Het
geografische huis, hoofdstuk 11: De maatschappelijke ruimte: Marxistische
geografie
In
de jaren rond 1970 kwam deze stroming op. Het hangt samen met maarschappelijke
veranderingen > veranderingen in alle sociale ws > schotten tussen de
verschillende ws werden lager > meer uitwisseling tussen verschillende ws
> doorbreken vd orthodoxie binnen soc. Ws. (overigens, bij Ratzel en de la
Blache werd ook al samengewerkt tussen de verschillende disciplines, zij hebben
er zelf voor gezorgd dat dit veranderde). In dit hfst worden verschillende
benamingen voor de stroming gebruikt; kritische geografie, marxisme, linkse
geogr. Enz enz. De stroming ontstond als onderdeel van het sociale protest van
de jaren zestig, als alternatief voor de methodologische vereisten van het
logisch positivisme.
De
renaissance van het marxisme in de sociale geografie in west-europa en de vs
heeft veel te danken ad socioloog C. Wright Mills. 1959: The sociological
imagination > aanval op de toen heersende richting in de toenmalige
sociologie die hij theoretisch dor, empirisch overprecies en maatschappelijk
ongeïnteresseerd achtte. Zijn doelstelling was: het marxisme als belangrijk
onderdeel opnieuw op te nemen in de hoofdstroom van de soc. Ws.
Marxisme
is niet kort uit te leggen. Op zijn kortst gezegd gaat het om een combi van
politiek programma en ws. Het pol progr is gericht op de soc transformatie van
de wereld ten behoeve van de arbeiders. Ws gezien heeft het marxisme het historisch
materialisme ontwikkeld. > kap prod wijze: scherpe scheiding tussen
kapatilisten die prod middelen bezitten en de arb als leverancier van
arbeidskracht > klassenstrijd > Marxisten gaan ervanuit dat deze
klassenstrijd tenslotte zal leiden tot de overgang naar een nieuwe
productiewijze met een gemeenschappelijk bezit van de prod middelen en daarmee
een werled waarin iedereen vrij kan leven. Het marxisme onderschrijft de holistische
visie > alles moet gezien worden als onderdeel van de maatschappelijke
totaliteit. Het marxisme heeft ook een historisch karakter >
ondermijning van het tijd- en plaatsloze logisch-positivisme.
Tegenstand
in de jaren 70 van onder andere Leszek Kolakowski. Anthony Giddens gaf in zijn
werk veel kritiek op het structuralistische marxisme ( van filosoof Louis
Althusser) en benadrukte de vrijheid van individuen en culturele variabelen ipv
economie (= humanistische marxisme). Kortom: door maatschappelijke ontw en ws
kritiek is de rigide en dogmatische marxisme verdwenen.
In de marxistische geografie heeft het tijdschrift Antipode een grote rol gespeeld. Men kan er de fasen en vertakkingen van die stroming uit af lezen. Het bestaat nu nog, heeft rebels verleden. Met centrale figuur: R. Peet.
De
doorbraak naar het marxisme vond in radicale stroming plaats in 1972. Rond dit
jaar voltrok zich in de kring rond Antipode een scheiding tussen hen die
maatschappelijk relevant bezig wilden zijn zonder prijsgeving van de wsl methodologie
en zij die naar geheel nieuwe wegen van veelal marxistische makelij zochten,
waarna de eerst genoemden ermee kapten. In de loop van de jaren 80 verbreedde
het recruteringsveld van de auteurs zich opnieuw. Een goed dwarsprofiel van de
stroming na zo´n twintig jaar geven twee bundels die zijn samengesteld door R.
Peet en Nigel Thrift: New models in geography (1989) Er bestond al een
verzamelbundel uit 1967: Models in geography. Verschillen: In models:
soc en fys geogr onder een dak, in new models onzichtbaar. In models: ongelijke
ontwikkeling en regionale verandering en over natie, de staat en politeik, in
new models meer over de stad, de civil society en de soc theorie, geender
relations, rassen, racisme, cultuur en localities. In models alleen alle
aandacht naar klasse: indeling in eco pos in maatschappij.
Dus
in het nieuwe marxisme meer aandacht voor verscheidenheid. Het is ook niet meer
overheersend (als de klassieke). Marx wordt geëerd, maar is niet meer heilig.
Mening van marxisten in de jaren 70 en 80: ruimte = minimaal. Deze kennis haalden ze uit oude boeken van Marx.
Het
tegenovergestelde gebeurde onder de geografen: meer aandacht voor de ruimte.
Dit werd ook door socioloog (Giddens) en historicus (Foucault) bevestigd. Dit
versterkte het zelfbewustzijn bij geografen. Ruimte krijgt in deze theorie een
eigen plaats als relevante variabele in en voor tal van maatschappelijke
processen. Zie voor voorbeelden blz 226, 227.
Er
wordt iets meer op hem ingegaan, omdat hij al een lange periode de
richtinggevende auteur van het marxistische gezichtspunt binnen de geografie
is. Geboren in 1935 > werkzaam in Bristol. Jaren 60: invoering RA. Harvey
schreef in 1963 over de hopteelt in Kent. Heeft ook hfst in Models geschreven
> benadrukking van de procesanalyse. Twee jaar later schrijft hij boek over
de methodologie voor geografen = logisch positivistisch. Hij verhuist naar
Baltimore- John Hopkins University, wordt opgenomen in de kring rond Antipode.
In de volgende jaren is Harvey de voorman bij uitstek van de marxistisch
georiënteerde geografen. 1987 terugkering naar Engeland, doceert in Oxford. In The
condition of postmodernity 1989 biedt hij een marxistische
interpretatie van het zogenaamde
postmodernisme. In 1996 was hij nog aan een boek bezig. Zijn overtuiging dat de
hedendaagse samenleving nog veel zinvols te zeggen heeft, is ongeschokt.
´Radicale`
geografie in verschillende specialismen
In de ws wordt steeds duidelijker het eigen effect van lokale contexten met hun specifieke geschiedenis en cultuur benadrukt. Ook in de ontw geografie steeds meer aandacht voor lokale detail . Steeds meer geografen betogen dat behalve de externe situatie, ook de interne situatie bijdraagt aan een verklaring van (onder) ontwikkeling. (vooral ontw geografen zijn op dit gebied actief geweest.)
Verschuivend engagement; feministische geografie
Medespelers in het revolutionair proces waren:
-Harvey, na 1970 zette hij meer radicale fase in in de ontw van de soc geografie, maar dit bleef radicalisme op papier.
-William Bunge, RA, was meer van de actiegerichte vroege radicale geografen (expedities ed > conflicten met gezag). Dit is als algemene wijziging karakteristiek. Het ging om sociale rechtvaardiging.
Zo kwam later het feminisme op in de jaren 80. Doel: emancipatie van vrouwen. De huidige ruimtelijke inrichting weerspiegelt volgens de feministen de conventionele patriarchale ideeën > voor mannen ingedeeld en lastig voor vrouwen (die kind naar school moeten brengen, boodschappen, dokter, werk > denk aan college). Ze maken tevens duidelijk dat geografen werken vanuit een patriarchale visie, of dat ze in elk geval gender blind zijn. Verschil tussen eerste (rond 1900) golf en 2e golf (eind 70, 80) is dat de vrouwen toen als slachtoffer werden gezien en dat bij de tweede de verschillen tussen vrouwen meer benadrukt werden.
Nu is feminisme geaccepteerd; zo worden ruimtelijke plannen tegenwoordig vaak beoordeeld op hun emancipatorische gehalte (net als MER).