Samenvatting hoofdstuk 4 – Globalization and the city

Wereldsteden zijn de hubs in het wereldnetwerk. Geddes definieerde in 1915 wereldsteden als volgt: ‘de plaatsen waar werelds bedrijvigheid plaatsvond. Friedmann definieert ze als:

-         basispunten in de ruimtelijke organisatie en in het verbinden van producten en markten

-         grote plaatsen waar de concentratie en ophoping van internationaal kapitaal plaatsvindt

-         centrums van gemeenschappelijke hoofdkwartieren, internationale financiën, globaal transport en communicatie en belangrijke zakelijke diensten

-         bestemmingsplaatsen voor binnen- en buitenlandse migranten.

Sassen definieert ze als volgt:

-         sterk geconcentreerde centra die de wereldeconomie beheersen

-         sleutellocaties voor financiële en in diensten gespecialiseerde bedrijven

-         productieplaatsen, inclusief de productie van innovaties, van de leidende industrieën

-         markten voor de geproduceerde producten en innovaties.

Sacher voegt de aanwezigheid van goede fysieke en sociale infrastructuur toe. Mollenkopf en Castells voegen de sociale polarisatie toe als een belangrijke karakteristiek.

Steden die strijden om een status als wereldstad te krijgen worden ‘wannabe world cities’ genoemd. Wereldsteden zijn centrale kernen in het wereldnetwerk van economische stromen en afzonderlijk sociaal-culturele plaatsen.

 

Command centers

Wereldsteden zijn centra van waaruit de fabricage van producten, financiële transacties, diensten en telecommunicatienetwerken gecontroleerd en gemanaged worden en van waaruit de commando’s hierover gegeven worden.

Socio-cultural infrastructure

Het succes, de vitaliteit en het drijfvermogen van wereldsteden kan niet alleen worden toegewezen aan economische factoren als agglomeratie en toegankelijkheid. Ook de sociale en culturele factoren zijn belangrijk. Amin en Thrift noemen deze factoren de ‘institutional thickness’ van wereldsteden. Er zijn volgens deze 2 auteurs 3 belangrijke elementen hiervan:

-         het face-to-face contact dat nodig is om collectieve denkbeelden te genereren en te verspreiden

-         Centra zijn nodig om sociale en culturele interactie mogelijk te maken. Ze kunnen functioneren als ontmoetingsplaatsen, als plaatsen waar informatie verzamelt wordt, waar coalities gesloten worden, waar vertrouwen gehandhaafd wordt en waar gedragsregels ontwikkeld kunnen worden.

-         Centra zijn nodig om innovaties te ontwikkelen, testen en op te sporen, om een grote hoeveelheid slimme mensen, structuren en socio-institutionele netwerken te verzorgen, zodat nieuwe gaten in de markt geïdentificeerd kunnen worden, technologieën beter gebruikt kunnen worden en snel gereageerd kan worden op veranderingen in de vraag.

Social polarization: winners and losers

Door de stijgende intensiteit van productie en de migratie van buitenlandse arbeiders naar de stad stijgt de sociale polarisatie. De trend van industrie naar diensten zorgt sinds het midden van de jaren 70 voor een steeds groter wordend gat in rijkdom tussen klassen, omdat diensten voor een minder groot aandeel lage-lonen banen zorgen en omdat ze ook zorgen voor een hoger aandeel banen in de hoogst betaalde sectoren.

Toch worden er vraagtekens gezet bij sociale polarisatie. Zijn de ongelijkheden groter in de wereldsteden van vandaag dan ze waren? Zijn de ongelijkheden in wereldsteden groter dan in niet wereldsteden? En als dit zo is, hoe zijn deze ongelijkheden verbonden met de stijgende integratie met de wereldeconomie en zijn herstructurering? Er zijn ook grote steden die niet gekenmerkt worden door een intense polarisatie (bv de Randstad). In veel Europese steden is een goed programma voor sociale zorg hiervoor verantwoordelijk. Misschien wordt bij het kijken naar grote steden iets te veel gegeneraliseerd. Niet alle steden hebben Amerikaanse kenmerken.

Becoming a world city: the globalization of Seoul.

De rest van het hoofdstuk gaat over de case-studie ‘Seoel’. Dit is een wannabe world city. Door globale economische krachten, zoals multinationals, WTO en OECD is veel druk op Seoel gezet om stromen van vrij kapitaal in de Koreaanse economie te verzekeren. Hierdoor werd de Koreaanse economie geopend voor buitenlandse handelaren en investeerders. Door de nationale arbeidstekorten en de hoge lonen in Korea en de deregulatie van exportkapitaal door de overheid konden ondernemers uit Korea ook in het buitenland investeren. Zo raakte de economie steeds opener. Door de snelle economische groei ontstond ook veel migratie naar Korea. Via infrastructuur raakte Korea steeds beter met de rest van de wereld verbonden.

Seoel gebruikt veel sportevenementen om zichzelf op de kaart te zetten. Niet alleen kan zo het buitenland kennis maken met Seoel, de Seoelers maakten zo ook kennis met buitenlandse culturen. Tegenwoordig nemen veel Seoelers stijlen van een ander cultuur over. Zo worden veel Amerikaanse films bekeken. Veel Seoelers maken gebruik van een buitenlandse opleiding. Dit levert veel extra kennis op, maar ook een aanraking met andere culturen. Ook toeristen brengen culturen mee. Ook nationaal sentiment is gestegen met de globalisatie van Seoel.

Seoel probeert een gast te zijn voor veel internationale conferenties. Dit is een belangrijke manier om een stad zijn internationale status te promoten en om de politieke connecties met andere steden te verbreden.

Ook de financiële crisis van 1997 kan de globalisatie verweten worden. Maar ook de Aziatische overheden zijn niet onschuldig. Veel overheden in Azië dwongen banken geld te lenen aan onkredietwaardige bedrijven. Dit heeft geleid tot een te grote bouw van industriële capaciteit en zorgde voor veel geldverlies van banken, zodat ze niet meer konden concurreren met buitenlandse banken. Een tweede oorzaak was het grote aantal buitenlandse investeringen die leningen aanmoedigde. Toen stegen de koersen en daalde de export en de investeerders trokken zich terug.

 

 

Hosted by www.Geocities.ws

1