Hoofdstuk 8 (Urban planning)

Samenvatting 8A

 

Franse case studies

Inleiding

De studies beschrijven grootschalige stadsvernieuwende projecten in hun institutionele context/omgeving. Achtereenvolgens zullen behandeld worden: Seine Rive Gauche, Saint-Denis en het Euralille project. Deze drie typeren het planningstelsel in Frankrijk maar geven tegelijkertijd ook weer dat er grote verschillen kunnen ontstaan tussen de projecten door verschillende combinaties van de planningniveaus.

 

Seine Rive Gauche

In dit gebied, dat gelegen is in Parijs-Zuidoost tussen de Boulevard Péripherique, de Seine en station Austerlitz, is het de bedoeling dat er grootschalige kantoorontwikkeling plaats moet vinden. Dit komt gunstig uit, omdat er in deze zone een groot gedeelte van de beroepsbevolking van Parijs gehuisvest is. Naast kantoren zou er ook ruimte vrijgemaakt moeten worden voor woningbouw, universitaire uitbreidingen en transportvoorzieningen. Zo zou er een interchange linking metro gebouwd worden, zou de RER in dit gebied worden uitgebreid en zou er plaats worden gemaakt voor een grote centrale verkeersas, namelijk de Avenue de France, waarlangs geconcentreerde kantoorbouw moet plaatsvinden. Om de plannen een snelle start te geven zou begonnen worden met de ontwikkeling van een centrale bibliotheek. De kosten van het SRG-project bedragen rond de 25 miljard francs. Hoewel het initiatief voor de kantoorontwikkeling bij de staat ligt, wordt de ontwikkeling van het project door een aftakking van de ppp-organisatie SEM (Société d'Economie Mixte) gestuurd. Deze aftakking, genaamd SEMAPA (Société d'Economie Mixte d'Aménagement de Paris), heeft als belangrijkste drijfveer het stadsbestuur. Verder bevat het verscheidene shareholders waaronder de Franse spoorwegen SNCF. Deze laatste bezit een aanzienlijk gedeelte van het Parijse grondgebied, zodat ze ook nauw betrokken wordt bij de ontwikkeling van belangrijke projecten.

In het begin van de jaren tachtig is voor grootschalige herstructurering van het oosten van Parijs het Plan Programme de l'Est de Paris opgesteld. Naast herstructurering voor o.a. kantoorontwikkeling was verder van belang dat de stadsplanningsinstelling Atelier Parisien d'Urbanisme (APUR) eind jaren tachtig de gedetailleerde planning voor het gebied ondertekende. Het SRG-poject is de laatste fase in de herontwikkeling van Oost-Parijs. Als planningsmechanisme, dat uitgebreide planning met infrastructuurontwikkeling combineert, had APUR de ZAC (Zones d'Aménagement Concertés). De ZAC veronderstellen uniformiteit van architectonische stijl en minder goedkope huurwoningen. De doelstellingen van het Seine Rive Gauche-project zijn enerzijds op lokaal niveau en anderzijds op internationaal niveau gericht. Binnen Parijs moet de ontwikkeling van het project andere belangrijke zones beconcurreren. Zo is met SRG de bedoeling dat het La Défense minimaal evenaart. Met de meer dan 130 ha die gedomineerd moeten worden door kantoren is het doel verder dat de economische competitie met Europa en de rest van de wereld bijgebeend kan worden.

Helaas zijn er ook een aantal negatieve kanten aan de zaak. Ten eerste is er van de kant van de bewoners in dit gebied veel kritiek. Zij zien liever meer sociale en betaalbare woningbouw dan de overwegende kantoren. Ook hebben zij bezwaar tegen de nieuw aan te leggen grote verkeersas, die naar hun mening de toegankelijkheid tot de Seine van het zuidelijke gedeelte van het gebied vermindert. Er is verder een gat in de communicatie tussen de technische kant van het project en de begrensde informatie voor de bewoners. Door middel van een opgerichte belangengroep CLAQ (Coordination et Liaison des Associations de Quartier) proberen de bewoners hun bezwaren te uiten. Een tweede negatief punt is de ontstane overcapaciteit van kantoorruimten. Er is daardoor een hoge mate van leegstand. Ook hebben nieuwe kantoorgebieden een negatieve invloed op bestaande gebieden, doordat bedrijven kunnen wegtrekken uit de bestaande gebieden. Ten derde kan van SRG gezegd worden dat de wijk geen erg positief beeld oproept bij bedrijven, vooral vanwege verpaupering door oude industrie. Nieuwe private investeerders hebben dan ook vaak de neiging zich in andere kantoorgebieden te vestigen. Toch zal, als de infrastructuur in de wijk flink opgeknapt is, een aantal bedrijven alsnog naar Seine Rive Gauche trekken. Als laatste is de politieke toestand noemenswaardig. Met de SEMAPA wordt de schijn gewekt dat het hier gaat om private, gedecentraliseerde planning. Hoewel er wel degelijk inbreng is van de kant van private organisaties, wordt de planning toch voor het grootste deel verzorgd door de overheid. Vanuit de politiek is er verder ook nog kritiek geweest op het project. Er zijn aan de ene kant discussies geweest over de legaliteit van de plannen en aan de andere kant protesten van de partij Les Verts over het tekort aan groenbestemming voor SRG.

