MONUMENTEN, RESTEN, HERINNERINGEN – B. Verschaffel – blz. 61 t/m 65.

Het monument steld een teken, het maakt aanspraak op geldigheid, het dwingt een herinnering af. In het monument ligt de referentie aan wat publiek besloten is; het wil de betekenis ervan vereeuwigen. Hiermee creeërt en definieert het monument een kader. De ‘eis naar een vorm van samenleven’, die de collectieve waarde van het monument fundeert op wat het betekent, verliest echter zijn dwingende karakter. Het ‘publieke’ heeft een gedaantewisseling ondergaan. Het publieke fungeert primair niet meer als kader en achtergrond, het bestaat als voorgrond, als actualiteit, als gebeurtenissen die het heden vullen. Doordat de publieke tijd versnelt, informeel en spectaculair wordt, worden de resten van de monumenten ‘erfgoed’.

Er zijn toch nog argumenten pro monumenten; de intrinsieke esthetische of architecturale kwaliteit, het archeologisch of historisch of kunsthistorisch belang, het (toeristische) economische belang en de monumentenzorg als bouwactiviteit. Hiernaast worden de negatieve ontwikkelingen aangevuld en gesteund en in balans gehouden door een ongereflecteerde weerstand tegen het afbreken van de mens, een wil tot behoud; de maatschappelijke ‘goodwill’. De landschappen, straten en huizen (monumenten) dragen niet alleen het ‘collectieve’ geheugen’, ze zijn de bewaarplaats van en ze verzekeren de toegang tot het individuele geheugen. En de individuele geheugens hebben allemaal een gelijk belang; het bewaren van plaatsen.

Hosted by www.Geocities.ws

1