Households
and Housing
Hoofdstuk
2: Housing and the life Course
Gebeurtenissen in het dagelijks leven (andere baan, trouwen, kinderen etc.) kunnen leiden tot verhuizingen. De levenscycli wordt niet alleen door het individu bepaald, maar ook door sociale krachten (veranderende maatschappij en economie) en structuur (familie, herkomst). Categorale technieken geven een algemeen beeld van welke huishoudens in welke woningen terecht komen en als men de gebeurtenissen in het verleden analyseert komt men ook achter de interne en externe bewegingsredenen.
Er zijn twee onderzoeksrichtingen naar de woningkeus; nl. de economische benadering (kwaliteit/prijs verhouding) en de planologische/geografische/sociologische benadering (individuele keuze en veranderend patroon van woningkeuze bij de bevolking). De economen gaan ervan uit dat een gezin het maximum uitgeeft aan wonen. Zij gebruiken het hedonistische model, waarbij wordt gekeken naar wat individuen bereidt zijn te betalen voor de verschillende elementen in een woning.
De tweede partij benadrukt de belangrijkheid van woningconsumptie en de toegang van verschillende huishoudens tot de woningmarkt. De demografische kenmerken staan centraal bij de keuze van een woning.
Central staat het koppelen van een huishouden aan een woning, hetgeen wordt weerspiegelt in de daklozen, verval en verlaten van een woning. Een aantal kenmerken van woningen:
- Erg duur om te bouwen. Fluctuaties in huur en prijs door vraag en aanbod
- Bij huren of kopen van een woning krijg je de buurt erbij. Hierdoor ontstaat een structuur, waardoor de stad vorm krijgt
- Overheden moeten soms ingrijpen wanneer de primaire levensbehoefte “onderdak” bedreigd wordt.
- Wonen heeft 5 functies:
o onderdak met een stuk land en infrastructuur
o toegang tot educatie, banen, buren en voorzieningen
o economisch goed waarmee gehandeld kan worden
o wonen is een sector van de economie
o deel van politiek proces en wordt hierdoor beïnvloed (regels)
- Wonen levert huishoudelijke diensten
De fases van een levenscyclus wordt ingedeeld naar de grote van de familie, leeftijd van het hoofd van het huishouden en de aan- of afwezigheid van kinderen. De levenscyclus loopt parallel aan veranderingen in woningen. Kinderen verlaten ouderlijk huis en gaan in kleine appartementen wonen. Met huwelijk in groter huis, kinderen, en later met ouderdom weer in kleiner huis (zie figuur 2.2). Er kan niet langer gesproken worden over een normatieve familiestructuur omdat er steeds meer eengezins- of tweegezinshuishoudens komen, uitgestelde huwelijken, kinderloze families en stijgende scheidingscijfers. De levenscyclus van een individu is een reeks van gebeurtenissen die berusten op beslissingen. Een levenscyclus analist kijkt naar de patronen van gebeurtenissen in de context van sociale processen die hiervoor verantwoordelijk zijn. Belangrijk is om de gebeurtenissen in iemands leven te ordenen en daar de wooncarriere uit te halen. Het berust op voorspellingen en kans van voorkomen van een gebeurtenis. “event history data” zijn gegevens waarvan een levenscyclus gebouwd moet worden. De levenscyclus benadrukt het verband tussen leeftijd en interactie met sociale veranderingen die tijdens de levensfases gebeuren.
Ook condities op macrolevel (regering, economie) beïnvloeden de verhuisbewegingen. Keuzepatronen weerspiegelen beperkingen en mogelijkheden. Mogelijkheden op gebied van aanbod en beperkingen zijn tekorten in de huizenmarkt en het financiële aspect
Keuze voor een woning beïnvloed door drie belangrijke aspecten:
- Hoe een keuze wordt gemaakt op de woningmarkt met mogelijkheden en beperkingen?
Laatste jaren stijging van inkomen en daardoor in zowel Europa als Amerika stijging van het aantal koopwoningen en van de kwaliteit van woningen.
- Hoe wordt dit beïnvloed door veranderingen in de nationale economie?
In Amerika wordt de huizenmarkt meer beïnvloed door de economie dan in Nederland.
- Hoe dit veranderd met de invloed van de overheid op de woningmarkt?
Nederland meer geregeld door de overheid. Amerika vrije marktwerking.