Samenvattend kan gesteld worden over Seine Rive Gauche dat het gaat om een ambitieus project dat om succes te boeken erg afhankelijk is van de kantoorontwikkeling in Parijs en omgeving. Opvallend is dat er aanzienlijk veel kritiekaanvallen zijn op de plannen.

 

Saint-Denis

Saint-Denis is een gebied ten noord oosten van Parijs. Een belangrijk kenmerk is het hoge werkloosheidspercentage van 15%. De grond en onroerend goed markten zijn er vrij zwak. Er is eveneens sprake van een gefragmenteerde locale overheid. Dit heeft als gevolg dat er minder controle op de ontwikkelingen in het gebied mogelijk is. Met deze karakteristieken in het achterhoofd, volgt hieronder een beschrijving van de ontwikkelingen in het gebied.

Er zijn in het gebied drie planning niveaus die van belang zijn voor de ontwikkeling. Ten eerst de locale overheid. Deze was vroeger deel van het banlieue rouge, een communistisch riem om het noorden en oosten van Parijs. De visies van deze politieke stroming zijn langzamerhand verouderd, met als gevolg dat de doeleinden en het beleid van deze overheid veranderd zijn. Er wordt nu gestreefd naar economische ontwikkeling en diversificatie van het huizen aanbod. Ten tweede is er het regionale niveau, dat ook zeggenschap heeft in de ontwikkeling van Saint-Denis. Dit intercommunaal (=intergemeentelijk) plan heet de Plaine Renaissance, een samenwerking van Saint Ouen, Saint-Denis, Aubervilliers en het département Seine-Saint-Denis. Zij willen werkgelegenheid, en huisvesting ontwikkelen en het milieu behouden. Ten derde bestaat er nog de centrale overheid. Zij kreeg begin jaren negentig interesse in het gebied. Om gedetailleerder te kunnen plannen vestigden zij een eigen planningskantoor in het gebied als afsplitsing van de centrale overheid. Ook zij willen de economie in Saint-Denis ontwikkelen.

Er zijn verschillende opties met betrekking tot de uitvoeringinstellingen. Het zou het département kunnen zijn of de staat, maar daar zijn de gemeentes niet meeeens. Dit ligt aan hun politieke aard en aan het feit dat er in Frankrijk een nieuwe gedecentraliseerde vorm van planning ontstaan was. Zij willen alle macht die zij nu gekregen hadden ook daadwerkelijk gebruiken. Zij hebben dus hun eigen uitvoeringinstelling opgezet: Plaine Developpement. Deze bestaat voor 68% uit de gemeenten, 22% uit banken en 8% uit de staat. Zij missen belangrijke actoren, namelijk de grondbezitters, waardoor ze in een zwakke positie innemen. De banken en de staat zijn niet bereid geweest hun investeringen te verhogen en de gemeenten zelf beschikken over weinig eigen kapitaal. Toch zijn er in Saint-Denis enkele investeringen geweest. Voorbeelden zijn een hoofdvestiging van Electricité de France en kantoren van de SNCF, de spoorwegen. Deze laatste hadden namelijk veel sporen liggen in het gebied en ontwikkelden er workshops voor de lokale bevolking. De investeringen die gedaan zijn, zijn afkomstig van nutsbedrijven en de particuliere sector. Hierbij hadden de gemeentes te weinig geld om te kunnen coördineren en bemiddelen.

In 1993 kwam er een radicale verandering. De centrale overheid had een groot voetbal stadion, La Grande Stade, in de planning op grondgebied van de stad! De keuze voor dit project was door de centrale overheid genomen en zij zouden ook een belangrijke rol in de planning en ontwikkeling spelen. Ze hadden echter wel de toestemming van de gemeentes nodig, gezien het op hun grond gebouwd diende te worden. Deze waren eerst tegen omdat ze verwachtten dat er geen rekening werd gehouden met hun belangen, maar later stemden ze op enkele voorwaarden toch weer toe. Zij wilden dat het project werd geïntegreerd met huisvesting-, werkgelegenheid- en openbaar vervoersprojecten om zo het hele gebied te stimuleren. Men wilde ook dat de snelweg de A1, die dwars door Saint-Denis loopt, werd overkoepeld. Het stadionproject zelf werd geleid door SANEM, Societé Nationale d'Economie Mixte. Dit is een publieke-private samenwerkingsverband die de uitvoering voor zijn rekening nam.

Er wordt nu heel erg getwijfeld of er wel voldaan zal worden aan de voorwaarden die de gemeenten gesteld hebben. Waarschijnlijk is dit veel minder dan men hoopt. Er is dus een overduidelijke rol voor de centrale overheid in dit geheel, een typisch kenmerk van het Franse planningstelsel.

