Samenvatting; The Urban Order – Short – Hoofdstuk 12: The political arena

Steden vormen zowel een arena voor de strijd om macht als de uitkomst van die machtsstrijd. De drie belangrijkste spelers in deze stedelijke arena zijn: 1) Huishoudens, 2) Bedrijfsleven, 3) Staat.

1) HUISHOUDENS

Huishoudens functioneren in de steden op verschillende manieren. Er kunnen drie hoofdelementen worden onderscheden:

A)Huishoudens als belastingbetalers: Bijna alle huishoudens betalen belasting, zowel nationale als gemeentelijke. De hoogte van de belasting en houding tegenover het betalen daarvan variëren over de wereld nogal. In sommige landen zijn huishoudens bereid een hoger belastingtarief te betalen dan in andere, maar in elk land bestaat er wel een bepaalde grens van wat iemand bereid is te betalen. Huishoudens zijn dan ook erg gevoelig voor belastingverhogingen of taxatiemaatregelen die als oneerlijk worden beschouwd. Gemeentelijke belastingen zijn vaak zwaarder voor de rijkste leden van de gemeenschap. Dit zijn tevens de meest politiek bewogen en best georganiseerde mensen. Omdat deze mensen naar een andere locatie kunnen verhuizen als de belasting te hoog wordt, is het resultaat dat er vanuit de overheid grenzen worden gesteld op de gemeentelijke heffingen.

B)Huishoudens als gebruikers van voorzieningen: Schaal en provisie van publieke diensten en voorzieningen groeit alsmaar, net als het aandeel van overheidsinterventie. Ondanks het feit dat mensen het liefst zo weinig mogelijk belasting betalen, willen deze huishoudens wel een zo hoog mogelijk niveau m.b.t. publieke diensten omdat dit de kwaliteit van het leven in de stad verhoogt.

C)Huishoudens als inwoners: Omdat huishoudens ook inwoners van een bepaalde plek zijn, zijn ze ook gevoelig voor de plaatselijke politiek. De kwaliteit van een bepaalde locatie is afhankelijk van hetgeen zich eromheen afspeelt. Men wil zoveel mogelijk profiteren van positieve effecten en zo min mogelijk van de negatieve effecten van lokale gebeurtenissen. Met name eigenaar-bewoners zijn erg gevoelig voor factoren die de waarde van hun huis kunnen beïnvloeden. Als de omgeving verslechterd hebben huishoudens een keuze; ze kunnen verhuizen of proberen op te treden tegen die zaken die de omgevingskwaliteit beïnvloeden (voice strategy). Hoe rijker en machtiger dat huishouden hoe groter hun invloed. Ook kan de invloed vergroot worden door groepen te vormen. Zulke protestgroepen (dus vaak het gevolg van belastingverhoging, negatieve effecten etc.) worden gevormd als men denkt collectief meer te kunnen bereiken dan individueel. Meestal zijn er slechts enkele initiatiefnemers die proberen de lokale gemeenschap te mobiliseren. Deze protestgroepen kunnen handelen via 2 strategieën:

*Service Strategies: iets doen aan een probleem door de eigen resources van de gemeenschap te mobiliseren en gebruiken. Door te proberen de bestaande services te verbeteren (v.b. self-build groups, complementair) of door het demonstreren van alternatieven om in een bepaalde behoefte te voorzien.

*Influence Strategies: Zijn gericht op het ondernemen van acties tegen de negatieve effecten. Dit kan door de noodzaak voor het oplossen van een probleem onder de aandacht van de autoriteiten te brengen (persuasive), door overleg te plegen met die autoriteiten (collaborative) of door het houden van protestmarsen en het uitoefenen van burgerlijke ongehoorzaamheid (confrontational).

Het type actie dat een groep onderneemt hangt onder andere af van de relatie van die groep tot de politieke elite. Arme groepen zullen eerder hardere acties ondernemen; rellen worden dan ook wel eens omschreven als de taal van de ongehoorden. Het resultaat van zo’n collectieve actie hangt onder andere af van de verkregen macht van de protestgroep. De kans op een succesvol resultaat is het kleinst als een zwakke protestgroep actie voert tegen autoriteiten die geen zorg voor of belang hebben bij de oplossing van het probleem waarvoor die groep strijd.

2)BEDRIJFSLEVEN

De belangen van bedrijven variëren nogal per bedrijf en hangen onder andere af van grootte, type, locatie en strategie van het bedrijf. Algemeen kan gezegd worden dat de belangen van bedrijven in de steden primair betrekken hebben op het reduceren van de kosten, het maken van winst en het behouden en vergroten van het marktaandeel. Met name de grote bedrijven zorgen voor werkgelegenheid en inkomsten voor de overheden van de stad en het land. De belangen van deze bedrijven zijn dan ook ingebouwd in de kapitalistische overheidsregimes. Het bedrijfsleven is dan ook zelden direct actief in de politiek omdat hun belangen sowieso bovenaan de politieke agenda staan. Omdat een goede locale economie essentieel is voor werkgelegenheid en een solide belastingheffing, staat in veel steden het ‘algemeen belang’ dan ook gelijk aan de belangen van het bedrijfsleven. Toch zijn er beperkingen; politici kunnen niet onbegrensd de belangen van het bedrijfsleven behartigen als deze strijdig zijn met belangen van het merendeel van het volk. Politici hebben immers stemmen nodig om herkozen te worden en ze moeten zodoende gehoor geven aan de publieke opinie. Hoewel het bedrijfsleven dus geen directe politieke macht heeft kunnen ze deze wel verkrijgen door:

