Samenvatting CPB BLM terreinverkenning

De samenvatting die in de bundel staat is al vrij goed, lees deze dus ook aandachtig. Houd verder bij deze samenvatting constant de bundel ernaast, detail ontbreken volledig. Samenvatting geeft grote lijn, dat leert namelijk makkelijker

Hoofdstuk 2: methodologie

De basis van de monitoring is een groot aantal databestanden. Extern onderzoek + analyse is gericht op locatiefactoren

Er zijn verschillende ramingmethoden voor de vraag naar bedrijfsterreinen.

  1. Niet causale benadering: statistische voorspelmethode.
    1. Uitgiftemethode, extrapolatie van historische uitgifte
      voordeel: makkelijk toepasbaar, beperkte databehoefte
      nadeel: goede historische uitgifte data noodzakelijk
      bruikbaar: als de uitgifte trendmatig verloopt en er weinig inzicht in causale verbanden is.
  2. causale benaderingswijze, waarbinnen twee verschillende invalshoeken:
    1. Op macro- of sectoraal niveau, verklaard of voorspelt bepaalde samenhangen op een geaggregeerd niveau.
      Top-down benadering, er wordt een verband gelegd tussen de ruimtevraag van bedrijven (macro) of bedrijfstakken (meso) en verklarende variabelen zoals prod. En werkgelegenheid.
    2. Gericht op specifieke sectoren of bedrijfslocaties, niveau van de vestiging is het niveau van analyse (micro).
      Meenemen bedrijfsdemografische ontwikkelingen
      bottom-up informatie kan worden ingebracht à in beeld brengen specifieke ontwikkelingen in bep. Sectoren op specifieke locaties
      voor beide methoden zie voorbeeld pag. 88 (25 BLM)
  3. De BLM methode
    elke methode heeft voor en nadelen, weging hangt af van het doel van het onderzoek. Het model moet, voor de BLM, de mogelijkheid bieden de causale inzichten te kunnen absorberen, dus een niet-causale methode is niet geschikt voor de BLM.
    Terreincoëfficiëntenmethode voldoet aan de doelstellingen van de BLM. In deze methode kunnen verschillende verklarende factoren gebruikt worden bij het aanleggen van causale verbanden. Er zijn goede gronden voor de terreincoëfficiëntenmethode van de BLM.
    De stappen van de terreincoëfficiëntenmethode. (zie fig. 2.2)
    1. Verkenning van de nationale economische ontwikkeling, door het CPB, buiten het BLM-kader. Dit is het vertrekpunt voor de BLM.
    2. Vertaling van de nationale economie naar de regionale, gebeurt op bedrijfstak niveau, meestal op basis van werkgelegenheid.
    3. Door het gebruik van locatietype-voorkeuren wordt een verdeling van de werkgelegenheid over de verschillende locatietypen (kwaliteiten) terreinen bepaald.
    4. Verdeling van de onderverdeelde regionale werkgelegenheid naar de ruimtevraag naar bedrijfslocaties, op basis van terreincoëfficiënten, geven de verhouding tussen terreinvraag en werkgelegenheid per bedrijfstak.
    5. Een confrontatie van de voorziene ruimtevraag met het aanbod. Brengt eventuele ruimtelijke knelpunten of planningsopgaven in beeld.

Achter deze eenvoudige stappen gaan ingewikkelde methodologische kwesties schuil.

Beschikbaarheid van gegevens.

Voor het BLM belangrijke databestanden, LISA en IBIS zijn gekoppeld

In IBIS wordt de jaarlijkse terreinuitgifte voor een aantal locatietypen geregistreerd.

In LISA wordt de jaarlijkse regionale werkgelegenheid ontwikkeling op vestigingsniveau geregistreerd.

Naast deze bronnen ook nog bronnen die als check dienst kunnen doen.

Hoofdstuk 6: omgaan met onzekerheid

Drie typen onzekerheid:

  1. Onzekerheid van de determinanten van de BLM methode.
    1. Drie verschillende scenario’s ontwikkeld voor de economische ontwikkeling.
  2. Onzekerheid rond de parameters.
    Een aantal parameters blijkt van belang.
    1. De ruimtelijke effecten (shifts)
    2. Onttrekkingen bleken belangrijk te zijn voor de omvang van het toekomstige ruimteaanbod.

    Bij een korte voorspel termijn zijn de onzekerheden kleiner dan bij een lange voorspel termijn.

