Nieuwe wegen in Leidsche
Rijn (LR).
Inleiding.
Thema is mobiliteit binnen
VINEX- locaties. Verkeersproblematiek. Nieuwe beleidsmaatregelen. Lange files
brengen economische schade en milieubelasting. VINEX-concept + ABC-beleid, een
bijdrage aan vermindering groei automobiliteit.
Bouw tegen grote steden aan, in hoge bebouwingsdichtheden. Hoogwaardig
Openbaar Vervoer (HOV) drager.
Gebruik fiets en OV stimuleren.
* stapsgewijze ontwikkelingen van het beleid
Masterplan - Ontwikkelingsvisie - Structuurschets - actualisatie
Ontwikkelingsvisie.
* vertraagde infrastructurele projecten - met de consequenties die dit
meebrengt voor mobiliteitsontwikkeling. Kijken naar enigszins vergelijkbare
locaties à Zoetermeer en wijk
Prinsenland in Rotterdam.
1e. Prinsenland. Via enquête beeld mobiliteitsgedrag.
Vervoerswijzekeuze; 2e auto+afstand woningàHOV.
2e. Zoetermeer gelijke omvang, oriëntatie op moederstad
+ goed OV.
HOV later dan bewoners. Autogewenning voorkomen à pionierskaart = Vervoersexperiment. Afstemmen fasering van de
ontwikkeling van de bouw en de infrastructuur. Bewonersvervoer en bouwverkeer
acceptabel tegelijkertijd in de wijk.
Masterplan.
Vinex - uitgangspunten vertaald naar situatie in Leidsche Rijn.
* Compactheid bebouwingsdichtheid
beperkt groei automobiliteit.
* Duurzaamheid goed,
milieuvriendelijk vervoerwijzekeuze
* Identiteit heeft betrekking op vormgeving.
HOOFDDOELSTELLING Leidsche
Rijn - Woningbehoefte regio Utrecht (20.000à 2005:10.000à 2005-2015). Utrecht 20.000 en De Meern 10.000.
Kantoren- en
bedrijventerreinen. 41.000 arbeidsplaatsen. Leidse Rijn ligt gunstig.
Voorzieningenstructuur hiërarchisch
principe. Stadsdeelcentrum met 4 wijkverzorgend.
Kindercluster - scholen, opvang,
vrije tijd en speelvoorzieningen. ) Uitgangspunt bij voorziening
Zorgcluster -
gezondheidscentrum + commerciële voorzieningen. ) en à korte afstanden,
lopen.
Vleuten De Meern, Hoofdwinkelcentrum
met commerciële en niet-commerciële voorzieningen.
Wijk Veldhuizen, Buurt verzorgend
centrum
Bestaande centra zijn lokaalverzorgend. Vlg. eisen van 4e
nota Extra. Integrale visie - samenhang tussen wonen, werken, voorz.&
milieu +ov en autobereikbaarheid.
1.2 Ontwikkelingsvisie &
Structuurschets.
Masterplan nader uitgewerkt in Ontw.visie en Structuurschets.
Programmatische en Stedenbouwkundige randvoorwaarden en kwalitatieve eisen -- woningbouw, voorzieningen,
werkgelegenheid, milieu en verkeer.
Wijzigingen.
Met stedenbouwk. karakter - op detailniveau. Kantooroppervlak naar
50.000 m2. Compacter + voorziet in behoefte kleinschalige kantoorfunctie.
Soc. Woningbouw huur van 10 naar 15%. Soc. Woningbouw koop -5%.
Infrastructuur A2 verplaatsing
minder ingrijpend. Overkapping niet haalbaar i.v.m. route gevaarlijke stoffen -
extra doelgroepenstrook gaf extra kosten en extra ruimtebeslag.
Vleuten-de Meern. Geen wijzigingen. Eis dorpsidentiteit waarborgen.
1.3 Actualisatie
ontwikkelingsvisie 1999.
Tussenrapportage 1997. Definitieve 1999. Geeft aanvullingen op ontw.
Visie + aanpassingen in overweging te nemen n.a.v. deelplannen.
Infrastructureel hebben betrekking op A2. Wordt 2x2 baans. Zie A12
Utrecht-Nieuwegein. Naderen Utrecht, kiezen doorgaand of 2 afslagen 2x2, lopen
parallel naar Utrecht en LR . Reden is 3 aansluitingen waarborg van
doorstroming achterland met 2x3 banen van A2.
Interne ontsluitingsweg = stadsweg. // aan A2 ten oosten van LR.
Stedenbouwkung gevolg voor Hooggelegen. Minder woningen.
HOV vertraging realisering. Aanleg twee bruggen over A.Rijnkanaal
later. Tijdelijke maatregelen zullen
langer aanhouden.
Gebouwde parkeervoorzieningen in deelplanontwikkeling. Afweging van
beperking automobiliteit tegen omvang autobezit. Parkeernorm per deelplan.
Ontwikkelingsvisie 1.2 pp per woning.
In actualisatie ontwikkelingsvisie blijkt rijksprojecten vertraagd
gerealiseerd. Spoorverdubbeling, verleggen en verbreden A2 en HOV. Ernstig
gevolg voor bereikbaarheid en mobiliteitsgedrag.