A)Investment flows: De bedrijven hebben invloed op het economisch en politiek leven in de stad door hun patronen van investering en desinvestering. Desinvestering zorgt voor economische teruggang waarbij de politiek onder druk staat om wat te doen aan werkloosheid en een teruglopende taxatiebasis. Omdat bedrijven met de voortgaande internationalisering een steeds groter keuze hebben m.b.t. de vestigingsplaats, kunnen bedrijven nu steeds effectiever dreigen naar een andere locatie te vertrekken. Omdat steden een vertrek van een grote onderneming in de regel willen voorkomen zullen ze dan ook ingaan op de vraag om belastingverlaging e.d.

B)Lobbying: Bedrijven beïnvloeden de overheden ook direct door te lobbyen. Hoe machtiger het bedrijf, hoe effectiever hun lobby. Lobbyen heeft vaak de volgende 3 zaken tot doel:

*Beïnvloeden van belastingen en overheidsuitgaven: Alle bedrijven willen minder belasting betalen, maar wel maximaal profiteren van de overheidsuitgaven. Argumenten die gebruikt worden om dit voor elkaar te krijgen omvatten o.a de noodzaak voor fiscale incentives om economische groei te bewerkstelligen en het feit dat hoge belastingen beperkingen leggen op de mogelijkheden van bedrijven.

*Beïnvloeden van wetgeving: Bedrijven willen een goed wettelijk raamwerk dat hun in staat stelt om zoveel mogelijk macht te hebben m.b.t. de arbeid. Dit stelt hun in staat om kosten laag te houden en winsten hoog.

*Zorgen voor meer ruimte voor de bedrijven: Bedrijven willen dat de overheid hun helpt om winsten te waarborgen en te vergroten; ze zullen dan ook lobbyen om hiervoor ruimte creëren. Deze vraag om ruimte is zowel letterlijk (bouwruimte voor expansie) als figuurlijk (het breken van de monopolie van staatsbedrijven) aan de orde.

Succes van de lobby hangt af van de hoeveelheid macht en de connecties met de relevante beslissingsorganen.

3)DE STAAT

De staat is zowel een speler als een scheidsrechter (regulator) in de stedelijke arena. Het overheidsapparaat is wereldwijd de laatste eeuw enorm gegroeid. In de kapitalistische samenlevingen vormt de staat een strijdperk voor conflicterende belangen, waarbij vooral het bedrijfsleven een belangrijke speler is. Hoewel de staat meer de belangen van de grote bedrijven behartigt zijn ze ook onderworpen aan de druk van de bevolking en de publieke opinie. In niet democratische regimes kan deze opinie lange tijd genegeerd worden. Er kan dus gezegd worden dat het beleid en acties van de overheid een afspiegeling zijn van de machtsverdeling tussen de verschillende spelers. Verder is het functie van het economisch klimaat en de sociale druk. De invloed van de overheid verandert dus constant. Een staat kan verder in verschillende soorten crisis terecht komen:

*Economische crisis: De economie voldoet niet aan de verwachtingen van het volk

*Legitimiteitscrisis: De staat weerspiegelt niet langer de wil van het volk

*Rationaliteitscrisis: De staat maakt teveel verkeerde beslissingen

*Fiscale crisis: Uitkomsten overstijgen inkomsten

Drie aspecten van de stedelijke overheden:

A)Central-urban relations: De stedelijke overheden zijn meer dan alleen transmissiepunten die de beleidsmaatregelen van hogere schaalniveaus van overheid uitvoeren. Per stad voeren de lokale overheden een ander beleid. Het gevoerde beleid wordt onder ander beïnvloed door hoeveelheid en type inwoners (v.b. in steden met veel ouderen, meer gezondheidszorguitgaven), de hoeveelheid geld die steden tot hun beschikking hebben en de politieke structuur van steden.

B)Forms of urban government: De autonomie van stedelijke overheden hangt af van de mate van politieke centralisatie van het land. In overheidssystemen waar de macht gedecentraliseerd is, hebben stadsoverheden de meeste macht. Ook de organisatie van het gemeentebestuur verschilt van land tot land. In sommige landen heeft de burgemeester veel macht, terwijl hij in andere systemen slechts een voorzitter is zonder beslissingsrecht. Tenslotte zijn er steden die bestuurt worden door één stadsbestuur, terwijl in anders steden administratief-politieke grenzen ervoor zorgen dat een stedelijk gebied is opgedeeld in meerdere bestuurseenheden. Om tot een effectief bestuur te komen, zou schaalvergroting moeten plaatsvinden, maar omdat de lokale bestuurseenheden bang zijn voor de gevolgen van incorporatie door de hoofdstad blijft de situatie vaak gehandhaafd.

C)Urban regimes:Het urban regime refereert aan de informele relatie die bestaat tussen het stadsbestuur en de elite van het bedrijfsleven, en focust op de spanningsvelden, compromissen en afspraken tussen een democratisch bestuur en de kapitalistische belangen van het bedrijfsleven.

Door: Danny Nobel

 

 

Hosted by www.Geocities.ws

1