Gatrell, J.D., L. Fintor,
(1998), Spatial niches, policy subsystems, and agenda setting: the case of the
ARC. Political geography 17 no 7, pp. 883-897
gatrelljd1998artikel
Jay D. Gatrell
Bij publiek beleid, als proces, gaat het veelal om een ‘beeldvorming’ naast het beleid op zich. Deze beelden maken de loop van beleidsinitiatieven.
Door tegen de regionale traditie in beroep te gaan, ontkennen geografen de complexiteit in een poging de essentie duidelijk te maken.
Dit artikel onderzoekt de politieke betrokkenheid van beleidssubsystemen die regionale geografie verzoeken het beleidsbeeld eenvoudig weer te geven. Om de wisselwerking tussen geografie en politiek van het overheidsbeleid weer te geven, wordt gebruik gemaakt van twee nieuwe concepten. Ten eerste verenigen gedeelde interesse in politiek en ruimte zich om ‘spatial niches’ (ruimtelijke leefomgeving) te vormen. Ten tweede liggen regionale mythen aan de basis van spatial niches.
Overheidsbeleid:
subsystemen en ruimtelijke leefomgeving.
Beleidssubsystemen zijn een poging het politiek gedrag van beleidsmakers te definiëren. Deze benadering heeft verschillende gedragsvormen: (1) beperkte deelname, (2) een goede verdeling van werk over de beleidseenheden (bv. commissies) en (3) beleidsmakers zijn (in zekere zin) egoïstisch.
In zijn meest ruwe vorm is het model vormgegeven als een ‘ijzeren triangel’, opgebouwd uit commissies, bureaucraten en belangengroepen. Met deze opbouw is de triangel stabiel, gesloten en een bijna autonoom beslissend systeem.
Daarnaast kan het model worden opgevat als een publicatienetwerk. Door publicaties wordt een discussiepunt weidser verbreid en zijn er meer potentiële subsystemen. Toch werken de subsystemen binnen het principe van beperkte deelname en naar de voorkeur van beleidsexperts. Dit beperkt interne conflicten en dus zullen de subsystemen naar buiten een mooi verhaal houden, terwijl de autonomie wordt gegarandeerd door een lage bestuurlijke openheid.
Omdat politiek gevoelig is voor de publieke belangstelling maken de subsystemen verzinsels ter bevordering van de stabiliteit. Beleidsverzinsels bestaan uit drie afhankelijke componenten: (1) beeld (positief of negatief), (2) rechtmatigheid, en (3) beleidstype.
De Appalachse ruimte is oorspronkelijk geofysisch ontstaan. Ook in cultureel opzicht is het tot een regio gaan behoren. Beelden van een cultureel achtergesteld en fysisch geïsoleerde regio bestaan vanaf het begin en duren voort. De Appalachian Regional Commission (ARC) is op nationale schaal ontstaan en heeft tot doel de fysisch en sociaal onderontwikkelde regio te ontwikkelen. De ‘War on poverty’ ging de ARC te lijf met een keur aan verdelend beleid in de vorm van nationale infrastructuurprojecten.
De regionale mythe van de Appalachen - geïsoleerdheid en armoede - heeft het type beleid dat de ARC gebruikt direct beïnvloed: verdelend beleid. Het ARC heeft niet alleen gezegevierd door discussies over beleidstype, afnemers en beeldvorming, maar ook de subsystemen, commissieleden, publieke en private afnemers en (wetgevende) Ministeries speelden een rol.
Het beleidsmotief van wetgevers is de wens te worden herkozen. Een mannier om dat te worden is belangrijke nationale projecten naar hun regio te loodsen. De ARC had die mogelijkheid, aangezien de meerderheid van de leden van het Huis van Afgevaardigden en de Senaat uit ARC-gerelateerde leden bestond.
Veel bedrijven uit de private sector stonden achter de ideeën van de ARC en steunden de ARC. Zij werden met mooie spraak en subsidiering gelokt.
De laatste groep actoren is die van nationale Ministeries. Ook zij nemen beleidskeuzen met het motief herkozen te worden.
Er bestaat een verborgen geografie van overheidsbeleid. De ruimtelijke uitwerking van overheidsbeleid is niet alleen een beleidsuitkomst, maar omvat ook beleidsinvoer zoals regionale geografieën.