Hoofdinfrastructuur.
2.1
Mobiliteitsdoelstellingen uit Masterplan.Reductie automobiliteit
staat centraal Kwantitatieve doelstellingen in Masterplan geformuleerd. = rem
op de groei. Stedelijk gebied met OV en fiets als substantieel deel van de
verplaatsingen voor lokaal en regionaal. OV van en naar LR 20% naar Utrecht
50%. Autokilometers groei hooguit 1986-2010 10%. Gemiddelde autobezetting neemt
in regio Utrecht 1986-2010 toe van 1.5 naar 1.6. Zie prognosetabel 1.1 p.195.
Tweede en derde doelstelling m.b.t. beperking autoverkeer niet meer
terug te vinden! Uit 2e SVV. Prognoses waren te ambitieus. DAAROM:
Doelstelling moet - ambitieus, haalbaar en meetbaar en beïnvloedbaar zijn
vanuit ontwikkeling LR.
1e doelstelling OV (geen Fietsdoelstelling!) getoetst met
verkeers en vervoerprognose Goudappel. Haalbaar!
3 typen maatregelen
beschikbaar
* Planologische maatregel - 1e
= ligging tegen stad aan. Korte verplaatsingsafstanden. 2e =
Compacte bouwvorm. Korte afstanden stimuleren tot groter ov-gebruik.
* Maatregelen voor bevorderen
ov. Verkorten van reistijd met HOV en Randstadspoor t.o.v. auto, (Randstadspoor
op verdubbelde spoorlijn en frequente treindienst). HOV met vrije busbanen, hoge snelheden, hoge frequenties,
betrouwbaarheid en directe verbindingen. Autoverkeer zal moeten omrijden.
* Fysieke maatregelen. Hebben
een ontmoedigingskarakter. T.o.v. landelijke infrastructuur hoge congestiekans
en minder direct ontsluiten. Bij wonen parkeren op enige afstand. IN directe
invloedssfeer van HOVhalte en/of fietsvoorzieningen de autowegen minder direct
ontsluiten. Parkeernorm 1.2 per woning. Voor fiets woonwijk optimaal
ontsluiten.
2.2 Openbaar vervoer.
Drie hoofdnetwerken voor infrastructuur - ov, fietspaden en autowegen.
Identiteit waarborgen via eigen uitwerking van Vleute-de-Meern en Utrecht.
Uitondering is hoofdinfrastructuur door gebiedsoverstijgend karakter.
Randstadspoor drager van ov-netwerk. Spoorverdubbeling biedt ruimte
voor extra treinen en twee stations.
Lightrail treinen met hoge frequentie 8 treinen per uur. Leidsche Rijn Centrum
krijgt interregiostatus. Snelle verbinding met Den Haag, Schiphol, R’dam e.v.
Zonder interregiostatus meer overstapbewegingen dus minder passagiers. Twee
HOV-lijnen langs stadsdeelcentrum, wordt vervoerknooppunt. Snelheid door
gestrekte lijnvoering en vrij liggende rijbanen.
Stedenbouwkundig plan genereert voldoende draagkracht, kantoren en
voorzieningen binnen straal =300m. (in Utrechtse deel).
LR in 2015 3 HOV-lijnen: voor route zie kaart en tekst p.196.
Noordelijke radiaal (Als eerste in ontwikkeling).
Zuidelijke radiaal en Tangent met eindpunt Houten.
In directe omgeving wordt woningdichtheid het hoogst + diverse
voorzieningen en werkgelegenheid vestigen. Optimaal voor ov en voortransport
fiets.
2.3 Autowegen.
Gebiedsoverstijgend karakter van infrastructuur voor autowegen in beide
gebieden. Aangepast aan stedenbouwkundige eigenschappen. In Utrecht dichte bebouwing direct langs de
weg. In Vleuten stadsas met aan parallelweg aangrenzende bebouwing. Drie
soorten wegen.
1 Stroomwegen - 2 Stedelijke
ontsluitingswegen - 3 Buurtwegen.
Ad 1. Op 3 punten aansluting
met Rijksweg + regioweg parllel aan A2. Max. snelheid 70 km. capaciteit 25000
vrtg. Per dag.
Ad 2. Twee stadsassen lopen van oost naar west, sluiten aan op
regioweg. 2x1 rijstrook. Max. snelheid 50 km. Cap. Tussen 7.500 en 15.000 p.
dag.
Ad 3. Capacitiet 4.000 vrtg. Per dag. Max. snelheid 30 km.Elke 400 mtr.
Aangesloten op stadsassen met T- kruisingen. + Rechtsaffen met halve aansl.
Verbindingen met stad met bestaande en nieuwe wegen. Aansluiting op A12
wijk Velthuizen mogelijk niet i.v.m. met congestie. RWS meent dat er voldoende
aansluitingen zijn. Meningsverschil tussen Utrecht, Vleuten en RWS. Uitstekende
ligging bij rijkswegen en verkeersluwe karakter van de wijk.
Hoofdontsluitingen en stadsassen liggen vast. Buurtwegen zijn
facultatief.
