuk 7
Reyn, de bar eigenaar, sprong uit zijn bed midden in de nacht, hij had net de meest afschuwelijke schreeuw gehoord. Hij kwam van binnenin het bar. Hij deed snel een kaars aan en liep naar de bar toe, hij gebruikte de kaars om de weg naar de trap te vinden. Hij liep op de trap en stopte bij een van de deuren. De deur was open. Hij deed zijn hand naar binnen. "aaaaahhhh!" Reyn werd naar binnen getrokken en tegen de muur aan geslagen. Iets had hem vast in een greep waaruit hij niet los kon komen. Nog harder dan de storm riep een vouw naar hem op een koude gevaarlijker toon. "Wat denk jij dat jij aan het doen bent?" "eh.. ik hoorde een geluid en ging kijken." Reyn ademde diep in. De vrouw hield hem relaxed vast. Ze liet hem los na een paar seconden en liep naar het bed en ging zitten. Reyn zag dat ze verdrietig was over iets. Ze was niet dronken net als de vorige nacht, maar ze voelde zich verdrietig. "Is er iets was ik voor je kan halen?" Ze haalde haar hand over haar gezicht en lachte verdrietig naar hem Ze fluisterde het antwoord."nee". Reyn knikte ,hij begreep het niet maar deed net alsof hij dat deed. Hij wilde haar een vraag stellen toen hij een hard geluid beneden aan de deur hoorde. Hij liep de kamer uit en liep de trap af naar de deur. Een van de mannen in het dorp stond voor het raam, een boer die helemaal in het oosten van het dorpje woonde. Hij zei dat hij een gil vanuit het huis van z'n buren. De man leek ontdaan. Xena stond stil bij de deur van haar kamer te luisteren naar de twee mannen. Reyn zei dat ze Celeme moesten halen voor als er iemand gewond was. De boer ging haar zoeken terwijl Reyn een regenjas aantrok. Hij liep terug om een dolk van achter de bar te bakken, toen hij de vrouw voor hem zag staan. Ze was al aangekleed en klaar om te vertrekken. "Ik heb gehoord wat hij zei. Ik dacht misschien kan ik jullie helpen." Haar stem was kalm. Reyn knikkte. Hij zag het zwaard en een andere rond wapen die ze bij zich had. Hij verwelkomde haar hulp. Als ze al half zo goed was met een zwaard als hij was hij als blij. Ze liepen over de hoofdweg naar het eind van het dorp. Het regende nog steeds dat het goot, maar het ergste was al geweest. Reyn zag dat de vrouw niet iemand was die graag een gesprek had zonder een doel. Ze was een vrouw die actie wilde. Hoe dichter ze bij het huis van de weduwe Alyssa kwamen hoe meer agrassief de vrouw werd. Xena liep eerst door de tuin en keek goed rond over het dokere erf. Ze keek van het huis naar de schuur. Ze zag dat de deur van de schuur zachtjes heen er weer ging. Ze en Reyn liepen naar de schuur toe. Toen ze bij de voorkant van de schuur kwamen pakte Xena langzaam haar zwaard. Ze hielt het voor zich, en keek voorzichtig naar binnen voordat ze zelf naar binnen ging. Reyn volgde haar naar binnen met zijn dolk in zijn hand, en bleef bij de muur van de schuur. Xena liep voorzichtig naar binen. Ze zag alleemaal hooi over de gehele vloer. Een paar balen hooi waren omver gegooid. Er was ook een aangestoken kaars en een soort tas op de grond. Xena liep naar de tas toe en pakte het, maar trok haar hand gelijk weer terug. Ze trok haar hand terug naar haar gezicht en rook het bloed. Ze hoorde Reyn gillen en draaide zich om en zag hem trillen. Hij stond bij de zijkant achter een baal hooi. Xena keek snel rond en liep naar hem toe. Ze was verbaast met wat ze zag, hoewel ze in haar cariere als krijgster al veel had gezien. Terwijl Reyn bijkwam van de schok zocht Xena snel door de schuur. Ze liep naar hem terug en vertelde hem dat het veilig was. HEt was waarschijnlijk een wolf of een beer. Ze liep naar de uitgang van de schuur en zag een vaag bloedspoor op de grond. Het liep lang een boom het bos in. Xena gaf Reyn een paar minuten om de schuur op slot te doen. Ze wilde het bloedspoor gaan volgen. Ze vond dat dit opgelost moest worden en ze wilde iets doen waardoor ze even niet aan Gabrielle zou denken. Met haar zwaard in haar hand liep Xena voorzichtig het bos in achter de schuur om het dier te vinden die dit veroorzaakt had.
