Barends et al. – Hoofdstuk 2: Noordelijk zeekleilandschap
(terpengebied)Ligging
Noord-Friesland en Noord-Groningen
Vorming van het landschap
Fysische geografie: Ondergrond van zand à zand en klei afgezet vanuit de zee (zeespeigelstijging) à ook grondwaterstijging à moerassen à veen (kleine schaal) à 7e eeuw v. chr.: minder zeespiegelstijging à dichtslibbing, ontstaan kwelderwallen en oeverwallen
Bewoning: Vanaf de 6e eeuw v. chr. à veel overstromingen à verhogen van huissteden à huissteden groeiden aaneen tot terpen à na 1000: dijkbouw à 1200: Noordelijk zeekleigebied afgescherm door zeedijk à bewoning alle gebieden
Economie: Friezen handelden al sinds de Romeinse periode à langeafstandshandel à geen concentratie in centra tot 1000 à voornamelijk veeteelt à later meer akkerbouw (minder invloed van de zee) à afgraven terpen voor mest (1840-1945)
De Kerk: Christendom voor het eerst vanaf 600 à kerken midden op de terp (dorpsvijver) à ontstaan kloosters (met veel grondbezit) à kloosters verdwijnen in de 16e eeuw o.i.v. de reformatiebeweging
Waterstaat: Voor de zeedijken lozingen op zee à later sluizen en nog later stoom- en elektrische gemalen à ontstaan van de waterschappen à vanaf de 13e eeuw offensief waterbeleid (bijv. Middelzee, Lauwerszee en de Dollard)
Recente ontwikkelingen
De intensivering van de landbouw heeft het oude cultuurlandschap voor een behoorlijk deel laten verdwijnen. Forensisme à uitbreiding van de dorpen en aanpassen wegen
Voorbeelden
Het land van Sauwerd
Het Bildt & de Middelzee