  3. Onzekerheid over de modelspecificatie.

Onzekerheid van de econ. Omgeving. (eerste categorie)

Economische ontwikkeling is een belangrijke determinant van de regionale werkgelegenheidsgroei. Voor de economische ontwikkeling zijn de technologische-, sociaal-culturele-, en demografische ontwikkelingen van belang. Veranderingen is deze factoren beïnvloeden de economische ontwikkeling en daarmee de ruimtevraag van bedrijven.

Onzekerheid over de parameters (tweede categorie)

De shift-share methodiek voorspeld een regionale werkgelegenheid uit de sectorstructuur (share) en een ruimtelijk effect (shift). De shifts zouden idealiter verklaard worden uit de regionale vestigingscondities. Het vestigingsklimaat veranderd geleidelijk. Naast desaggregatie per regio wordt ook gekeken naar de omvang van historische shifts op een lager niveau. De totale uitkomsten van de werkgelegenheid zijn afhankelijk van de ingezette ruimtelijke effecten. Hoe gevoelig zijn nu de uitkomsten voor de regionale werkgelegenheid voor de ruimtelijke effecten. De sectorstructuur is de belangrijkste determinant van de groei in het EC scenario. De verdeling van de werkzame personen over de onderscheiden locatietypen is een andere belangrijke schakel in de BLM methode. Locatietype voorkeuren van de bedrijfstakken kunnen veranderen door verschillende trends. Daarnaast kunnen trends binnen bedrijfstakken leidem tot een grotere behoefte aan kantoorlocaties. In de scenario’s is de dynamiek van de locatietypen voorkeuren bepaald met behulp van een enquete onder recentelijk verhuisde bedrijven.

De veranderingen van de locatie-type voorkeur bij de zakelijke diensten kan belangrijke consequenties hebben voor de vraag naar bedrijfslocaties.

Terreincoëfficiënt

Er bestaat onzekerheid over het huidige niveau alsmede de toekomstige veranderingen in het ruimtegebruik per werknemer. Ook verschil tussen provincies. Naast de omvang is ook de dynamiek van het ruimtegebruik per werknemer onzeker. Invloeden van:

  1. arbeidsproductiviteitstijging
  2. technologische ontwikkelingen
  3. sociaal-culturele factoren
    1. telewerken
    2. deling van werkplekken

ruimte-aanbod; plannen en ontrekkingspercentages.

Voor het roekomstig ruimteaanbod twee typen onzekerheid:

  1. plannen voor nieuwe berdrijfsterreinen
    1. zachte plannen: worden niet meegeteld
    2. harde plannen: vrij grote zekereheid
      hardheid van de plannen bijna niet in te schatten.
  2. veroudering van de voorraad en herbestemming: ontrekkingspercentage.
    zeer onzeker

Modelonzekerheid

In hoeverre kan de methode het verband tussen economische groei en ruimtevraag verklaren?

Voor beoordeling aantal factoren van belang:

  1. empirische toetsing van de methode
    1. verklaring van het uitgegeven terrein in 1995
    2. stimuleren van de gerealiseerde ontwikkeling van de uitgifte (backcasting)
  2. in hoeverre verhouden voorspellingen van de methodiek zich goed tot andere informatie over de toekomst.
  3. theoretische plausibiliteit van de verbanden

Hoofdstuk 7: conclusies en vooruitblik

De BLM aanpak lijkt plausibele bandbreedtes op te leveren voor de vraag naar bedrijfslocaties op een geaggregeerd niveau.

Met de BLM aanpak is een aantal belangrijke stappen voorwaarts gezet ter verbetering van de in het verleden gehanteerde aanpak. Fundamentele verbetering is het gebruik van terreincoëfficiënten

Er is een aantal belangrijke aandachtspunten ter verbetering van de gehanteerde methodiek.

Veranderingen in de shifts:

  1. desaggregatie bedrijftakindeling
  2. causale variabelen voor de ruimtelijke effecten introduceren
  3. samenhangen in regionale bedrijfstakontwikkelingen in beeld brengen

van economie naar ruimtevraag:

Twee belangrijke aandachtspunten:

  1. versterken empirische basis terreincoëfficiënten
  2. vergroten kennis rond locatietype-voorkeueren

confrontatie met het ruimteaanbod:

Twee belangrijke punten:

  1. specificatie en empirische basis van ontrekkingen aan het aanbod
  2. de effecten van regionale ruimtetekorten.
Hosted by www.Geocities.ws

1