Hoofdstuk 8
"Maar waarom? Waarom kunnen we niet teruggaan voor mama?" Vroeg amber terwijl ze Hope probeerde bij te houden. Hope keek naar benenden, naar het kleine meisje met een lach. "Mama zal het wel begrijpen. Ze is druk met het ontbijt klaarmaken." Amber knikte en liep Hope achterna. Hope en het meisje liepen al een tijdje. De echte reden van hun vertrek was het onverwachte eetgedracht van haar zoon. Hope wilde langer blijven, maar toen ze terug ging naar Alyssa's huisje waren de dokter en een andere man al dood, ze wist dat het nu niet zo lang meer duurde of de mensen in het dorp zouden argwaan krijgen. De zon kwam net op die morgen. Hope keek naar de hoge rijst velden dat om het pad waar ze over liepen stonden. Ergens in die velden was haar zoon aan het oefenen om nog sneller te worden. Haar zoon was frustrerend soms maar toch hield ze van hem. Hij had een speciale plek in haar gedachten en in de plannen van haar vader; maar ze moest toch een met hem praten over zijn gedrag tegenover haar. Hij wilde een knuffel toen ze terug in de schuur kwam, maar na gezien te hebben wat hij had gedaan, wilde ze het niet. Ze duwde hem weg. Hij zat verdrietig en keek naar haar. Hij was sterk, ze dacht bij zichzelf dat hij het wel zou redden. De zon was nu helemaal op. Het pad was makkelijk te zien. Terwijl ze verder liepen vroeg Amber aan Hope wat die geluiden waren die ze hoorden in de velden om hun heen. Hope vertelde haar dat dat gewoon de wind was. Amber vroeg waarom de wind steeds rondjes maakte. Hope zei haar dat de wind nou eenmaal zo waait. Ze vertelde maar niet dat het bijna etenstijd was voor haar zoon. Ze wist wat hij wilde eten, maar hope wilde niet toestaan dat hij het kindje opat. Toen hoorde ze ineens stemmen verder op de weg. Ze liepen verder tot ze in de verte vier mensen zagen staan. Allemaal waren het vrouwen. Amber werd helemaal enthousiast toen ze de vrouwens zag. Amber riep ze en zwaaide. De amazones kwamen dichter bij en zagen Hope, gelijk bogen ze hun hoofden en groeten ze hun koningin. Hope was verrast. Maar wist gelijk daarna waarom ze dat deden. Ze groet terug en vroeg naar hun reis, ze gebruikte een onschuldige, rusrige stem welke ze had geoefend. De amazones waren op weg naar het volgende dorp voor spullen. Het was het dorp waar Hope net vandaan kwam. Terwijl Hope en de amazone leider aan het praten waren, zag een van de amazones Amber en glimlachte. Ze vertelde Amber dat zij een van de 2 vrouwens was die haar ouders een tijd geleden had geholpen. Amber vertelde haar dat ze als ze groot was een amazone wilde worden. Alle amazones glimlachte over het ethousiasme van het meisje. De amazone leider vroeg een vraag. Ze had nooit gehoord dat Gabrielle een kind had. Hope legde uit dat Amber een vriendin was. Ze reisde over het natuurlijke pad net zoals ze amazones doen. De vrouw knikte, ze accepteerde de uitleg. Hope vroeg of de vrouwens misschien het meisje terug wilde brangen naar het dorp terwijl ze verder reisde. De amazone leider stemde hiermee toe en Amber leek blij met het idee. Iedereen nam afscheid van elkaar. De jongste van de Amzones, Lyssa, zou Gabrielle vergezellen in haar reis. Hij was traditie bij de amazones dat de jongste de gene met de meeste ervaring zou volgen. Hope en Lyssa liepen verder over het pad voor een tijdje voordat de jonge amazone de konining vroeg naar dat geluid in de velden. Hope legde uit dat het waarschijnlijk een hert of een konijn was. Daarna ging ze stil staat terwijl ze de gedachte van haar zoon in haar gedachte hoorde, roepend naar zijn moeder. Hope richte zich op Lyssa en zei dat dit het perfecte moment was om te oefenen met jagen. Lyssa wilde zich graag bewijzen tegenover de Amazone koningin. Ze nam haar dolk in haar hand en liep het veld in om de maaltijd te vinden. Hope was er zeker van dat er een maaltijd zou gevonden worden.
