wipplerr1973artikel

 

25               Theoretische sociologie als praktisch probleem. Over stagnatie en vooruitgang bij het opstellen van sociologische theorieën, R. Wippler

 

I.                     Inleiding

 

De sociologie bevindt zich in een crisis. In de wetenschapsorganisatie is dit besef doorgedrongen. Het heeft geleid tot onzekerheid over de professionele vereisten van de sociologie-opleiding. In dit artikel worden enkele aspecten van de crisis van de sociologie belicht aan de hand van oude opvattingen over het beoefenen van wetenschap.

De eerste verklaring van de crisis komt voort uit de opvatting dat de westerse maatschappij in een crisis verkeert, de crisis van de sociologie weerspiegelt deze crisis. Daarnaast is er de opvatting dat het gebrek aan consensus onder vakgenoten over belangrijke aspecten van de sociologie oorzaak is van de crisis. Een verklaring in termen van epistemologische problemen is een precisering van de consensusverklaring. Wippler zegt, dat het niet zo heel erg is met de crisis in de sociologie, maar dat het onderdeel theorievorming wel tot bezorgdheid stemt. Er is weinig vooruitgang in het ontwikkelen van systematische theorieën. In deze oratie bespreekt Wippler de factoren die tot stagnatie hebben geleid.

 

II.                   De huidige stand van de sociologie

 

Deze beschouwing wordt ingedeeld in drie groepen: 1. factoren die samenhangen met de interne wetmatigheden van de wetenschappelijke ontwikkeling, 2. factoren die betrekking hebben op het organisatorische kader van de wetenschapsbeoefening en 3. factoren die betrekking hebben op de relatie van wetenschap en maatschappij.

 

1.      Wetenschappelijke ontwikkeling wordt voorgesteld als een sequentie van een drietal taken: het stellen van problemen, het construeren van theorieën die deze problemen moeten oplossen en het bekritiseren van deze probleemoplossingen met behulp van onderzoeksresultaten. Wippler bespreekt hier de sequentie probleem-theorie-onderzoeksresultaat. De problemen kunnen worden omschreven als het zoeken naar verklaringen. Dit zoeken naar verklaringen is het centrale probleem. Daarnaast zijn er problemen die we ontmoeten bij het proberen te vinden van verklaringen. Dit zijn de afgeleide problemen. In een productieve wetenschap moeten oplossingen voor de afgeleide problemen gekoppeld worden aan het centrale probleem waar ze uit zijn ontstaan. In de sociologie is dit echter niet het geval. In de sociologie zijn er vaak impliciete probleemstellingen en deze vertragen de groei van de sociologische kennis.

Ook het tweede element van de sequentie, de probleemoplossing of de theorie, geeft aanleiding tot bezorgdheid. Wanneer een taxonomische benaderingswijze wordt verkozen boven een propositionele is dit een remmende factor van de sociologische theorie. Ook worden in de sociologie vaak oriënterende hypothesen zonder specificatie geformuleerd. Dit leidt tot stagnatie in de theorievorming.

Het derde onderdeel van de sequentie, de onderzoeksresultaten, dient om theorieën aan de ervaring te toetsen. Een groot deel echter van het toegepaste sociaal-wetenschappelijk onderzoek is beschrijvend-inventariserend en niet gericht op het evalueren van theorieën. Er is volgens Wippler te weinig afstemming tussen onderzoek en theorievorming.

           

2.      Het hangt af van de manier waarop verschillende activiteiten in de sociologie gecoördineerd worden of er sprake is van vooruitgang of stagnatie. Wippler zegt, dat differentiatie van werkgebieden noodzakelijk is voor de sociologie, specialisatie is ook nodig. Er is naast de specialisatie echter ook coördinatie nodig. Zonder coördinatie wordt de wetenschappelijke vooruitgang negatief beïnvloed. Wippler onderscheidt vier niveaus waarop van differentiatie en coördinatie sprake is:

-             de maatschappelijke arbeidsverdeling, waar activiteiten van wetenschapsproducenten kunnen worden onderscheiden van die van wetenschapsverbruikers

-             de arbeidsverdeling tussen de verschillende disciplines, hier bestaat het gevaar van desintegratie

-             het niveau van de meest globale taakstellingen die voor sociologen te bedenken zijn, een te geringe differentiatie tussen de drie onderzoeksprogramma's (empirische-theoretisch, filosofisch-kritisch en praxeologisch) werkt remmend in sociologie

-             de arbeidsverdeling binnen de wetenschapsprogramma's.

Er bestaan dus in de sociologie vormen van arbeidsverdeling die de wetenschappelijke ontwikkeling ongunstig beïnvloeden. Er is sprake van een taakdifferentiatie. Zo is er een indeling in algemene en differentiële sociologie gegroeid. Wanneer deze twee niet op elkaar worden afgestemd zal dit een remmende werking hebben op de wetenschappelijke ontwikkeling. Een andere vorm van arbeidsverdeling, die grote gevolgen heeft voor de sociologische kennisvorming is die tussen theoretici en onderzoekers. Tenslotte is er een taakverdeling tussen groepen van mensen met verschillende theoretische oriëntaties. Ook deze taakverdeling in ongunstig voor de wetenschapsontwikkeling.

