Denken
over regio’s, hoofdstuk 7: De regio in de politieke geografie
De
staat is een belangrijk begrip in de politieke geografie. Hoewel de staat vaak
wordt gezien als iets dat nooit verandert, is dat niet helemaal waar. In de
laatste decennia heeft de politieke geografie haar obsessie met de
staatsgrenzen enigszins losgelaten. Er kwam meer aandacht voor politieke
partijen, het binnenlands bestuur (gemeenten, provincies), voor supranationale
organisaties en voor andere vormen van macht dan de macht die de staten
uitoefenen. Daarnaast wordt er in de politieke geografie meer aandacht
geschonken aan de relatie tussen politiek en economie. In dit hoofdstuk ligt de
nadruk echter bij de staat. Het laatste deel van het hoofdstuk zal over de
relatie tussen staat en natie worden behandeld.
7.1
Politiek, macht en territorialiteit
Politiek
is een
breder begrip dan overheidsbestuur. De overheid is slechts een del van de
politiek. Buiten deze formele politiek is er een informeel politiek terrein.
Dit bestaat uit alle zaken waarin een actor macht kan uitoefenen over een
andere actor.
Macht is de mogelijkheid –
ongeacht waarop die mogelijkheid berust – die iemand heeft om zijn wil door te
zetten, zelfs wanneer die anderen die deze macht voelen weerstand bieden.
‘Iemand’ kan zowel een individu zijn als een groep.Ongelijke verdelingen van
macht hoeft geen ruimtelijke component te hebben. Echter als dat wel het geval
is kom je in het gebied van de politieke geografie.
Territorialiteit
is de
ruimtelijke strategie van actoren. Doel van deze strategie is om mensen te
beïnvloeden of te controleren door middel van het afbakenen van gebieden
waarover actoren macht kunnen uitoefenen, genaamd territoria. Territorialiteit
kan ook gebruikt worden om iemand te beschermen en hoeft dus niet per definitie agressief te zijn. Nu politieke
geografie niet meer alleen om de macht van de overheid gaat, kun je deze
‘nieuwe’ politieke geografie beter omschrijven als geografieën van de macht.
Echter de traditionele politieke geografie is nog steeds springlevend.
7.2
In dienst van de staat: de geopolitiek
De
politieke geografie ontstond in 1897 toen Ratzel zijn boek over ‘Politische
Geographie’ publiceerde. In dit boek vergelijkt hij de staat met een levend
organismen dat ruimte nodig heeft om zich te ontwikkelen. De staat is dan ook
onderworpen aan de biologische wetten van de organismen (geboorte, groei,
bloei, verval en sterfte). Ratzel was een sociaal-darwinist. In deze visie is
oorlog een natuurlijk verschijnsel waarin de sterksten winnen (natuurlijke
selectie). Ratzel hoopte met zijn politieke geografie bruikbare inzichten op te
leveren voor het jonge Duitse keizerrijk die nog een wereldmacht moest worden.
Britse
politieke geografen wilden juist voorkomen dat de macht van hun rijk werd
aangetast. Hun visie was dat de macht
van Groot-Brittannië was gebaseerd op de controle op zee, maar door de opkomst
van spoorwegen zou deze dominantie niet meer werken. Mackinder, één van de
Britse politieke geografen, wees het hart van de Euraziatische landmassa aan
als de spil (heartland) waar omheen de wereldgeschiedenis zou gaan draaien. Wie
de heartland bezat zou uiteindelijk de wereldmacht krijgen. Oost Europa zou de
toegang tot de heartland zijn. Rond de tijd van de WOI werd de geopolitiek veel
gebruikt als wetenschappelijke rechtvaardiging om oorlog al dan niet te kunnen
voeren.
Ook
in de jaren ‘30’ was de Duitse geopolitiek ook gebruikt als rechtvaardiging om
oorlog te kunnen voeren. De wereld werd ingedeeld in zogenaamde ‘panregio’s’.