Hoofdstuk 9
Een geluid van brandende takken kon worden gehoord vanuit het kampvuur. Hope zat zachtjes bij het kampvuur, kijkend naar het vuur dat eraf kwam. Ze was relaxed op deze avond, blij met hoe haar werk gaat. Het kind was goed gevoed en aan het slapen, ze hoefde zich ook geen zorgen meer te maken over de jonge amazone. Haar gedachte over de Amazones en de hun manier van doen bracht het gezicht van haar moeder in haar gedachte. Ze vond de gedachte van haar moeder die een amazone was wel een beetje raar. Gabrielle hielt immers van vrede. Ze was niet gemaakt als krijgster. Maar er zal wel meer van haar moeders verleden zijn wat ze niet helemaal begreep. Ze fronsde een beetje. Er was zoveel dat ze niet begreep. Ze intreseerde zich er wel voor om haar moeder te kunnen begrijpen. Hope wist niet zeker waarom dat zo was, maar soms, als ze er tijd voor had, dacht ze erover hoe haar moeders leven was voordat zij kwam. Natuurlijk wist ze wel hoe haar moeders leven was verandert na het voorval in Britannia en de geboorte net buiten het Banshee dorp. De meer gewone mensenlijke emoties hadden een groter effect toen dan nu voor haar. Het glimlachen. Het willen knuffelen van haar moeder. Moeder's veelbelovende woorden. Woorden waar die andere vrouw het niet helemaal mee eens was. Hope kon zelfs op zo'n jonge leeftijd zien dat die andere vrouw haar niet mocht en vertrouwde. Het was een gevaarlijk moment voor Hope want haar krachten waren nog niet helemaal gelijk aan haar gedachte. De ridder die over haar waakte was zo vertrouwd en kalm maar de vrouw, ze was beschermend en voorzichtig. Ze deed het enige wat ze toen kon doen. Gabrielle was een goede beschermende moeder. De banshee's deden hun best, natuurlijk, om haar te redden. Hope wist niet wat er met hun was gebeurt. Ze had geen nieuws over ze ontvangen van haar vader dat ze hun zouden helpen, dus misschien zijn ze gewoon door gegaan met hun simpele leventje. Hope dacht over de mogenlijkheid om hun in het leger van haar vader te betrekken. Hope's ogen werden steeds zwaarder en ze had slaap nodig. Door de moeie ogen zag ze het vuur sterker worden. Ze glimlachte naar het kampvuur en viel in slaap.
Hoofdstuk 10
De volgende dagen gebeurde er eigenlijk niet echt iets. Een simpele loop over het gras en de viese paden, soms kwamen er reizigers langs die op weg waren naar hun eigen bestemming. Hope pratte met maar een of twee van hem, steeds netjes blijvend zoals ze zich kon herinneren dat moeder zou zijn, en hun zouden dan de weg naar haar dorp zeggen. Ze bedankte ze en liep verder. Een keer was ze gestopt omdat ze een gil van een reizigers had gehoord. Daarna schude ze haar hoofd met een glimlach op haar gezicht. Het was zo'n lach als een moeder gaf als ze trots was op iets wat haar kind had gedaan. Hope hoorde een windvlaag langs haar in het veld gaan. Ze stopte om wat water te drinken. Door het rijst dat bewoog achter haar keek ze om. Met een simpele gedachte gaf ze haar kind toestemming om ook iets te drinken. Ze was onder de indruk van zijn snelheid. Hij rende naar het water en begon te drinken in een paar seconden nadat zijn moeder hem toestemming had gegeven. Het kind was klaar met drinken en kwam naar haar toe. Hope keek naar hem om te zien of hij nog O.K was. Terwijl ze dat deed , raakte hij haar been aan alsof hij een knuffel wilde. Hope zuchte. Hij hij een vernietiger zou worden net als haar vader had belooft, zou hij niet zo afhankelijk moeten zijn, maar het kind was nog maar net geboren en moest nog wennen dus kreeg hij een kleine knuffel. Ze reisde weer verder tot ze een openplek naderde. Er waren meerdere mensen daar. Sommige waren kleren aan het wassen. Tussen al die mensen was een jonge vrouw met zward haar tot haar schouders naar haar aan het zwaaien. Hope fronsde haar wenkbrauwen terwijl de vrouw naar haar toe kwam. Ze knufelde Hope. "Oh, Ik ben zo blij je te zien. Hoe is het met