boschmar2000artikel
Boschma,R.,
(2000), 7he implications of the European monetary unionfor regional
development: comments on the contribution ofBegg & Hodson. In: TESG 91, 2, pp 190-193.
Sinds 1-1-’99 is de EMU
tot stand gekomen in 11 van de 15 EU-landen. Deze landen hebben de euro
ingevoerd en de koerspolitiek aan de ECB uitbesteed. Economische geografen
hebben interesse in de gevolgen van de EMU voor regionale economische groei en
regionale ongelijkheid. Dit artikel is een reactie op Begg en Hodson, die
stellen dat onder de huidige omstandigheden de EMU niet genoeg middelen heft om
economische schokken aan te pakken. Boschma wil zijn eigen standpunt in deze
zaak uitleggen: Waarom grijpt de EMU niet in bij regionale schokken? Regio’s
zorgen er vaak voor er zelf weer bovenop te komen
Begg en Hodson stellen dat toenemende integratie leidt tot economische
specialisaties, gebaseerd op comperatieve voordelen. Dit maakt regio’s
kwetsbaar voor assymetrische schokken. Door een monetaire unie kan de staat
zelf deze schok niet meer opvangen door bijvoorbeeld het wisselkoersbeleid. EMU
kan deze schokken niet afdoende opvangen, omdat bijvoorbeeld arbeidsmarkten
niet flexibel zijn in de EU. Bovendien worden extra uitgaven aan banden gelegd
door het Groei- en Stabiliteitspact.
Maar wat heeft de EMU eigenlijk te maken met assymetrische schokken in
regio’s?
-
De monetaire
politiek heeft zich altijd op bovenregionaal niveau afgespeelt (staat). Het
wisselkoersbeleid kan voor één regionale schok in een staat geen oplossing
bieden.
-
Er is geen bewijs
dat EU-landen extra investeringen deden in hun minst favoriete regio’s (de
regio’s waar het het slechtst ging).
-
De ECB heeft met
dezelfde problemen te kampen als vroeger de nationale banken (diversiteit in
landen was vroeger diversiteit in regio’s). De EMU heeft die problemen niet
verergerd.
-
Bovendien bestonden
regionale problemen al voor de EMU. Regionaal beleid is eigenlijk nooit echt
effectief geweest. Ontwikkelde regio’s hebben zich op eigen kracht ontwikkeld
(Derde Italië). Achtergebleven regio’s, zoals Zuid-Italië, zijn er nog steeds
niet bovenop gekomen.
-
De meeste
instrumenten om regionale problemen te bestrijden liggen nog steeds bij de
lidstaten.
Begg en Hodson vergeten dat regio’s in belangrijke mate zichzelf
ontwikkelen. Ondanks globalisering worden regio’s steeds meer beschouwd als
fundamentele economische eenheden, gebouwd op sociale en institiutionele
netwerken. Het is daarom veel beter om voor een bottom-up benadering van
regio’s te kiezen. Binnen de EU verschuift de aandacht ook steeds meer naar
subnationaal niveau.