Het onderwerp
is de relatie tussen ruimtelijke analyse en de vereniging van ruimtelijke
concepten in de sociale geografie. Duidelijk moet zijn dat ruimtelijke analyse
geen monopolie heeft wat betreft ruimtelijke concepten. De schrijver wil in dit
artikel aantonen dat ‘place’ niet het tegenovergestelde is van ‘space’.
De schrijver
laakt het deterministisch karakter van de ruimtelijke analyse. Lange tijd was
dit determinisme voor vanzelfsprekend aangenomen, alhoewel er ook wel kritiek
kwam, vaak ook van ruimtelijk analytici zelf. Volgens de schrijver suggereert
de ruimtelijke analyse dat ruimtelijke spreiding buiten de maatschappij bepaald
wordt. Marxistisch geografen zijn het hier niet mee eens en suggereren een
ander determinisme: sociaal determinisme. De schrijver verwerpt
ieder determinisme.
Teritory;
Op het gebied van territoria is Sack een pionier. Hij
gaat ervan uit dat territorialiteit een strategie is voor het verkrijgen van
toegang tot mensen en dingen.
Samen met territory’ trekt place nieuwe interesse
aan. De ruimtelijke analyse heeft
echter altijd moeite gehad met ‘place’ en met het nauw verbonden begrip
’regio’. “place’ bestaat door de verschillende sociale objecten, zoals
fabrieken, overheidsinstellingen, huishoudens, diverse faciliteiten en etnische
groepen. Deze twee begrippen zijn een
onderdeel van een nieuwe stroming binnen de sociale/ ruimtelijke wetenschappen
die weer, in tegenstelling tot de ruimtelijke analyse, meer aandacht hebben
voor het conceptueel model.
De ruimtelijke analyse in zijn allereerste vorm zocht
naar de zogenaamde morfologische locatiewetten. Hagerstrand heeft zich bezig gehouden met tal van zaken rond de
theorievorming en hij kwam met zijn ideeën over de tijdgeografie.
Marxistische geografen gaven voorrang aan de
zogenaamde “theory-as-concepualization” in tegenstelling tot het
“filling-system” wat erg dominant is in de mainstream sociologie.
De nieuwe
sociale ‘zijnsleer’ omvat de herformulering van wat Sayer “het verschil dat
plaats maakt” noemt. Dit zorgt voor een mogelijkheid om het determinisme van de
ruimtelijke analyse te ontvluchten. Volgens geografen als Harvey (marxisten) is
geografie altijd voor ‘iemand’ en dus niet voor ‘iedereen’. De geografie wordt
vaak gebruikt door de machthebbers om hun redeneringen kracht bij te zetten.