je? Moeder was zo ongerust over je. Blijf je lang?" De jonge vrouw vroeg nog een paar vragen. Hope deed haar best de vragen zo goed mogenlijk te beantwoorden. De jonge vrouw heete Lila, een zus van haar moeder. Nog een deel van haar moeders leven waar Hope niets over wist. Ze vond snel uit dat haar moeder ook ouders had, haar vader heette Herodetus en haar moeder heette Hercuba. Hope keek naar de vredeliefende omgeving van dit gewone dorp. Lila nam een pauze van haar werk om haar zus naar haar moeder en vader te brengen. Hope volgde haar. Ze keek naar de rijstvelden om zich heen en gaf haar kind een makkelijke orde. Hij moest niemand hier iets doen. Hij kon op dieren jagen als hij honger had. Hope's aandacht ging weer terug naar haar tante. Ze gaf zichzelf toestemming om te relaxen terwijl Lila vertelde over wat er allemaal gebeurt was in het dorpje. Nu kon ze haar vaders plannen doorlaten gaan in dit kleine, vredeliefende dorpje
Hoofdstuk 11
En waarneer komt die vriendin van jouw terug?" Vroeg Herodetus. Het avondeten was klaar en het gezin zat nu buiten op de veranda, genietens van de zonsondergang. "Herodus. kom op!" Hercuba gaf antwoord op zijn vraag. Hij zuchte hard, hij ging verder met het maken van een bakje. Gabrielle's moeder ging verder. "Xena is haar vriendin. Als ze met haar wil reizen, dan moet ze dat doen." " Ik geloof best dat het heel spannend is." Lila was enthousiats over het leven van Gabby. Dat zagen ze allemaal, ook haar ouders. "En het kan ook problemen geven. Onthoud dat Lila. " Herinnerde haar vader. "Ja pap." Antwoorde Lila netzoals haar vader wilde, maar ze lachte stiekem naar Hope. Dit was niet de eerste keer dat hij erover begon. Hope begreep dat hij zijn dochter liever thuis had gehad net als Lila had gedaan. De weken die voorbij waren gegaan waren voor Hope heel interesant. Rondkijken in dit kleine, simpele dorpje en zien hoe iedereen hier leefde, het was hard voor te stellen dat deze mensen handig konden zijn voor haar vader's plannen. Moeders ervaringen met Xena speelde daar natuurlijk een rol in. Hope was een beetje blij dat Herodutes net als zei Xena niet mocht. Misschien met een paar verhalen van gevaar en gevechten..... Hope's gedachte werden onderbroken door de gefrustreerde stem van Herodetus. Gevogelte. Die komen altijd langs het hek. " Hij stond op en legde het bakje op de grond. Hope merkte dat er een bekend ritselend geluid uit de velden kwam. Ze wist dat een paar jonge ogen naar haar aan het kijken waren. "Dat is niet nodig vader." Hope stond op en liep de trap af naar het veld. " Het lukt mij wel. Waarschijnlijk een kip ofzo." " Waarschijnlijk. Kijk ook even naar het hek. Ik zou zweren dat ik het hek zo gezet heb dat die kippen er niet overheen kunnen." Hij fronsde en schude zijn hoofd. Hercuba klopte hem op zijn schouder en liep naar binnen omdat de avond viel. Hij volgde haar saen met lila en deed de deur achter zich dicht. Hope keek hoe ze naar binnen gingen en liep nar de plek waar het hek stond. Ze wist wel waarom de kippen weg waren. Hij zoon had een gezonde eetlust. Ze keek nog een keer terug naar het huis om te kijken of er niemand aan het kijken was. Hope liep verder het veld in en ging op haar kni�n zitten, wachtend op haar kind. Hij liep naar haar toe en ging voor haar staan en keek naar haar, en zuchte zachtjes. Hope wist wat hij wilde maar ze kon het niet toestaan. Hij wilde meer bij zijn moeder zijn en de mensen ontmoeten waar Hope mee omging, maar Hope wist hoe zij zouden reageren als hij naar ze toe zou komen. Ze fluisterde naar hem "shhh! stil. stil nu. Ze mogen ons niet horen. " De grote ogen van het kind knipperde terwijl hij naar zijn moeder keek. Hij raakte zijn moeders arm aan en liep kleine wondjes over waaar zijn tekeld haar raakte. Hope fronsde naar hem maar zei niets. Ze moest echt iets doen aan zijn afhankelijkheid. Voor nu stemde ze toe met een knuffel, aannemend dat