Deze twee scholen
zijn De Amsterdamse school en de Interuniversity Centre for Scoial Science
Theory and Methodology (ICS). Scholen ontstaan als kerndefinities verschillend
zijn en de onderzoeksmethoden uiteenlopen. De Amsterdamse school is gericht op
leesbare analyses en de ICS op toetsbare Hypotheses, waarbij theoretisch
gestuurd empirisch onderzoek centraal staat. Het ICS baseert zijn methodologie
op de overleden Karl Popper. De Amsterdamse school richt zich vooral op die
analyses die lang werkende gevolgen hebben en zij zoeken nar patronen en
netwerken. Er wordt gepleit voor beter contact tussen beide scholen, waarbij
beide scholen van elkaar kunnen leren. Betere toetsbaarheid enerzijds en
interessantere vragen anderzijds.
Een belangrijk
strijdpunt tussen beide scholen blijft de toetsbaarheid van de beweringen, die
raakt aan de wetenschapsopvatting. Daarbij is het ICS minder pessimistisch over
het ontdekken van wetmatigheden dan de Amsterdamse school die beweert dat de
wetenschappelijkheid zit in de zorgvuldigheid, de gedistantieerdheid en in de
aansluiting op wat anderen al gedaan en ontdekt hebben.