Opdrachten
voor het werkcollege wetenschappelijke vorming van woensdag 5 november.
Daniel van
Middelkoop
Stud. Nr.:
9723420
Stelling 1: De
ruimtelijke blindheid van de sociologie is grotere dan die van de economie en
de politocologie
Pro: De
sociologie houdt zich veel meer bezig met sociale relaties dan de economie en
politicologie. Bij deze sociale relaties is het veel makkelijker de ruimtelijke
context te negeren dan bij economie of politiek, waardoor de ruimtelijke blindheid van sociologie
inderdaad groter is.
Contra: Alledrie
zijn het sociale wetenschappers, en ze bestuderen allemaal zaken die zich
afspelen in een ruimtelijke context, ook de sociologie. De blindheid van de
sociologie is dus zeker niet groter.
Stelling 2:
Een gebied bestaat niet uit samenhangende sociale relaties, maar uit
samenhangende ruimtelijke differentiaties en interacties
Pro: De geografie
is een ruimtelijke wetenschap, waarin dus de ruimtelijke differentiaties
en interacties centraal moeten staan, en niet de sociale relaties. Juist die
ruimtelijke invalshoek maakte de geografie tot wat ze is.
Contra: Centraal
in een gebied staat de mens. Hierdoor is het vanzelfsprekend dat de sociale
relaties belangrijk zijn, hierdoor wordt het gebied vormgegeven. Naar deze
relaties moet vervolgens met “de ruimtelijke bril” van de geograaf gekeken
worden.
Stelling 3:
Beeldvorming is een psychologisch verschijnsel en is daarom geen objekt voor
sociaal geografen
Pro: De
psychologie is geen onderdeel van de sociale geografie. Omdat deze psychologie
ten grondslag ligt aan de beeldvorming, kan en mag je ook geen uitspraken doen
over beeldvorming. Hierdoor is beeldvorming geen objekt voor sociaal geografen
Contra:
beeldvorming mag dan wel een psyschologisch verschijnsel zijn (iets waarvan
geografen in principe weinig afweten), de beeldvorming is zeer sterk van
invloed op het ruimtelijk gedrag van mensen. Dit maakt het dus zeker wel rtot
een objekt voor sociaal geografen.
Stelling 4:
Doordat in gebiedsstudies concrete gebieden centraal staan, leidt dit meer tot
maatschappelijk relevante kennis, dan tot ook voor andere sociale wetenschappen
bruikbare inzichten
Pro: Doordat er
specifiek een gebied bestudeer wordt leidt dit tot kennis over het gebied, dus
maatschappelijk relevante kennis. Voor de maatschappij zeer nuttig, maar de
andere sociale wetenschappen kunnen relatief weinig met de resultaten van een
onderzoek.
Contra:
Natuurlijk leidt gebiedsstudies snel tot maatschappelijk relevante kennis, maar
waarom zou dit niet leiden tot bruikbare inzichten voor de andere sociale
wetenschappen? Ook deze wetenschappen bestuderen de maatschappij en kunnen hun
voordeel doen met deze maatschappelijke kennis.
Stelling 5:
Doordat de geschiedenis bij gebiedsstudies alleen gebruikt wordt om het heden
te begrijpen, wordt geen recht gedaan aan de historische geografie als aparte
discipline
Pro: geschiedenis
wordt binnen gebiedsstudies inderdaad alleen gebruikt om het heden te
begrijpen. De geschiedenis op zich wordt dus niet echt gebruikt, alleen als
verklaring, waardoor de historische geografie als aparte discipline er binnen
gebiedsstudies slecht vanaf komt.
Contra: De
geschiedenis wordt wel degelijk gebruikt door gebiedsstudies. Dat deze
geschiedenis wordt gebruikt om het heden te begrijpen doet op zich niet af aan
de status van historische geografie als aparte discipline; er wordt dankbaar
gebruik gemaakt van de kennis van historisch geografen.
Stelling 6:
Een toegepaste wetenschap als bestuursgeografie kan nooit samengaan met
regionale geografie, wat een verklarende wetenschap is.
Pro: De
bestuursgeografie is erg toegepast, en gericht op een klein gedeelte van de
geografie, de bestuurlijke kant. Gebiedsstudies is veel algemener, waardoor op
verschillende manieren over gebieden wordt gedachtt. Een samengang van de twee
richtingen is dan ook ondenkbaar.
