Samenvatting het geografische huis
H2 De geografiebeoefening tot omstreeks 1870
§1 De twee tradities van de antieke
geografie
- historiografie of logografie = sterk vertellend en beschrijvend,
beschrijvingen van landschappen en volken (bijv. Strabo)
- mathematische of cartografische traditie = bepaling van de vormen
en afmetingen van de aarde, berekent de lokatie van plaatsen (bijv.
Ptolemaeus, tegenhanger van Strabo)
Beide tradities zijn vandaag ook nog
herkenbaar in regionale geografie en cijfergeografie (nomothetisch = zoeken
naar algemeen geldende wetten)
§2 Middeleeuwen: in de schaduw van de kerk
Klassieke oudheid tijdperk van veldtochten en
expansie. Hierdoor geografie in de belangstelling
In de Middeleeuwen was dit in Europa niet het
geval, de kerk was zeer dominant aanwezig. De geografie was hierdoor gebonden
aan theologische visies
§3 Renaissance
en Barok
De tweede bloeiperiode van de geografie
Oorzaken:
- Geleidelijke secularisatie (Copernicus en Galileļ die tegen oude
wetten van Ptolemaeus ingingen), Van geloof naar waarneming
- Ontdekkingsreizen (bijv. Columbus en Vespucci), Dit leidt eind 16e,
begin 17e eeuw tot hoogstandjes op kartografisch gebied in
vooral Amsterdam
Ook de logografie komt terug zei het van een
niet erg hoog wetenschappelijk niveau
§4 Twee eenlingen : Alexander von
Humboldt en Carl Ritter
Eind 18e eeuw opbloei geografie
door nieuwe ontdekkingsreizen maar met name door de Duitsers Humboldt en Ritter
- Humboldt was zeer reislustig en heeft veel geschreven. Hij zoekt
als een van de eersten naar verklaringen voor verschijnselen in plaats van
alleen beschrijvend bezig te zijn. Verschijnselen binnen een gebied hangen
met elkaar samen. De natuur is een groot samenhangend geheel. (Hij was een
aanhanger van het holisme = gehelen zijn meer dan de som der delen). Hij
bekeek de natuur niet alleen rationalistischmaar ook met gevoel. Hij was
de grondlegger van de wetenschappelijke geografie
- Ritter legt ook verbanden. Hij was met name geļnteresseerd in
relaties tussen de geografische omgeving en de geschiedenis van de mens in
macroperspectief. Hij was minder geļnteresseerd in de natuurwetenschap en
meer in geschiedenis, filosofie en godsdienst. Hij was tevens zeer
gelovig.
§5 Nieuw begin, maar ook einde
Humboldt en Ritter waren de laatste representanten
van de oude geografie. Waarom?
- Ze maakten geen deel uit van een wetenschappelijke groep, het
waren eenlingen
- Toekomst was aan de vakspecialist terwijl beiden
universiteitsgeleerden waren
- Ze hebben niet echt invloed uitgeoefend op het geografische denken,
Het werk van de Duitsers raakt vrij snel gedateerd door de opkomst van de
werken van Marx en Darwin