Parkeren wordt toekomstig discussiepunt. Parkeernorm. Algemene 1.2 pp.
Sociale sector 1 pp. en marktsector 1.45 pp. per woning.
2.4 Fietsennetwerk.
Bevorderen langzaam verkeer. Voorzieningenclusters via hoofdfietsroutes
ontsluiten. (winkels, scholen, HOV en NS etc.). Rechtstreeks en sluiten netwerk
en dus sneller dan de auto die om moet rijden.
Hoofdrichting Oost-West met twee diagonalen. Vier oever verbindingen
naar Utrecht centrum
Gescheiden van autoverkeer en tweebaans. Aandachtspunt is sociale
veiligheid. Jonge kinderen worden veelal met de auto gebracht! Terugdringen
autoverkeer door goede fietspaden!
Late realisering
infrastructuur.
3.1 Inleiding.
Speciale aandacht voor ov. Aanleg en uitbreiding infra vraagt grote
investeringen en langdurige besluitvorming. Nieuwe stations en aansluitingen
zijn hier nodig. Barrièrewerking een probleem en moet nog worden opgelost. HOV
en bruggen over A’dam-Rijnkanaal betreffen grote investeringen.
3.2 A2/A12.
Vermindering van barrièrewerking is een wezenlijk probleem. Verbreding
van de A2 en verleggen naar het westen. Overkapping slechts gedeeltelijk i.v.m.
vervoer gevaarlijke stoffen en hoge kosten. Door A2 te verleggen komt strook
voor woonbebouwing langs Rijn kanaal vrij. Pas gereed in 2006. Negatieve
gevolgen voor de autobereikbaarheid van de wijk.
3.3 Randstadspoor.
Bedoeld als drager van het openbaar vervoer naar LR. Verbinding met
centrum en via overstap naar NS station. Spoorverdubbeling en aanpassingen,
hoge investeringen en hebben steeds voor vertragingen in de besluitvorming
gezorgd. Uitgeklede versie wordt voorgesteld. 4-sporigheid slechts tussen
Harmelen en A’dam-Rijnkanaal. Gevolg is dat NS slechts 4 keer per uur kan
rijden met dubbeldekker i.p.v. lightrail-voertuigen. Levert onvoldoende
aantrekkelijk ov. In kader bereikbaarheidspakket zijn gelden door Netelenbos
beschikbaar gesteld. Realisatie data
zoals spoorverdubbeling naar 2008, zijn naar achteren geschoven. Met tijdelijke
voorzieningen in Utrecht West 2002, een tijdelijk station, maar er is zeker geen
sprake van hoogwaardig ov.
Ondertunneling is nooit overwogen. Maaiveldligging of verhoogd op
aarden baan of op poten. Invloed op kosten en barrièrewerking. Keuze is aarden
baan met grote doorsteken i.v.m. barrièrewerking.
Nog geen zekerheid over realisering Randstadspoor, uitvoering 4-sporigheid
had beter gekund.
3.4 HOV.
Ondanks minder kostbaar en ingrijpend dan Randstadspoor, nog niet
geheel afgesloten besluitvorming door exploitatietekorten en wijze van
uitvoering. Aanleg in fasen nadat woningen zijn gerealiseerd door in de tijd
opeenvolgende verschillende projecten in de uitvoering. HOV-tangent van
Maarssen is nog niet zeker, mogelijk na 2010. Jammer voor woon-werk vervoer.
Misschien vervoer over A’dam-Rijnkanaal. HOV wordt in fasen ingevoerd. Gewone
bussen zijn al in uitgebreide vorm ingevoerd. Pionierskaart is voor bewoners
geïntroduceerd.
3.5 Bruggen over het
A’dam-ijnkanaal.
Belangrijk voor HOV en fietsverkeer. Gereed in 2002 en 2003. Negatieve
gevolgen voor ov en fietsgebruik.
Realiteit in
Rotterdam-Prinsenland.
4.1 Inleiding.
Mobiliteitsbeleid getoetst op haalbaarheid met verkeersberekeningen.
(Goudappel-Goffeng).
Enquete in het vergelijkbaar Prinsenland in Rotterdam. Van
verschillende typen bewoners indicatoren ontwikkelen, met aandacht voor
vervoermiddelkeuze in woon werk verkeer. Invloed hebben afstand tot werkplek,
beschikbaar vervoermiddel, bereikbaarheid ov, inkomen, huishoudsamenstelling.
Met scenario’s verduidelijken van invloed van belechte indicatoren op
vervoer wijze keuze.
4.2 Enquete Prinsenland.
Kenmerken. Modene nieuwbouw - autoluw - HOV naar Rotterdam centrum en
Alexanderpolder - snelle ontsluiting op snelwegen - gericht op bestaande stad.
Woningen sociale sector 49.5% tegen 50.5% vrije sector. Woningen LR 30% soc. 70% vrije sector.
Vragenlijst in drie delen. Huishoudkenmerken, woonwerkverkeer en alg.
over voorzieningen en type woning.
4.3 Invloed tweede auto is
groot.