als hij ouder zou worden hij dat niet meer nodig zou hebben. " Moeder moet morgen een belangrijke reis maken. Wil jij met haar mee gaan? Zou je dat willen? " Hope hoorde haar de sneller ademende zoon en hoe hij keek dat hij dat wel zou willen. Ze lachte naar hem en beloofde dat ze samen zouden gaan morgen ochtend. Ze moest dingen voor haar vader's plan contoleren. Ze moest haar zoon ook dieren buiten het dorp laten eten. De hoeveelheid dieren die zouden gaan verdwijnen zou argwaanend worden binnen een paar dagen. Ze zei tegen haar zoon dat hij naar een grot in de buurt moest gaan dat ze had gevonden. En ze zou morgen naar hem toe komen en dat ze dan zouden vertrekken.
Hoofdstuk 12
Het was een mooie zonnige dag als Hope en haar kind reisde over het open land.Het pad was wijd en het uitzicht was groter. Er waren geen reizigers te zien en dus gaf Hope haar kind toestemming om naast haar te lopen. Hij hield haar makkelijk bij. Ze wilde dat hij bij haar bleef inplaats van over het pad te racen. Van te veel beweging zou alleen maar meer honger krijgen, en er scheen geen eten in de buurt te zijn. Dit was een vally tussen een paar bewoonde dorpen. Ze keek vaak naar haar zoon terwijl ze hun weg volgde. Hij groeide goed. In een paar dagen zou hij al tot haar schouders komen. Hope wist dat als hij volggroeid was hij bijna twee keer zo groot als Hope zou zijn en erg krachtig. Hij zou de krachten hebben die zij had natuurlijk, maar hij zou een kracht hebben als geen andere levend wezen voor hem. Hij was veel als haar vader. Op die avonden bij het kampvuur als ze in contacts was met haar vader, hij liet gedachten over hoe hij echt was in haar gedachten komen. Het kind leek veel op haar vader's natuurlijke vorm. Haar vaders uiterlijk zou voor stervelingen angstaanjagend zijn net als haar zon's uiterlijk. Hij had haar een keer vertel over een gevecht in het vuurrijk waar hij door zijn snelheid een andere vuurgod's leger had verslagen. Haar zoon had ook zo'n snelheid en ze wist dat haar vader blij zou zijn om dit te weten. Hij had besloten om zijn dochter een meer aangenaam uiterlijk te geven omdat ze met stervelingen om moest gaan. Haar aardige uiterlijk waas haar wapen. Hope oefende haar taak goed, ze wilde zo open en vriendelijk als haar moeder voor de dag komen. Dat was simpel om te doen. In het begin vond ze het vervelend om zich zoals een sterveling te gedragen, maar als de plannen van haar vader zo door konden gaan zou ze het doen. Haar zoon racde het veld in. Hope dacht dat hij voor eten ging jagen. Ze dacht eraan zijn naam te roepen maar ze voelde ineens warme lucht achter zich en draaide zich aan. Ze werd gegroet meet een flits van energie dat haar tegen de grond gooide, " Nou, wie had dat gedacht. Je bent ook iemand die van de natuur houd. " de lach in Discords stem kon je niet missen. "Ik dacht bij mezelf waarom zoek ik je niet op om te kijken hoe je kleine vakantie in griekenland je bevalt. Er is zoveel te zien." Discord lachte en gooide nog een flits energie naar Hope. Hope kon de flits ontijken. Haar ogen werden smaller en Discord werd naar een afstandje gegooid. " Of je bent ineens heel sterk geworden of gewoon heel stom sinds onze laatste ontmoeting Olympiaan!" Discord stond snel op en gooide een paar stenen naar Hope . "Gevaar komt naar je toe voor als je het nog niet wist." Een van de stenen kwam tegen Hope's borst en Hope viel weer naar benenden. De andere knalde in de lucht kapot omdat Hope haar gedachte op de steen focusde. Discord stopte al snel met lagen toen er een wind om Hope en Discord heen kwam. Ze probeerde te zien wat er om hun heen racde. Hope nam voordeel in Discord's verwarring en er kwamen meerdere stenen de lucht in. Ze kwam allemaal tegen Discrord aan en gooide haar hard op de grond. Ze schude haar hoofd, en probeerde weer bij te komen terwijl Hope opstond en naar haar toe liep. Hope was er klaar voor om de eerste