Hoofdstuk 10.
Agricultural land use theory.
Space allocation and economic rent.
De interactie tussen
vier fenomenen is van belang bij het beantwoorden van de vragen: “Welk
landgebruik wordt waar gelocaliseerd?” en “Welk ruimtelijk patroon zal erbij
horen?”.
-
Landgebruikers.
-
Landeigenaren.
-
Het landgebruik.
-
Locaties in een allocative mechanism.
Een landgebruiker is
altijd opzoek naar een reward of benefit van zijn stuk grond. Om dit zo
optimaal mogelijk te houden moet hij een goede choice of products doen. Vervolgens een choice of technique, die verschillende kosten inhouden; movement costs, productions costs, en
eventuele oppurtunity costs.
Ø
Opportunity costs zijn de kosten van het bevredigen van een wil,
in termen van het opgeven van alternatieve activiteiten, in termen van vergane
mogelijkheden.
The law of diminishing returns:
marginal costs and marginal revenues.
Input van een
variabele productiefactor (arbeid) toegevoegd aan een beperkte vaste
productiefactor (grond, machines), zal op den duur een punt bereiken waarop de
marginale output van het product afneemt per eenheid input.
Ø
Marginale
productiviteit of output is de toevoeging aan de totale output toe te schrijven
aan de laatst gedane input.
Er zal niet meer van
de variabele productiefactor worden toegevoegd als het punt bereikt is waarbij
the marginal costs of labor equals the marginal revenu produced.
Omdat er maar een
beperkte grond is die ook nog van plek tot plek verschilt, en de landgebruikers
optimale winst willen behalen, zal er competitie bestaan om de verschillende
percelen door de verschillende gebruikers.
·
Het verschil
tussen het potentieel te verdienen inkomen van een specifiek perceel en een
ander inferieur landeenheid noemen we de land
rent (Ricardo); het is in feite
een maatstaf voor het relatieve voordeel.
Land rent wordt gedefinieerd als de surplus van netto
inkomen aangroeiend aan een landeenheid over de oogst van de slechtste eenheid
in cultivatie.
·
Contract rent is een periodieke betaling voor het gebruik van een duurzaam item,
waarvan iemand anders de eigenaar is.
The creation of land rent according to Ricardo’s ideas.
Land rent is een type economic rent:
een surplus betaling aan een eenheid van een productiefactor (land, arbeid,
kapitaal) bovenop het bedrag nodig om het huidige beroep uit te blijven voeren.
Uiteindelijk reflecteerd het niveau van de land
rent in de grondwaarden, en bepaalt wat de gebruiker voor het land betaald
en wat het grondgebruik zal zijn.
Door physical limits kan er op sommige
plekken wel een bepaalde crop verbouwd
worden en op andere plaatsen niet. En naarmate je van de beste percelen weggaat
zullen de productiekosten stijgen, omdat kapitaal en arbeid het zelfde blijft,
en je land slechter. Let op het belang van economic
limits van productie.
De relaties tussen
huurbetalingen, grondwaarden en land rent
bieden een efficiency check op de toewijzing van grondgebruik aan locaties. In
het proces van bieden zal het landgebruik dat hoge opbrengst/huur heeft,
toegewezen worden aan locaties met hoge huurbetalingen en verwachte hoge
grondwaarden, enzovoorts. Elke eenheid land wordt dus gewijd aan gebruik dat de
hoogste opbrengst voor dat perceel kan opbrengen. Als de gebruiker/eigenaar het
perceel niet gebruikt met de intensiteit van grondgebruik met de hoogst mogelijke
‘rent’ heeft hij oppurtunity costs;
hij besteeld zichzelf.
Ricardo baseerde zijn
ideen op verschil in vruchtbaarheid en andere fysische kwaliteiten.
From land rent to location rent:
Von Thünen’s model.
Von Thünen benadrukt
het belang van afstand, in het creeeren van verschillen in rent, en het vormen
van bepaalde landgebruikpatronen. Op individueel niveau onderzocht hij de
invloed van input movement costs, en
op marktniveau de marketing costs.
The role of input movement costs:
land use on the individuel farm.