Ov onder druk door toename tweede autogebruik. Bezit 2e auto
bij groep midden ink. 22%, hoger ink. 53%. Voor relaties zie tabel 4.1 p. 202.
Het tweede autobezit gekoppeld aan inkomen. In LR is opbouw woningvoorraad
bekend. Soc. Sector 30%, koopsector 45% en duurdere koopsector 25%. Met de
hieruit afgeleide inkomensverdeling van toekomstige bewoners en modal split in
Prinsenland kan vervoerwijzekeuze in woonwerkverkeer voor LR berekend worden.
Ov in steden ligt iets hoger dan landelijk gemiddelde door meer dan gem.
aanwezige ov. Veronderstelling: bij groeiende welvaart + vestigen in midden
markt sector. Gevolg wijziging autobezit verhoudingen in koopsector. Toename
met 7%. Toename autogebruik ten koste van ov en fiets. In soc. Sector gelden
inkomenseisen. Bij verdere toename inkomen en doorgaand vestigen van hogere
inkomens in goedkopere markt komen de gevolgen voor rekening van het HOV.
Daling 6%. Verwachte totale daling ov gebruik 8%.
Drie belangrijk ov-verbindingen (spoor, noordelijke en zuidelijke HOV
radialen. Verwachtingen zijn dat OV-doelstelling niet uit het Masterplan
gehaald zal worden. Ondanks toenemend autogebruik.
Parkeernorm. Prinsenland leert dat 1.2 / 1.45 niet voldoende zal zijn.
Autobezit is al hoger. Overlast in kinderrijke buurten door het autoverkeer.
Verdient aandacht. Ondergronds parkeren mogelijk een oplossing.
4.4 Invloed afstand tot
HOV-halte.
Hoe dichter bij de halte hoe eerder gebruik gemaakt wordt van ov.
Woningdichtheid relatief hoog bij halte. Na 200m. gebruik afname met 40%.
Blijft stabiel tot na 600 m. Afname daarna 40%. In LR 300m. en 600m. afstanden
voor afstemming woningdichtheden. Bij minder ov-lijnen zijn minder woningen
binnen bereik van ov. Met meer ov-lijnen is gevolg vice versa.
Invloedssferen van HOV-lijnen serieus nemen. Woningdichtheden op peil
houden in de toekomstige deelplanontwikkeling. Trendontwikkelingen naar meer
ruimte om de woning zet vervoerwijzekeuze onder druk.
Realiteit in Zoetermeer.
5.1 Inleiding.
Politiek verwacht veel van Vinex. Enorme woningvraag, duurzame en
compacte stedenbouw en terugdringen automobiliteit. Vinex-beleid is vervolg op
groeikernenbeleid. Zoetermeer / 100.000 inwoners / opvang bevolkingsgroei en
beteugelen suburbanisatie. Gebundelde deconcentratie geslaagd genoemd.
Invloed Zoetermeerlijn op mobiliteitsontwikkeling en oriëntatie op
moederstad Den Haag + verkeersproblematiek rond Zoetermeer.
5.2 Een nieuwe spoorlijn.
Spoornetwerk met Zoetermeerlijn als ruggengraat. Verbindt diverse
woonwijken met Den Haag. Bewoners kwamen uit Den Haag en hadden dar nog hun
werk. Als eerste de aanleg van spoorbaantalud, vervolgens woningbouw. Na
bewoning direct station geopend en lijn in gebruik. Financiering via het Rijk.
Verwachting 35 tot 40% van het verkeer tussen Den Haag en Zoetermeer.
Aanvankelijk uitsluitend woon-werkverkeer naar Den Haag. Groei
autoverkeer kon worden geremd. Zoetermeer grofmazig met 50% van de bewoners
binnen straal van 600m.. Voor intern ov gebruik dient de bus. Gebied is goed te
befietsen. Na uitbreiding in de toekomst moet de lijn wel interne
gebruiksfunctie krijgen naast busnet.
5.3 Ontwikkeling in gebruik.
Gebruik niet veranderd, bezetting is toegenomen. Groei naar bijna 30%.
Autogebruik gedaald; 54 à 47%.
LR HOV-doelstelling is 50%.
Voor werkadressen niet in de Haagse agglomeratie is er groei. Geldt ook
voor Gouda. Verdubbeling. Totaal OV-aandeel gegroeid=21.4% en autoaandeel
gedaald=3%. LR-Utrecht uitgangspercentage
20%. Doelstelling zou in Zoetermeer zijn gehaald.
Zoetermeerlijn van trein naar lightrail om niet alleen extern maar ook
intern vervoer aan te kunnen bieden. Randstadrail. NS verkoopt stations aan
nieuw vervoersconsortium vanwege hoge kosten onderhoud. Aansluitingen op
tramnetwerken in Den Haag, Rotterdam en directe lijn naar Rotterdam ZoRo-Lijn.
5.4 Groeiende mobiliteit.
Geen congestie ondanks groei mobiliteit. Infrastructuur is voldoende
ruim van opzet. Problemen daar waar langzaam en snel verkeer op elkaar
aansluiten.
Aansluiting A12 en prov. weg naar Leiden tijdens spits congestie.
