Samenvatting Short hs 9

Karakteristieken

Veranderingen

Van invloed op de huizenvoorraad zijn sloop, nieuwbouw en de mate van onderhoud. De staat van de huizenmarkt zegt iets over de vitaliteit van de stad. Tegenwoordig hebben mensen meer eisen aan een woning dan vroeger, ze hebben hier uiteraard ook geld voor. Het aantal, voor onze eisen, onbewoonbare woningen is deze eeuw steeds verder afgenomen (GB: 1951: 10 miljoen, 1976: 2,2 miljoen).

Sloop vind plaats als dit goedkoper is dan onderhoud van een woning. Dit kan leiden tot hele degradatie van wijken. Als er één woning gesloopt wordt zal de buurman hier ook sneller toe overgaan, enz enz (VS) Georganiseerde sloop vind eigenlijk altijd plaats onder leiding van de staat (Parijs). Bij sloop komen er altijd duurdere woningen voor terug, anders is het niet te betalen. De armere zijn dus altijd de lul.

Modellen

Burgess-model: 20ste eeuw, veel urbanisatie.

Mensen gaan eerst naar de goedkoopste woningen, in het centrum. Hoe meer geld, hoe verder hier vanaf, om uiteindelijk in de suburbs te belanden. Kwaliteit van de woning direct verbonden met inkomen.

Hoyt.

Grote overeenkomsten met Burgess, o.a. het verband huiskwaliteit – inkomen. Hoyt onderscheid echter meer sectorale verspreiding dan zonaal.

Rent-gap theorie

Gentrification, terugkeer van rijken in het centrum, verdringen lage inkomens daar.

Rent-gap theorie: Goed geïnvesteerd buiten de stad, terwijl in de stad het eigenlijk veel rendabeler is. à creëert nieuwe mogelijkheden

De huizenmarkt

De huizenmarkt word bepaald door 3 van elkaar afhankelijke elementen: produktie, aanvoer en vraag. In Figuur 9.7 (blz 185) worden 4 mogelijke manieren van Produktie onderscheiden:

A) Self-produced housing: Zelf-produceren

B) Indivdual contract production: Laten bouwen, zelf land en geld inbrengen

C) Institutional contract production: andere bouwen, andere brengen geld en land in, Jij kan het huren.

D) Speculative production: Ontwikkelaar en bouwer is één en dezelfde persoon (bij vorige niet) Jij kan het weer huren

De Aanvoer

Dit kan je beschrijven als de manier waarop huizen verkregen kunnen worden, nl. In de Private of publieke sector. De Private sector kan worden onderverdeeld in huur of koop.

Private Renting: hierbij zijn de armsten én de rijksten bij betrokken. Een probleem ontstaat omdat de verhuurder zoveel mogelijk huur wil kunnen vragen en zo min mogelijk kosten wil hebben in de vorm van onderhoud, terwijl dit voor de huurder andersom geldt.

Owner Occupation: kopen is tegenwoordig gebruikelijker dan huren. Is ook sterk gestimuleerd dor de meeste overheden. Hierdoor werden ook banken belangrijk op de huizenmarkt. Redlining is het door de bank geen geld lenen aan mensen in een bepaald gebied, kopers zijn dus afhankelijk van de bank.

Public Housing: De staat bouwt (grootschalig) huizen en verhuurd deze. Is het resultaat van een falende marktwerking. In de VS maar 8%, in Europa veel meer aanwezig.

De Vraag

De vraag naar woningen is gelijk aan de behoefte. Iedereen wil wel een huis, maar sommige hebben daar gewoon geen geld voor. De vraag naar woningen hangt af van inkomen (hoe meer inkomen hoe beter de woning en ook de keuze huur of koop veranderd bij veranderd inkomen), de levensfase (zie tabel 9.1, blz 195) en de etniciteit (kan ook bepalend zijn waar je wil wonen omdat verschillende groepen de neiging hebben te clusteren). Dit laatste komt in de VS in sommige gevallen erg naar voren in segregatie tussen zwart en blank.

De consumptie van woningen.

Woningen zijn heel belangrijk in ons leven. Aspecten als de wereld ontdekken, veiligheid, privé, familie, gemeenschap enz hebben er allemaal mee te maken. Ons sociale leven wordt er mede door bepaald, een groot deel van ons leven speelt zich er af. Wat we daar doen (ook via de TV bijvoorbeeld) bepaald hoe we er buiten zijn.

De woon(wijken) Mozaïek

Zie figuur 9.8 op blz. 199. De ruimtelijke indeling van de stad wordt bepaald door de ontwikkelingsfase, verschillende etnische groepen en het inkomen. Hierdoor ontstaat een (soms zeer) gedifferentieerd indeling van de stad in bepaalde wijken. Dit is niet statisch: de ene wijk ‘klimt omhoog’ in waardering, terwijl de ander daalt, de grenzen van (etnische) wijken verschuiven en het kan gebeuren dat bijvoorbeeld één persoonshuishoudens zowel in de suburbs als in het centrum wonen. Dit laatste verstoort de cirkelvormige verdeling.

Wijktypologieën

Hoe groter de stad, hoe meer verschillende wijken. Volgens Knox en Weiss:

Volgens Marcuse:

Zoals al meerdere keren gezged Zegt het gebied waar je woont veel over wie je bent, hoe je sociale leven eruit ziet. Je kan meer of minder hier aan gebonden zijn. Wijken zijn ook zo ingericht. Opgroeiende kinderen vragen andere voorzieningen dan Yuppen-wijken.

 

 

Hosted by www.Geocities.ws

1