agnewj2000artikel
Aan het eind van de jaren 80 en het begin van de jaren 90 werd de gedachte van de politieke economie van regio’s uit de jaren 70 op twee gebieden omvergeworpen. Ten eerste door het neoliberalisme dat regionale verschillen in economische ontwikkeling en welvaart hetzij als tijdelijke onevenwichtigheid hetzij als veroorzaakt door overheidsingrijpen zag. Als men lang genoeg wacht, verdwijnen de verschillen. Ten tweede door het ontstaan van de term globalisering, wat zegt dat regio’s in sociaal belang verdwijnen en dat er een homogenisering van sociale en culturele praktijken ontstaat. Overblijvende verschillen komen door historische verschillen ofwel verschillen in bevolkingsomvang, in ieder geval door geografische factoren.
Tegenwoordig wordt daar weer van teruggekomen. Verschillen lijken niet te verdwijnen, maar juist vergroot te worden. Hierbij is het vizier verplaatst:
Een regionale politieke economie ontstaat die de relatie legt tussen enerzijds globalisering en anderzijds ongelijke ontwikkeling.
Ongelijke ontwikkeling, toch weer?
Zoals gezegd ontstond in de jaren 80 de gedachte dat regionale verschillen uiteindelijk hetzij op economische gronden hetzij door globalisering zouden verdwijnen, en dat de rol van de ruimte zou verdwenen ten gunste van de tijd. Deze gedachte is niet zomaar overeind gebleven, omdat er geen verkleining van de regionale verschillen blijkt waar te nemen. Er blijken allerlei factoren mee te spelen die de regionale verschillen in de hand houden. De rol van externe economieën, fysische omstandigheden, lokaal sociaal kapitaal, regionalisme in overheidsstructuur en samenwerking tussen regionale politieke en economische elites werd onderzocht om aan te geven dat deze van belang zijn bij regionale ongelijkheid. Drie thema’s komen vaak terug: regionale competitie, mondiale stadsregio’s en historisch veranderende regio’s.
Door globalisering komen regio’s in contact met andere regio’s en willen deze regio’s ervoor zorgen dat ze andere regio’s wegconcurreren (bv. bij het aantrekken van buitenlands kapitaal, op toeristisch gebied, enz.). Hierdoor denken bedrijven niet langer op nationaal niveau, maar ook op regionaal niveau in hun keuze waar te investeren.
Stadsregio’s lijken zich steeds meer op te werpen als de centrale punten, waar het wereldsysteem om draait. Hierbij is een verschil waar te nemen tussen de politiek en de economie. Waar de economie steeds meer hierop aan lijkt te sluiten, zit de politiek nog vast aan oude structuren, waar stadsregio’s geen eigen administratieve eenheid zijn (Londen heeft bv totaal geen politieke autonomie). Toch is er wel een rol weggelegd in de totstandkoming van mondiale stadsregio’s voor de overheid. De Britse overheid heeft Londens financiële sector veel privileges gegeven om belangrijk te worden.
Een derde thema is de historische veranderende regio. Drie trends zijn waar te nemen:
Na een periode waarin regionale verschillen weggeargumenteerd werden, is het weer terug op de geografische agenda. De nieuwe regionale politieke economie benadert ongelijke ontwikkeling in een veelzijdige context.