Problemen bij oprit tegengaan met toeritdosering. Aanleg parallelweg.
Aansluiting Zoetermeer-Oost file problemen. Rijkswaterstaat is i.v.m.
Vinex taakstelling een extra aansluiting gevraagd. Een extra aansluiting zal
congestiekans en verkeersonveiligheid doen toenemen. Capaciteitproblemen leiden
op provinciale weg tot versnelde aanleg van wegen. Parkeren heeft nog voldoende
ruimte in stadshart en bij bedrijven. Woonwijken wordt moeilijk. Discussie in
Vinex wijk Noordhove en Oosterheem over hoogte parkeernorm. Verband met
automobiliteit.
Fietsgebruik schommelt rond 25%. (Streven bij LR). Komt door
compactheid en directe verkeersveilige wegen.
Toename autogebruik uit zich in files, is deels opgevangen door
Zoetermeerlijn. Ontstane werkgelegenheid in Zoetermeer en stadshart
winkelcentrum veroorzaakt ingaande pendel. Is gelijk aan uitgaande.
5.5 Oriëntatie.
Groeikern concept zelfvoorzienend. Ruimteproblemen van Den Haag
opheffen. Winkelen bleef tot 1984 op Den Haag gericht. Stadshart ontwikkelde
zich en bood ruimte en vrij parkeren. Dit keerde zich tegen Den Haag als
winkelgebied. Werkgelegenheid een vergelijkbare ontwikkeling. Oriëntatie op Den
Haag verwatert en relaties met andere gebieden ontstaan. Rotterdam directe
treinverbinding zal eveneens Vinex bij Den Haag ontsluiten.
Bedrijven in Zoetermeer door beschikbare goedkope grond en
bereikbaarheid. Aan oostkand nieuw ontwikkelen van bedrijventerreinen in
samenspraak met Bleiswijk.
5.6 Conclusie en lessen voor
LR.
Verzelfstandiging heeft grote invloed op mobiliteitsontwikkeling in
twee richtingen. Vervoersstromen geven problemen op A12. Werkgebieden op een
uur rijden afstand rond LR. Amsterdam zuid-oost nu nog via overstappen op
Utrecht CS is een hinderlijke barrière. Zoetermeer wil dit soort barrières
voorkomen door de Zoetermeer lijn door te trekken via Noordhove, Oosterheem
naar Rotterdam.
LR in vergelijking met Zoetermeer ambitieuze mobiliteitsdoelstellingen.
Aandeel woon-werkverkeer niet boven 30%. Verklaring is de gewijzigde oriëntatie
van Zoetermeer. Zoetermeer ligt gunstiger dan Den Haag voor veel bedrijven.
Parkeerproblemen benadrukken groei van autobezit.
Aansluitingen op rijksweg A12 geeft problemen uit verkeersveiligheid en
congestieoogpunt.
6 PIONIERSKAART.
6.1 De achtergrond. Vinex-beleid
1e Beperken autogebruik. Bouwen in hoge
dichtheden = 30-35 woningen per ha. + ontwikkeling HOV. Volgens Masterplan
Leidsche Rijn (LR) toename autokilometers 1986-2010 hooguit 10%. Aandeel OV 20%
totaal. In relatie met stad Utrecht 50%.
2e exploitatiekosten OV sterk
terugdringen. Sinds 60er- 70er jaren sterke auto opkomst.
OV tekorten gestegen. Bij stads - en streekvervoer tot 60% tot 70%.
Overheidsbijdragen stegen evenredig. Marktwerking moet dit terugdringen.
Kostendekking 50%. Min. V en W wil niet meer dan de helft betalen.
Bebouwingsdichtheid is onvoldoende, zeker in het begin. Opslag van 0.5% is
onvoldoende om in aanloopkosten te voorzien. Gebrek aan OV doet bewoners kiezen
voor auto, dit is later niet of nauwelijks terug te draaien.
Eindgebruikerssubsidiëring of vraagsubsidiëring om aanloopproblemen voor
vervoersalternatief op te lossen. Budget beschikbaar stellen t.b.v. aanbieden
van op maat gesneden aanbod van alternatieve vervoerswijzen en gebruik van auto
omlaag brengen. Experiment in Utrecht, Groningen en Almere. Evaluatie- en
monitoring onderzoek om effect (autogebruik) te bepalen.
6.1
De pionierskaart.
Loopt tot 2001, evt. verlenging tot 2002. Borg van F 30.- per kaart
voor chipkaarten met een waarde van F 2000,- per gezin. Korting op
strippenkaart, taxi’s, fietsenstalling etc. of
autodate abonnement. Hoogte korting hangt af van luxe van geboden
vervoer. Kaart geldt binnen LR.
Fietsenstalling is gratis. Autodatekorting F 100,- per jaar. 50%
bewoners Langerak heeft eind juli een kaart. Aanbod vervoersmogelijkheden
zullen worden uitgebreid met treintaxi, regiotaxi en fietsenstalling in
Maarssen. Vervoersmakelaar bemiddelen tussen klanten en vervoersbedrijven. Onderzoek
of werknemers van bedrijven met vervoersplan in LR voor pionierskaart in
aanmerking kunnen komen.
