Bereikbaarheidsanalyse: Reorganisatie lagere scholen Willowvale

V3MOD: Heidi van Otten, 9724540 & Steffan vd Berg, 9650164

 

 

Inleiding

 

In Zuid-Afrika is een grote reorganisatie van voorzieningen aan de gang. Voorzieningen voor de zwarte bevolking moeten verbeterd worden, maar hiervoor is geen geld beschikbaar. Er moet dus door middel van efficiëntie worden bezuinigd.

Voor het onderwijs in Wild Coast betekend dat de sluiting van scholen met te weinig leerlingen. De grens is hier op 400 gesteld, maar de afstand die kinderen moeten afleggen naar hun school mag niet meer dan 3 km zijn. Een moeilijke opgave dus.

In dit verslag zal gekeken worden naar scholen die niet voldoen aan de criteria en naar de mogelijk betere locaties van scholen.

 

FlowMap

 

Ook voor dit onderzoek is FlowMap te gebruiken als hulpmiddel bij de besluitneming over de eventuele sluiting en hervestiging van scholen.

Met gegevens over de schoolgaande bevolking, de locaties van de scholen en het leerlingenaantal hiervan is het mogelijk om samen met de gegevens over de afstanden tussen woning (origin) en school (destination) de situatie te schetsen van de huidige verdeling van scholen over de regio.

Allereerst wordt een catchment area analyse uitgevoerd zodat duidelijk wordt welke scholen volgens de criteria te weinig leerlingen hebben. Een catchment area analyse gaat uit van een situatie waarbij iedereen gebruik maak van de dichtstbijzijnde voorziening. Er wordt dus als het ware een soort grens getrokken midden tussen twee gelijkwaardige voorzieningen.

Ten tweede worden alle scholen met minder dan 400 leerlingen fictief gesloten en krijgen scholen met meer dan 400 leerlingen een onbeperkte capaciteit.

Van deze nieuwe situatie wordt opnieuw een catchment area analyse uitgevoerd en dan blijkt een groot deel van de schoolgaande bevolking verder dan drie kilometer van de dichtstbijzijnde school te wonen. De nieuwe situatie voldoet dus ook niet aan de gestelde criteria.

Tijdens de derde fase wordt een proximity count uitgevoerd. Hierbij wordt er per locatie gekeken hoeveel onvoorziene leerlingen zich bevinden binnen een straal van 3 kilometer. Aan de hand van dit bereikgetal wordt er per locatie gekeken waar eventueel mogelijk en/ of wenselijk is om een nieuwe school te plaatsen, die tenminste 400 leerlingen trekt.

 

 

 

 

 


Analyse  eerste Fase

 

In de eerste fase van het onderzoek is er dus een catchment area analyse uitgevoerd. Figuur 1 geeft het totaal aantal scholen in het gebied weer. Hierbij is te zien dat meer dan de helft van de scholen te weinig leerlingen heeft  en dat er clusters van scholen te vinden zijn. Binnen deze clusters zijn soms meerdere scholen met meer dan 400 leerlingen te vinden. Het zou dus effectiever zijn om deze scholen te fuseren tot een grote school.

 

 

                        Figuur 1: Overzicht van alle scholen in Willowvale naar aantal leerlingen.

 

Analyse tweede fase

 

In deze fase wordt gekeken naar de situatie als alleen de scholen die groot genoeg zijn blijven bestaan. Uit de tabel (Allocatio3) in de bijlage blijkt dat dit er maar 39 zijn. Deze 39 scholen kunnen echter niet het hele gebied voorzien, want niet alle schoolgaande bevolking woont binnen een straal van 3 km van deze scholen. De vraag naar scholen is weergegeven in figuur 2, evenals de scholen die mogen blijven bestaan volgens de criteria.

De donker gekleurde gebieden zijn de gebieden waar het aantal leerlingen zonder nabijgelegen school het grootste is. In deze gebieden zouden dus, na de sluiting van de te kleine scholen, nieuwe scholen gesticht moeten worden. De vraag is alleen of deze scholen aan de gestelde criteria kunnen voldoen.

 

 

Figuur 2: Situatie na sluiting te kleine scholen.

 

 

Analyse fase drie

 

In deze fase is er een proximity count uitgevoerd (zie tabel proximity in de bijlage). Hieruit wordt duidelijk op welke locaties nieuwe scholen gesticht kunnen worden volgens de criteria. Dit zijn locaties met een bereik van tenminste 400 leerlingen. Uit figuur 3 blijkt echter dat deze locaties erg geclusterd zijn en dus zal binnen zo’n cluster 1 locatie moeten worden aangewezen.

Verder valt op dat juist op de plekken waar scholen gesloten zijn, omdat zij te weinig leerlingen hadden, nu de locaties zijn voor nieuw te stichten scholen. De conclusie die hieruit getrokken kan worden is dat de oplossing niet ligt bij de sluiting van scholen, maar misschien wel bij de fusering van te kleine scholen.

Een ander punt van kritiek is dat een aantal donkere gebieden uit figuur 2 geen geschikt locaties hebben om te voldoen aan de gestelde criteria.

 

Het nadeel van een proximity count is dat niet gekeken wordt naar concurrentie tussen van scholen. Hierdoor ontstaat er een overlap van verzorgingsgebieden wat voor een vertekend beeld zorgt.

Figuur 3: Mogelijke locaties voor te stichten nieuwe scholen.

 

 

Conclusie, kritiek en aanbevelingen

 

Uit het bovenstaande blijkt dat niet altijd aan de criteria voldaan kan worden. Een gedeelte van de schoolgaande bevolking zal of verder moeten reizen dan 3 km naar de dichtstbijzijnde school of zal een school bezoeken met minder dan 400 leerlingen. Dit blijkt uit het feit dat de geschikte locaties uit figuur 3 niet overeenkomen met de donkere gebieden uit figuur 2. Met de gestelde criteria kan vraag en aanbod niet op elkaar worden afgestemd.

 

Verder is het zo dat er geen rekening gehouden wordt met de plaats van een school in een netwerk en de staat waarin een school verkeert. Deze aspecten zijn volgens ons zeker zo belangrijk als het aantal leerlingen en de geografische ligging van de schoollocaties. Het model is echter als extra hulpmiddel wel geschikt om meer en minder geschikte locaties aan te wijzen.

 

 

 

 

Hosted by www.Geocities.ws

1