Globalisering: hemel of hel?

 

Globalisering is een ‘hot issue’. Het is een proces waar iedereen zich een eigen voorstelling van maakt. In hoeverre het als een positief of negatief fenomeen beschouwd wordt varieert nogal, zowel intra- als internationaal. In dit essay zal vanuit verschillende standpunten het globaliseringproces bekeken worden om tot een oordeel te komen ten aanzien van globalisering.

 

Een definitie van globalisering die vaak gebruikt wordt luidt: ‘The growing economic interdependence of countries worldwide through the increasing volume and variety of cross-border transactions in goods and services and of international capital flows, and also through the more rapid and widespread diffusion of technology’ (IMF in Wolf,  e.a. 1997).

Belangrijk bij globalisering is de ontwikkeling van nieuwe technologieën die zorgen voor de ‘annihilation of space through time’, waardoor sociale relaties onafhankelijk van (tijd-)ruimte mogelijk worden (Hoogvelt, 1997, blz. 125). Liberalisering van de wereldeconomie heeft vervolgens daadwerkelijk voor globalisering gezorgd (Wolf,  e.a. 1997).

 

Voorstanders wijzen vaak op de economische groei die in Azië heeft plaatsgevonden door het openstellen van nationale economieën op basis van vrije keuzen. Volgens hen wijst de geschiedenis uit dat de landen die zich openstellen voor de wereldeconomie hun welvaart zien stijgen. Tegenstanders proberen dit te weerleggen door te zeggen dat de economische successen van de ‘Asian Tigers’ niet te danken zijn aan het openstellen van de nationale economieën, zoals Ricardo en Smith dat voor ogen hadden, maar juist aan protectionistische maatregelen en buitenlandse hulp. Tevens stellen ze dat de inkomensongelijkheid in de wereld is toegenomen door de globalisering, zowel relatief als absoluut, met name in Latijns-Amerika en Afrika (Wolf,  e.a. 1997). Ook Hoogvelt constateert dat ondanks het ‘footloose’ worden van economische activiteiten de ongelijkheid groter geworden is. Met name de laagwaardige productie verschuift naar lage-lonenlanden. De hoogwaardige productie blijft geconcentreerd in westerse landen (Hoogvelt, 1997, blz. 137).

 

Tot zo ver zijn enkel de economische aspecten van globalisering aan de orde geweest. Globalisering is echter niet alleen een zaak van economie zoals bovenstaande definitie doet vermoeden, er zijn ook belangrijke culturele en politieke componenten.

 

Een argument dat veel gebruikt wordt door anti-globalisten is dat globalisering er toe zou leiden dat regionale en nationale culturen verdwijnen. Landen en regio’s zouden niet in staat zijn zich tegen de invasie van de westerse cultuur te wapenen. Op deze manier zullen volkeren hun identiteit verliezen en zal er homogenisering optreden. Met name Frankrijk is hier bang voor. De Franse regering maakt zich grote zorgen over de culturele identiteit die bedreigd zou worden door globalisering. Met behulp van Subsidies en campagnes wordt de regionale en nationale identiteit beschermd. De vraag is of deze angst ook terecht is. Vargas Llosa stelt dat er inderdaad een proces van homogenisering gaande is. Dit is echter geen gevolg van globalisering maar van modernisering. In onze moderne wereld veranderen culturen nu eenmaal. Vargas Llosa ziet in globalisering juist een kans voor burgers om hun eigen identiteit te construeren. Globalisering verwijdt de horizon van de individuele vrijheid. Het wegvallen van grenzen en de toenemende onderlinge onafhankelijkheid zijn een stimulans voor mensen om andere culturen te leren kennen. De beste tactiek om de eigen cultuur te beschermen is die eigen cultuur en taal in de wereld uit te dragen in plaats van het krampachtig verzetten tegen invloeden van buitenaf (Vargas Llosa, in Volkskrant, 2000).

 

Het aantal internationale organisaties is toegenomen, evenals de politieke invloed die zij uitoefenen. Staten worden hierdoor in toenemende mate beïnvloedt. Conflicten in regio’s krijgen steeds vaker een internationaal karakter door bemoeienis vanuit de Verenigde Naties. Om de vrede te handhaven kan men deze interventies beschouwen als noodzakelijk. In de praktijk echter blijken deze operaties veelal te mislukken en soms zelfs situaties te verergeren. Ook bij de gerechtelijke veroordeling van misdadigers blijken er op internationaal gebied nog grote problemen te zijn, zoals op het Internationaal Gerechtshof in Den Haag gebleken is (Dodds, 1998, blz. 64, 65). Door de toenemende invloed van internationale organisaties vrezen sommige mensen dat er machteloze staten zullen ontstaan. Invloed van organisaties als het IMF zouden de soevereiniteit van staten kunnen bedreigen. In de praktijk echter blijkt de staatsmacht vaak echter nog groot, zoals ook gebleken is bij het sluiten van het Kyoto verdrag waarbij de Verenigde Staten weigerden het verdrag te ratificeren (Dodds, 1998, blz. 62, 68).

 

Uit het voorgaande is gebleken dat er verschillende dimensies zijn van waaruit globalisering beschouwd kan worden. Hier besproken zijn de economische, culturele en politieke dimensie. Ten aanzien van globalisering is gebleken dat bij elke dimensie er voor- en tegenstanders te vinden zijn. Het probleem dat hierbij natuurlijk ontstaat is dat het bijzonder moeilijk is een eenduidig oordeel te formuleren ten aanzien van globalisering. Met name persoonlijke ervaringen en vooroordelen zullen bepalen welke kant men kiest. Duidelijk is dat globalisering een complex proces is met vele gezichten.  

 

 

 

 

 

 

 

Hosted by www.Geocities.ws

1