6.3 Enkele kanttekeningen.
Kaart is een succes als afgezien wordt van aanschaf van 2e
auto en/of minder gebruikt wordt door de lagere kosten. Verplaatsingstijd in
woon-werkverkeer bij autobezitters het belangrijkste. Gemak is 2e
reden. Betrouwbaarheid en prijs zijn minder belangrijk. Lagere tarieven van
invloed voor autobezitter? Wel voor de gedwongen OV gebruiker.
Taxi lijkt meest op eigen auto. Blijft auto aan de kant na de twee jaar
van deur tot deur situatie? HOV is geen van deur tot voorziening. Taxi
prijskaartje is veel hoger na de pionierskaart.
Bereikbaarheid tijdens het
bouwproces.
7.1Afstemming tussen bouw en
vervoermogelijkheden.
LR bereikbaar tijdens bouwproces voor bewoners en gevestigde bedrijven.
Bouwfase van 15 jaar. Afstemming van opleveren gebouwen en realisatie infra en
ov. Tegelijkertijd is tijdens bouw is materieel en materiaal nodig. Mag
leefbaarheid van al gevestigde bewoners en bedrijven niet negatief
aantasten.
7.2 Faseren van de bouw.
Eenvoudige locaties, buiten invloed van A2, worden eerst ontwikkeld. Is
nadelig voor de mobiliteitsdoelstelling van LR omdat afstanden voor de fiets te
groot zijn. Verplaatsen glastuinbouw is een belangrijke belemmering. Planning
in de tijd van woningbouw is iets naar achteren geschoven en bedrijventerrein
Strijkviertel is iets naar voren gehaald. Zie fasering in fig op p. 213.
Planning komt mogelijk niet overeen met wat in college door Hooijmeijer is
verteld. Fasering gereedkomen van
bedrijventerreinen liep achter bij woningen. College Atzema.
Recreatievoorzieningen zijn gepland in 2005, Haarrijnseplas en 2004,
Centrale park met sportvelden.
Woningdichtheid van eerst gerealiseerde delen is laag. Past niet in
compacte stad gedachte. Gevaar is nu dat discussie over woonvoorkeur voor
minder dicht bouwen de draagkracht voor HOV niet haalt. Stations worden na
woningen gerealiseerd evenals voorzieningen. Bij de ontwikkeling van LR moeten veel realisaties op elkaar wachten.
Het stadsdeelcentrum rond het geplande interregiostation LRCentrum is als enige
goed per ov bereikbaar en tevens in hoge dichtheden bebouwd met woningen en
voorzieningen en een gemengde kantorenlocatie. Terwijde, gïsoleerd liggend,
wordt eerder ontwikkeld dan deelgebied B. Terwijde heeft een slechte
autoontwikkeling. Deelgebied B grenst aan Parkwijk en Langerak, is goed
ontsloten met stadsas en HOV. Vleuterweide identiek. Door de geplande fasering
ontstaat het gevaar van latere aanpassingen waarbij de mobiliteitsdoelstelling,
compactheid, nabijheid en functiemenging ontwikkeling niet gerealiseerd wordt.
Fasering wordt deels veroorzaakt door verlate rijksinfrastructuur. A2 en spoor.
Uitgangspunt fasering was dat wijken als zelfstandige wijk konden
functioneren. Voorzieningen en werken naast huis. Werken aan huis, telewerken
en kleine kantoortjes.
7.3 Knelpunten in de
autobereikbaarheid tijdens de bouw.
Faseringsstudie infrastructuur 1998 van Goudappel en Coffeng. Doel was
analyseren van knelpunten tijdens ontwikkeling LR en hoofdinfrastructuur in
autoverkeersafwikkeling en richtingen in oplossingen te kunnen geven.
Capaciteits en bereikbaarheidsknelpunten zijn leefbaarheidsknelpunten. Effecten
en oplossingsrichtingen met verkeers- en vervoersmodellen globaal getoetst.
Drie typen knelpunten. Tijdens bouw ontstaan en blijvend zijn na
realisatie.
Knelpunten die zich tijdens bouw voordoen en knelpunten die specifiek
door bouwverkeer zijn veroorzaakt.
Onderkende knelpunten die structureel zijn, zijn moeilijker op te
heffen dan tijdelijke. Nieuw verkeer van buiten LR genereert knelpunten die
weerslag hebben op bereikbaarheid LR.
Structurele knelpunten.
Al onderkend bij doorrekenen van verkeersafwikkeling. Het zijn
capaciteitsproblemen. Rijstroken van 2x2 i.p.v. 2x1 realiseren op Hoge Weide.
Misschien niet genoeg door congestie op Vleutense weg en in Utrecht West en
door kruisingen in LR. Structurele problemen in Utrecht West, worden
bestudeerd, vormen de verschillende verkeerspleinen. Transferia Hooggelegen en
Westraven kunnen een bijdrage leveren. Verder weg bij beginstation van
Randstadspoor bij Breukelen of Maarssen.
Tijdelijke knelpunten.