olympische god te vermorden en discord zag dat in haar ogen. "Sorry, maar er wachten al een paar oorlogen op mij. Je zal een nummertje moeten trekken." Discord lachte daarom en verdween in een flits van licht. Hope stond daar en keek naar beneden waar de olympische godin had gelegen. Ze fronsde en al de stenen die tegen Discord aan waren gekomen knalde in stukjes uit elkaar. De wind die om de twee heen recde stompte abrupt. Haar zoon stond naast haar en keek naar zijn moeder. Ze bedankte hem voor zijn hulp en vertelde hem dat ze ok was. Ze beloofde ook dat ze die Olympische godin voor haar zoon achter zou laten. Ze zou ervan genieten als Discord als speelgoed voor haar zoon werd gebruikt
Hoofdstuk 13
Hope kwam aan bij haar bestemming op de derde dag van haar reis vanaf Poteidaia. Ze was nog wel een einde van het meest dichtbije dorp, maar er zouden hier mensen moeten zijn. Voor haar zag Hope een kleine constructie. Hij was gebouwd net zoasl ze had gevraagt. Het was voor de volgers van Dahak, een tempel niet ver van moeders dorp. Ze wilde er al langgeleden heen gaan, maar met Xena en moeder's onverwachte opoffeing was het er niet van gekomen. Ze liep de hoofdtrap op met haar zoon dicht achter zich. Terwijl ze naar boven ging kon ze het niet helpen de bladeren en takken te zien die op sommige plekken op de trap lagen. Door zoiets leek het een onverzorgde Tempel en Hope was daar niet blij mee. Ze opende de hoofddeur en keek naabinnen. Wat ze daar zag vond ze al helemaal niet leuk. Er was duidelijk zichbaar dat er een gevecht was geweest. Een paar banken waren omgegeooid. Een paar decoraties die op de muur hadden gehangen waren weggehaald. Bladeren en modder lagen hier ook op de vloer. Hope zaf wel 3 individuelen die aan het proberen waren de rotzooi op te ruimen. Het leken drie mannen. Ze droegen alledrie een bruine togas. Een van de mannen zag haar en rende naar haar toe, knielde en buigde zijn hoofd. "Mijn godin. Het is een eer. We dachte dat--Ik dacht dat mijn service niet meer nodig was. Ik ben heel blij dat u terug bent." Hope keek nog een keer rond. " Als ik de tempel zo zie, snap ik waarom je dacht dat ik niet blij was. betekend de service voor mijn vader en je leven zo weinig voor je? " De man zag er bang uit. " nee, nee mijn godin. Helemaal niet. Het was-- nou het duurde lang tot ik weer beter was en toen ik eenmaal beter was waren de dieven al langs geweest..." Zijn stem trilde. Toen hij naar haar keek zag ze een genezen wond van een gevecht. Ze herkende hem, het was de hoge priester die met haar had gesproken voor Callisto. Hij had blijkbaar Xena's aanval overleeft. Hope dacht aan een paar dieven waar ze eerder te maken mee had gehad. " Ik begrijp het. Dieven kunnen heel vervelend zijn." Ze koos ervoor om er niet naar te kijken hoe de tempel er nu uit ziet. Ze keek naar de 2 andere mannen die het altaar voor haar aan het schoonmaken waren. Ze keek weer naar de hoge priester. "vertel eens. Waar zijn de andere volgenlingen." " zij...zij weggeaan mijn godin." Je hoorde de afkeer in zijn stem. "Ze gingen terug naar hun huizen tijdens u afwezigheid. Ik heb ze hier een paar dagen gehouden , maar ze bleven niet. Ze vluchte de tempel uit." Hope keek hoe hij zijn hoofd nog een keer boog. "En Seraphin? De priesteres van het bloed?" Ze dacht na over de misleide vriendin van haar moeder. "Niemand weet het mijn godin. Ze was een van de vele die vluchte. Ik probeerde haar te stoppen maar ze was in paniek. Ze wilde niet naar mij luisteren." Terwijl hij het uitlegde bleef hij naar de grond kijken. " Er is veel dat je niet naar behoren hebt gedaan." Ze merkte zijn neveuse adem op en zijn snel. "Het geeft niet, mijn vader's plannen zijn verandert. Deze tempel is niet nodig. Er is een nieuwe locatie gevonden voor zijn grote tempel. Zorg ervoor dat voor de spullen in deze tempel goed gezorgt word." "Ja mijn godin." De hoge priester stond op en boog zijn