Deze regio’s bevatten een volledige diversiteit aan klimaten waardoor ze min of
meer autarkisch zijn. De Amerika’s werden door de VS gedomineerd, Azië door
Japan en Europa en Afrika door Duitsland. Dit naast de visie dat de organische
staat meer levensruimte nodig heeft zorgde voor rechtvaardiging van oorlog voor
Duitsland.Ook de holocaust is te verklaren door de behoefte aan ‘lebensraum’
Door deze vreselijke van politieke geografie en voornamelijk geopolitiek.
invloed durfde geografen na de WOII nog lang niet hun vingers aan te branden.
7.3
De staat als ‘gewoon’ object van onderzoek
De
amerikaanse politiek-geografen hielden zich ook bezig met staatsvorming en
internationale betrekkingen. Isaiah Bowman, adviseur van President Wilson, was
betrokken bij de vredesonderhandelingen in Parijs na WOI (vrede van
Versailles). De informatie die hij rond deze tijd verzamelde gebruikte hij in
zijn boek: New world: poblems in
political geography. Het boek gaf een overzicht van de naoorlogse
wereldkaart. Bowman vond het belangrijk dat wetenschappers een afstand moeten
bewaren van de politiek en objectief moeten blijven. Ook veroordeelde hij de
Duitse geopolitiek dat met een verwijzing naar zogenaamde ‘ universele
wetenschappelijke wetten’ elke gebiedsuitbreiding van de staat goedkeurde.
Derwent
Whittlesey (1890-1956) had de visie dat een staat zich vanuit een kerngebied
ontwikkelde. Vanuit het kerngebied werd
de periferie goedschiks of kwaadschiks tot de kern opgenomen door territoriale
expansie. Deze visie geld niet of nauwelijks bij koloniale gebieden.
De
geograaf Richard Hartshorne ontwikkelde een begrippenkader die de vorming en
fragmentatie van de staat nader verklaren. Centripetale krachten (Een
sterk kerngebied, culturele homogeniteit) brengen eenheid en centrifugale krachten
drijven de staat uit elkaar. De belangrijkste centripetale kracht is echter
de natievorming (zie verderop). Belangrijkste centrifugale kracht is grote
interne culturele en etnische verscheidenheid in een staat. (Balkan gebied).
20
jaar later voegde Jean Gottmann (1915 – 1994) een beschrijving toe over
terrirorialiteit als de relatie tussen een gemeenschap van politiek
georganiseerde mensen en de ruimte waarin zij leven.Gottmann zet al een kleine
stap in de richting van de nieuwe politieke geografie door af te stappen van
het idee dat de staat zelf onderwerp van analyse moet zijn. Hij wijst naar de
bewoners op het territorium. Onder hen zijn er mensen die baat hebben bij het
creëren van eenheidsgevoel, maar ook die er geen belang bij hebben. Toch stond
de staatsvorming nog steeds centraal.
In
de nieuwe politiek, die een impuls heeft gekregen door het dekolonisatieproces,
worden machtsverhoudingen op allerlei schalen bestudeerd. Het
dekolonisatieproces heeft geografen doen bedenken dat de nieuwste staten via
andere wegen zijn ontstaan. Onder andere op wereldschaal zijn
machtsverhoudingen bestudeerd, waardoor de eerste, de tweede (Het
communistische blok) en de derde wereld werden onderscheiden.
7.4
De staat en het wereldsysteem
In
1996 bekritiseert Peter Taylor het ‘staatsdenken’ onder de wetenschappers. De
natie staat is lang niet vanzelfsprekend en doet noch recht aan de betekenis
van lokale en regionale contexten, noch aan het belang van mondiale relaties.
In het artikel van Taylor waarin hij deze kritiek uit is een grote invloed te
zien van de visie van Wallerstein op het wereldsysteem.
Wallerstein
stelt dat het huidige wereldsysteem bestaat uit een kapitalistische
wereldeconomie die functioneerd door een politiek stelsel van staten. Om de
samenhang tussen regio’s in de wereld te begrijpen deelt hij de wereld in drie
soorten regio’s in: de kern, de semiperiferie en de periferie (P1THE). De kern
is rijk en machtig en buit de periferie uit door goedkoop agrarische producten
en delfstoffen in te kopen.Voor de politieke geografie is de semiperiferie de
meest boeiende regio. Deze kan zowel naar de periferie toe gaan (Uruguay,
Argentinië), als naar de kern (de VS, Singapore, Australië). Dit is o.a.
afhankelijk van de kwaliteit van het openbaar bestuur.
