Huigen, Paulus (1996) Plattelandsonderzoek is multidisciplinair geworden. Rurale geografie gaat op in rurale studies. In: Geografie 5, juni, pp. 27-31

 

huigenp1996artikel

 

 

VHWET samenvatting Annette

 

Nr 23     Paulus Huigen (1996) Plattelandsonderzoek is multidisciplinair geworden. Rurale geografie gaat op in rurale studies. In: Geografie 5, juni, pp 27-31

 

Volgens Veldman vormt de veronderstelling – dat vanwege de specifieke materieel-ruimtelijke structuur van landelijke gebieden de sociale ruimtelijke ontwikkelingen er anders verlopen dan in stedelijke gebieden – de rechtvaardigheid van het bestaan van rurale geografie als een subdiscipline, een subdiscipline met een eigen object en een eigen veld van onderzoek: de wisselwerking tussen materieel-ruimtelijke structuur en sociaal-ruimtelijke processen. Ook stelde hij dat er een multidisciplinaire aanpak vereist was. Die is er na zijn dood ook gekomen. Maar achteraf bezien luidde dit misschien tevens het einde in van de rurale geografie en de opkomst van rurale studies. Volgens Goodall (1987) echter was de rurale geografie sowieso al niet meer dan een verzameling subsubspecialisaties die als gemeenschappelijk thema hebben dat ze zich in rurale gebieden afspelen.

 

‘Echt’platteland

Plattelandsgeografen in vast dienstverband aan Nederlandse universiteiten met als hoofdtaak ruraal-geografisch onderwijs en onderzoek zijn er niet. Dit kan uitgelegd worden aan de hand van het verdwijnen van ‘echt’ platteland in geografische zin. Maar het kan ook komen door de nadruk in de Nederlandse socilae geografie op stedelijk onderzoek. Volgens Chambers (1987) als gevolg van de “urban trap”: het is veiliger en goedkoper om (sub)urbane studies te verrichten. Ook levert het met minder inspanningen meer publicaties op. Een laatste argument voor de ondergeschoven positie van rurale geografie in Nederland is een kwestie van geld. De Nederlandse sociale geografie is vooral toepassingsgericht. Dat betekent dat als er een opdrachtgever is, er onderzoek wordt uitgevoerd. En voor ruraal onderzoek zijn er nou eenmaal niet zoveel geldschieters.

 

Kan ruraliteit verklaren

Doet het er bij de verklaring van sociaal-ruimtelijke verschijnselen toe dat die verschijnselen zich voordoen in plattelandsgebieden? Vaak is die ruraliteit geen of slechts één van de vele verklaringen. In het denken over ruraliteit als mogelijke verklaring voor sociaal-ruimtelijke veranderingen in landelijk gebied kan een aantal opvattingen worden onderscheiden. In dit artikel worden achtereenvolgens een functionalistische opvatting, een pragmatische visie en een standpunt dat ruraliteit een sociale constructie is, besproken.

 

Achterstand en bereikbaarheid

De functionele opvatting: wat platteland is is gekoppeld aan bepaalde functies: extensief ruimtegebruik, herbergen kleine nederzettingen van lagere orde, gebouwen in die nederzettingen onderhouden een nauw verband met het omringende landschap en hun inwoners hebben een eigen “way of life”.

De morfologische-ruimtelijke verschillen tussen de verstedelijkte en plattelandsgebieden zou dan ook de oorzaak zijn dat plattelandbewoners achtergesteld zijn bij het ontplooien van activiteiten. Bepaalde gedachten uit deze opvatting hebben hun waarde behouden, zij het dat accenten verschuiven. Aandacht is er nog steeds voor de concentratie versus spreiding discussie van wonen, werken en voorzieningen teneinde de automobiliteit en aantasting van het milieu te beperken. Het uitgangspunt dat plattelandsregio’s als relatief zelfstandige gebieden kunnen worden gezien is wel verouderd.

 

Bredere maatschappelijke contexten

Pragmatische opvatting: verklaring voor optredende sociaal-ruimtelijke veranderingen op het platteland buiten de plattelandsgebieden zelf gezocht. De sociaal-ruimtelijke en maatschappelijke context van landelijke gebieden krijgt alle aandacht.

Logisch gevolg is dat de causale waarde van ruraliteit in twijfel wordt getrokken ((neo) Marxistisch). De realisten zeggen dat een specifieke ruimtelijke context wel degelijk invloed uitoefent op de wijze waarop en de mate waarin sociaal-ruimtelijke processen zich ontwikkelen.

 

In Nederland is en wordt het debat over de verklaringskracht van ruraliteit nauwelijks gevoerd. Wel is duidelijk dat de wijdere context van plattelandsgebieden bij pogingen om veranderingen in plattelandsgebieden te verklaren een belangrijke rol speelt.

 

Ruraliteit als constructie

Door de verschillende gebruikers met verschillende doelen (wonen, werken, recreëren) kent het platteland verschillende betekenissen, de ruraliteit van hetzelfde plattelandsgebied verschilt voor verschillende actoren. Ruraliteit is aldus een sociale constructie: het vertegenwoordigt vele werelden van sociale, rurale en culturele waarden.

