Het Geografische Huis – Hoofdstuk 4

De machtige natuur: het fysisch-deterministische denken

 

Fysisch-determinisme: mens en samenleving zijn producten van de natuur waarvan ze deel  uit maken

 

Ratzel (1844-1904)

In 1875 werd hij benoemd tot hoogleraar aan de universiteit van München. Hij introduceerde de antropogeographie, met de nadruk op afhankelijkheid van natuur.

 

Sociaal-Darwinisme = de mens is een bijzonder diersoort, heeft ruimte nodig om te bewegen en om zich te vestigen. Dit maakt van ruimte een schaars goed. De sterken winnen dus van de zwakken. Voor de zwakke is onaangenaam, maar de gehele menselijke soort wint aan kwaliteit.

Politiek Geografie = een staat is een orgaan die groeit, bijna biologisch (!). Dit beeld past heel goed in de expansie politiek van toen. Het legitimeert gebiedsuitbreiding via oorlog.

 

Ratzel wilde van geografie een nomothetische discipline maken = met algemeen geldende wetten. Hij werd verweten dat hij te monocausaal dacht = te veel op één oorzaak gericht bij het verklaren van het handelen van de mens en het ontstaan van samenlevingen.

 

Semple (1863-1932)

Deze Amerikaanse volgde in Leipzig colleges bij Ratzel. Zij werd benoemd tot hoogleraar aan Clark University en werd tevens de eerste vrouwelijke president van Association of American Geographers.

Zij bepaalt zich tot een systematische, analytische beschouwing over de invloeden van geografische omgeving op men en maatschappij. De effecten van het fysisch milieu deelde ze in vieren:

Mens en natuur vormen een deelgenootschap. Mensen leveren hersenen en arbeid, de natuur levert grondstoffen en kapitaal.

 

Huntigton (1876-1947)

Deze man was een leerling van Davis (1850-1934), de ontwerper van de erosie-cyclus en werkzaam aan de universiteit Harvard. Hij zag de relatie mens en natuur als een ‘stimulus-response schema’. Fysieke omstandigheden leiden to menselijke reacties. Huntington volgde zijn spoor.

Bijvoorbeeld: Europa heeft een van meest stimulerende klimaten (het is wisselvallig) en daarom een hoge graad van beschaving. Dit klimaat zet aan tot nieuwe prestaties.

Deze benaderingswijze legitimeert de koloniale verhoudingen. Het was een maatschappelijke ideologie. Huntington bewees dit aan de hand van wereldkaarten, te zien op pagina 76.

 

De Duitse Geopolitik

Grondlegger hiervan is de Duitser Haushofer (1869-1946). Hij schreef boeken over de rol van geografische factoren in militaire en politieke geschiedenis. Uit de spreiding van zeeën, continenten en dergelijke en de daarop gebaseerde verdelingen van culturen en beschavingen leidde hij regels af voor de te volgen buitenlandse politiek.

Hij was onder de indruk van de Brit MacKinder (1861-1947).  Deze man schreef dat men op grond van de verdeling van land- en zeemachten en de ontwikkeling van de transporttechnologie een invloedrijk beeld van de toekomstige conflictformaties in de wereld te schetsen was. Hij legde de volgende link:

            Wie de macht heeft over Oosteuropa heeft de macht over het ‘hartland’.

            Wie de macht heeft over het ‘hartland’ heeft de macht over het ‘wereld-eiland’.

            Wie de macht heeft over het ‘wereld-eiland’ heeft de macht over de wereld.

(Hartland en wereld-eiland worden omschreven op p. 82/83.)

 

Op het moment van schrijven was Duitsland in het bezit van Oosteuropa. Twwe Wereldoorlogen ontstonden. Geopolitik was toen duidelijk een wetenschap die in dienst stond van de macht. Geopolitik-denken was uiteindelijk bedrog: het is een apologie van oorlog en geweld.

Een discussie punt tussen Geopolitik als wetenschap en als ideologie wordt duidelijk in de tegenstelling, respectievelijk: ‘Raumdenken-Rassdenken’. Het tweede gaat uit van biologische en genetische verschillen tussen rassen, waar in de wetenschap Geopolitik geen sprake van is.

Later in de Koude Oorlog is het gedachtegoed van de Geopolitik nog eens toegepast. De VS gebruikte een zogenaamde ‘containment’ politiek. De Sovjet Unie moest ingesloten worden gebaseerd op MacKinders adviezen om het ‘hartland’ te omsingelen met een keten van maritieme militaire bases.

 

Vandaag is er nog steeds aandacht voor het fysisch-deterministisch denken als het gaat om militaire acties en de defensiepolitiek. Dit denken is echter wel in onmin geraakt, maar ook nog aanwezig in architectuur en stedebouw hoewel het wel verschilt van het ouderwetse fysisch-determinisme:

Men gaat nu uit van de invloed die de gebouwde omgeving heeft op de mens, bijvoorbeeld door ‘defensible spaces’ te ontwikkelen om criminaliteit tegen te gaan. Men gaat dan anonieme publieke ruimten op begane grond in wijken weer ombouwen tot bijvoorbeeld woningen om toezicht en controle te herstellen.

 

Hosted by www.Geocities.ws

1