Ook
op Wallerstein komt veel kritiek uit de postmoderne hoek. Een fundamentele
kritiek is dat de wereld veel te gecompliceerd is om te verklaren vanuit één
‘grand theorie’ daarnaast houdt de theorie onvoldoende rekening met de interne
variatie met de onderdelen van de wereldsysteem; de armoede in de periferie
ontstaat vaak ook door afwezigheid van good governance, tegenwerkende
natuurlijke omstandigheden, of andere factoren die niet zijn opgenomen in de
theorie. De rol van staten wordt minder belangrijk door TNO’s en transnationale
bewegingen als Greenpeace. Taylor houdt de mogelijkheid open dat na de periode
van ontstaan/opkomst van het stelsel der staten (16e/17e
eeuw) en een periode van bloei (19e/20e eeuw) nu de derde
periode, die van neergang, zal aanbreken. Dat verval zou worden versneld door
de opkomst van supranationale politieke regio’s en de profilering van
substatelijke polieke regio’s (Beieren, Catolonië).Veel wetenschappers
twijfelen,of zijn het oneens, dat de natiestaat zal verdwijnen: het is nog
speculatief. Wel is iedereen het eens dat de staat onder invloed van
globalisering en regionalisering een transformatie ondergaat.
7.5
Naties als verbeelde gemeenschappen
Een
natie hoeft niet vanzelfsprekend in een staat te passen. Er zijn verschillende
situaties mogelijk (figuur 7.5). Allereerst kun je een staatsnatie
hebben. Dat houdt in dat een staat erin geslaagd is via nation-building één
natie te creëren (Frankrijk). Ook kan het andersom zijn gegaan: dat een natie
erin geslaagd is een staat te creëren, een natiestaat (Polen). Bij deze
twee voorbeelden past de natie precies in de staat. Echter zijn er nog andere
situaties. Zo komt meer voor dat er twee of meerdere natie zich in een staat
bevinden (Fryslân, Baskenland). Dit verloopt vaak vreedzaam, maar wanneer een
natie de dominante nationale cultuur niet accepteert spreken we van regionalisme.
Dat is eigenlijk nationalisme, maar dan op een ruimtelijk lager schaalniveau.
Verder zijn er situaties waarin een natie over verschillende landen verspreid is
(Koerden). Of dat de natie groter is dan de staat (Hongarije). Als laatste kan
ook nog dat een natie over verschillende gebieden in de wereld is verspreid en
streeft naar een eigen staat: diasporanationalisme (Israël). De
werkelijkheid is natuurlijk gecompliceerder dan deze modellen.
7.7
Tot slot: ont- en herterritorialisering
Door
de sterk toegenomen interesse in de sociaal-geografische wetenschap voor macht,
veranderingen op het politieke wereldtoneel en het proces van globalisering is
het denken over (regio’s in) de politieke geografie sterk veranderd. De nieuwe
politieke geografie die de laatste jaren ontstaan is, heeft een breed
perspectief gekregen, net als andere vormen van geografie.
Sinds
het vallen van de muur is de politieke wereld moeilijk in te delen en zijn
ontwikkelingen steeds moeilijker te begrijpen. De versplintering in voormalig
Joegoslavië en de stroomversnelling van de Europese eenwording rond 1990 zijn
voorbeelden van ontwikkelingen met grote politiek-geografische consequenties. Op
supranationaal en regionaal niveau komt meer macht. Multi-level governance is dan ook het toverwoord geworden.
Tegenwoordig zijn niet alleen de overheden verantwoordelijk (government), maar
ook andere actoren, als belangengroepen, particulier partijen, etc.
(governance).
Nog
radicaler is de opvatting dat men afvraagd of de sst nog wel bestaansrecht
heeft in een wereld met opkomend regionalisme en de nog steeds verder gaande
globalisering.