hoofd om zijn respect voor haar te laten blijken, hij liep weer terug naar de andere mannen en ging door met schoonmaken. Hope liep weer naar buiten en keek rond. Haar zoon stapte de trap op en ging naar zijn moeder staan, hij keek naar haar uit nieuwschierigheid. Hope was niet blij. Callisto kon ze niet meer gebruiken. Haar volgelingen waren weg net zoals Seraphin. De volgenlingen die er nog waren konden niet eens de tempel schoonhouden. De tempel zelf was niet meer belangrijk voor haar vader, wat betekende dat meer tijd hier bestenden zonde was van haar tijd. Hope zuchte. Haar vader vond het vaak goed als zij haar eigen beslissingen maakte over hoe ze het beste zijn werk voort kon zetten. Ze moest wel meet volgers zoeken. Nieuwe volgers om haar vader's plan te behouden. De gedachte dat Poteidaia nog wel eens belangrijk kon worden voor die plannen maakte haar aan het lachen.`Poteidaia was de locatie voor de nieuwe Tampel van haar vader en de mensen daar worden haar trouwens volgenlingen. Het cotroleren van hun verstand zou zo makkelijk zijn als de vorige stervelingen. Ze keek terug naar de tempel en daarna naar haar zoon. Met een simpele gedachte vertelde ze hem dat daarbinnen 3 maaltijdbronnen waren. Zij zou terug gaan naar het dorp. Hij kon inhalen als hij klaar was. Hope's kind glimlachte en rende de trap op terwijl Hope terug ging naar Poteidaia.
Hoofdstuk 14
Op de terugreis naar Poteidaia gebeurde er verder niets. Discord is ook niet meer langs gekomen de laatste twee dagen. Of Discord nou bang was geworden of het gewoon te druk had wist Hope niet. Ze zou natuurlijk klaar voor haar zijn als ze beslist terug te komen. Haar kind was weer bij haar, vol van energie en om zich heen kijkend. Zijn maaltijd moet lekker zijn geweest. Hope was blij dat ze voor hem kon zorgen. Dat was natuurlijk ook haar plicht als moeder. Het zou snel zijn dat hij nog 5 andere broertjes of zusjes zou krijgen net als hij. Dat was een gedeelte van vader's voorspelling. Zes vernietigers om de wereld naar genoegen van Dahak te maken. Ze hoopte dat het Ares snel zou lukken om naar haar terug te keren zodat ze verder konden met het plan. Hij was slim. Ze geloofde dat hij een manier zou vinden om naar haar toe te komen, Verder op het pad zag ze drie mensen op haar afkomen. Het waren Amazones. Amzones?. Ze was verbaast over hoeveel amazones er waren in dit land. Hun kracht zou goed van pas komen voor haar vader. Haar zoon ging snel het veld in om niet gezien te worden. Ze was blij dat hij dat deed zonder dat ze hem eraan herinerde. Zijn begrip voor zulke dingen groeide snel. De drie amazones kwamen steeds dichterbij. De voorste vrouw groete Hope en vertelde dat ze Lilith heette. Een van de andere vrouwen moet Hope herkent hebben want ze boog haar hoofd en groete de konining met respect net zoals de andere vrouwen. Lilith was waarschijnlijk van een andere amazone stam dan waar Gabrielle koningin van was. Haar groet was kalmer. De vrouwens hadden gehoord van Gabrielle's terugkeer naar het dorp en wilde kijken of ze ok was. Hope verzekerde dat ze ok was en dat ze allen uitruste in Poteidaia een tijdje, en dat ze af en toe lekker de natuur in ging. De vrouwens wensde Hope een veilig reis. Hope wensde dat hun ook. Als ze weer verder liepen, liep Hope's zoon weer naast haar. Ze zei dat hij nog maar wat moest gaan eten terwijl hij dat niet echt wilde. Maar ze dacht bij zichzelf als die Lilith verdween dat we misschien andere van haar stam kwamen en besloot dat haar zoon toch maar moest wachten met eten. Het kind leek blij met de beslissing van zijn moeder. Hope liep verder over het pad met haar zoon naast haar. Ze vertelde hem over de taken die hij moest doen. Hij luisterde aandachtig, hij genoot van deze momenten met zijn moeder. Terwijl ze met hem praatte dacht ze aan de voorbereidingen die moesten worden gedaan om Poteidaia een beter Tempel voor haar vader te maken.
