Denken over Regio’s Hoofdstuk 8: Regionaal-geografische modellen

 

Twee denkwijzen die aan regionaal-geografische modellen ten grondslag liggen worden in dit hoofdstuk besproken:

-          G. Hoekveld: wisselwerking tussen enerzijds de vervlechting van (onderdelen binnen) een regio en anderzijds de externe krachten, op 2 manieren te bestuderen:

o       Urban field – vbd Hannover

o       Corridormodel – vbd Bielefeld

-          A. Paasi: geen nadruk op ruimtelijke kenmerken, maar op de maatschappelijke krachten die leiden tot de vorming (of afbraak) van een regio

o       vbd Lippe

 

8.1 Hannover en haar urban field

In de regio Hannover regelt het Kommunalverband Großraum Hannover OV, economische  ontwikkeling, recreatie en regionale planning. Dit verband is het meest actief  in het gebied direct rond Hannover. Daar vindt ook de sterkste bevolkingsgroei plaats. Dit is een concentrische ontwikkeling. Een sectorale ontwikkeling is dat de groei met name in de noordwestelijke sector van de regio heeft plaatsgevonden.

 

Op zoek naar een verklaring, deel 1 - analytische beschrijving

Na 1960 veel mensen vanuit de stad naar stadsrand vertrokken. Het platteland daarentegen had te maken met een afnemende groei. Daar waren duidelijke sectorale verschillen. Ten Noorden van Hannover vestigden zich veel rijkelui. Landbouw had daar toch slechte mogelijkheden vanwege de slechte bodem. Maar, in de ZO-sector belemmerde de eerdere succesvolle en gespecialiseerde regionale ontwikkeling nieuwe groei. Vele landarbeider die tijdens mechanisatie van de landbouw werkloos werden, vertrokken naar Peine, een stad ten oosten van Hannover. Daar vond sterke concentratie plaats.

Nu is het zo dat de kant van Peine op er nog ruimte is voor nieuwe ontwikkeling. Ten NW van Hannover is alles volgebouwd of liggen er beschermde natuurgebieden.

 

Op zoek naar een verklaring, deel 2 – mbv. algemene, niet regiospecifieke inzichten 

Naast statische modellen (Von Thünen, Christaller, Burgess, Hoyt) zijn er meer recent ontwikkelingsmodellen ontworpen. Voor Hannover is het urban-field model een geschikte, ontworpen door Lamb (1975). Urban field is het gebied rondom de stad waarin de stad een dominante invloed uitoefent; daarbuiten begint het perifere platteland.

1e fase: urban field is bescheiden en geconcentreerd patroon van stedelijke expansie

2e fase: tgv automobiliteit sterke uitbreiding urban field, afstand verliest aan belang en amenities/aantrekkelijkheden winnen. De stad toont tekenen van verval, terwijl de omliggende plaatsen groeien. Hoe groter de afstand tot de centrale stad, des te meer leggen de bijzondere kwaliteiten van een locatie gewicht in de schaal. De stedelijke expansie begint dus concentrisch, wordt later gesegmenteerd en vervolgens gedifferentieerd. Figuur 8.2

 

8.2 De Bielefeldse corridorregio

Het corridormodel houdt in dat tussen twee stedelijke gebieden een snelle infrastructurele, economische en demografische groei plaatsvindt. Dit model kent drie fasen:

fase 1: expansie kleinere kernen die zowel nabij transportas als in het urban field liggen.

fase 2: regionale centra die langs transportas, maar buiten urban field liggen komen tot ontwikkeling door suburbanisatie van bedrijven en huishoudens.


fase 3: regionale centra ontwikkelen zich voorspoedig en worden onafhankelijk van groei-impulsen uit de metropolitane gebieden. Figuur 8.3

 

Van toepassing op Bielefeld?

1989-1994 sterke groei werkgelegenheid en bevolking.

Situatie komt overeen met fase 3, maar: fase 1 en 2 zijn niet volgens model verlopen:

-          het ‘buitengebied’ heeft nooit bevolkingsverlies gekend

-          de grote steden kennen geen ruimtegebrek

-          door Duitse hereniging kwam Hannover veel centraler te liggen

 

Tot slot: het model is niet de werkelijkheid!

Anders dan in de ruimtelijke analyse is het corridormodel niet gericht op het opsporen van wetmatigheden in regionale ontwikkeling. Algemene ontwikkelingen krijgen door uiteenlopende regionale situaties een van regio tot regio variërende neerslag.

Het ontstaan van een ruimtelijk samenhangende corridorregio gaat niet hand in hand met een toename van de politiek-bestuurlijke cohesie in die corridorregio. Veel van deze regio’s blijven politiek gefragmenteerd, dan wel maken deel uit van een veel grotere bestuurlijke regio.

 

8.3 De veerkracht van een regio: Lippe

Institutionalisering van een regio: Paasi’s model

Regio’s bestaan niet alleen in ruimte, maar ook in tijd. Ze kunnen ontstaan en vervagen. Paasi: Reproductie van regio’s. Het institutionaliseringsproces heeft 4 vormen:

-          territoriale vorm

-          symbolische vorm

-          institutionele vorm: stelsel van instellingen dat aanwezig is en op regio gericht is.

-          functionele rol van een regio in grotere verbanden

De functionele rol vertoont de meeste dynamiek, ook in het urban field-model en corridormodel.

 

Lippe tot de Tweede Wereldoorlog

Sterke territoriale vorm, maar politiek gezien werd Lippe steeds zwakker. De versterking van Pruisens institutionele vorm verzwakte Lippe’s functionele rol. Daar leed Lippe’s economie onder. Desondanks werd in 1908 een verbond opgericht dat Lippe’s authenticiteit moest verdedigen.

 

Na 1945: het Landesverband Lippe als regionale actor

Voor de Tweede Wereldoorlog heeft bestendiging van Lippe’s institutionele vorm de economische ontwikkeling vertraagd: na de oorlog verkreeg Lippe bij de opname in Nordrhein-Westfalen concessies die een nieuwe en sterke institutionalisering mogelijk maakten.

 

8.4 Slot: onderdeel van groter geheel, bouwwerk van kleinere delen

eventueel ff lezen

Hosted by www.Geocities.ws

1