Belasting door realisatie bouw te groot totdat de infrastructuur gereed
is. De A2 is daarom tot het jaar 2006 overbelast. Langerak en Parkwijk zorgen
voor een knelpunt op de Hoge Weide. Idem bij de aansluiting Hooggelegen.
Vleuterweide wordt gerealiseerd zonder dat infrastructuur is aangelegd.
Problemen. Oorzaak is nog niet verhoogd zijn van de spoorlijn. De derde
aansluiting A12 en verbeterde ontsluiting van Veldhuizen zal belasting op kern
de Meern verminderen maar niet oplossen. Zonder Vleuterweide aansluiting wordt
het probleem erger.
7.4 Bouwverkeer.
Brengt extra belasting voor al overbelaste routes. Protesten en acties
van bewoners leiden tot andere routes voor bouwverkeer met nog meer hinder.
Openstellen aparte wegen voor bouwverkeer, zoals met HOV-baan, vraagt
afzonderlijke aanpak. In eindfase bouwverkeer toenemend op routes door
woonwijken. Aanpak vraagt nog studie. Bouwverkeer t.b.v. ontwikkelen
bedrijventerreinen, spoorverdubbeling en A2
nog niet meegenomen. Te weinig gegevens. Andere infrastructuur gebruiken
lijkt een oplossing. Zie punt 8.
7.5 Voortdurende
actualisering en management npoodzakelijk.
Faseringsstudie voor bereikbaarheid per auto leidde tot belangrijke
inzichten. Afstemming vraagt voortdurende aandacht. Halfjaarlijkse bijstelling
volgend op aanpassing realisering woningen, bedrijven en voorzieningen.
Direct verwerken in plannen voor verkeersafwikkeling voor verkeer- en
vervoermaatregelen. Relatie met bouwlogistiek is noodzakelijk. OV is hierbij
aandachtspunt.
Bouwlogisitek.
8.1 Inleiding
Gedurende 15 jaar verschillende grote bouwplaatsen op steeds wisselende
lokaties. 15 jaar bouw- verkeer en toch
aantrekkelijk en leefbaar woongebied. Ligging tussen A12 en A’dam Rijnkanaal.
Doorsnijding, te verbreden A2 en spoorlijn. Lessen te leren uit Schiphol of
Berlijn?
Gemeente Utrecht en Vleuten-De Meern opdracht aan Samenwerkende
Ingenieurs Bureau Utrecht (SIBU) voor oplossingen bouwlogistiek. Interne
organisatie optimaliseren. Externe oplossing bouwverkeer en hinder zo gering
mogelijk. Laatste wordt behandeld.
Zoeken naar innovatieve en creatieve oplossingsrichtingen en
toekomstige implementatie daarvan . . . goede samenwerking nodig. Tegengestelde
belangen. Win-winsituaties, compromissen en oplossingen afdwingen.
8.2 Oplossingsrichtingen voor de bouwlogistiek.
Onderscheid is te maken voor acties voor de kortere en de langere
termijn. Kortere termijn en/of infrastructurele maatregelen worden niet
behandeld. Langere termijn betreft goederen- en transportstromen. Afstemming
met belangengroepen: Transport en Logistiek Nederland, HCP-EDIBOUW (electr.
Communicatie in bouw) en BV. Bereikbaarheid (belangengroeperingen uit
overheidsinstanties en bedrijfsleven). Vergelijkingen Berlijn.
8.3 Vervoersstromen van en naar Leidsche Rijn.
Grote variëteit goederen aanvoeren. Van bouwkranen tot deurkruk. Zo min
mogleijk over de wegen. Leidsche Rijn heeft alternatieven. Zand voor ophogingen
per transportbuis of per rail. Geen vrachtwagens.
Huidige spoor - twee sporen - loopt dwars door Leidsche Rijn en wordt in toekomst verdubbeld en opgehoogd. Spoor zit nu vol. In samenspraak met NS, gebruiken van spoor voor aanvoer naar tijdelijk rangeerterrein. Zowel bulk- als stukgoederen.
In Berlijn was een verbod op vrachtwagenvervoer op bouwterrein. Succes
met verbod en/of boete/tolsysteem. Per spoor werd zo economisch
aantrekkelijker. Vervoer per schip. Dichtbij is Amsterdam-Rijnkanaal met
containerterminal. Gemaakte afspraken met transporteur/leverancier ondersteunen
met tol/boetesysteem. Knelpunt A.R-kanaal ligt naast A2 aan verkeerde kant.
Eigen transportweg met baleybrug aanleggen. Combineren met aanleg HOV-baan naar
en in gebied.
8.4 “Logistiek Transferium”, toepassing van
automatisering.
Vervoersstromen bundelen in “logistiek transferium”. Beperken van aanvoer door aanpak bij de
bron met info en communicatie.
8.5 Een bouwtransferium binnen het Leidsche Rijn gebied. Een echt
transferium!
Verminderen ritten binnen Leidsche Rijn: Organiseren van aanvoer, ontvangst, opslag en uitlevering in
volgorde van het bouwproces in één container. Grootte container?
Controleren goederen op juistheid en kwaliteit bij binnenkomst transferium.