Hoofdstuk 15
Hope werd vroeg wakker gemaakt die morgen door een blije Lila, zoals meer ochtende sinds ze thuis aangekomen was. Hope sliep in haar moeders bed. Ze voelde zich verassend relaxed en comfortable in dat bed. Moeder's kindertijd was niet echt wat zei graag zou willen, maar ze kon wel beter kijken in haar moeder's verleden. Ze vergezelde haar familie en at haar ontbijt. Herodetus was weer aan het klaagen over de kippen die ontsnapt waren. Hope glimlachte daar een beetje om. Na het ontbijt zei Hope dat ze naar de markt ging om naar een paar dingen te zoeken. Lila bood aan om mee te gaan, gelukkig had haar moeder haar nodig voor wat werk, en Hope beloofde dat ze de volgende keer samen zouden gaan. Ze vertelde de familie maar niet dat ze ging zoeken naar altaar kaarsen voor in de Tempel. Hope wilde die avond iets offeren. Misschien liet ze haar zoon wel het leven van een dorpeling nemen. Een uur later kwam Hope aan op de markt. Er waren heel veel mensen. Sommige verkochten dingen. Sommige kochten dingen. In dit dorp leek er elke dag wel iets te doen zijn. Hope wist dat die energie snel in iets goed werd gestopt. Hope stopte bij een kar waar allemaal kaarsen op stonden. Er was een ruime keuze en ze hadden kleurtjes net zoals ze wilde. Zwart, donker groen en rood. De kleuren zwart en rood trokken haar altijd al. Ze kocht meerdere van die kaarsen. De man was blij en zocht een zak waar hij de kaarsen in kon doen. Ineens had hope een speciaal gevoel. Ze kon het gevoel niet plaatsen. Het was in iedergeval een bekent gevoel. Wist ze maar wat het was. Ze nam de kaarsen van de verkoper en betaalde ze en ze draaide zich om om de andere spullen te kijekn. Hope keek verrast. Daar tegenover haar op de marktplaats stond de laatste persoon die ze verwacht had te zien op die dag. De vrouw aan de andere kant van de markt was niemand minder dan Xena. Hope dacht dat ze haar kon ontwijken maar gun ogen zagen elkaar. De gedachte stroomde door Hope's hoofd. Ze dacht erover hoe ze het beste op de vrouw kon reageren, die naar haar toe kwam. Xena had een warme glimlach op haar gezicht die Hope nog nooit had gezien. Hij was raar om een vijand zo naar haar te zien kijken, met liefde. Hope keek naar beneden nadenkend over hoe ze zou reageren. Ze moest zich niet raar gedragen tegenover Xena. Ze moest nog beter acteren dan dat ze altijd gedaan had. Ineens dacht ze aan haar zoon. De offer dat vanavond zou plaatsvinden zou Xena worden. Hope glimlachte terwijl ze daar aan dacht. Om de gedachte dat Xena waarschijnlijk dacht dat die lach bedoelt was omdat ze blij was om Xena te zien glimlachte ze nog meer. Hope was van een ding zeker. De volgende dagen zouden de dingen die ze verwacht had gebeuren. Ze was zeker.
HET EINDE