We zien vaak bij een
enkele boerderij dat er een distinct patroon bestaat, waarbij er een bepaald
aantal percentages van een bepaalde crop verbouwd wordt op varieerende
afstanden.
Er zijn twee manieren
waarop de aanpassing aan afstand plaatsvindt, beide gerelateerd aan labor
input:
1. Dezelfde producten worden minder intensief
verbouwd.
2. Een substitutit van producten naar degene die
minder arbeid vragen.
De totale tijd
benodigd om een perceel te cultiveren neemt toe met de afstand, immers de
reistijd van de arbeiders komt erbij. De opbrengst van zijn laaste werkuur moet
dus groter zijn op het verder weg liggende perceel, om te kunnen compenseren
voor de reistijd. Resultaat is een lagere intensiteit van cultivatie op de
verdere percelen (‘dimishing returns’). Een boer kan natuurlijk ook de
arbeidsintensieve crops dichtbij plaatsen en de arbeidsextensievere crops
verder weg.
The role of marketing costs:
location rent and the single crop case.
Von Thünen gaat ervan
uit dat variaties in rent niet alleen
ontstaan door site characteristics,
maar ook door situational characteristics.
Von Thünen verandert aan Ricardo dat de transport kosten naar de markt de
bodemvruchtbaarheid vervangen in het bepalen van de economische marge van
productie, en zo wordt land rent,
location rent.
Ø
Location rent wordt gedefinieerd als de surplus van netto inkomen toegewezen aan een
eenheid land over de oogst van de eenheid land in cultivatie het verste weg.
Von Thünen gaat uit van een paar vooronderstellingen:
1. Een geisoleerde staat, met een stad als centrum
van het landbouwgebied.
2. De stad is de enige marktplaats, en het
landbouwgebied is de enige leverancier. En alles voor iedereen voor dezelfde
plaats.
3. Een uniform gebied tov. fysische
omstandigheden, productie kosten, en transportatie.
4. Alle boeren zijn ‘economic men’.
5. Er is maar een soort vervoermiddel.
6. De transportkosten betaald door de boer zijn
proportioneel aan de afstand.
Het model kan een
verklaring geven voor de ruimntelijke verschillen in intensiteit voor een
bepaalde crop, net als voor complete landgebruik systemen. Beide beleiven
geconcentreerde cirkels van landbouwproductie en boederijtype.
The single crop case.
Uitgaande van deze
vooronderstellingen, kan er gesteld worden dat de netto winst voor een bepaalde
crop hoger is voor boeren dichter bij de markt. Dit verschil is de location rent, die een curve of rent gradient neerwaarts vertoont met
een toenemende afstand.
Location rent as a distance
function.
Dunn formuleerde von Thünen’s model als een afstandsfunctie die landgebruik
relateerd aan de location rent.
De grondwaarden van
percelen dichterbij de markt zullen door het bieden van de boeren toenemen, tot
de bid rent gelijk is aan de location rent. De location rent gradient kan dus ook gezien worden als de bid rent curve. Er is wel een ceiling rent voor het land dichtbij de
markt.
Voor een boer is zijn
netto opbrengst het verschil tussen zijn revenu ontvangen voor een crop, en de
productiekosten en transport. Bij de single crop situatie moet er voor maximum
opbrengst, verbouwt worden op different
levels of intensity. Let in deze situatie ook op de law of diminishing returns.
Er kan ook naar een
maximum opbrengst gestreefd worden door valorisatie,
dat is het converteren van handelsartikelen in goederen die een hogere waarde
hebben, en/of minder in volume of gewicht waardoor ze gemakkelijker en
goedkoper getransporteerd kunnen worden.
Op deze manier kan er een duidelijke internal product diiferentiation binnen
dezelfde grondgebruikzone zichtbaar worden.
Bijv: Case studies of internal product
differentiation: the Scandinavian forests and the American Dairy Belt.
The role of marketing costs: the
multicrop case and the dynamics of rent gradients.
In deze versie van von
Thünen’s model wordt grond toegewezen volgens het hoogste gebruik (van de
hoogste bieder) en het beste gebruik (beste voordeel halen uit een perceel.
