3SGB2The;95Voogd;Daniël
Planning als intellectueel proces
Inleiding
Planvorming
is een proces dat onmogelijk volledig gesystematiseerd kan worden. De praktijk
van de ruimtelijke planning noopt tot een flexibele aanpak. Drie M’s staan
centraal in de planologie en geven in essentie antwoord op alle
denkinspanningen: Merites (wat is wezenlijk?), Mogelijkheden (welke opties zijn
beschikbaar?) en Middelen (hoe zijn de opties mogelijk te maken?). Ruimtelijke
planningsmethoden en –technieken, die in dit hoofdstuk besproken gaan worden,
zijn vooral nuttig voorafgaand aan diverse overleg- en onderhandelingsronden.
Tijdens onderhandelingen zijn ze alleen zinvol om standpunten nader te
onderbouwen of te ontzenuwen.
De
systeemtheorie
Het doel
van een intelectuele benadering van een vraagstuk, is het ontrafelen van
onderliggende structuren en relaties, om zo kennis te krijgen over het probleem
en mogelijke oplossingsrichtingen. Vanaf de jaren 50 is deze benadering onder
de naam systeemtheorie binnen bijna iedere tak van wetenschap bekend
geworden. Twee zaken springen in het oog:
-mogelijkheid
van de systeemtheorie om een structuur tussen elementen aan te geven en
-mogelijkheid
om een procesgang in kaart te brengen.
Afhankelijk
van de gewenste mate van detaillering kan een analyse op verschillende
systeemniveau’s uitgevoerd worden. Ieder systeem kent een systeemomgeving.
Wanneer deze omgeving invloed op het systeem kan uitoefenen spreken we van een
open systeem. Als de uitvoer van een systeem direct wordt teruggekoppeld naar
de invoer spreken we van een kringloopproces (fig 5-2). Tijdsverloop tussen
relaties binnen een systeem wordt relaxatietijd genoemd. De systeemtheorie is
zeer geschikt om processen te visualiseren. Deze theorie werd eind jaren 60 in
de Planologie veel gebruikt. De aandacht voor de systeemtheorie verminderde
eind jaren 70, wegens de onterechte koppeling aan de mathematische modelbouw,
die niet efficiënt bleek. Nu nog echter komt de systeemtheorie, zei het in
verkapte vorm, terug in tal van beleidsnetwerken. Voorbeeld planningsproces als
systeem op pagina 34, fig. 5-3.
Probleemanalyse
en probleemstelling
Een
planvormingsproces zal nooit begonnen worden zonder voorkennis van zaken.
Vooral in de beginfase kunnen over de aard en belangrijkheid van plannen en
projecten grote verschillen van mening bestaan. Pas als de relevante informatie
wordt verzameld en de problemen worden gedefinieerd, kan onenigheid en
onzekerheid worden bestreden. Er is een wisselwerking tussen het opstellen van
een probleemstelling en de probleemanalyse. Een globaal idee van een probleem
is vaak aanleiding voor een nadere analyse. Dit kan weer aanleiding zijn voor
aanscherpen van de probleemstelling.
Een
probleemanalyse kan men ook via formele methoden ondersteunen. Wanneer
bijvoorbeeld verschillende functies strijden om ruimte en een aantal functies
strijden met elkaar, kunnen de functies in een connectiviteitsmatrix aan elkaar
gekoppeld worden d.m.v. nullen en eentjes. Eentjes betekenen dat de functies
naast elkaar kunnen voorkomen, dit kan bij de nullen niet. Wanneer in deze
methode zoveel mogelijk eentjes geclusterd worden rondom de diagonaal (fig op
p37), ontstaat een duidelijk patroon van 2 clusters. Door uiteenrafeling van
het probleem d.m.v. zo’n methode, ontstaat goed zicht op de verschillende
relaties binnen het probleem.
Doelstellingen
Na de
probleembeschrijving wordt gezamenlijk (verschillende actoren) de doelstelling
geformuleerd. De hoe-vraag komt nu naar voren: de doelstelling moet passen bij
het perspectief van de groep , waarbij de middelen van diverse partijen een rol
spelen. Hierna worden mogelijke oplossingsrichtingen om tot de doelstellingen
te komen, aangegeven. Nu pas komen vragen m.b.t. het object van de ruimtelijke
planning aan de orde (hand out Zoete, 1e college).
Hieronder
volgen begrippen, die bij een doelstellingenformulering gebruikt worden:
Waarde, Hoofd-doelstelling, sub-doelstelling, taakstelling, criterium, norm,
doelvariabele, prioriteit, gewicht, streefwaarde, middel, instrument (zie voor
betekenis p 38-39). Deze begrippen variëren naar abstractieniveau: De
hoofddoelstelling is behoorlijk abstract (vb Iedereen moet zo goed mogelijk
kunnen wonen), terwijl een streefwaarde een concreet streefgetal weergeeft.
Bij het
opstellen van doelstellingen wordt onderscheid gemaakt tussen een deductieve en
een inductieve aanpak. Deductief: Naar aanleiding van algemene uitspraken over
een probleemveld, worden hoofddoelstellingen geformuleerd en vervolgens in een
aantal stappen uitgewerkt tot subdoelstellingen en criteria. Inductief: via
brainstorming worden eerst een groot aantal doelstellingen geformuleerd, waarna
pas een ordening plaatsvindt. Voorbeeld van een doelstellingenhiërarchie is te
vinden op pagina 40, fig. 5-6. Het gebruik van zo’n “doelstellingenboom” is reeds
eind jaren 70 uit de mode geraakt. De energie die het opstellen kostte, woog
niet op tegen het resultaat dat ermee bereikt kon worden. Het is niet mogelijk
om langs louter wetenschappelijke weg tot doelstellingenformuleringen te komen.
Slects via discussies in de (politieke)arena kunnen compromisoplossingen worden
bewerkstelligd. Er dienen politieke keuzes te worden gemaakt.
Toekomstverkenningen
Maatschappelijke
processen zijn de 21e eeuw in een stroomversnelling geraakt. Al deze
processen op nationaal en zelfs mondiaal niveau hebben grote gevolgen voor de
ontwikkelingen en ontwikkelingskansen van land, streek of stad. Bij
toekomstverkenningen moet niet alleen de situatie die op termijn (vb 10-20
jaar) kan worden aangetroffen, bekeken worden, ook de omstandigheden (interne
en externe ontwikkelingen en gevoerd beleid) die tot de toekomstige situatie
kunnen leiden, moeten bestudeerd worden. De grootste bron van onzekerheid is
dus de mens zelf. Menselijke beslissingen winnen door de technologische mogelijkheden
steeds meer aan kracht. Bij het maken van een trendanalyse wordt uitgegaan van
ongewijzigd overheidsbeleid en autonome ontwikkelingen die niet beïnvloed
worden. Als bepaalde problemen onvoldoende opgelost worden bij trendmatige
ontwikkeling, moeten alternatieve ontwikkelingen gestimuleerd worden.