Towards Informal Levels in Urban and Regional Planning ZOETE (2000)

  1. Introduction
  2. § 1.1 Context of the paper: Situation and developments in Eastern and Central Europe

    Tot aan het uiteenvallen van de communistische regimes begin jaren ’90 speelde centrale planning een belangrijke rol in Oost- en Centraal Europa. Na de uiteenvalling moest het systeem veranderd worden in een systeem met 3 planning niveaus: nationale, regionale en lokale overheden. Het transitieproces leidt naar het zogenaamde ‘klassieke’ planning model: nationale overheden plannen op lange termijn, provinciale overheden op middellange termijn en gemeenten op korte termijn. Dit leidt tot meer macht voor lagere overheden.

    § 1.2 Focus of the paper

    Met deze transitie in het achterhoofd is het relevant de actuele Nederlandse ontwikkelingen te bekijken en die in andere West Europese landen. Dit paper probeert algemene karakteristieken in trends in planning systemen te analyseren: de systeemontwikkeling in Oost- en Centraal Europa tegenover de dynamiek van elke-dag-situaties in West Europa.

    In dit paper worden de actuele trends in Nederland en sommige West Europese landen behandeld.

  3. The Netherlands

§ 2.1 Situation and developments

In Nederland verdwijnt het ‘klassieke’ planning model, zeker op lokaal niveau en regionaal niveau. Dit is opvallend, want Nederland kent een collectief formeel planning systeem, wat minder liberaal is dan in andere West Europese landen. Om dit te kunnen verklaren volgt een korte historische schets van ontwikkelingen in de ruimtelijke planning vanaf WOII.

Na WOII ontstond een gedecentraliseerd planning systeem met veel macht bij de lokale overheden. Maar langzaam maar zeker kreeg de centrale overheid meer macht. De laatste tijd is het planning systeem weer veranderd, naar een meer informele, intergemeentelijke en regionale schaal, met een lange termijn planning. Planning is niet meer alleen een zaak van de overheid, maar er spelen ook andere actoren en stakeholders mee in een situatie van gedeelde macht. Er treedt een verschuiving op van governant naar governance.

§ 2.2 Planning at the national level

Het bovenstaande planning systeem is niet het enige perspectief. Anderen zijn van mening dat er een meer informeel systeem bestaat waarin de overheid fungeert als bestuurder van de verzorgingsstaat in een top-down administratief systeem. Deze twee perspectieven staan in scherp contrast tot elkaar en verschillen sterk (bottum-up versus top-down). Er moet discussie tussen de twee plaatsvinden om een schizofreen beeld van de ruimtelijke planning te voorkomen.

§ 2.3 A possible future for planning

Er van uitgaande dat de ontwikkelingen resulteren in een systeem van macht voor de lokale overheden op een informeel regionaal niveau, zal governance steeds belangrijker worden en de centrale overheid steeds minder. Er moet meer ruimte geboden worden aan marktkrachten en alomvattende plannen op een nationale schaal moeten worden afgeschaft, en anders uitgevoerd worden door lagere overheden. De vraag is wat er overblijft voor de planning overheid op het hoogste niveau. 3 Functies blijven bestaan, en zijn samen te vatten tot: ‘Zwijgzaam als mogelijk, maar besluitvaardig als het moet’.

  1. een denktank zijn door het organiseren van kennis
  2. voorwaarden scheppen voor specifiek belangrijke zaken in planning op lokaal niveau
  3. de plannende en controlerende functie voor enkele strategische, nationale projecten en eindverantwoordelijk zijn

De vraag is nu wat de positie is van het Nederlandse planning systeem binnen Europa. Het lijkt erop dat we richting het ‘free enterprise system’ gaan, een systeem waar de gemeenten het meest machtige niveau zijn, en waarin moet worden samengewerkt met vele partijen op verschillende niveaus.

3. Present situation in some West European countries

De positie van Nederland verschilt van die van andere landen. Nederland schuift richting de VS en GB, VS en GB richting Nederland:

Planning in Oost- Planning in ■■■ Planning in

en Centraal Europa Nederland ■■■ de VS

4. Linking developments

Hoe relateren de trends in West Europa en Nederland zich tot de ontwikkelingen in Oost- en Centraal Europa? Zal de constructie van een drie lagen systeem van de macht van de overheden op het gebied van stad- en regioplanning zorgen voor een adequate ruimtelijke planning? Zowel argumenten om de macht van de centrale overheid op lokaal niveau te versterken als om administratieve overheden op regionale intergemeentelijk niveau te versterken zijn beide makkelijk te vinden en de vraag is wat het beste is voor Oost- en Centraal Europa.

5. ‘Conclusions’

Er is geen goed antwoord te vinden op de vragen in dit paper, omdat de verschillen zowel binnen als tussen Oost- en Centraal Europa en West Europa te groot zijn. Toch zijn er twee conclusies te trekken:

De eerste conclusie gaat over de verticale as: de verschillende overheidsniveaus. Stad- en regioplanning profiteren het meest van een gecombineerd administratief model met zowel top-down als bottum-up elementen. Dit klinkt paradoxaal, maar biedt flexibiliteit en een raamwerk voor de ruimtelijke planning. Het houdt een sterke rol in voor de manier waarop het regionale niveau zich met het centrale en lokale niveau verbindt.

De tweede conclusie gaat over de horizontale as: de relatie tussen elk overheidsniveau en de samenleving. Voor een staat met een veranderend systeem lijkt het beste als er gezocht wordt naar de mogelijkheden van governance.

 

 

 

Hosted by www.Geocities.ws

1