Elke crop combinatie
of cultivatiesysteem zal een verschillende locational rent curve hebben. De
hoogte (de marktwaarde van de location rent) hangt af van het verschil tussen
de marktprijs van het product en de productiekosten; de breedte (tarief waarmee
de waarde van de location rent afneemt met de afstand), hangt af van de
transportatie kenmerken van het product.
Het hoogste niveau van
netto inkomen zal bereikt worden bij een combinatie van crops gecultiveerd op
verschillende afstanden van de markt. De profit
zone van de twee activiteiten is groter dan hun production zone.
The highest and the best use of
land.
De grondwaarde is de
marktwaarde van de grond bij het beste en hoogste grondgebruik; Market capitalization.
Langzamerhand laat von
Thünen ook andere variabelen dan afstand deelnemen aan zijn model; fysische
factoren, rivieren, andere transportwegen, een tweede centrum, etc.
Dynamics of pattern.
In een werkelijke
situatie moeten boeren natuurlijk constant hun landgebruik evalueren en
aanpassen op een immer veranderende markt. Bij toenemende marktprijzen voor de
gecultiveerde producten, neemt de locational rent toe; en vervolgens zullen de
marges van productie van een bepaalde crop verder van het centrum afschuiven.
Ook kan de cultivatie geintensiveerd worden om zo de hogere huurprijzen van de
grond te betalen, geresulteerd van de toename in location rent.
Conclusie: expansie van te cultiveren land is sterk
afhankelijk van een afname in transportkosten en een toename in de
productmarktprijzen.
Some
qualifications.
Het ultieme
landgebruikpatroon zal niet de optimale zijn in het perspectief van maximizing
location rent. Wegens onzekerheden zal de boer proberen zijn risiko’s spreiden,
door zich op verschillende vormen van landgebruik te concentreren, met het
argument dat niet alle landbouwartikelen door dezelfde onvoorspelbare
gebeurtenis, klimaat- of marktsverandering beinvloed worden.
Vreemd is dat von Thünen
geen aandacht besteedde aan de transportkosten van input van stad naar boederij
(behalve mest), bij het creeeren van landgebruikpatronen. Er zijn nu inmiddels
ok vele andere snellere vervoermiddelen die de patronen dramatisch hebben
veranderd. Zodoende wordt er nu minder gelet op locatie bij crop-keuze, maar
meer op fysische factoren, en andere site factors. De functie van von Thünen’s
stad is veranderd, stad is bijvoorbeeld gegroeit. Meer kleinere markten. Bij de
multicrop-case is er met toenemende afstand niet noodzakelijk een afnemende
intensiteit, let op de bossen en melkkoeien bij het centrum; het gaat om een
‘outbid’ van ander landgebruik.
Bedrijfsgrootte en
arbeidsaanbod maken het niet altijd mogelijk om als boer op het kompas van de
location rent mee te varen. Het centrale principe dat afstand tussen het
productiegebied en de markt, bijdraagt aan de verklaring van mogelijkheden in
landgebruik van dat gebied via von Thünen’s toewijzingsmechanisme geld nog
steeds. Het moet echter gezien worden aan een factor, ipv. De.
Deviations.
Informationfactors: frayed margins of
transference.
Een boer is nooit de
‘economic man’ zoals von Thünen ervan uitging. Om het niet-optimale beslissen
van boeren te begrijpen ontwikkelde Pred
zijn behavioral matrix, op de
horizontale as de mogelijkheid informatie te begrijpen, en op de verticale as
de kwantiteit en kwaliteit van de informatie. Zo kunnen boeren in en op
dezelfde positie een ander landgebruikpatroon vertonen. Helaas is het moeilijk
deze matrix toe te passen, de variabelen zijn niet onafhankelijk van elkaar, en
het ruimtelijke beslissingsproces is dynamisch. Tegenwoordig door de overvloed
aan kennis gaat het ruimtelijke patroon van de landbouw steeds meer lijken op
het theoretisch ideale.
Information and agglomeration: the development
of agricultural clusters.