Samenvatting van:
Nota Belvedere (samenvatting)
OCW, LNV, VROM en VW
1 Context en opgave
Culturele identiteit van de leefomgeving wordt politiek en individueel steeds meer gewaardeerd.
Cultuurhistorie, ruimtelijke planning, integraal ontwerpen en opdrachtgeverschap beter op elkaar moeten beter op elkaar afgestemd worden, zodat er meer zorg voor en benutting van cultuurhistorie is.
Doel van deze nota: een samenhangend rijksbeleid creëren, waarbij cultuurhistorie de ruimtelijke inrichting richting kan geven. Hierdoor ontstaat een kwaliteitsimpuls met maatschappelijke meerwaarde. Het accent ligt hierbij in het landelijk gebied. Men moet zorg voor bestaande waarden koppelen aan een ontwikkelingsgerichte aanpak vanuit de cultuurhistorie.
Veel wordt al ontwikkeld door provincies en gemeenten. Bij het Rijk is cultuurhistorie over verschillende departementen verdeeld, maar daar vindt steeds meer samenwerking plaats. Dit moet wel versterkt worden, ook door inzet van particulieren, die worden ondersteund door de overheid.
2 Visie en positionering
De kansen die er zijn om cultureel vermogen te benutten moeten worden besproken, en niet het contrast tussen ‘bestaand’ en ‘nieuw’. Er moeten dus creatieve, concrete en innovatieve oplossingen worden gezocht, waarbij integrale aanpak door de verschillende departementen gewenst is. Niet in het vastleggen of inperken ligt de waarde van het nieuwe beleid, maar in het ruimte bieden voor vernieuwing.
3 Behoud en vernieuwing
De concrete invulling van Nota Belvedere gebeurt door de 5e Nota. Daar ligt het zwaartepunt op de cultuurhistorische waardering voor toekomstig cultuurhistorisch beleid.
Instrument: Cultuurhistorische Waardenkaart (= Belvedere-kaart): kaart met cultureel meest waardevolle gebieden (Belvedere-gebieden). Gebaseerd op deskundige beoordelingen van rijk en provincies vanuit 3 invalshoeken, die onderling samenhangen:
Kansen voor cultuurhistorie:
Uitgangspunt is een zo veel mogelijk decentrale en particuliere uitvoering. Benaderingen:
4 Ruimtelijk beleid
Cultuurhistorische identiteit dient men te erkennen als kwaliteit en moet vooral worden benut in de Belvedere-gebieden. In deze gebieden moet instandhouding en ontwikkeling gecombineerd worden. Het rijk kiest hier geen thematische benadering, maar laat dat initiatief over aan anderen.
5 Kennisontwikkeling en samenwerking
Historisch besef en beschikbaarheid van kennis is, evenals brede en duurzame samenwerking, noodzakelijk voor de effectiviteit van de nota. Informatieoverdracht kan over enkele jaren al plaatsvinden, door o.a. verbeteren van vakonderwijs.
De cultuurhistorische werkvelden moeten onderling afgestemd worden. Stimulans hiervoor kan het opzetten van voorbeeldprojecten op lokaal niveau. Marktpartijen en maatschappelijke organisaties moeten bij het proces betrokken worden.
6 Het einde is het begin
Door betere onderlinge afstemming kunnen afzonderlijke departementen beter hun eigen doelstelling formuleren. Waar het proces uiteindelijk toe leidt, is nog niet geheel duidelijk.
7 Financiën
Het Rijk besteedt de bestaande sectorale middelen aan het Belvedere-beleid. Extra middelen lopen geleidelijk op van 11 naar 18 miljoen gulden.
Bijlage: Gebieden
Gebieden: beschreven als karakteristieken met fysieke dragers (omgevingsfactoren), waarbij belangrijke ontwikkelingen zijn aangegeven.
Beleidskansen: kunnen aanzet geven voor ontwikkeling van cultuurhistorische waarden.
Strategische beleidsopties: beleidsvoorstellen voor bepaald gebied.