In hoofdstuk acht worden 3 casestudies gegeven als kenmerkend van het Franse Planningsstelsel. Ze worden allemaal getypeerd door een sterke positie waarin de centrale overheid zich bevindt ten opzichte van de andere overheden en andere partners. Toch hebben verschillen in verhoudingen tussen de verschillende overheidslagen in de projecten, verschillende uitwerkingen gehad.
Seine Rive Gauche; Stadsbeleid en internationale competitie.
In 1970 werden de eerste voorstellen gedaan om het gebied aan beide kanten van de Seine in het Zuid-Oosten van Parijs te herstructureren, waarbij als voornaamste reden werd opgegeven, de toenemende vraag naar kantoren in de toekomst. In 1983 werd een 'Plan Programme de l'est Paris' opgesteld door de APUR (Atelier Parisien d'Urbanisme). Men wilde eenheid wat betreft de architectuur in het gebied en gebied zou een extensie worden van het commerciële centrum van Parijs met veel kantoren. Het hierbij gebruikte planningsmechanisme is de ZAC (Zones d'Amenagement Concertes), die een ruimtelijk plan maakt, het zogenaamde PAZ (Plan d'Amenagement du Zone). Ook men wilde veel internationale bedrijven naar het gebied toe te rekken. Het gebied zou goed ontsloten zijn door verschilende openbaarvervoerlijnen als bijv. de RER en tevens zou de nationale bibliotheek in het centrum van het gebied gevestigd worden. De investeerders bleven echter uit, omdat de vraag naar kantoren heel laag was, er was zelf sprake van een crisis. De private investeerders kwamen pas toen de benodigde infrastructuur in het gebied was aangelegd. Nog een probleem was dat locale bewoners een organisatie genaamd de CLAQ (Coordination et Liaison des Associations oprichtte, waarmee ze rechtelijke procedures begonnen tegen de herstructureringsplannen. De SEMAPA, de ontwikkelingsmaatschappij in Parijs, was echter hiertegen bestand, mede door het feit dat de overheid hier 57% van de aandelen in bezat. Het Seine Rive Gauch werd dus geleid door een sterk gecentraliseerde stadsplanning, wat er uiteindelijk ook voor gezorgt heeft dat het project uiteindelijk toch 'doorgedrukt' is. De schaal van het project (mede door de sterk gecentraliseerde aanpak) en het sterke vertouwen op de toekomstige behoefte op kantoren heeft toch wel een verzwakkende invloed gehad op het project en ook nu staan er nog niet veel kantoren in het gebied, het is nog een bouwput, behalve de bibliotheek die er al staat.
La Plaine Saint-Denis; Rivaliteit tussen verschillende overheden.
Bij de planning van La Plaine Saint-Denis was sprake van een veel complexere institutioneel structuur. In 1985 wilden de drie communes Saint Ouen, Saint-Denis en Aubervilliers, samen met het departement Seine-Saint-Denis en plan maken voor het opknappen van Saint-Denis. De groep richtte een organisatie op genaamd La Plain Renaissance en kwam in 1992 met een plan voor de regio, wat zou zorgen voor creatie van nieuwe werkegelegenheid en opleidingsmogelijkheden, een woningbouw-programma en verbeteringen aan de algehele leefbaarheid in het gebied. Kort daarna ging ook de centrale overheid belangen innemen in het gebied en zette zijn eigen planningsbureau voor de regio neer, de DRE (Direction Regionale de l'Equipement). De communes vonden het echter niet zo fijn dat de regering zich met het gebied ging bemoeien, zijn wilden hun eigen idealen (communistische politieke structuur) liever uitvoeren. De communes hadden alleen niet veel macht en hadden ze niet genoeg land in handen, tevens hadden ze ook weinig financiële middelen. Mede daarom was hun hoofdstrategie het onderhandelen tussen de publieke en private partners, in een groep genaamd ' Plaine Development'. Deze situatie van zwakke locale planning sloeg vervolgens plotseling om, doordat de centrale regering in 1993 besloot, om in het gebied het nieuwe nationale stadion te bouwen. Hiervoor was de toestemming van de communes nodig. Deze gaven uiteindelijk hun toestemming, onder de voorwaarden dat bij de bouw van het stadion ook het opknappen van het hele gebied werd betrokken (woningbouw, infrastructuur en sociale programma's). Ook de bouw van het stadion zorgde al voor een opleving van het gebied, door de vele werkgelegenheid die er was bij de bouw ervan. De communes waren echter wel achterdochtig over het feit dat de regering alleen de direct nodige infrastructuur zou aanleggen en de rest zou laten zitten en ook dat de financiële voordelen voor het gehele gebied zouden tegenvallen. Het project van Plaine Saint-Denis was dus een mix van sturing van de centrale regering en complexe relaties tussen verschillende lagen van overheden, de publieke organisaties en private bedrijvigheid en leidde tot opmerkelijke wendingen in de ontwikkeling van het gebied.
