(Door Annette van Wel)
ERUPTIES AAN
HET EIND VAN DE EEUW
Er blijkt een
uitgesproken discrepantie tussen de omvattende ambitie van de planologie en
stedenbouwkunde (‘De stedenbouwer als
regisseur’) en wat deze er volgens de buitenwereld van terecht brengt.
Het lijkt
alsof de vakwereld van de planologie en de stedenbouwkunde steeds minder
verbondenheid met de realiteit heeft, alsof het afgesloten raakt van de
buitenwereld. Vandaar dat een pleidooi voor het openbreken van de onderhavige
vakdisciplines op zijn plaats is. De vakdisciplines moeten met open vizier
verbonden zijn met de samenleving. Ook moeten ze zich geen eerste positie toe
bedelen, maar moeten ze samenwerken met andere kerndisciplines, net zoals in de
buitenwereld.
PERSPECTIEVEN
BIJ DE EEUWWISSELING
Een afbakening
van de actuele ontwikkelingen, de agenda en de aanpak bij de overgang van de 20e
naar de 21e eeuw komen nu aan bod.
Er is (1)
sprake van een versnelde verstedelijking die zich verspreid over de gehele
wereld voordoet, maar vooral in de Derde Wereldlanden.
Ook is er (2)
in economisch ontwikkelde gebieden sprake van een snel toenemende diffusie van
verstedelijking binnen de nationale grenzen. Een soort complexe suburbanisatie.
Dit komt ook door toename van verstedelijkt gebied en van relaties tussen
landelijk gebied en het stedelijke (exurbanisatie).
Er volgen nu
met het oog op de ruimtelijke inrichting voor drie schaalniveaus de patronen
van verstedelijking.
1. Stadsregio (regionaal)
Een stedelijk
centra wordt steeds meer dan alleen een stad. Kernsteden worden verbonden met
nieuwe centra of stedelijke complexen in suburbane gebieden. Ze worden
opgenomen in een ruimer geheel van overwegend groen of agrarisch gebied met
verspreide bebouwing, waarin nieuwe concentraties van bebouwing en nieuwe lijn-
en knooppuntinfrastructuur geleidelijk een nieuw patroon van verstedelijking
zichtbaar maken: stadsregio’s. De stedelijke eenheid verschuift van stadsniveau
naar stadsregionaal niveau. Vooral in Duitsland is dit goed te zien(
stadtregionen). In het Verenigd Koninkrijk zijn daarentegen nog steeds steden
die relatief los en buiten deze nieuwe formaties blijven (free-standing
cities).
Als reactie op
deze stadsregio probeert men nieuwe bestuurlijke kaders in het leven te roepen,
zoals stadsprovincies. Echter, het zijn aanpassingen in vigerende bestuurlijke
verhoudingen die houvast bieden, het zogenaamde governance( beleidsregimes
aansluitend bij de nieuwe verbindingen en samenhangen op stadsregionaal
niveau). Met governance is het mogelijk mee te groeien met de voortgaande
territoriale en functionele schaalwijzigingen.
2. Stedelijke hoofdregio’s in nationaal
verband (hoofdregionaal in nationaal verband)
Op groter
schaalniveau maken stadsregio’s zelf ook weer deel uit van een groter geheel:
stedelijke hoofdregio’s in nationaal verband. Deze worden gevormd door een
stadsregio met een landsdeel als ‘achterland’. Economische infrastructurele en
historisch-culturele situaties bepalen de indeling. Deze stedelijke
hoofdregio’s in nationaal verband worden ook wel superregio’s genoemd.
3. West-Europese stedelijke zones
(hoofdregionaal in internationaal verband)
Schaalvergroting
stopt niet bij de nationale grenzen. Ze zet zich voort in steeds omvangrijker
internationale clusteringen tot op wereldniveau; b.v. Pacific-Rim en
Atlantische As. Over de grenzen heen nemen -funcioneel, cultureel en
administratief- de samenhangen toe. In een aantal gevallen zetten de
hoofdregio’s zich voort in West-Europese stedelijke zones.
Een accent op economische en technologische sterkte van steden en regio’s is nodig, maar heeft alleen zin als dat zich verbindt met de algemene culturele, architectonische, stedenbouwkundige, sociale en ecologische kwaliteit van steden en ten slotte met een blijvende optimale bereikbaarheid. Dit staat centraal in een strategie van ‘managed growth’ (voor een typering zie blz. 13 van het artikel).
Ook de
infrastructuur is een belangrijk hoofdthema bij de schaalvergroting. Een derde
en laatste hoofdthema is een omschakeling van uiteenlopende woon-, werk-,
bedrijfs-, en voorzieningenmilieus binnen de stadsgrenzen naar een nieuwe
segmentatie in uiteenlopende milieus in stadsregionaal en landsdeel verband.
In het
algemeen is de koppeling tussen het ruimtelijk inrichtingsbeleid en het beleid
ten aanzien van strategische dimensies van het stedelijke functioneren
(bijvoorbeeld economische ontwikkeling en sociale problematiek) een bron van
zorg en aanleiding voor het zoeken naar meer succesvolle vormen van
beleidsafstemming. Zie verder blz. 16 van het artikel voor een schema dat staat
voor een ideaaltypische ordening van de inzet van respectievelijk lokaal,
provinciaal en nationaal beleid ten aanzien van de steden en regio’s.
SLEUTELS VOOR
RUIMTELIJKE INRICHTING EN STADSONTWIKKELING
Een verkenning
van de uitdagingen en vereiste aanpassingen van stedenbouw, planologie en
aanverwante vakken, maar nu aansluitend bij ‘Perspectieven bij de
eeuwwisseling’.
Het eerste wat
nodig is, is schaalverkleining, aanpak op maat. Hiervoor is een
gedifferentiatie van opdrachtgevers nodig. De overheid moet samenwerken met
andere (particuliere) opdrachtgevers en dan via vraag en aanbod.
Stedenbouwkunde en planologie moeten zich aanpassen, hun domein differentieren.
Er ontstaat een situatie waarbij het opdrachtgeverscahp bij ruimtelijke inrichting
en stadsontwikkeling meer geschakeerd is en verbonden met een veelvoud van
organisaties en instellingen.
Ten tweede
zijn ook opgaven verbonden met schaalvergroting nodig, kijk maar naar het stuk
‘Perspectieven bij de eeuwwisseling’. In Nederland is het daarom nodig om net
als in Duitsland waar ‘städtebau’ (de met schaalvergroting verbonden
elementaire stedenbouw in gemeentelijk en intergemeentelijk verband) naast
‘raumordnung’ (de met schaalvergroting verbonden regionale planning op
uiteenlopende schaalniveaus) voorkomt, tot zo’n zelfde differentiatie te komen.
Er valt niet aan te ontkomen dat in de komende periode in ons kleine,
verstedelijkte en dichtbevolkte land een capaciteitsplanning in de plaats van
een te ver doorgeschoten nationale bestemmingsplanning moet komen. Die
capaciteitsplanning heeft als vertrekpunt dat bij schaarste qua grond of
gewilde locaties de markt in eerste instantie via het prijsmechanisme geregeld
is, waarbij de planning dient om fricties tussen uiteenlopende belangen en externe
kosten, in die markt te verrekenen (‘managed growth’).