Samenvatting B2THE (pag. 153 - 164) Prof. Dr. Pieter Hooimeijer
Grote wensen, kleine kavels Leidshe Rijn monitor, 2001
Inleiding
Door lage rente en aanhoudende economische groei is de vraag naar koopwoningen nog nooit zo groot geweest. In de planfase in 1990 werd met de toen al toenemende vraag naar koopwoningen rekening gehouden dat dit slecht een conjunctureel verschijnsel was. De woningen moesten vooral betaalbaar zijn in i.p.v. kwalitatief. Het compacte steden beleid van de VINEX heeft ertoe geleid dat er de schaarste aan grond (hoge grondprijzen) is en er als gevolg vrij dichte bebouwing moest komen om het plan financieel haalbaar te houden. Hierdoor zijn is er veel sociale woningbouw (30%) en zijn er veel koopwoningen van de middenklasse. De discussie is nu, of er niet meer duurdere woningen moeten komen gezien de andere economische context dan dat het plan had voorzien.
Achtergrond
Volgens de VINEX moest in het stadsgewest Utrecht in de periode 1995 - 2015 50.000 woningen worden bijgebouwd, waarvan 30.000 in de eerste tien jaar. In Houten werd begonnen met 5.000 woningen begonnen en het overgrote deel kwam in Leidsche Rijn. (20.000) Door een snellere goei van allochtonen instroom in Nederland, is het plan versneld. Er werd afgesproken dat 20.000 woningen tussen 1995 en 2000 worden gebouwd, de helft moest voor 2000 al gereed zijn. Er werd een masterplan gemaakt, die fungeerde als een ruimtelijk contract tussen de gemeenten Utrecht en Vleuten-de-Meern en Utrecht. Het Masterplan diende ook om een visie op te bouwen over het gebied: compactheid, duurzaamheid en identiteit.
Dit was de Leidraad voor het plan. De verlegging en verkapping van de A2 moet de verbonden heid versterken, maar ook de woningbouw (gemengde bevolking). Vervuild water kan worden afgevoerd in waterresevoirs wat de duurzaamheid benadrukt. Evenals de beslissing tot een groot groengebied in het midden. De bebouwing wordt aangepast aan de nederzettingen in de buurt (stedelijk/dorps).
Invulling van het woningbouwprogramma
De gemeenten vullen ieder de helft van de woningbouw in (ieder 10.000 woningen), evenveel sociale huurwoningen, etc. Hierdoor wordt concurrentie tussen gemeenten voorkomen. De compactheid wordt vertaald in dat er 800 van de 1800 hectare aan woningbouw wordt besteed. De gestapelde bouw bestrijdt wel het dorpse karakter. Daarom wordt er tot 2005 minder gestapeld gebouwd dan in de periode 2005 - 2015. De gestapelde bouw is in de toekomst meer, vanwege toenemende individualisering en vergrijzing. Belangrijk is het doel dat de wijk toegankelijk moet zijn voor starters, maar ook voor doorstromers vanuit de stad. Daarom is er een wisselend aanbod van goedkope huur/koop woningen, als de duurdere koopsector (46%). 50.000 m2 kantoorruimte wordt gepland in de ruimte voor woningbouw, om functiemenging te stimuleren. Behalve een aantal details wordt het plan volgens masterplan gerealiseerd. In het Utrechtse de l is veel variatie in de dichtheid van de bebouwing.De bouw loopt achter op plan: i.p.v. 4500 woningen voor 2000 wordt gerekend met 1500 en zelfs dat wordt niet gehaald. Tweede kantekening: Veel gestapelde bouw uitgesteld tot 2e fase (na 2005). Over veel gestapelde bouw wordt getwijfeld gezien de vergrijzing in de komende 20 jaar niet lijkt toe te treden in Utrecht. Van ouderen is bekend dat ze vaak binnen dezelfde gemeenten willen verhuizen.
Veranderende ontwikkelingen en inzichten
Het aantal woningen werd al snel ter discussie gesteld. Woningtekort werd minder. Regionaal was er zelfs al leegstand. Utrecht heeft op 1 regio na (het Gooi) het meeste tekort. Evenwicht zal volgens model in 2010 worden bereikt.
De differentiatie
De bouw van 30% aan sociale woningbouw staat in de belangstelling.Houten heeft eenzijdig besloten voor 20%. Waarschijnlijk staat het bij de Leidsche Rijn ook ter discussie. De doelgroep is verder gedaald, dan in de VINEX werd aangenomen. Er is een ongelijke spreiding van de welvaartsstijging waargenomen. Dit betekent dat de vraag naar koopwoningen is gestegen en naar huurwoningen is gedaald. De dalende hypotheekrente en de stijgende huurprijzen werken daar nog eens aan mee. Zo blijft er een overschot aan huurwoningen over. Dit is nationaal. In het gebied rondom Utrecht zijn de demografische kenmerken, samenstellingen van huishoudens en de bouwperiode van de voorraad vrijwel gelijk. Verschillen doen zich voor in sociaal-economische kenmerken. Opleiding en inkomensniveau liggen een stuk hoger. Het aandeel goedkope woningen is veel lager dan nationaal. Geen probleem op het eerste oog: doorsnee bevolking kan deze prijzen opbrengen. Dit is alleen gebaseerd op hoofdbewoners in Utrecht regio. Veel (jonge) bewoners op kamers (10%) zijn geen student en zijn samen met de groep jongvolwassenen die nog bij hun ouders wonen in Utrecht regio op zoek naar goedkope woningen. En dan vooral huurwoningen.
Het verhogen van het aandeel kopwoningen stuit op bezwaren. enerzijds komt lang niet alle gewenste doorstroming tot stand, anderzijds zou het betekenen dat huurwoningen niet wouden mogen worden gesloopt, hetgeen herstructuring van bestaande wijken onmogelijk maakt.
De dichtheden
Grote bestuurlijk onzekerheid zorgde voor hoge grondprijzen, vanwege het late opkopen van grond. Met de start van VINEX was tweederde van de voorraad rijtjeshuizen en gestapelde bouw. Echter de vraag is van midden en hogere inkomens voor 70% gericht naar twee-onder-één-kap en vrijstaande huizen. Het rijk pleit nu dan ook voor grotere woningen. De dichtheid moet alleen hetzelfde blijven. Met meer gestapelde bouw komen er ook meer grotere kavels. Dat doet de Leidsche Rijn dan ook. Echter schuiven ze het probleem op door nu lagere dichtheden te bouwen en in de toekomst grotere dichtheden te bouwen, juist wanneer de vraag naar grotere woningen stijgt.
Oplossingen?
Het aandeel van sociale bouw kan minder en kan met subsidies worden overgeheveld naar de bestaande stad waar stedelijke vernieuwingen moeten plaatsvinden. Zo heeft de raad besloten om de gehele sociale woningbouw in aandeel te doen verlagen. Zo wordt deelplan Parkwijk zuid gezien als de laatste sociale wijk. Daarna wordt het te duur. (hoge grondprijzen) Ruimte maken voor de middengrepen kan alleen maar ten koste van de ruimte van de lage inkomens. Elke beslissing over het bouwen van meer koopwoningen door gemeenten die een regionale taak in de woningbouw op zich hebben opgenomen, hoort dan ook gebaseerd te zijn op een zorgvuldige analyse van de toekomstige vraag/aanbodverhoudingen op de regionale woningmarkt en op beleid om ongewenste segregatie in de regio tegen te gaan.