Samenvatting hoofdstuk 10

“De existentiële ruimte: humanistische geografie”

 

De humanistische geografie (H.G.) bestaat als stroming sinds begin jaren ’70. Het waren geografen die nog wel instemden met de vragen die de behaviorale geografie stelde (en dus met het werkterrein), maar ze stemden niet in met de werkwijzen die deze (behaviorale) geografen volgden om tot beantwoording van deze vragen te komen. De werkwijzen verschillen als dag en nacht. In het ideale geval vullen beide stromingen elkaar aan, omdat er door beide stromingen andere antwoorden op dezelfde vragen worden verkregen en hiermee een beter (en gevarieerder) beeld van het onderzochte verkregen wordt.

 

In de sociale wetenschappen bestond de humanistische tegen-/onderstroom al veel langer: rond 1900 ontstond deze in Duitsland. De humanistische richting werd in de sociologie de interpretatieve richting genoemd: mensen worden in hun handelen niet bepaal door externe krachten in hun omgeving, maar door de interpretaties die ze aan hun omgeving geven. Deze interpretatieve richting bestaat uit veel verschillende strominkjes en is zeer divers.

Ondanks de verscheidenheid heeft de interpretatieve richting in de sociale wetenschappen een aantal gemeenschappelijk kenmerken. Deze kenmerken zijn ook eigen aan de H.G., die als het ware de sociaal-geografische exponent is van deze interpretatieve richting.  Hieronder volgt dan ook een schema met de belangrijkste kenmerken van de H.G., en de belangrijkste verschillen van deze stroming met de hoofdstroming (in deze de ruimtelijke analyse met een empirisch-analytische wetenschapsmethodologie):

 

 

Humanistische geografie

Ruimtelijke analyse

 

(interpretatieve richting)

(empirisch,analytische wetenschapsmeth.)

1

Onderzoekspopulatie is klein (N<10);eerder diep dan breed onderzoek

Onderzoekspopulatie is groot (N>40);eerder breed dan diep onderzoek

2

Antwoorden waarin woorden belangrijk zijn (ieder mens en antwoord is uniek)

Antwoorden waarin cijfers belangrijk zijn (mensen en antwoorden indelen in grotere gehelen)

3

Kwalitatieve onderzoeksmethoden:langdurig en intensief contact tussen onderzochte en onderzoeker. Doorvragen na antwoorden.

De Behaviorale geografie gebruikt kwantitatieve onderzoeksmethoden:algemene enquêtes.Daardoor kort,vluchtig contact

4

Minder sterke grenzen tussen de wetenschap en andere vormen van kennis

Grenzen scherp getrokken:journalistiek is bijv. géén wetenschap

5

Keuze voor essayistische, literair verantwoorden rapportage (de narratieve, verhalende methode)

Keuze voor statistische (cijfermatige) rapportage

6

Voorkeur voor onderzoek naar afwijkende groepen in de samenleving die met standaard enquêtes niet te bereiken zijn

Doen grootschalig, algemeen geldend onderzoek naar grote populaties in de samenleving

7

"Verstehen" staat centraal (invoelend begrijpen, intuïtief verstaan) ofwel: going native

"Erklären" staat centraal (daarmee de wetenschappelijk distantie en waardevrijheid behouden!)

8

Veel ge- en verboden van de empirisch analytische handboeken worden niet of minder nagevolgd

Alle onderzoeken worden via één standaard weg bewandeld

9

mensen (als sociale wezens) handelen op basis van de interpretatie (betekenis,zin) die ze aan de situatie waarin ze verkeren geven

Zien een rechtstreekse invloed van de omgeving op het sociale handelen

 

Anders dan de B.G. heeft de H.G. zonder schroom romanliteratuur onderzocht op allerlei geografische thema’s. De B.G. werken juist alleen maar met statistisch materiaal.

 

De H.G. had een ruime bekendheid maar weinig bekeerlingen. Als min of meer herkenbare en continu beoefende richting bestaat de H.G. al vanaf de jaren ’70. In verhouding tot de brede hoofdstroom van de RA en BG is de HG toch maar een smal nevenstroompje gebleven. Haar gezag lijkt groter dan haar omvang. De HG was echter net niet een post-behavioral-revolution. Lang niet alle humanistische geografen willen ook per sé dat hun stroming uitgroeit tot een hoofdstroom binnen de geografie.

De HG hebben niet alleen maar bekritiseerd maar ze zijn ook bekritiseerd. De HG zou een te hoog gehalte van subjectiviteit en intuïtie met zich meedragen. Niet zozeer een methodische als wel een theoretisch verwijt kwam van de kant van de Marxistische geografen. Zij vonden dat het te veel leek alsof de individuele mens zelf zijn vrijheid bepaalt en actief en autonoom handelt. Hierbij worden volgens de Marxisten de structurele beperkingen die voortkomen uit wijdere maatschappelijke kaders verwaarloosd. De laatste jaren hebben de HG deze kritiek dan ook erkend en letten zij tegenwoordig wél op de context van maatschappelijke structuren waarin mensen leven.

Hosted by www.Geocities.ws

1