Verwerken gegevens en bewaken transportcapaciteit. Verzamelen grond
voor hergebruik. Bereiden betonmortel centraal en leveren op div.
verwerkingsplaatsen. Inzamelen afval gescheiden bij de bron. Grondwater uit
bouwputten verzamelen en zuiveren.
Alle betrokkenen verplicht
meewerken. Overheid moet alert zijn! Bouwbedrijven in afspraken met
leveranciers laten vastleggen zich te verplichten aan opgestelde voorwaarden.
Taken van transferium door private partij uit te voeren. In opdracht
van overheid en overige betrokkenen. Na de openbare aanbesteding. Oplossing
bouwlogistiek is in voordeel van alle weggebruikers. Bewoners en bouwers.
9
Conclusie en
suggesties.
Zal OV 20% aandeel halen in vervoerswijzekeuze? Zal de helft van alle
L.R. met Randstadspoor HOV naar Utrecht zich verplaatsen? Met hulp van
Rotterdam-Prinsenland en Zoetermeerlijn, voorlopige antwoorden mogelijk op
prangende vragen.
Onderzoek Zoetermeerlijn. Haltes in Zoetermeer met kwartierdienst voor
woon-werkverkeer naar locaties in Den Haag OV-aandeel = 30%. Autogebruik 47%.
Overige locaties aandeel 13%. Totaal aandeel OV 21%.
Optimisme gerachtvaardigd voor LR? Ja en nee.
Ja - Aandeel is gelijk
aan doelstelling voor L.R..
Ja - Frequentie 8x per
uur voor Randstadspoor en HOV is hoger. Aantrekkelijker.
Nee - Afstand Den Haag - Zoetermeer is groter dan
afstand L.R. - Utrechtse binnenstad. Afstand is concurrentie gunstig voor de
fiets en nadelig voor OV..
Nee - Randstadspoor niet gelijktijdig met
woningen beschikbar. Pionierskaart niet mogelijk de autogewoonte te
voorkomen.
Nee - Busvervoer is een
minder aantrekkelijke vervoerswijze.
Onderzoek Rotterdam -
Prinsenland. Autobezit is variabele ondermijnt mobiliteitsdoelstellingen voor L.
R.. Modelberekeningen houdt geen rekening met 2e auto. OV-gebruik
met één auto is 30% en met twee auto’s is 6%.
Tweede autobezit bij hogere inkomen en 1.5 tot 2-verdieners. Toename
arbeidsparticipatie van vrouwen en welvaart zijn bedreiging voor
mobiliteitsbeleid. OV-gebruik lager en parkeerproblemen bij 1.2 norm bij woningen
hoger.
Afstand woning en HOV-halte. In Rotterdam neemt OV gebruik af na 200 m.
(van 28% naar 11%). Woningdichtheden onder druk in VINEX-locaties. Late
beschikbaarheid rijksinfrastructuur - A2 en Randstadspoor - oorzaak van naar
later datum verschuiven van woningbouwprojecten. Risico voor
OV-draagkracht zijn de veranderende
woonvoorkeuren ten gunste van lagere dichtheden.
Vertraging spoorverdubbeling Woerden Utrecht - extra overlast voor omliggende wijken. Spoordijk vormt
barrière naar voorzieningen voor fiets en ov, is moeilijk te slechten.
Randstadspoor afgeslankt realiseren, i.p.v. 8x
p.u. wordt 4x gereden. Geen light-rail. Maar trage dubbeldekkers met
meer tijd voor afremmen, in- en uitstappen en optrekken.
HOV wordt verlaat gerealiseerd. Gevolgen zijn - aanschaf tweede auto door
bewoners. Kan pionierskaart vervoerbehoefte overbruggen tot HOV is
gerealiseerd? Is straks autogebruik teveel ingsleten?
Late realisering van OV-voorzieningen gecombineerd met bouwfasen
geeft slechte randvoorwaarden voor het OV-functioneren. Vergelijkende
onderzoeken in Zoetermeer en Rotterdam-Prinsenland à autogebruik kan hoger uitvallen. Twijfel over mobiliteitsbeleid lijkt
op zijn plaats.
Zoetermeer-Rokkeveen 2 onderzoek. Auto als boodschappenwagen.
Bezorgdiensten tegen kostenvergoeding. Kluisjes aan huis of afhaalposten in de
wijk. Peapod is pionier in USA. =Afgeleid van internet shoppen in USA. De
gemeente? zou marktpartijen bij elkaar moeten brengen en dit realiseren.Auto
als taxi. Kinderen naar school cq. sport. Alternatief, collectief op
aanvraag met belbussen en taxi’s. Indien niet financieel haalbaar dan vergroten
van sociale en verkeersveiligheid van kinderen op straat. Vergroten van hun
zelfstandigheid. Fietspadennetwerk hierop doorlichten. Met behulp van kinderclusters
verminderen van autogebruik. Andere voor kinderen relevante voorzieningen op
fietsbereikbaarheid leggen.
Privéauto als zakenauto. Deel auto’s vanuit werkgever verstrekken. Na
gebruik op werkplek terug plaatsen. Gemeente met werkgevers dit alternatief
promoten.