The Euralille Project; Institutional responses to European competition
De 'ondernemende stad' was een van de grote trends in Frankrijk na de decentralisatie. Lille is een provinciestad die die trend onderstreept. Als 'métropole d'equilibre' vanaf de jaren '60 was Lille niet zo succesvol in het aantrekken van nieuwe groei. Door verandering van internationale economische verhoudingen, een TGV-station in het centrum en voltooiing van de kanaaltunnel verbeterde de economische positie van Lille. De goede positie op het TGV-netwerk geeft Lille veel economische ontwikkeling. Politiek gezien kreeg het "Euralille' project veel steun. De burgemeester van Lille is de belangrijkste actor in het project; Pierre Mauroy was tegelijk ook voorzitter van de CUDL en de SEM. Hij lobbyde sterk in Parijs/Brussel en kreeg veel gedaan. Quality-circles' (groep met experts op bepaald vakgebied) adviseerden de directie van de SEM en zorgden voor promotie van het project. De bestuurlijke structuur van de SEM was complex, er was een verscheidenheid aan relaties tussen opdrachtgevers en uitvoerders. Het succes toont hoe goed men de enorme management-uitdaging aan is gegaan. Het project kon een succes worden door de in het buitenland bekende architect, de politieke reputatie van Mauroy (die door diverse afspraken een sterk leiderschap kon uitoefenen), het commerciële succes en de grote prestige die het internationaal gezien had. · Approaches to urban development and planning Bij alledrie de projecten zijn de integratie van verschillende overheden en het gebruik van bijna-autonome, publiek/private SEM's belangrijk, dit onderscheidt de Franse steden in Europa. Maar de functieomschrijving van de SEM's is complex en bij de intergouvermentele relaties en de rol van de SEM zijn verschillen te bemerken. In het geval van Lille was het cruciaal dat de burgemeester verschillende overheden kon laten samenwerken. De politieke leider was sterk verbonden met de SEM. Seine Rive Gauche steunde op de speciale status van burgemeester en de rol van Chirac. Bij beiden nam de SEM verantwoordelijkheid voor de grote projecten. In Saint-Denis was er een conflict tussen de verschillende overheden. Ook overlegde de SEM daar slechts en had beperkte directe invloed. In Parijs was de overheid minder geassocieerd met het dagelijkse ontwikkelingsproces. Oorzaken van deze variatie zijn de verschillende invloed van de (locale) partij-politiek en de steeds andere relaties met de locale economische situatie. In het algemeen was er in Parijs, door de macht van de burgemeester en het grote budget, een gegarandeerde locale autonomie. Bij de Seine Rive Gauche stuitte men op procedurele moeilijkheden, dit zorgde voor vertraging. Verder vond in Lille eigenlijk een ondemocratisch proces plaats doordat de verantwoordelijkheid van de CUDL naar de SEM was verschoven.'Formal plans' steunen de ambitieuze ontwikkelingsplannen van burgemeesters en de staat. Daar tegenover staan de claims tot autoriteit op basis van persoonlijke macht van een burgemeester, technisch vernuft of prestigieuze architectuur. In alle drie de gevallen dient het project om de oude industriële basis van de stad te vervangen en spelen grote nationale en internationale ambities mee.
CUDL (Communauté Urbaine de Lille): samenwerking 86 communes i/d regio.
SEM Euralille (Société d'Economie Mixte): publiek/private onderneming ter ontwikkeling van het gebied (waaronder CUDL, SNCF, enkele buitenlandse banken e.a.).