 

3.      Tenslotte zijn van invloed op de sociologische kennisvorming de factoren die de relatie tussen wetenschap en samenleving betreffen. De wetenschap wordt voortdurend beïnvloed door externe omstandigheden. Omgekeerd is wetenschap van invloed op de maatschappij. Volgens Wippler zijn sociologen te weinig autonoom, ze geven te makkelijk toe aan externe druk en hierdoor bevorderen ze de stagnatie van de wetenschappelijke ontwikkeling. Wippler gaat in op drie punten van de geringe autonomie van de wetenschap in haar externe relaties: het initiëren van projecten, het sturen van wetenschappelijk onderzoek en de overdracht van kennis aan belanghebbenden.

-             Projecten kunnen tot stand komen door initiatief van de wetenschappers zelf of door initiatief van buitenaf. Bij initiatieven van buitenaf staat de socioloog onder druk van de actualiteit. Volgens Wippler is de globale taak in een wetenschapsbeleid om tot een evenwicht te komen tussen extern en intern geïnitieerde wetenschapsbeoefening. Er zijn tegenwoordig echter te veel extern geïniteerde projecten. Sociologen besteden onder druk van de actualiteit te weinig aandacht aan wetenschappelijke problemen.

-             In de fase van uitwerking en afronding zijn er weinig externe invloeden, maar ook hier zijn er omstandigheden die de optimale kennisvorming in de weg staan. Onder invloed van politieke gebeurtenissen kan er probleemverschuiving ontstaan. Hierdoor neemt het aantal probleemstellingen toe, maar het aantal oplossingen niet. Ook ongunstig voor de wetenschappelijke ontwikkelingen is om alle belanghebbenden en publiek aan discussies en onderzoeksbeslissingen te laten deelnemen. Dit leidt tot vermenging van verschillende soorten evaluatiecriteria en tot een beperking wat betreft de taal.

-             In de derde fase van kennisoverdracht aan belanghebbenden is er ook sprake van stoornissen. De weerstanden van belanghebbenden tegen het aanvaarden van sociaal wetenschappelijke inzichten worden onderschat. het is moeilijk om de in belangen verankerde weerstanden tegen onaangename waarheden en nieuwe inzichten te doorbreken. Hiervoor kunnen artistieke middelen worden gebruikt en moeten er instanties komen die sociologische kennis vertalen in omgangstaal en die de barrières tegen het aanvaarden van nieuwe weerstanden doorbreken. Zolang deze instanties er niet zijn worden veel inzichten niet toegepast en wordt het proces van sociologische kennisvorming ongunstig beïnvloed, want een onderzoeker met maatschappelijke verantwoordelijkheidsgevoel zal zich niet alleen laten leiden door wetenschappelijk interne gezichtspunten, maar ook door het gezichtspunt van de overdraagbaarheid van kennis.

 

III.         Een werkprogramma

 

In het betoog zijn een aantal factoren besproken van wetenschappelijk-theoretische, wetenschappelijk-organisatorische en van maatschappelijke aard, die de huidige stand van de sociologische theorie bepalen. In deze theorie worden stagnatieverschijnselen in de sociologische kennisvorming verklaard. Wippler sluit zijn betoog af met het geven van een werkprogramma voor de theoretische sociologie. De intentie van dit werkprogramma is de stagnatieverschijnselen in sociologische theorievorming verhelpen. Het wordt in de vorm van enkele punten gepresenteerd.

1.      Het opstellen van informatieve theorieën moet de centrale taak voor de sociologie als empirische wetenschap blijven.

2.      De problemen waarvoor deze theorieën oplossingen vormen moeten duidelijk worden geformuleerd.

3.      Het is wenselijk om naast het bedenken van nieuwe theorieën ook delen van bestaande theorieën te gebruiken.

4.      Theoretische en onderzoeksactiviteiten moeten beter op elkaar worden afgestemd en strijdige onderzoeksresultaten moeten als problemen worden beschouwd die het onderzoek naar theoretische oplossingen stimuleert.

5.      Het werk van empirisch-theoretische wetenschapsprogramma's en van filosofisch-kritische programma's moet organisatorisch worden gescheiden.

6.      Samenwerking met andere disciplines is wenselijk bij het zoeken naar oplossingen voor de centrale problemen.

7.      Een werkprogramma zou ook organisatorisch moeten worden gestabiliseerd.

8.      Het werkprogramma 'reconstructie van theorieën als probleemoplossingen'  vereist dat de deelnemers dezelfde beoordelingscriteria hanteren.

9.      Een autonome houding van sociologen tegenover wetenschapsexterne invloeden is gewenst, voor de theorievorming die ook het oplossen van maatschappelijke problemen bruikbaar is.

10. Het is nodig om aan te geven wanneer wetenschapstaal en wanneer omgangstaal wordt gebruikt.

           

 

 

 

 

 

 

Hosted by www.Geocities.ws

1