 

Het Euralille project "Commercieel en politiek succes"

In de 60-er jaren werd er in Frankrijk een beleid gevoerd om steden buiten Parijs te stimuleren in hun groei. Lille werd ook aangewezen als Metropole d'Equilibre (evenwicht). Bij andere steden, zoals een aantal steden in het Zuiden van Frankrijk werkte dit goed, maar in Lille was hoge werkeloosheid doordat er veel industrie uit het gebied verdween. Om de economie in de agglomeratie Lille te stimuleren, wilde men een aansluiting op het TGV-netwerk in het gebied. Zoals bekend, profiteren de steden die als eersten zo'n station hebben, er economisch van, zeker als het netwerk nog niet sterk verbreidt is. In 1960 werd de CUDL opgericht, wat staat voor "Communauté Urbaine de Lille". Het is een autoriteit voor de agglomeratie Lille, bestaande uit 86 communes. In 1989, toen Pierre Mauroy, een oud-minister, burgemeester van Lille werd, werd hij ook benoemd tot president van de CUDL. Toch hadden ook burgemeesters van de andere gemeenten van de CUDL invloed. Pierre Mauroy haalde als burgemeester van Lille het TGV-station binnen de stad Lille, in plaats van elders in de agglomeratie, wat het oorspronkelijke plan was. De CUDL steunde dit plan, als deel van een economisch ontwikkelingsplan voor de hele regio. Naast het plan voor het TGV-station kwam ook het plan voor het Euralille project, wat een commerciële wijk over en rond het TGV-station inhield. Er zouden onder andere kantoren, een groot winkelcentrum, een conferentie/tentoonstellingscentrum, hotels en een park komen. Lille zou hiermee Europees bekend moeten worden.

Toen het plan in 1990 rond was, werd de coördinatie en het management doorgegeven aan de SEM, een "Société d'Economie Mixte". Pierre Mauroy werd president van het orgaan. De SEM bestond uit zowel publieke als private instellingen, zoals de CUDL, een organisatie van handel en industrie, de SCET (Société Centrale pour l'Equipment du Territoire) en buitenlandse banken. De activiteiten van de SEM werden gecontroleerd door "Quality Circles", groepen van geselecteerde experts die op bepaalde gebieden advies moesten geven. Een tweede doel van de "circles" was promotie door het aanhalen van experts in het project. Naast deze promotie vonden er nog andere manieren van promotie plaats. Zo werd er een internationale architect gevraagd, Rem Koolhaas, om met zijn bedrijf de architectuur te verzorgen, dit om het project nog prestigieuzer te maken dan het al was. Daarnaast werd een internationale hotelketen gevraagd om te investeren. Zo durfden misschien ook andere internationale bedrijven te investeren, al voor het plan geheel uitgevoerd was. De plaatselijke bevolking werd goed op de hoogte gehouden door veel publiciteit en open dagen van het project.

Euralille is gecreëerd door de CUDL en uitgevoerd door de SEM, die een stap verder van de democratie stond dan de CUDL. De invloed van Pierre Mauroy op de drie bestuurlijke niveau's: op nationaal niveau als oud-minister, op regionaal niveau als president van de CUDL en op lokaal niveau als burgemeester van Lille, met daarnaast nog het presidentschap van de SEM, heeft er voor gezorgd dat het plan zo ver is gekomen. Verder is de promotie goed geweest voor het aantrekken van bedrijven uit zowel binnen- als buitenland. Kritiek op de beslissingen in het plan is dat het niet allemaal even democratisch gebeurd is. De SEM wordt niet democratisch gekozen, maar beslist wel alles wat er gebeurt. Het project werd bedreigd door de verkiezingen van 1995. In 1994 werd er een nieuwe planningswet van kracht, waardoor alle communes, dus ook de kleine communes in de CUDL invloed kregen, terwijl tot die tijd vooral de grotere communes hun invloed uitoefenden. Nu zouden de rivale partijen het roer over kunnen nemen van de meerderheid die Pierre Mauroy had gevormd binnen de CUDL. Het plan rust op commercieel succes en de politieke sterkte van de leider van het project, Pierre Mauroy.

 

Conclusie

Zoals gebleken is uit de drie cases die behandeld zijn in het hoofdstuk, is het verloop van de planning van een project redelijk verschillend. Er zijn gemeenschappelijke kenmerken, maar de verschillende omstandigheden in een gebied zorgen voor verschillende verlopen van het planningsproces. De invloed van de verscheidene bestuurlijke niveaus verschilt ook per project. Zo kan één persoon al heel erg veel bereiken door invloed te hebben op drie niveaus, zoals in het voorbeeld van het Euralille project. In Saint-Denis daarentegen heeft de centrale overheid het voortouw genomen vanwege een zwakke locale overheid. In Seine Rive Gauche wordt het meeste gepland door het stadsbestuur, alhoewel er de indruk gewekt wordt dat het meer een private, gedecentraliseerde organisatie is. De projecten worden gestuurd in Frankrijk door een SEM, wat staat voor "Société d'Economie Mixte". Deze organisatie bestaat uit zowel private als publieke partijen (maar in de meeste gevallen is het private aandeel bijna te verwaarlozen).

 

Terug naar Samenvattingen P3-Kpl

MariniNet Centraal (home)

Hosted by www.Geocities.ws

1