Toenemende rurale verscheidenheid

Het feit dat keuzes voor functies en inrichtingen van plattelandsgebieden gemaakt (zullen) worden, maakt die gebieden als object van onderzoek fascinerend. De verscheidenheid aan plattelandsgebieden in termen van hun positie en functie is de laatste jaren alleen maar toegenomen. Een algemene tendens is de consumptie in plaats van productie van het platteland

 

De uitkomst van de botsing tussen de verschillende economische en vooral culturele waarde van actoren in en buiten plattelandsgebieden zal doorslaggevend zijn voor de toekomstige functie en inrichting van plattelandsgebieden.

 

 


Nr 24     Gerald Hoekveld en Gerda Hoekveld-Meijer (1995) Het beeld van de geografie een Rotterdam a la Zadkine? In:  Geografie 4, december, pp 32-35

 

Stelling 1. De selectie mechanismen met betrekking tot geografiekeuzen en studies hebben de vorming van een briljante leidinggevende elite (leraren, staf, hoog-leraren) in de sociale geografie tegengewerkt en zo de ontwikkeling van de discipline in een competitieve situatie verzwakt.

Volgens Doreen Massey sprake van “intellectual weakness” door het ontbreken van een hart van op elkaar betrokken theorieën. Vermoeden bestaat dat door de lage instromingseisen van eerstejaars voornamelijk de minder intellectuele leerlingen zullen aantrekken, wat de concurrentiepositie van het vak schaadt. Een tweede vermoeden is dat het ontwikkelde groepsbewustzijn van geografen afbrokkelt door de massificatie van de opleidingen. Een derde vermoeden is dat sociaal geografen op drie verschillende wijzen bij het vak betrokken zijn: zeer kleine groep volgt en participeert aan de theoretische ontwikkelingen die zich voordoen in de academische geografie; een kleine groep (main stream) past zeer selectief deelontwikkelingen in het vak toe in de onderzoeks- en management- of onderwijspraktijk van het beroepsleven; zeer grote groep bekommert zich in het geheel niet meer om recente discussies. Samen vormen zij één groep.

Een vak is echter meer dan een groep veronderstelde gemeenschappelijke vorming: het is een intellectueel systeem van al dan niet strijdige theorie:en, kennis en vaardigheden, dat door een naam, begripsmatige of materiële inhoud, materieel object en eventuele instituties onderscheiden is van andere vakken in de intellectuele erfenis van de mensheid.

 

Identiteit en toepassingsgerichtheid

Stelling 2. De sociale geografie heeft verzuimd de methodische en theoretische consequenties te trekken uit het feit dat ze nu een sociale wetenschap is.

De sociale geografie is na de oplossing van de eenheidsgeografie een sociale wetenschap geworden maar heeft die breuk slechts gedeeltelijk verwerkt.

 

Stelling 3. Het pragmatische van leraren, staf, studenten en hoogleraren, gericht op zelfhandhaving op de arbeidsmarkt, is begrijpelijk, maar voor het voortbestaan van de sociale geografie als wetenschappelijke bijdrage en als bestanddeel van de dood in de pot.

De verwetenschappelijking via de grensterreinen en niet te vergeten, de gebleken grote praktische toepasbaarheid van de op die grensterreinen gewonnen inzichten in beleidsgeoriënteerde onderzoek, hebben het vak in ons land omhooggeschoten. Toch hebben die ontwikkelingen tegelijkertijd de identiteit van het vak geschaadt. Identiteit is nodig om in het competitieve spel van disciplines deel te kunnen hebben aan de voor het overleven noodzakelijke, op maatscheppelijke erkenning berustende toewijzing van lesuren, geldmiddelen, personele middelen, en civiele effecten.

 

Stelling 4. Het benadrukken van het ruimtelijke gezichtspunt ‘ruimtelijke bril’ of ‘spatial view’, dus van de methodische invalshoek, heeft een helder zicht op het ontbreken van geografische theorieën (en derhalve van een centraal conceptueel hart in de sociale geografie) tot dusver verhinderd.

Theoretische en methodische vooruitgang bepalen op lange termijn voortbestaan en ontwikkeling van een wetenschap, niet de snel verouderde empirische resultaten (spatial analysis). Omdat de theorieontwikkeling echter plaatsvindt op de grensterreinen van sociale geografie met andere disciplines, moet in eerste instantie gebiedsgerichte toepassing van die theorieën als hart van de sociale geografie worden gezien.

 

Stelling 5. Een symptoom van de identiteitsvervaging van de sociale geografie is het verminderd gebruik van de kaart als bron en als weergave van onderzoeksresultaten.

De gerichtheid in onderzoek en onderwijs op processen in plaats van op de uitkomsten van die processen heeft geleid tot een verschuiving van de aandacht van kaarten naar tabellen, en recentelijk naar de tekste van het discours dat door de postmoderne geografen, en al eerder door de humanistische en politiek geografen aan de orde is gesteld.

 

Consequenties

Stelling 6. De gelijkstelling van academische sociale geografie met schoolaardrijkskunde is contraproduktief vanwege de onmogelijkheid om maatschappelijk nuttige kennis zoals topografie, produkten en dergelijke te verbinden met wetenschappelijk gestructureerd denken binnen de bestaande onderwijskundige condities als lesurentabellen of vakkenintegratie.

Het onderwijs, ooit het toepassingsterrein par excellence, maar nu kwantitatief achtergebleven, is als recruteringsveld en als vormer van het beeld van de geografie in de politieke opinie van de allergrootste betekenis voor het vak op de lange termijn. Het lijkt deze betekenis echter niet waar te kunnen maken.

 

Hosted by www.Geocities.ws

1