Contra: Beide
wetenschappen verklaren ruimtelijke patronen binnen een gebied. Vanuit alleen
de gebiedsstudies of alleen bestuursgeografie kan het zijn dat er bepaalde
zaken niet te verklaren zijn, door de specifieke focus die de richtingen
hebben, een samenwerking of samengang van deze twee richtingen kan dit soort
problemen helpen voorkomen.
Stelling 7:
Doordat gebiedsstudies zich op middelgrote regio’s richt, blijven veel
potentiele bruggen met andere sociale wetenschappen onbenut.
Pro: De economie
bijvoorbeeld doet zijn studie vaak op nationaal (of hoger) niveau, waardoor de
inzichten uit de economie vaak niet toepasbaar zijn op het middelgrote gebied.
Bij een groter bestudeerd gebied van gebiedsstudies zou er veel meer
interdisciplinaire samenwerking mogelijk zijn. Ook het omgekeerde is het geval,
de sociologie werkt met een lager schaalniveau, waardoor wederom hun
bevindingen moeilijk bruikbaar zijn.
Contra: De andere
wetenschappen werken dan wel vaak op een ander schaalniveau, dit betekent niet
dat deze informatie niet (enigszins aangepast) bruikbaar zou zijn voor
middelgrote gebieden. Deze middelgrote gebieden hoeven dus in geen enkel
opzicht een belemmering te zijn voor het slaan van potentiele bruggen met andere
sociale wetenschappen.
Stelling 8:
Van alle velden in de sociale geografie heeft gebiedsstudies de meeste
raakvlakken met fysische geografie
Wanneer je de
ontwikkelingen in een gebied als geheel bestudeert, is het aannemelijk dat het
fysisch milieu een duidelijk merkbare invloed heeft gehad op de ruimtelijke
inrichting. Hierdoor is de fysische geografie dus relatief sterk aanwezig
binnen gebiedsstudies. Andere geografische specialisaties hebben een andere
invalshoek, waardoor veel minder raakvlakken met de fysische geografie
voorkomen.
Contra: Dit is
niet altijd het geval. In sommige gevallen is kan het fysisch milieu ook bij
bijvoorbeeld stadsgeografie een belangrijke rol spelen in het verklaren van het
ruimtelijk patroon. Daarbij is ook bij de geografie van ontwikkelingslanden de
fysische geografie vaak sterk aanwezig
Stelling 9: De
sociale geografie is van nature multidisciplinair
Pro: Op de
ruimtelijke inrichting van een gebied, wat de sociale geografie bestudeert,
zijn vele krachten van invloed die in principe door andere wetenschappen worden
bestudeert, zoals bijv. economie. Om het ruimtelijk patroon te kunnen verklaren
moet de sociale geografie dus wel multidisciplinair zijn.
Contra: De
geograaf kijkt vanuit de ruimtelijke invalshoek naar een gebied. Alhoewel zaken
als politiek en economie wel sterk aanwezig zijn, worden ook deze zaken bekeken
met een ruimtelijke bril (welke neerslag hebben ze bijvoorbeeld in de ruimte)
en is er van multidisciplinariteit dus geen sprake.
Stelling 10:
Wil de sociale geografie als aparte discipline blijven voortbestaan, dan moet
ze zich, analoog aan grote ondernemingen, terugtrekken op haar kernactiviteit;
de studie van gebieden
Pro: Door je
terug te trekken op je kernactiviteit kan hieraan veel meer aandacht worden
besteed, waardoor veel betere inzichten over gebieden kunnen ontstaan. Hierdoor
neemt de wetenschappelijke waarde van de sociale geografie toe en kan zij als
aparte discipline blijven voortbestaan.
Contra: Wanneer
de sociale geografie zich alleen nog maar bezig zou gaan houden met de studie
van gebieden, vallen er vele waardevolle studieobjekten (stadsgeografie)
wegvallen, waardoor de wetenschappelijke waarde van geografie af zou nemen.
Sociale geografie zal alleen maar een nog kleinere discipline worden en opgaan
in een andere discipline, waarschijnlijk de sociale wetenschappen.