De ruimte die bij
een onderzoek bestudeerd wordt staat niet per definitie vast. Het probleem
hierbij is dat, wanneer er geen standaard zonesystemen zijn, de resultaten van
een ruimtelijke studie afhankelijk zijn van de ruimte die gebruikt is. Het
grootste probleem hierbij speelt meestal af bij het verzamelen van data, welke
vaak verschillende gebieden/zones aanspreken. Onderzoekers proberen dit vaak op
te lossen door op een hoger schaalniveau te gaan werken. De definitie van de
ruimtelijke objecten worden vaak bepaald door diegene die verantwoordelijk is
voor het groeperen van gebieden.
Tot 1970 wordt
het hele onderwerp van wijzigbare afgebakende gebieden genegeerd, omdat het
moeilijk is om aan te tonen hoeveel invloed het heeft op de uitkomst van een
onderzoek. Na 1970 zijn er onderzoeken naar gedaan, en kon men zien wat de
invloeden van een zonesysteem was op kwantitatieve analyses. Het bleek dat het
niet mogelijk was om onderzoek uit te voeren waarbij groepering van zones het
onderzoek niet beïnvloedde. Toch blijkt dat het probleem tegenwoordig wordt
genegeerd, omdat het te moeilijk is om te begrijpen of irrelevant.
Twee aspecten van
het wijzigbare gebieds-probleem; als eerste kan het representatie probleem
worden genoemd, waarbij het probleem is gevestigd in het kiezen van gebieden
als zone, met betrekking op de schaal en de groepering. Ten tweede zijn de
resultaten van gelijke empirische analyses met het gebruik van verschillende
zonale indelingen ongelijk, waardoor het gebruik van verschillende zonale
indelingen voor generalisatie niet gerechtvaardigd is.
Voor studies
buiten de geografie wordt vaak het normale wetenschapsparadigma gebruikt
waarbij het probleem buiten beschouwing wordt gelaten. Bij een geografische
studie is dit niet mogelijk. Tussen het totaal negeren en het totaal opnemen
van het probleem in je studie liggen nog zes andere variaties, namelijk:
- Filtering
- Arbitrary design criteria
- Information theoretic
- Statistical
- Traditional
- Optimal zoning
Als conclusie kan
gezegd worden dat er drie rechtvaardigingen zijn voor het negeren van het
wijzigbare gebiedsprobleem. Als eerste dat het niet op te lossen is, als tweede
dat het van cruciaal belang is en als derde dat het bestaan ervan zorgt voor
het in twijfel trekken van alle soorten onderzoek. Het laatste argument is
zeker waar. Het probleem moet een geografische oplossing krijgen, omdat een
geografische studie anders statistisch of wiskundig is.